Beleidslijn SchipholparkerenDe raad van gemeente Aalsmeer besluit vast te stellen de Beleidslijn Schipholparkeren.
(2009)geeft inzicht in de huidige en toekomstige verkeersstructuur. Hieruit kan het volgende worden opgemaakt: De provinciale weg N201 is de hoofdroute van en naar Schiphol. Het lokale wegennet van Aalsmeer is op de N201 aangetakt via de Legmeerdijk in het oosten en via de Middenweg in het midden van de gemeente. Daarnaast is de gemeente in het noorden in de richting van Schiphol ontsloten via de Bosrandweg (N231) en Bosrandbrug en in het westen via de Burgemeester Kasteleinweg (de N196) en de brug over de Haarlemmerringvaart. De delen van de gemeente die voor de ontsluiting op het hoofdwegennet naar Schiphol op lokale wegen zijn aangewezen, komen vanwege de belasting van het lokale wegennet niet in aanmerking voor schipholparkeren. Dit geldt voor heel Kudelstaart, voor grote delen van de wijken Stommeer en Hornmeer, voor het Uiterweggebied en voor het grootste deel van Aalsmeer-Dorp, evenals voor de linten van de Oosteinderweg, de Aalsmeerderweg, en de Hornweg en het gebied daartussen. De doelstelling van de omgelegde N201 is om de twee helften van het dorp Aalsmeer aan weerszijden van het oude tracé van de N201 over de Burgemeester kasteleinweg weer aaneen te smeden. De Burgemeester Kasteleinweg zal in de toekomstige verkeersstructuur na de ingebruikname van de nieuwe N201 worden afgewaardeerd en doorgaand verkeer over de Burgemeester Kasteleinweg zal worden ontmoedigd. Functies die gebiedsvreemd verkeer aantrekken passen niet in de beoogde verkeersstructuur, zodat schipholparkeren dient te worden geweerd van locaties langs de Burgemeester Kasteleinweg. Voor het gebied in de directe omgeving van de brug over de Haarlemmerringvaart geldt, dat bedrijfsmatig parkeren gericht dient te zijn op de opvang van de parkeerbehoefte van het dorpscentrum en de hierin gevestigde functies. Schipholparkeren langs de Burgemeester Kasteleinweg is daarom ook aan de rand van de gemeente nabij de ontsluiting via de Haarlemmerringvaart ongewenst. Gebieden in de nabijheid van de ontsluitingen op de nieuwe N201 voldoen aan de voorwaarde van een directe ontsluiting op het hoofdwegennet richting Schiphol. De aansluiting bij de Legmeerdijk is echter al zwaar belast door het vrachtverkeer van en naar Flora Holland. Extra aanbod van in beginsel gebiedsvreemd verkeer heeft hier een negatieve invloed op de afwikkeling van het verkeer en kan zelfs vergaande consequenties hebben voor de doorstroming van het lokale verkeer elders in de (buur-)gemeente. Dit betekent, dat van de gronden langs de N201 het gebied rondom de Middenweg als zoekgebied voor Schipholparkeren overblijft. In het noorden van de gemeente voldoet het gebied van de Schinkelpolder aan de voorwaarde van een directe ontsluiting op het hoofdwegennetwerk richting Schiphol. Percelen in de Schinkelpolder zijn via de Rietwijkeroordweg op de Bosrandweg ontsloten. Locaties in de Schinkelpolder voldoen in beginsel ook aan de andere voorwaarden voor een goede ruimtelijke inpassing. Ook de Schinkelpolder kan daarom worden aangemerkt als zoekgebied voor Schipholparkeren. 4.2 Wenselijkheid van schipholparkeren in de SchinkelpolderHet actuele ruimtelijke beleid voor de gemeente is neergelegd inde Aalsmeerse gebiedsvisie
