Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2017 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk; Gezien de opdracht bijzondere bijstand te verstrekken ingevolge de Participatiewet er noodzaak bestaat een aantal aspecten in beleidsregels nader te bepalen; gelet op de bevoegdheid van het college zoals is vastgelegd in de Participatiewet; BESLUIT Vast te stellen de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2017. Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2017 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: de wet: de Participatiewet; de bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm verminderd met de op grond van de Verzamelbeleidsregels Participatiewet gemeente Rijswijk 2015 door het college vastgestelde verlaging; alleenstaande ouder: de alleenstaande die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad (ouders-volwassen kind) of een bloedverwant in de tweede graad (broers/zussen/kleinkinderen) wanneer er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; Awir: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die de toelagen regelt; Zelfstandige: persoon met een inkomen uit zelfstandig bedrijf of beroep Bbz 2004: Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen; CAV: collectieve aanvullende zorgverzekering; Zvw: Zorgverzekeringswet; Wlz: Wet langdurige zorg; AOW: Algemene ouderdomswet; Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; Om niet: de bijzondere bijstand als gift. 2.In deze beleidsregels worden dezelfde begripsbepalingen gebruikt als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2De aanvraag 1.De aanvraag bijzondere bijstand moet worden ingediend voordat de kosten worden gemaakt. 2.Afwijken van lid 1 is mogelijk, wanneer de aanvraag: niet ingediend kan worden vóórdat de kosten zijn gemaakt, en; voor wat betreft kosten voor rechtsbijstand uiterlijk binnen 6 weken na de datum van de toevoegingsbeschikking van de Raad voor de Rechtsbijstand is ingediend; voor overige kosten uiterlijk binnen 6 weken na de factuurdatum, is ingediend; of voor wat betreft kosten van bewindvoering uiterlijk binnen 3 maanden na de uitspraak van de rechtbank waarin de bewindvoering is uitgesproken, is ingediend. 3.In geval van een uitspraak door de rechter voor een bewindstelling moet de aanvraag uiterlijk binnen twee maanden na de uitspraak van de rechter zijn ingediend. De bijzondere bijstand kan dan met terugwerkende kracht, vanaf datum uitspraak bewindvoering, worden toegekend. Artikel3Hoogte bijzondere bijstand 1.Bij de vaststelling van de hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand wordt gekozen voor de goedkoopste en passende oplossing. 2.De richtprijzen zoals genoemd in de prijzengids van het Nibud gelden als normbedragen, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. Artikel4Vorm van de bijstand aan zelfstandigen Analoog aan de verstrekking van de uitkering levensonderhoud van het Bbz, wordt bijzondere bijstand aan zelfstandigen verstrekt in de vorm van een lening. Als na afloop van het boekjaar de Bbz-uitkering voor levensonderhoud wordt omgezet in een verstrekking om niet, wordt de verleende bijzondere bijstand ook omgezet naar verstrekking om niet. Artikel5Toegang 1.Voor individuele bijzondere kosten is de toegang gesteld op een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm met inachtneming van de vermogensvrijlating in artikel 34 lid 3 van de wet. 2.In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de individuele bijzondere kosten gesteld op een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm en wordt het vermogen in zijn geheel in aanmerking genomen: kosten woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen, zoals bedoeld in artikel 10; kosten babyuitzet , zoals bedoeld in artikel 11; kosten in verband met verhuizing, zoals bedoeld in artikel 12. 3.In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de minimaregelingen gesteld op een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm met inachtneming van de vermogensvrijlating in artikel 34 lid 3 van de wet. 4.Voor alleenstaande ouders die tot en met 31 december 2016 gebruik hebben gemaakt van de minimaregelingen én van wie het inkomen per 1 januari 2017 onveranderd niet hoger is dan 90% van de gehuwdennorm, geldt een overgangsperiode van een jaar voor het gebruik van de minimaregelingen. 