Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin en Bollenstreek (GR KDB)De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Teylingen en Wassenaar; overwegende, dat de bestaande gemeenschappelijke regeling “Werkvoorzieningschap Kust-, Duin- en Bollenstreek” moet worden gewijzigd als gevolg van de inwerkingtreding per 1 januari 2015 van de Participatiewet en de gewijzigde Wet sociale werkvoorziening; dat ook de per 1 januari 2015 in werking getreden gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen tot aanpassing van de vigerende gemeenschappelijke regeling noopt; dat niet alle deelnemende gemeenten gelijke bevoegdheden zullen overdragen, zodat het wenselijk is de gemeenschappelijke regeling een modulair karakter te geven; dat de raden op grond van artikel 23, eerste lid, van de thans vigerende gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Kust-, Duin- en Bollenstreek de regeling kunnen wijzigen bij eensluidende besluiten van ten minste twee derde der gemeenten; dat, op grond van artikel 23, tweede lid van die regeling, indien bij de wijziging bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders zijn betrokken, daarnaast ook door ten minste twee derde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders besluiten tot wijziging dienen te worden genomen; dat de vigerende gemeenschappelijke regeling een gemengde regeling is omdat bevoegdheden van zowel de raden als van de colleges van burgemeester en wethouders zijn overgedragen; dat bij de onderhavige wijziging niet langer bevoegdheden van de raden zijn betrokken, zodat in de nieuwe situatie gesproken kan worden van een zogenaamde collegeregeling; gelet op de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Participatiewet en de Wet sociale werkvoorziening; besluiten: de gemeenschappelijke regeling “Werkvoorzieningschap Kust-, Duin- en Bollenstreek” zodanig te wijzigen dat zij komt te luiden als volgt: HOOFDSTUK1.ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; regeling: de onderhavige gemeenschappelijke regeling wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; samenwerkingsmodule: een belang dat de gemeenschappelijke regeling behartigt en waarvoor een deelnemende gemeente al dan niet taken en bevoegdheden overdraagt; raad: een gemeenteraad van de deelnemende gemeenten; college: een college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van Zuid-Holland; uitvoeringsregeling: de regeling die verandering kan aanbrengen in de overgedragen bevoegheden. Artikel2.Openbaar lichaam 1.Er is een openbaar lichaam, genaamd “Gemeenschappelijke regeling werkbedrijvenKust-, Duin- en Bollenstreek (GR KDB)” 2.Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in de gemeente Teylingen. Artikel3.Bestuursorganen De gemeenschappelijke regeling kent de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter. HOOFDSTUK2.BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel4.Belangen De regeling behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening, de participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet en het plaatsen van werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij werkgevers. Artikel5.Taken 1.Samenwerkingsmodule sociale werkvoorziening. De regeling heeft binnen deze module tot taak de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening. Samenwerkingsmodule participatievoorziening beschut werken. De regeling heeft binnen deze module tot taak de uitvoering van de participatie-voorziening beschut werken, als bedoeld in artikel 10 b van de Participatiewet. Samenwerkingsmodule servicepunt werk. De regeling heeft binnen deze module tot taak het plaatsen van werkzoekenden, aldan niet met een arbeidsbeperking, bij werkgevers. 2.De colleges besluiten, na toestemming van de raden, per samenwerkingsmodule of zij hieraan deelnemen. 3.De colleges kunnen, na toestemming van de raden en met betrekking tot de belangen, bedoeld in artikel 4, besluiten voor andere taken, dan in het eerste lid genoemd, samenwerkingsmodules toe te voegen. De toevoeging van een samenwerkingsmodule geschiedt door middel van een wijziging van de regeling. Artikel6.Bevoegdheden 1.Teneinde de belangen, genoemd in artikel 4, te kunnen verwezenlijken, zijn de bevoegdheden van de colleges, ieder voor zover zij deelnemen aan de samenwerkingsmodules, uit de Wet sociale werkvoorziening, alsmede uit de Participatiewet, voor zover deze betrekking hebben op de arbeidsinschakeling, overgedragen aan het bestuur van de regeling. 2.Het algemeen bestuur kan in een uitvoeringsregeling verandering aanbrengen in de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid. HOOFDSTUK3.HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel7.Taken en bevoegdheden 1.Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die bij of krachtens deze regeling aan dit orgaan worden opgedragen en die niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. 2.Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, met uitzondering van: het vaststellen van de kadernota; het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het vaststellen van de algemene financiële en beleidsmatige kaders; het vaststellen van regelingen; het oprichten van of deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen,verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen; 3.Het algemeen bestuur kan besluiten tot het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het algemeen bestuur besluit slechts tot zodanige oprichting of deelneming indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en gedurende twee maanden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Artikel8.Samenstelling en zittingsduur 1.Ieder college wijst uit zijn midden één lid aan als lid van het algemeen bestuur. Gelijktijdig wordt een plaatsvervanger aangewezen. 