- In overeenstemming met het beleid van rijk en provincie is de Schinkelpolder hierin aangewezen als concentratiegebied voor grootschalige glastuinbouw. Op 22 september 2011 heeft de gemeenteraad de ruimtelijke uitgangspunten vastgesteld voor de actualisering van het bestemmingsplan voor het gebied van de Schinkelpolder. De Nota van uitgangspunten stelt het ontwikkelperspectief van moderne glastuinbouw vast als streefbeeld voor de langere termijn. Bestaande glastuinbouw in het gebied wordt beschermd en waar mogelijk versterkt. Versterking van de glastuinbouw wordt gevonden in een ruimere regeling voor de bedrijfsuitoefening, zodat daarbinnen ook activiteiten worden gerekend de het logische gevolg zijn van vernieuwend en innovatief ondernemerschap. Dit houdt in dat het mogelijk wordt om verschillende teelten, opslag en logistiek, kantoorfuncties, commerciële functies, glastuinbouwgelieerde enondersteunende functies als onderzoek, opleiding en presentaties, evenals de opwekking van warmte en energie te combineren. Binnen het gebied wordt tevens ruimte geboden aan agrarisch aanverwante bedrijvigheid, echter zolang en voor zover deze de positie van de glastuinbouw kan ondersteunen en versterken. Het uitgangspunt is voorts dat niet- agrarische bedrijvigheid wordt geweerd. Volgens de Nota van Uitgangspunten dienen dergelijke “gebiedsvreemde” bedrijven zich te vestigen op bestaande of nieuwe bedrijventerreinen. Met in achtneming van voornoemde beleidsmatige uitgangspunten heeft de raad van de gemeente op 4 juli 2013 het bestemmingsplan “Schinkelpolder” vastgesteld. In overeenstemming met de bestendige gedragslijn is in het bestemmingsplan een verbod opgenomen voor het gebruik van gronden voor het parkeren, behoudens ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie. Vanwege het gebruiksverbod op het parkeren als zelfstandige bedrijfsactiviteit, moet schipholparkeren in de Schinkelpolder worden aangemerkt als een met het bestemmingsplan strijdige functie. Gelet op het beleid om de glastuinbouw te behouden en versterken en daarom niet-agrarische bedrijvigheid uit het gebied te weren, is het niet gewenst in afwijking van het bestemmingsplan schipholparkeren toe te staan. Schipholparkeren doorkruist het voor het gebied van de Schinkelpolder voorgestane ontwikkelperspectief. 4.3 Wenselijkheid van schipholparkeren rondom de MiddenwegHet zoekgebied rondom de Middenweg bij de aansluitingen op de N201 maakt onderdeel uit van het in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein Green Park. Doelstelling is het verouderde kassengebied in samenhang met de omlegging van de N201 om te vormen tot een modern bedrijvenpark met – voor een deel – sierteeltgerelateerde bedrijvigheid. Het bedrijventerrein is onderverdeeld in een aantal deelgebieden. Het zoekgebied omvat de deelgebieden 3, 4 5, 6 en
- Voor de deelgebieden 3, 5 en 7 is het vigerende bestemmingsplan Green Park Aalsmeer, Middenweg en deelgebieden 3, 5 en 7, zoals vastgesteld op 3 november
- In dit bestemmingsplan is een verbod opgenomen op het gebruik van gronden ten behoeve van schipholparkeren. Voor de deelgebieden 4 en 6 is het planologische regime nog niet in overeenstemming gebracht met het actuele ruimtelijke beleid. Het vigerende bestemmingsplan is hier nog het bestemmingsplan “N201-zone”. Op grond van dit bestemmingsplan kan schipholparkeren niet geweerd worden. In overeenstemming met de bestendige gedragslijn kan schipholparkeren echter worden tegengegaan, omdat de gemeente de gronden grotendeels zelf in handen heeft. Soorten van bedrijfsactiviteiten Het actuele beleid voor Green Park is neergelegd