5.In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de toeslag aanvulling levensonderhoud jongeren 18 tot en met 20 jaar gesteld op 100% van de bijstandsnorm. Bovendien worden op deze bijzondere bijstand inkomsten in mindering gebracht. Het vermogen boven de vermogensgrens op grond van artikel 34 lid 3 van de wet wordt in zijn geheel in aanmerking genomen als draagkracht. HOOFDSTUK2DRAAGKRACHT Draagkracht is dat deel van het inkomen of vermogen, genoemd in artikel 35 lid 1 van de wet, dat belanghebbende moet inzetten om de bijzondere kosten te voldoen. Artikel6Draagkracht algemeen Als draagkracht geldt het inkomen (inclusief vakantietoeslag) dat hoger ligt dan de in artikel 5 genoemde toegang en een vermogen boven de vermogensgrens genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet. De kostendelersnorm wordt niet toegepast bij een aanvraag om bijzondere bijstand. De van toepassing zijnde norm is de norm die zou gelden als er geen sprake was de kostendelersnorm. De draagkracht wordt telkens voor de periode van 12 maanden vastgesteld te beginnen op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Draagkracht wordt zo veel mogelijk ineens verrekend met de te verstrekken bijzondere bijstand. Belanghebbenden met een uitkering voor levensonderhoud op grond van de wet en het Besluitbijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) worden niet geacht over draagkracht te beschikken. 5.Personen met draagkracht zijn verplicht veranderingen in de financiële positie en in de woon-en huishoudsituatie te melden met een mutatieformulier. Artikel7Draagkracht in het vermogen Het vermogen wordt identiek aan het recht op algemene bijstand vastgesteld, waarbij artikel 34 lid 2 van de wet van toepassing is. Het vermogen boven de vermogensgrens op grond van artikel 34 lid 3 van de wet wordt in zijn geheel in aanmerking genomen als draagkracht. In afwijking van het genoemde in lid 1 wordt bij een aanvraag bij de volgende kosten géén vermogensvrijlating op grond van artikel 34 lid 2 onder c en lid 3 van de wet toegepast: kosten woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen; kosten babyuitzet kosten in verband met verhuizing. Hierbij wordt, vanwege de verschillende betalingsmomenten van inkomsten, 1,5 maal de bijstandsnorm vrijgelaten en het overige in zijn geheel in aanmerking genomen. Artikel8Draagkracht in het inkomen 1.Het inkomen inclusief vakantiegeld wordt identiek aan het recht op algemene bijstand vastgesteld, waarbij artikel 31 lid 2 van de wet van toepassing is. 2.Wanneer het inkomen hoger is dan 110% van de bijstandsnorm, moet dat meerdere inkomen (gedeeltelijk) ingezet worden voor de betaling van de bijzondere noodzakelijkekosten van het bestaan. 3.Bij de minimaregelingen geldt het inkomen van 130% als absolute grens. Bij een hoger inkomen bestaat geen recht op de minimaregelingen. 4.Wanneer bijzondere bijstand voor de volgende kosten wordt aangevraagd en toegekend en het inkomen hoger is dan 100% van de bijstandsnorm moet dat meerdere inkomen (gedeeltelijk) ingezet worden voor de betaling van deze kosten: kosten woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen; kosten babyuitzet; kosten in verband met verhuizing. 5.Wanneer sprake is van een schuldsaneringsregeling op grond van de Wsnp of een minnelijke schuldregeling geldt dat de draagkracht wordt berekend over het inkomen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft. 6.Bij de vaststelling van aanwezige draagkracht in het inkomen wordt rekening gehouden met de volgende aftrekposten: Onderhoudsverplichtingen; Bij personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kan van een particuliere oudedagsvoorziening een bedrag worden vrijgelaten zoals vermeld in artikel 33, lid 5 Participatiewet de eigen bijdrage kinderopvang waarvoor aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag. Hierbij komt alleen de maximale uurprijs en het maximale aantal uren conform de regels van de kinderopvangtoeslag voor aftrek in aanmerking; de eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg. 7.Van het meerdere inkomen wordt op jaarbasis van de eerste € 3000,00 netto 35% als draagkracht aangemerkt; van al het meerdere boven € 3000,00 netto 50% als draagkracht aangemerkt. HOOFDSTUK3MEDISCHE KOSTEN Draagkracht: het meerdere van110% van de bijstandsnorm en het vermogen boven de vermogensvrijlating. Artikel9Medische kosten 1.Het uitgangspunt voor medische kosten is dat iedereen zich kan verzekeren op het voorzieningenniveau van de basis- en aanvullende zorgverzekering. 2.De vergoedingen vanuit de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg zijn voorliggende voorzieningen die passend en toereikend worden geacht. Wanneer de voorliggende voorziening de kosten niet, of slechts deels, vergoedt, zijn deze niet noodzakelijk en kan daarvoor ook geen bijzondere bijstand worden verleend. 3.Als belanghebbende om redenen die niet verwijtbaar zijn, niet of nog niet kan overstappen naar de collectieve aanvullende verzekering (CAV) en er doen zich bijzondere omstandigheden voor, dan kan vergoeding plaatsvinden op het voorzieningenniveau van de CAV. HOOFDSTUK4DUURZAME GEBRUIKSGOEDEREN , WONINGINRICHTING, BABYUITZET EN VERHUIZING Het uitgangspunt is dat kosten van vervanging of aanschaf van gebruiksgoederen en inrichting bij de algemene kosten van het bestaan horen. Deze kosten moeten worden betaald uit het inkomen, het vermogen of de individuele inkomenstoeslag of door te reserveren. Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het beschikbare vermogen zoals in artikel 7 lid 3 is beschreven. Artikel10Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen 1.Wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden bijstandsverlening voor woninginrichting of duurzame gebruiksgoederen noodzakelijk is, wordt een renteloze lening verstrekt. 2.Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor inrichtingskosten voor het betrekken van een eerste woning, tenzij het betrekken van de eerste woning onvoorzien was. 3.Bij de vaststelling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt gezocht naar de goedkoopste en passende oplossing in het individuele geval, zoals de mogelijkheid van gebruikte goederen via kringloopwinkels en het particuliere aanbod via internet. 4.De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen bedraagt maximaal 50% van de richtprijzen zoals vermeld in de Nibud Prijzengids. Uitgezonderd hiervan zijn witgoedapparaten. Deze worden verstrekt tot maximaal 100% van de genoemde bedragen in de prijzengids van het Nibud. 5.De bedragen die maximaal als renteloze lening worden verstrekt voor volledige woninginrichting zijn afhankelijk van de samenstelling van het gezin en zijn vastgesteld aan de hand van de geïndexeerde bedragen op basis van het prijzenboekje van Divosa. 6.Wanneer er sprake is van een verhuizing naar een zelfstandige woning nadat de belanghebbende in een beschermde woonvoorziening heeft gewoond, wordt een vergoeding van € 2.000,00 om niet verstrekt voor inrichtingskosten inclusief opknapkosten en stoffering. 7.Voor de vaststelling van de reserveringscapaciteit wordt gekeken naar een verantwoorde besteding van het inkomen in de afgelopen 12 maanden. In die periode bedraagt de reserveringscapaciteit 6% van de bijstandsnorm. 8.Wanneer er sprake is van een minnelijke schuldregeling of Wsnp waarbij geen nieuwe schulden gemaakt mogen worden, kan in de individuele situatie worden afgeweken van het genoemde in lid 1 en kan de bijstand worden verstrekt als een lening met uitgestelde aflossing, die wordt omgezet in bijstand om niet als men het traject schuldhulpverlening positief heeft doorlopen. Artikel11Babyuitzet 1.Wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden bijstandsverlening noodzakelijk is, wordt een renteloze lening verstrekt. 2.Een babyuitzet kan bestaan uit: een kraampakket: artikelen die nodig zijn bij een thuisbevalling; een babypakket: zaken voor de baby zoals kleren, luiers, bad, kruik, matras, beddengoed; inrichting van de babykamer en bijkomende zaken. 3.De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van 50% van de richtprijzen zoals vermeld in de Nibud Prijzengids. 4.Voor de vaststelling van de reserveringscapaciteit wordt gekeken naar een verantwoorde besteding van het inkomen in de afgelopen 12 maanden. In die periode bedraagt de reserveringscapaciteit 6% van de bijstandsnorm. Artikel12Kosten in verband met verhuizing 1.Er moet sprake zijn van een noodzaak tot het aanvaarden van (andere) woonruimte. Dit is het geval wanneer er sprake is van: een voorrangsverklaring; vergunninghouders die een woning krijgen aangeboden. 2.Voor de aanvraagkosten van een voorrangsverklaring kan bijzondere bijstand verleend worden. 3.Wanneer de noodzaak is vastgesteld kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor: de kosten van het transport van verhuisbare goederen, waarbij gezocht wordt naar de meest goedkope en passende oplossing in het individuele geval; de kosten van de eerste huur of maximaal 1 maand dubbele huur; de waarborgsom; noodzakelijke opknapkosten die worden vastgesteld op basis van het aantal kamers in de woning en maximaal 100% als genoemd in de prijzengids van het Nibud. 4.Met uitzondering van de kosten genoemd in lid 3 onder c wordt de bijstand om niet verstrekt, tenzij er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid of er onvoldoende gereserveerd is. HOOFDSTUK5WOONKOSTEN Op grond van bijzondere omstandigheden waarbij de noodzaakis vastgesteld, kan bijstand verleend worden. Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van vermogen boven de vermogensvrijlating. Artikel13Woonkostentoeslag 1.Onder woonkosten worden verstaan: Wanneer het een eigen woning is: de hypotheekrente na aftrek van het recht op belastingteruggaaf; de in verband met het eigendom van de woning te betalen zakelijke lasten (het rioolrecht, het eigenaarsdeel van de onroerende zaak belasting, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de erfpachtcanon) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. Wanneer een woning wordt gehuurd: ode per maand geldende rekenhuur als omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag. 2.Een woonkostentoeslag bij een woning in eigendom kan worden verleend, wanneer de belanghebbende een woning bezit en bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten overeenkomstig artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag géén belemmering zou vormen voor toekenning van huurtoeslag. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag per maand zou ontvangen wanneer het een huurwoning zou betreffen. 