Verordening op de heffing en invordering van ParkeerbelastingenDe raad van de gemeente Bergen op Zoom; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2016, nr. RVB16-074; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de gemeentelijke Parkeerverordening 2015; BESLUIT: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING ENINVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nummer 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen; brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel ia van het RVV 1990; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren wordt geregeld door parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die van gemeentewege is gemarkeerd voor het parkeren door vergunninghouders; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee Parkeerbeheer Bergen op Zoom namens de gemeente Bergen op Zoom een overeenkomst heeft gesloten bestemd voor registratie van parkeerbewegingen in het kader van diensten op het gebied van betaald en vergunninghoudersparkeren en betaald parkeren met gebruik van een telefoon; vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; ontheffing: een door het het college van burgemeester en wethouders verleende ontheffing krachtens RVV1990 bord E1, welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren buiten de daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; parkeerrecht: een door het college van burgemeester en wethouders verleent parkeerrecht, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te plaatsen op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; dagkaart / dagdeelkaart: een schriftelijk bewijs, krachtens welk het gedurende een dag, respectievelijk dagdeel, is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een daartoe aangewezen belanghebbendenplaats; koopzondag en koopfeestdagen: de als zodanig krachtens artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 5 van de Verordening inzake de Winkeltijdenwet 2012 aangewezen zon- en feestdagen waarop winkels voor het publiek geopend mogen zijn; feestdag: de landelijk erkende feestdagen: nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, tweede Paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, eerste Pinksterdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag. Artikel2Belastbaarfeit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd, waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel en kaarten. Artikel5Wijze van heffing 1.De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 2.Als voldoening op aangifte van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel7Termijnen van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij aanvang van het parkeren. 2.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon inloggen op de centrale computer. 3.De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel8Restitutie Vervallen. Artikel9Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. In dit besluit dient de maximale parkeertijd voor Tariefzone A 2 uur te bedragen. Artikel10 Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het motorvoertuig ook een wielklem worden aangebracht. Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast. Als na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld. Artikel11Kosten naheffingen, wielklem en wegslepen 1.De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen: € 57,00 2.De kosten van het aanbrengen en het verwijderen van de wielklem bedragen: Indien het aanbrengen en/of verwijderen van de wielklem plaatsvindt tussen 18:00 en de volgende ochtend 9:00 uur, bedragen: Indien de chauffeur ter plaatse is voordat het voertuig is weggesleept, bedragen de kosten: € 132,00 € 216,00 € 102,50 3.De kosten voor de overbrenging en bewaring naar het depot bedragen: De kosten voor overbrenging en bewaring van het depot naar de stalling (na verloop van 24 uur) bedragen: Alsmede voor het bewaren, per dag: De extra kosten voor het ophalen van het voertuig buiten kantooruren bedragen: € 215,00 € 135,00 € 11,25 € 40,00 4.Het bedrag van de ingevolge het derde lid in rekening te brengen kosten, wordt bij voor bezwaar vatbare beschikking vastgesteld Artikel12Kwijtschelding Bij de invordering van de belasting bedoeld in deze verordening wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel13Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen. Artikel14Inwerkingtreding 1.De ‘Verordening parkeerbelastingen Bergen op Zoom 2016’ vastgesteld bij raadsbesluit 16 december 2015 nr. RVB-15-0085, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voor gedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.