in de op 3 november 2011 vastgestelde structuurvisie Green Park. De structuurvisie gaat er vanuit dat Green Park een veilinggerelateerd bedrijventerrein is, juist ook vanwege de fysieke nabijheid van de bloemenveiling. Gelet op de overmaat voor sierteeltgerelateerde bedrijvigheid wordt in Green Park ook ruimte voorzien voor overige soorten van bedrijvigheid. Andersoortige bedrijvigheid zonder toegevoegde waarde is ook mogelijk, indien deze geen milieuhinder met zich meebrengt. In totaal mag tot maximaal 60% van de uitgeefbare gronden worden ingezet voor overige bedrijvigheid. Gelet op de relatief lichte milieucategorie is schipholparkeren als andersoortige bedrijvigheid als activiteit niet in strijd met de soorten van bedrijfsactiviteiten waarvoor het bedrijventerrein volgens de structuurvisie is bedoeld. Functionele invulling per deelgebied Het terrein van Green Park wordt in de structuurvisie onderverdeeld in een tiental kamers. Per kamer wordt vervolgens de gewenste functionele invulling beschreven. De kamers corresponderen met de deelgebieden uit het Masterplan Green Park Aalsmeer. Volgens de structuurvisie zijn van de gronden die deel uit maken van het zoekgebied voor schipholparkeren de deelgebieden 5 en 7 hoofdzakelijk gereserveerd voor sierteeltgerelateerde bedrijvigheid. In de gebieden 3, 4 en 6 wordt bovenal overige bedrijvigheid voorzien. De deelgebieden 3, 4 en 6 zijn gedeeltelijk gelegen in zone 3 van het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Dit brengt van rijkswege ernstige beperkingen met zich mee voor bebouwing en gebruiksmogelijkheden. Op grond van het LIB is op deze gronden hoofdzakelijk extensieve bedrijvigheid gerelateerd aan schiphol toegestaan. Met inachtneming van de doelstellingen van het LIB is de visie voor deze delen van de deelgebieden 3, 4 en 6 gericht op een invulling met overwegend water en groen. Verspreid in het gebied wordt ruimte gereserveerd voor enkele solitaire bedrijven en kantoren die bij voorkeur kunnen worden gerekend tot innovators van de sierteeltsector. Het gebied wordt in de visie aangeduid met de term “Bedrijvenbos”. In de structuurvisie wordt tevens de ontwikkeling van Bloomin’Holland voorzien. Deze ontwikkeling is geprojecteerd in deelgebied 6 direct langs de N201 en moet het visitekaartje van Green Park worden. Hier is een innovatief centrum en ontmoetingsplek voorzien inclusief toeristische attracties met het oog op de permanente vestiging van de Floriade. Actualiteit ontwikkelperspectief Schipholparkeren is als bedrijfsactiviteit niet in strijd met de soorten bedrijfsactiviteiten waarvoor het bedrijventerrein Green Park is bedoeld. Gelet op de in de structuurvisie opgenomen richtlijnen voor de functionele invulling per deelgebied, moet geconcludeerd worden, dat schipholparkeren niet zonder meer in overeenstemming is met de visie. Er dient daarom een integrale afweging plaats te vinden of een koerswijziging om in strijd met de voorgestane ontwikkelingsrichting in een aantal deelgebieden van Green Park schipholparkeren als passende bedrijfsactiviteit aan te merken, geoorloofd is. In dit verband is het van belang te onderkennen dat de visie op Green Park tot stand is gekomen vóór de financiële en economische crisis zijn intrede deed. De conclusie, dat het ruimtelijke beleidskader niet is toegesneden op de actuele economische situatie is onvermijdelijk. Initiatieven blijven ver achter bij de oorspronkelijke verwachtingen en de praktijk is dat