3.Een woonkostentoeslag voor een huurwoning of gehuurde woonwagen kan worden verleend, wanneer de belanghebbende een woning bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag géén belemmering vormt voor de toekenning van die huurtoeslag, maar hij door omstandigheden buiten zijn schuld nog geen aanspraak kan maken op deze toeslag. De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop belanghebbende wel in aanmerking komt voor huurtoeslag. De woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de Wet op de huurtoeslag per maand zou ontvangen. 4.Aan de belanghebbende met een huurwoning, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wél een belemmering vormt voor de toekenning van huurtoeslag, kan voor een periode van maximaal twaalf maanden een woonkostentoeslag worden verstrekt. De woonkosten die uitgaan boven de maximale rekenhuur, in afwijking van lid 2, komen volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking. 5.Het vorige lid geldt ook bij bewoning van een woning in eigendom, waarvan de woonkosten gelet op artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wél een belemmering vormt voor huurtoeslag, wanneer het een huurwoning zou betreffen. Hierbij geldt een verlaging van de woonlasten via de hypotheekverstrekker en interventie door de gemeentelijke schuldhulpverlening als een voorliggende voorziening op bijstand. 6.Aan de woonkostentoeslag als bedoeld in lid 4 en lid 5 wordt op grond van artikel 55 van de wet de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar vermogen probeert goedkopere passende woonruimte te vinden (verhuisplicht) en/of een passende woonruimte te aanvaarden. 7.De Wet op de huurtoeslag is in relatie tot woonkostentoeslag aan te merken als een voorliggende voorziening, waarbij de uitsluitingsgronden van deze wet van toepassing zijn. 8.In afwijking op lid 7 wordt wel woonkostentoeslag verstrekt wanneer een belanghebbende tot 23 jaar op basis van de taakstelling huisvesting vergunninghouders een woning krijgt toegewezen, maar door zijn leeftijd en rekenhuur geen recht heeft op huurtoeslag. Artikel14Doorbetaling vaste lasten 1.Voor de kosten van het aanhouden van een woning bij tijdelijk verblijf in een inrichting kan bijzondere bijstand worden verleend. 2.De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de netto woonkosten. Hierbij wordt rekening worden gehouden met eventuele reserveringsmogelijkheden. 3.Wanneer belanghebbende de intentie heeft terug te keren naar de woning, kunnen de vaste lasten gedurende een periode van maximaal 12 maanden doorbetaald worden. Deze periode kan nog eenmaal verlengd worden met een periode van 6 maanden wanneer daarvoor dringende redenen zijn. 4.Als vooraf bekend is dat de opname langer duurt of de belanghebbende heeft niet de intentie terug te keren, kan bijstandsverlening plaatsvinden over de termijn van 3 maanden HOOFDSTUK6KOSTEN BEWINDVOERING, CURATELE EN BUDGETBEHEER Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van vermogen boven de vermogensvrijlating. Artikel15Kosten bewindvoering, curatele en budgetbeheer 1.Kosten van de bewindvoerder die voortkomen uit geheel of gedeeltelijke beschermingsbewind (curatele of bewindvoering) komen voor bijzondere bijstand in aanmerking als de rechter een beschikking heeft afgegeven, de werkzaamheden daadwerkelijk worden verricht en de kosten daadwerkelijk worden gemaakt. 2.Voor salariskosten voor bewindvoering in het kader van de Wsnp wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. 3.Voor de kosten van particulier financieel (budget)beheer of schuldhulpverlening wordt bijzondere bijstand verstrekt wanneer de noodzaak is vastgesteld door een consulent schuldhulpverlening en het budgetbeheer wordt uitgevoerd door een bij de brancheorganisatie aangesloten budgetbeheerder. 4.De noodzaak wordt ook aangenomen wanneer er begeleiding is vanuit een thuiszorgorganisatie. 5.De hoogte van de bijzondere bijstand voor bewindvoering is gelijk aan de tarieven die jaarlijks worden vastgesteld volgens het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele en Kantonsectoren (LOVCK). HOOFDSTUK7INDIVIDUELE BIJZONDERE KOSTEN Draagkracht: het meerdere van110% van de bijstandsnorm en het vermogen boven de vermogensvrijlating. Artikel16Reiskosten Reiskosten moeten worden betaald uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Hieronder vallen ook incidentele bezoeken aan een ziekenhuis, tandarts of psycholoog/psychiater. Als gevolg van bijzondere omstandigheden kan tijdelijk extra behoefte aan vervoer buiten Rijswijk bestaan, waarvoor in de individuele situatie bijzondere bijstand kan worden verstrekt: Voor de reiskosten van bezoek aan een partner of familie in de 1e en 2e graad, in het ziekenhuis, verpleeghuis of afkickcentrum kan één keer per dag bijzondere bijstand worden verstrekt. Voor de reiskosten van bezoek aan een partner of familie in detentie kan voor familie in de 1e graad twee keer per maand bijzondere bijstand worden verstrekt