VERORDENING op het bewaren van structuurbepalende houtopstanden vallende buiten de bebouwde kom van NoordoostpolderDe raad van de gemeente Noordoostpolder, overwegende dat het gewenst is voorschriften vast te stellen ter bewaring van de structuurbepalende houtopstanden in het belang van de handhaving van het natuur-, landschapsschoon of om andere redenen van milieubeheer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2005, no. 14006; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 mei 2010, no. 8165; gelet op artikel 15 van de Boswet en artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; B E S L U I T: vast te stellen de volgende VERORDENING op het bewaren van structuurbepalende houtopstanden vallende buiten de bebouwde kom van Noordoostpolder. Artikel1.Begripsomschrijving. 1.1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1.structuurbepalende houtopstanden: erfsingels alsmede wegbeplanting, bestaande uit houtopstanden die zorgdragen voor de landschappelijke herkenbaarheid van Noordoostpolder; 2.houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen; 3.erfsingel: houtopstanden gelegen rondom erven behorende bij agrarische bedrijven of voormalige agrarische bedrijven en woningen. 4.wegbeplanting: houtopstanden gelegen langs wegen; 5.hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; 6.boom: een houtachtig, overblijvend gewas dat één of meerstammig kan zijn. Tevens moet de doorsnede van de stam van de boom minimaal 10 cm bedragen en zich op 1,3 m boven het maaiveld bevinden; 7.dunning: vellen of rooien van bomen en struiken uit de houtopstand voor zover dit noodzakelijk is voor het voortbestaan van de betreffende houtopstand, en er minimaal overblijft: o1 boom per 12 m² na de tweede groeifase, o1 boom per 24 m² na de derde groeifase, o1 boom per 48 m² na de vierde groeifase, o1 struik per 5 m² (groeifase 1: 0-5 jaar, groeifase 2: 5-10 jaar, groeifase 3: 10-40 jaar, groeifase 4: >40 jaar); 8.bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente vastgesteld ingevolge artikel 1 lid 5 van de Boswet; 9.bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 10.het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; 11.vergunning: Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 12.Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.Voor de toepassing van deze verordening wordt onder vellen mede verstaan rooien, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van structuurbepalende houtopstanden ten gevolge kunnen hebben. Artikel2.Kapverbod. 1.Het is verboden zonder schriftelijke vergunning van het bevoegd orgaan structuurbepalende houtopstanden, die zich bevinden buiten de bebouwde kom, te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze van dunning. 2.Dit verbod is niet van toepassing op: wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen; Italiaanse populier, linde, paardenkastanje en treurwilg; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaren, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; bomen, geen onderdeel uitmakend van de structuurbepalende houtopstanden. 3.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is niet vereist, indien de houtopstand moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5 van deze verordening. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.