Green Park zich eerder als logistiek bedrijventerrein ontwikkelt dan als hoogwaardig bedrijventerrein voor de sierteeltindustrie. Bloomin’Holland vindt geen doorgang en de inrichting van het Bedrijvenbos zoals beoogd, zal niet worden gerealiseerd. Het toelaten van schipholparkeren in afwijking van de oorspronkelijke visie dient dan ook in deze context te worden beschouwd. Deelgebieden 3, 4 en 6 De deelgebieden 3, 4 en 6 vormen, voor zover gelegen in zone 3 van het LIB, op grond van de structuurvisie samen het zogenaamde Bedrijvenbos. Juist in deze gebieden is de kloof tussen visie en werkelijkheid groot. De voorgestane invulling met groen en water afgewisseld met enkele, solitaire kantoren in het hoog innovatieve segment, is door de actuele economische situatie achterhaald. Juist deze invulling is niet meer realistisch. Gelet op de economische vooruitzichten en de financiële situatie van Green Park is het niet meer reëel voor deze deelgebieden vast te houden aan het ontwikkelperspectief als geschetst in de structuurvisie. Om de doorontwikkeling van Green Park veilig te stellen is er bovendien een acute noodzaak om juist ook hier de kansen aan te grijpen om inkomsten te genereren. Schipholparkeren is een van de weinige kansrijke strategieën om binnen de geldende beperkingen voor bebouwing en gebruik in deze gebieden tot een (nieuw) verdienmodel te komen. Als medewerkers- en bezoekersextensieve bedrijfsactiviteit die ontegenzeggelijk op de luchthaven is gericht, voldoet schipholparkeren bij uitstek aan het bedrijfsprofiel als voorgestaan in het LIB. Voor de visuele inpasbaarheid van schipholparkeren kan worden aangesloten bij de Welstandsnota. Hierin is Green park aangewezen als een gebied met een bijzonder welstandsregime. Het in 2007 voor het bedrijventerrein vatgestelde beeldkwaliteitplan vormde hiertoe de basis. Volgens het beeldkwaliteitplan dragen grote parkeerplaatsen niet bij aan de gewenste representatieve uitstraling en dienen deze uit het zicht onder of op de bedrijfsgebouwen te worden gerealiseerd. In lijn hiermee dienen bedrijfsmatige parkeerterreinen uit het zicht te worden gerealiseerd en dienen parkeergebouwen te voldoen aan de eisen uit de Welstandsnota. Deelgebied 5 en 7 Deelgebieden 5 en 7 liggen buiten zone 3 van het Luchthavenindelingbesluit. Op grond van de visie behoren deze deelgebieden samen met het deel van deelgebied 6 dat buiten zone 3 langs de N201 is gelegen, tot het hart van het bedrijventerrein. Voor deze gebieden wordt overwogen dat de actuele economische situatie weliswaar tot een ontegenzeggelijke accentverschuiving in soorten bedrijfsactiviteiten leidt, maar dat er geen aanleiding is in afwijking van de visie hier schipholparkeren toe te staan. Voor de zones langs de N201 geldt dat dit belangrijke zichtlocaties zijn. Schipholparkeren in deze zones doet afbreuk aan het hoogwaardige ambitieniveau voor de uitstraling van Green Park als hoogwaardig en aantrekkelijk bedrijventerrein. Met het oog op de mogelijkheid dat geschikte bedrijven hierdoor worden afgeschrikt, is schipholparkeren in de zones langs de N201 niet gewenst. Voor de zone langs de Machineweg, geldt dat hier vanuit stedenbouwkundig oogpunt frontvorming naar de Machineweg is gewenst. Daarnaast leidt het toestaan van schipholparkeren in dit deel van deelgebieden 5 en 7 mogelijk tot ongewenst sluipverkeer over de Machineweg. Schipholparkeren is om deze redenen op de gronden gelegen aan de Machineweg niet gewenst. 4.