en voor familie in de 2e graad één keer per maand. Voor reiskosten voor een noodzakelijke medische behandeling buiten Rijswijk kan bijzondere bijstandworden verstrekt onder de voorwaarde dat er aantoonbaar geen gebruik kan worden gemaakt van de vervoersvoorziening op grond van de Wmo of een vergoeding via de zorgverzekering; Voor de reiskosten van een ten laste komend kind dat Middelbaar Beroepsonderwijs of volgt en meer dan 10 kilometer moet reizen van de ouderlijke woning naar de noodzakelijke onderwijsinstelling kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Voor de reiskosten naar schakelonderwijs buiten de gemeente Rijswijk kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in dit artikel wordt vastgesteld aan hand van de kosten van het openbaar vervoer. Artikel17De eigen bijdrage juridische ondersteuning 1.De kosten voor de eigen bijdrage voor rechtshulp en de bijkomende griffierechten komen voor vergoeding in aanmerking, wanneer er geen (gedeeltelijke) aanspraak kan worden gedaan op een verzekering voor rechtsbijstand. 2.Een recht op de korting op de eigen bijdrage wanneer eerst gebruik gemaakt wordt van het Juridisch Loket, is een voorliggende voorziening. Dit gedeelte van de kosten komt niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. 3.De kosten van beroepsmatige rechtsbijstand, die niet hoger zijn dan de eigen bijdrage in een toevoegingsprocedure, komen voor vergoeding in aanmerking. Artikel18Uitvaartkosten Bijzondere bijstand voor uitvaartkosten kan verleend worden aan erfgenamen en bloed- en aanverwanten van de overledene die verplicht zijn volgens het erfrecht zorg te dragen voor de uitvaart, wanneer de uitvaartkosten niet uit een verzekering of de nalatenschap voldaan kunnen worden. De maximale vergoeding voor begraven of cremeren is € 2360,00. Artikel19Kosten krediethypotheek 1.De kosten van taxatie, de hypotheekakte, de inschrijving van de hypotheek en de bijkomende kosten komen ten laste van de eigenaar. Hiervoor kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de vorm van een lening. 2.Wanneer niet wordt overgegaan tot het vestigen van een krediethypotheek buiten de schuld van belanghebbende, wordt de bijstand omgezet in om niet. 3.Indien van toepassing moet in plaats van het begrip hypotheek, het begrip pand worden gelezen. Artikel20Kosten boekhouding ex-ondernemer Een ex-ondernemer die door het ontstaan van een problematische schuldensituatie geen financiële mogelijkheden heeft om de boekhouding op orde te laten brengen, kan op indicatie van Schuldhulpverlening in aanmerking komen voor bijzondere bijstand om niet om de kosten voor het op orde brengen van een boekhouding te voldoen. De hoogte van de bijzondere bijstand is gebaseerd op de offerte die de schuldenaar overlegt. HOOFDSTUK 8 LEVENSONDERHOUD Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het vermogen boven de vermogensvrijlating. Bovendien wordt op deze bijzondere bijstand inkomsten in mindering gebracht. Artikel21Schoolkosten voor 16 en 17 jarige leerlingen van het mbo 1.Voor aanschaf van boeken en leermiddelen voor het middelbaar beroepsonderwijs wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt voor zover er geen aanspraak kan worden gedaan op een voorliggende voorziening. 2.De volgende kosten komen, wanneer zij door de opleiding verplicht gesteld zijn, voor vergoeding in aanmerking: a. boeken, b. licenties, c. laptop, d. werkklediing en werkschoenen, e. gereedschap 3.van het kindgebonden budget wordt €116,00 als voorliggende voorziening aangemerkt voor de kosten van genoemd in het tweede lid van dit artikel. 4.De maximale vergoeding voor schoolkosten bedraagt € 575,00 ArtikelHoofdstuk 8 LEVENSONDERHOUD Draagkracht: 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm en 100% van het vermogen boven de vermogensvrijlating. Bovendien wordt op deze bijzondere bijstand inkomsten in mindering gebracht. Artikel22Aanvulling levensonderhoud jongeren 18 tot en met 20 jaar Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft alleen recht op bijzondere bijstand voor zover de bestaanskosten uitgaan boven de bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken. De aanvullende bijzondere bijstand bedraagt het verschil tussen de norm voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder en de norm voor een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar als bedoeld in artikel 21 van de wet. In geval van gehuwden die beide jonger zijn dan 21 jaar wordt de hoogte van de bijzondere bijstand gerelateerd aan de norm voor gehuwden waarvan 1 persoon jonger is dan 21 jaar. 3.Als een jongere van 18, 19 of 20 in een inrichting verblijft en geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, dan draagt de hoogte van de bijzondere bijstand het bedrag van de norm uit artikel 20 lid 1 onder a, van de wet. ArtikelHoofdstuk 9MINIMAREGELINGEN Toegangsgrens: inkomen tot maximaal 130% van de geldende bijstandsnorm en maximaal het vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet. Gemeente