Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuningDe raad van de gemeente Gooise Meren Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet ; gelezen het voorstel van 15 december 2015, RV16.004; B e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning. Paragraaf1.Ambtelijke bijstand Artikel1.Verzoek om informatie 1.Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: feitelijke informatie van geringe omvang; inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn; bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. 2.De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt door de griffier, een medewerker van de griffie of op verzoek van de griffier door een ambtenaar gegeven. 3.Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris neemt het besluit. 4.De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. 5.Een steunfractielid kan eveneens een verzoek als bedoeld in het eerste lid onderdeel a of b doen. Artikel2.Verlenen van ambtelijke bijstand 1.Een ambtenaar verleent op verzoek van de secretaris ambtelijke bijstand aan een raadslid tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; 2.De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3.Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. 4.De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek. 5.Indien (leden van) het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Artikel3.Weigering verzoek ambtelijke bijstand Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek. Artikel4.Geschil over ambtelijke bijstand 1.Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar verleende ambtelijke bijstand kan hiervan mededeling worden gedaan aan de secretaris; 2.Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de kwestie. Artikel5.Verleende ambtelijke bijstand 1.Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c. 2De secretaris houdt in een register bij hoeveel verzoeken om ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c raadslid per jaar doet. Paragraaf2.Fractieondersteuning Artikel6.Recht op financiële vergoeding 1.De fracties als bedoeld in artikel 7 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. 2.Deze bijdrage bestaat maximaal per kalenderjaar uit een vast deel van € 1.500 voor elke fractie en een bedrag voor elke fractie van € 100 per raadszetel. 3.In een verkiezingsjaar wordt de bijdrage tevens bepaald op basis van het aantal maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden en het aantal overige maanden van dat jaar na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. 4.Voordat een fractie een uitgave wil gaan doen in het kader van het fractiebudget dient zij daarvoor een verzoek in bij de griffier. De griffier beoordeelt of de voorgenomen uitgave voldoet aan de voorwaarden voor besteding van het fractiebudget. Uitbetaling vindt plaats op basis van de definitieve nota. 5.Als een fractie het niet eens is met de beoordeling van de griffier krachtens het 4e lid van dit artikel, dan kan die fractie daartegen bedenkingen indienen bij de burgemeester. De burgemeester beslist, gehoord het presidium, op het verzoek. Artikel7.Besteding financiële vergoeding 1.Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken; 2.De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie; giften; uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raadsleden toekomen; algemene opleidingen voor raadsleden en tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers. Artikel8Gevolgen splitsen fractie 1.Bij afsplitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6 tweede en derde lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, onder aftrek van de reeds uitbetaalde bedragen op het moment van splitsing. Artikel9Toepassing Awb 1.Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de financiële middelen die een fractie ontvangt. 2.Tegelijkertijd met de vaststelling van de jaarrekening stelt de raad op basis van de in het kalenderjaar uitbetaalde declaraties conform artikel 6, de bijdrage definitief vast. Deze vaststelling is tevens de vaststelling van de bijdrage als subsidie conform artikel 4:47 van de Algemene wet bestuursrecht. Paragraaf3Slotbepalingen Artikel10Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 5 januari 2016 Artikel11Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Gooise Meren. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Gooise Meren op 4 januari 2016, de griffierde voorzitterToelichting bij de verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning (artikel 33 Gemeentewet) AlgemeenDeze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Dit artikel is in 2002 door de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden geregeld. In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. Hij of zij is het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie. De burgemeester vervult ook een rol in het proces. Indien er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. Gezien de duale verhoudingen ligt het voor de hand dat er ook op het punt van de ambtelijke bijstand heldere scheidslijnen worden getrokken tussen werkzaamheden voor de raad en voor het college. Dat komt tot uitdrukking in het feit dat een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de verleende bijstand geheim moeten worden gehouden. De ambtenaar mag niet onder druk komen te staan doordat hij werkzaamheden voor de raad verricht. Daarom zal een collegelid dat toch informatie wenst over het verzoek om ambtelijke bijstand, zich moeten wenden tot het betrokken raadslid en niet tot de behandelend ambtenaar. De verordening behandelt gedetailleerd de ambtelijke bijstand. Aangezien het de verhouding betreft tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie, is behoefte aan duidelijke regels. De ambtenaren werken doorgaans namelijk voor het college. Artikel 103 Gemeentewet laat dit scherp zien. Vóór de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en daarmee de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het college terzijde stond. In de duale verhoudingen staat de secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de griffier. Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen behoefte meer zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht. De formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan. In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe niet bereid is. In een dergelijk geval is sprake van een rechtspositioneel probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden gebracht. De (model)verordening heeft in de afgelopen jaren zijn waarde bewezen. In jurisprudentie wordt er regelmatig naar verwezen en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaf aan dat de modelverordening prima voldoet. Toch is in de geactualiseerde versie een aantal bepalingen gewijzigd en heeft een zekere “fine-tuning” plaatsgevonden. Waar het kon zijn artikelen samengevoegd en zinsconstructies aangepast. Dat leidt tot een overzichtelijker geheel. Ook hebben de diverse artikelen, conform de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving, nu opschriften gekregen. Conform het model van de VNG wordt in artikel 9 lid 1 van deze verordening titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard op de fractievergoeding. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1.De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid van bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Op niet-openbare documenten is het bepaalde in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet van toepassing. Er is voor gekozen de griffier te benoemen als centrale functionaris. Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het college, die bij de dualisering hun beslag hebben gekregen, leiden ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijkerwijs tot een verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces. In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder het gezag van het college vallen en dus niet onder de noemer “griffiemedewerkers”. Dit neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn. Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft. In het eerste lid is ervoor gekozen om alle verzoeken om informatie of bijstand eerst voor te leggen aan de griffier (als centrale spil). Niet gekozen is voor het alternatief waarin aan raadsleden de mogelijkheid wordt geboden om zich rechtstreeks tot een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie te wenden. In het vijfde lid krijgen ook de steunfractieleden de mogelijkheid feitelijke informatie over raadsvoorstellen en documenten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.