- Noodzaak tot heroverweging van de visie op Green ParkUit het voorgaande blijkt dat afwijking van de visie voor Green Park om schipholparkeren in deelgebied 3 en 4 en, voor zover gelegen in zone 3, in deelgebied 6 als passende bedrijfsactiviteit toe te staan, gerechtvaardigd is. Door het toestaan van schipholparkeren in samenhang te bezien met de noodzaak tot (nieuwe) verdienmodellen te komen voor gebieden in zone 3 van het LIB, heeft de koerswijziging niet direct gevolgen voor het ontwikkelperspectief van Green Park als geheel. Toch verdient het aanbeveling te erkennen, dat hoe vaker van het beleid wordt afgeweken, hoe moeilijker het is in andere gevallen nog aan dat beleid te refereren en op basis van dit beleid te sturen en te toetsen. Ook andere, recente ontwikkelingen zijn in dit verband relevant, zoals afwijkingen ten aanzien van de voorgeschreven kavelgrootte en bebouwingspercentages en het streven om bedrijfswoningen in Green Park toe te staan. Om voor de toekomst voldoende grip te houden op de ontwikkelingsrichting van het bedrijventerrein is daarom een herijking van de visie op Green Park noodzakelijk, waarin de verschillende ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang worden bezien en afgezet tegen het oorspronkelijke ontwikkelperspectief. Op die wijze kan een doordachte bijstelling van het ontwikkelperspectief plaatsvinden, die recht doet aan de actuele economische situatie zonder te behouden en te versterken structuren en kwaliteiten uit het oog te verliezen.
- Nieuwe beleidslijn Schipholparkeren De bestendige gedragslijn was om schipholparkeren uit de gemeente te weren. De opmars van terreinen voor schipholparkeren geeft aanleiding een heldere beleidslijn inzake schipholparkeren te formuleren en daarbij ook te overwegen of onder bepaalde omstandigheden schipholparkeren wellicht toch kan worden toegestaan. Onveranderd blijft het standpunt dat schipholparkeren in het grootste deel van Aalsmeer tegen gegaan dient te worden, vanwege de verkeersaantrekkende werking van deze bedrijfsactiviteit. Er is echter door de prijsstelling van het parkeren op Schiphol zelf een structurele behoefte aan schipholparkeren in de regio. In plaats van deze te weren uit de gehele gemeente, kan beter bekeken worden op welke plekken schipholparkeren wel wenselijk is. Gelet op de criteria voor de ruimtelijke inpasbaarheid van parkeerterreinen is het zoekgebied bepaald waarbinnen de mogelijkheden voor schipholparkeren nader is onderzocht, mede ook in relatie tot de doelstellingen van het ruimtelijke beleid voor deze gebieden voorgestane ontwikkelingsrichting. Op basis hiervan is geconcludeerd dat in afwijking van de visie op Green Park schipholparkeren in deelgebieden 3 en 4 en, voor zover gelegen in zone 3 van het LIB, in deelgebied 6 toegestaan kan worden. Doorslaggevend daarbij is de directe aansluiting via de Middenweg op het hoofdwegennetwerk richting Schiphol en het besef dat de huidige economische situatie noodzaakt tot het ontwerpen van nieuwe verdienmodellen en schipholparkeren in deze gebieden één van de weinige alternatieven is om inkomsten te genereren. Vanuit het oogpunt van een doelmatig grondgebruik en vanwege de waarborg van een goede ontsluiting ligt een versoepeling van het standpunt inzake schipholparkeren voor deze gebieden daarom in de rede. Wel dienen parkeerterreinen uit het zicht van de openbare weg te worden gerealiseerd en groen te worden ingevuld. De nieuwe beleidslijn luidt als volgt: Bedrijfsmatige parkeerterreinen en parkeergebouwen, inhoudende het parkeren ten behoeve van functies die niet ter plaatse aanwezig zijn, worden toegestaan in, uitsluitend: deelgebieden 3 en 4 en deelgebied 6: en voor zover: gelegen in zone 3 van het LIB langs de Middenweg, niet in de zone langs de N201; uit het zicht van de openbare weg; groen ingevuld. Voor de overige delen van de gemeente blijft de inzet om schipholparkeren te weren. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 23 januari 2014De griffier,drs. ing. T.D. van PetersenDe voorzitter,drs. J. Vonk-Vedder