Rijswijk en zorgverzekeraar Menzis en zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid hebben een collectieve aanvullende zorgverzekering (CAV) afgesloten zodat belanghebbenden met een minimum inkomen zich extra kunnen verzekeren tegen medische kosten. Artikel23De collectieve zorgverzekering 1.Belanghebbenden die voldoen aan de volgende voorwaarden kunnen deelnemen aan de CAV: ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) van de Gemeente Rijswijk; het vermogen is niet hoger dan het vrij te laten vermogen op grond van artikel 34 lid 3 van de wet; het netto inkomen is niet hoger is dan 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele kostendelersnorm; 2.De deelname eindigt als belanghebbende niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid onder a, en eindigt per gelijke datum. 3.Voldoet belanghebbende niet langer aan de voorwaarde gesteld in lid 1 onder b, en c dan duurt de collectieve aanvullende zorgverzekering tot en met 31 december van het lopende kalenderjaar. Artikel24Kosten bevordering van maatschappelijke participatie Inwoners van de gemeente Rijswijk met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm en maximaal het vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet kunnen in aanmerking komen voor een Ooievaarspas. Artikel25Computer 1.Wanneer er geen beschikking is over een computer kan aan gezinnen met kinderen van 10 jaar tot 14 jaar bijzondere bijstand om niet worden verstrekt voor de aanschaf van een computer. 2.De hoogte van de bijstand bedraagt maximaal € 400,- voor een computer. 3.Onder computer wordt verstaan: een complete computer inclusief beeldscherm en toetsenbord, een laptop of tablet en inclusief eventueel een muis en/of printer. 4.Er wordt maximaal één computer per kind verstrekt. 5.Wanneer de ouders over een Ooievaarspas beschikken, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de inkomensgrens en er geen sprake is van vermogen. HOOFDSTUK10SLOTBEPALINGEN Artikel26Misbruik Indien de bijstand niet besteed wordt aan het doel waarvoor deze is verstrekt, wordt de bijstand teruggevorderd overeenkomstig artikel 58 van de wet. Artikel27Intrekking en Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2017. Artikel28Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bijzondere bijstand Rijswijk 2017. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk, in de vergadering van 13 december 2016. burgemeester en wethouders, waarnemend secretaris, de burgemeester, W.van der Giessen drs. M.J. Bezuijen Toelichting Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2016 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregels worden dezelfde begripsbepalingen gebruikt als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel verduidelijkt enkele begrippen uit de Participatiewet en legt begrippen vast die niet in de Participatiewet zijn vastgelegd. Artikel 2 De aanvraag Hoofdregel is dat (bijzondere) bijstand niet met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd. Soms is het niet mogelijk om bijstand van te voren aan te vragen, omdat de kosten zich plotseling voordoen of omdat van te voren niet duidelijk is dat, of welke, kosten er betaald moeten worden. In dat geval kan toch bijzondere bijstand worden overwogen als de aanvraag binnen 6 weken na de datum van dagtekening van de factuur is ingediend. Zo’n situatie doet zich bijvoorbeeld voor bij bewindvoeringskosten en advocaatkosten. De factuurdatum van de factuur is leidend. Dit betekent bijvoorbeeld dat als een bewindvoerder zijn jaarkosten over 2016 en 2017 factureert in 2017, de kosten over 2016 en 2017 worden vergoed als de belanghebbende binnen 6 weken na ontvangst van de factuur een aanvraag indient. Voor de eigen bijdrage geldt de verzendddatum van de toevoegingsbeschikking van de Raad voor de Rechtsbijstand als factuurdatum. Vanaf dat moment is de belanghebbende immers op de hoogte van de kosten. De factuurdatum van de nota van de desbetreffende advocaat blijft dus buiten beschouwing Artikel 3 Hoogte bijzondere bijstand Bij de vaststelling van de hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand wordt gekozen voor een goedkoopste en passende oplossing. De maximale bedragen zijn 50% van de richtprijzen uit de prijzengids van het Nibud, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. Artikel 4 Vorm van de bijstand aan zelfstandigen Een zelfstandige met een laag inkomen of uitkering voor levensonderhoud op grond van de Bbz heeft op het moment van aanvraag een inkomen dat nog niet vast te stellen is. Daarom wordt bijzondere bijstand in de vorm van een lening verstrekt. Blijkt na afloop van het boekjaar dat het inkomen voldeed aan de voorwaarde voor bijzondere bijstand, dan wordt de lening omgezet in een ‘om niet’ verstrekking. Artikel 5 Toegang tot bijzondere bijstand Dit artikel bepaalt met welk inkomen er recht bestaat op de verschillende vergoedingen. Is het inkomen hoger dan de toegangsgrenzen dan moet een draagkrachtberekening