2.De leden van het algemeen bestuur hebben zitting gedurende dezelfde periode als de zittingsduur van het college van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 3.Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester of wethouder van dedesbetreffende gemeente te zijn. 4.De leden van het algemeen bestuur, die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter hiervan op de hoogte. Het ontslag gaat in zodra onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 5.De leden 2 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden. Artikel9.Werkwijze en vergaderorde 1.Besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. 2.Het algemeen bestuur vergadert tenminste driemaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of tenminste één vijfde van het aantal leden van het algemeen bestuur daarom verzoekt. 3.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 4.Tot het sluiten van de deuren en het vergaderen in beslotenheid kan worden overgegaan met inachtneming van artikel 23 der Gemeentewet en artikel 22 der wet. 5.In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten worden over: de kadernota; de begroting en de wijzigingen daarvan; de rekening; het wijzigen of opheffen van deze regeling of het nemen van besluiten over uittreding of toetreding van gemeenten; het toevoegen, wijzigen of opheffen van samenwerkingsmodules; het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. 6.Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. HOOFDSTUK4.HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel10.Taken en bevoegdheden Aan het dagelijks bestuur is in elk geval opgedragen: het dagelijks bestuur van de regeling te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermede is belast; beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 31a der wet; te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Artikel11.Samenstelling en zittingsduur 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere leden, door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen en te ontslaan. 2.De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3.Zij treden, onverminderd het bepaalde in artikel 14, lid 4, af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. Zij kunnen, indien zij opnieuw worden aangewezen tot lid van het algemeen bestuur, terstond opnieuw worden benoemd. Artikel12.Werkwijze en vergaderorde. 1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of één lid van het dagelijks bestuur zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, verzoekt, in welk geval de vergadering binnen twee weken plaatsheeft. 2.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en overige werkzaamheden. Het reglement wordt ter kennis gebracht van het algemeen bestuur. HOOFDSTUK5.DE VOORZITTER Artikel13 1.De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. 2.Bij afwezigheid van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid van het dagelijks bestuur, door dat bestuur uit zijn midden aangewezen. 3.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 4.Hij tekent de stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden mede-ondertekend door de secretaris. 5.Het dagelijks bestuur kan besluiten de ondertekening van stukken, die van dit bestuur uitgaan, op te dragen aan een ander lid van dit bestuur of aan de secretaris. 6.De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde. HOOFDSTUK6.INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Artikel14.Het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Zij geven gevraagd en ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 2.Zij geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen. 3.Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 4.Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur. Artikel15.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter ten opzichte van de raden 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door deze besturen gevoerde bestuur nodig is. 2.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd. Artikel16.De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de colleges van burgemeester en wethouders 1.Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat dit lid heeft aangewezen alle inlichtingen, die door het college worden verlangd. 2.Een lid van het algemeen bestuur is het college dat dit lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door het algemeen bestuur gevoerde beleid. 3.Een lid van het algemeen bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 7, door het college dat hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit 4.Met inachtneming van artikel 19, eerste lid, der wet is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden van de deelnemende gemeenten. HOOFDSTUK7.HET PERSONEEL Artikel17.Personeel Het openbaar lichaam kan personeel aanstellen. Artikel18.De secretaris 1.Tot het personeel van het openbaar lichaam behoort de secretaris. 2.Het dagelijks bestuur wijst de secretaris aan. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van secretaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. 3.De secretaris wordt bij verhindering of ontstentenis vervangen door een plaatsvervanger, die eveneens door het dagelijks bestuur wordt aangewezen. De aanwijzing eindigt van rechtswege met ingang van de datum dat de uitoefening van de functie van plaatsvervangend secretaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. 4.De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de oefening van hun taak terzijde. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.