← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017 (Veere)

Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017De raad van de gemeente Veere; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017 HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten Artikel2begripsbepalingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. 2.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting 1.Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt Artikel4Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; b. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruiker is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruiker heeft afgestaan c. ingeval een perceel ter beschikking wordt gesteld voor volgtijdig gebruik: degene die het perceel voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar; a. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door 1 persoon, bedraagt het tarief € 209,

  1. b. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meerdere personen, bedraagt het tarief € 236,
  2. c. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht niet permanent mag worden bewoond of bestemd is voor de (recreatieve) verhuur, bedraagt het tarief € 236,46 d. Indien op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht geen gebruik wordt gemaakt van een afvalbak, en ten aanzien waarvan wel een inzamelplicht bestaat, bedraagt de belasting per belastingjaar € 236,46 2.De belasting als bedoeld in onderdeel 1.a,1.b en 1.c wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt): a. container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container met € 60,00; b. container, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container met € 100,00; Artikel6Belastingjaar het belastingjaar is gelijk aan een kalenderjaar Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven Artikel8Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de hiervoor gestelde termijnen. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel10Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel11Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel12Maatstaf van heffing en belastingtarief Het recht bedraagt per belastingjaar voor het: a. verwijderen van bedrijfsafval in een door de gemeente beschikbaar gestelde afvalcontainer bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval en overige huishoudelijke afvalstoffen € 236,46; Artikel13Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het klaenderjaar Artikel14Wijze van heffing De rechten als bedoeld in artikel 10 worden geheven bij wege van aanslag Artikel15Onstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang 1.De rechten als bedoeld in artikel 10 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Artikel16Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald: In twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later; In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel17Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel18Inwerkingtreding en citeertitel 1.De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2016", vastgesteld bij besluit van 17 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2016.De voorzitter,De griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.