plaatsvinden. Wanneer iemand een inkomen heeft dat lager is dan de toegangsgrens dan bestaat er recht op bijzondere bijstand. Wanneer het inkomen hoger is dan de toegangsgrens dan wordt de draagkracht berekend over het inkomen boven de toegangsgrens. Dit geldt niet voor de minimaregelingen. Daarbij is een inkomen van 130% van de bijstandsnorm de absolute grens. Wanneer het inkomen hoger ligt dan bestaat er geen recht op de minimaregeling. De toegang tot minimaregelingen voor alleenstaande ouders was tot en met 31 december 2016 gesteld op 90% van de gehuwdennorm en de ALO-kop is niet in mindering gebracht. Met ingang van 1 januari 2015 is de norm van de alleenstaande ouder in de bijstand 70% van de gehuwdennorm. De (aanvullende) alleenstaande ouderkorting is afgeschaft. Deze aanvulling vanuit de Belastingdienst werd tot 2015 verrekend met de uitkering of opgeteld bij het inkomen uit werk. Op 1 januari 2015 is de ALO-kop in die plaats gekomen. De ALO-kop wordt niet in mindering gebracht op de uitkering of bij het inkomen gerekend. Deze verhoging van het kindgebonden budget met de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (ALO-kop) verhoogt wel het totale inkomen van de alleenstaande ouder. De alleenstaande ouder behoudt de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders wanneer werk wordt aanvaard. Het totale inkomen stijgt, en het inkomen gaat vooruit bij uitstroom. Dit is een maatregel om de armoedeval te verkleinen. Met ingang van 1 januari 2015 bestaat de norm van de alleenstaande ouder in de bijstand feitelijk uit 70% van de gehuwdennorm plus vrijlating van de toeslag alleenstaande ouders (ALO-kop) van het kind gebonden budget in plaats van verrekening en optelling bij het inkomen. Deze beiden wettelijke wijzigingen zijn niet doorgevoerd is het Rijswijkse beleid en heeft geleid tot een feitelijke toegang van 150% ipv 130%. Dit wordt nu hersteld en we bieden een overgangsjaar. Voor alleenstaande ouders die in 2016 gebruik konden maken van de minimaregelingen en van wie het inkomen onveranderd niet hoger is dan 90% van de gehuwdennorm, geldt een overgangsperiode van een jaar. Bij een aanvraag voor een minimaregeling in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2017 wordt hun inkomen beoordeeld op 90% van de gehuwdennorm. Een aanvraag na 31 december 2017 wordt beoordeeld aan de hand van de vastgestelde 70% van de gehuwdennorm. HOOFDSTUK 2 DRAAGKRACHTDraagkracht is dat deel van het inkomen of vermogen, genoemd in artikel 35 lid 1 van de wet, dat belanghebbende moet inzetten om de bijzondere kosten te voldoen. Artikel 6 Draagkracht algemeen Dit artikel bepaalt met welk inkomen rekening gehouden moet worden voor de draagkrachtberekening. DraagkrachtberekeningOm na te gaan of bijzondere bijstand in de gevraagde kosten verstrekt kan worden, moet een draagkrachtberekening worden gemaakt. Inkomen en vermogen aan de ene kant en te betalen kosten aan de andere kant worden binnen zekere grenzen daarbij betrokken. De kostendelersnorm is bedoeld om het schaalvoordeel van het kunnen delen van woonkosten in de norm te verwerken. Voor het bepalen van de draagkracht bij een aanvraag om bijzondere bijstand moet de kostendelersnorm daarom buiten beschouwing worden gelaten. Bij het bepalen van draagkracht bij een aanvraag voor bijzondere bijstand door alleenstaande ouders is de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm het uitgangspunt. Aanvang draagkrachtjaar Het draagkrachtjaar begint vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt worden en wordt eenmalig vastgesteld voor de duur van 12 maanden. Dit betekent dat bij nieuwe aanvragen in hetzelfde draagkrachtjaar de draagkracht niet opnieuw berekend hoeft te worden. In de toekennings- of afwijzingsbeschikking wordt de periode van het draagkrachtjaar en de hoogte van de draagkracht benoemd. Aangegeven wordt per welke datum het draagkrachtjaar begint en per welke datum het eindigt. De draagkracht bij periodieke bijzondere kosten wordt op jaarbasis berekend en maandelijks in mindering gebracht. De jaardraagkracht voor incidentele kosten wordt daarentegen voor zover mogelijk in zijn geheel verrekend. Artikel 7 Draagkracht in het vermogen De eerste stap is het berekenen van de draagkracht in het vermogen. Wanneer het vermogen hoger is dan de vrijlating, zoals vermeld in artikel 34 Participatiewet, dan wordt dat hogere bedrag aangewend voor de kosten van de gevraagde bijzondere bijstand. Behalve voor duurzame gebruiksgoederen en kosten waarvoor belanghebbende had moeten reserveren. Dan wordt al het vermogen gebruikt. Artikel 8 Draagkracht in het inkomen Het meerinkomen is het inkomen dat meer is dan de gestelde toegang in artikel 5 van deze beleidsregels. Het kan dus gaan om het meerdere inkomen boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, of het meerdere inkomen boven 100% van de bijstandsnorm. Artikel 31, lid 2 is van toepassing bij het bepalen wat inkomen is. Hierdoor wordt de tegemoetkoming alleenstaande ouders (ALO-kop) van het kindgebonden budget, vallend onder de Awir, niet meegerekend als inkomen. De van toepassing zijnde bijstandsnorm is met ingang van 1 januari 2015 voor alleenstaande ouders 70% van het sociaal minimum. Daarvoor was het 90% van het sociaal minimum. Met ingang van 1 januari 2015 bestaat het inkomen van de alleenstaande ouder in de bijstand uit 70% van het sociaal minimum plus vrijlating van de toeslag alleenstaande ouders (ALO-kop) van het kind gebonden budget. Het percentage van 110 of 130% van de alleenstaande norm geeft een lagere toegang, dan een percentage van de voormalige alleenstaande ouder norm. De verhoging van het kindgebonden budget met de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders (ALO-kop) verhoogt echter het totale inkomen van de alleenstaande ouder. De alleenstaande ouder behoudt de tegemoetkoming voor alleenstaande ouders wanneer werk wordt aanvaard. Het totale inkomen stijgt, en het inkomen gaat vooruit bij uitstroom. Een iets lagere toegang is daarmee gerechtvaardigd, omdat de alleenstaande ouder via het kindgebonden budget en de tegemoetkoming alleenstaande ouders wordt gecompenseerd. Inkomen Het inkomen wordt vastgesteld op jaarbasis. De inkomsten worden alleen in aanmerking genomen als deze kunnen worden toegerekend aan het vastgestelde draagkrachtjaar. Inkomsten die eenmaal per jaar worden uitbetaald (bijvoorbeeld een 13e maand) worden hierbij opgeteld. Onregelmatige inkomsten (bijvoorbeeld via een uitzendbureau) kunnen als een gemiddeld bedrag worden herleid naar een jaarinkomen. Op het inkomen kunnen in mindering worden gebracht: Onderhoudsverplichtingen Bij personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt kan van een particuliere oudedagsvoorziening een bedrag worden vrijgelaten zoals vermeld in artikel 33, lid 5 Participatiewet. de eigen bijdrage kinderopvang waarvoor aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag. Hierbij komt alleen de maximale uurprijs en het maximale aantal uren conform de regels van de kinderopvangtoeslag voor aftrek in aanmerking; de eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg. Beslag of een schuldregeling in het kader van de Wgs of WSNPConform een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep kan in het geval van beslag, of een schuldsanering in het kader van de WSNP, de gemeente bij de vaststelling van de aanwezige financiële middelen in het geval van een aanvraag bijzondere bijstand alleen rekening houden met dat deel van het inkomen waarover de cliënt feitelijk kan beschikken. In de regel is dat, ook als deze mensen een veel hoger inkomen hebben, slechts 90% van de norm, zodat gesteld kan worden dat betrokkene, zolang er sprake is van beslag of van een schuldregeling in het kader van de WSNP niet beschikt over enige draagkracht. Dit betekent dat er geen rekening hoeft te worden gehouden met enige draagkracht op het moment dat er beslag is gelegd op een uitkering, of wanneer er sprake is van een schuldregeling in het kader van de WSNP of WGS. Draagkrachtpercentages van het inkomen Als het jaarinkomen lager is dan het toetsinkomen, dan is er geen draagkracht. Is het jaarinkomen hoger dan het toetsinkomen, dan is er sprake van draagkracht. Van de berekende jaardraagkracht wordt 35% of 50% in aanmerking genomen als een eigen bijdrage in de noodzakelijke kosten: van de eerste € 3000,00 netto wordt 35% als draagkracht aangemerkt; van al het meerdere boven € 3000,00 netto wordt 50% als draagkracht aangemerkt. HOOFDSTUK 3 MEDISCHE KOSTENDraagkracht: het meerdere van 110% van de bijstandsnorm en het vermogen boven de vermogensvrijlating. Artikel 9 Medische kosten De Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet vergoeden in het algemeen alle noodzakelijke kosten die verband houden met medische of paramedische behandeling. Beide regelingen gelden samen in het kader van de Participatiewet als een voorliggende voorziening die passend en toereikend is. Er is geen recht op bijzondere bijstand wanneer kosten op grond van de Zvw en Wlz niet noodzakelijk worden geacht. Voor overige kosten kan men zich aanvullend verzekeren. Een inwoner van Rijswijk met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm kan gebruik maken van een collectieve verzekering bij Zorg en Zekerheid of Menzis. Is er sprake van noodzakelijke en buitengewone medische kosten en kunnen deze kosten niet worden voldaan via de collectieve verzekering of een andere aanvullende verzekering, dan kan bijzondere bijstand worden overwogen. Er moet daarbij beoordeeld worden of het niet verzekerd zijn niet verwijtbaar is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand schulden heeft en daardoor geen aanvullende verzekering kan krijgen. Of wanneer iemand bij een andere aanvullende verzekering is verzekerd omdat hij daar voor zijn veel voorkomende kosten beter verzekerd is. Voor mensen zonder aanvullende verzekering geldt dat (dat deel van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.