Beleidsregels PGB Jeugd gemeente Aalburg 2015Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 16 december 2014 Hoofdstuk1Afbakening beleidsregels Deze beleidsrege/s zijn van toepassing op de jeugdhulp. In deze beleidsregels zijn de belangrijkste regels opgenomen over voorwaarden, weigeringgronden, besteding en verantwoording van het pgb. Voorwaarden om in aanmerkingte komen voor een pgb: In Jeugdwet (Art 8.1.1 lid 3) worden drie voorwaarden gesteld waar personen aan moeten voldoen, willen zij aanspraak kunnen maken op een pgb. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: De cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren (zie 2.1); De cliënt zich gemotiveerd op het standpuntstelt dat de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, door hem niet passend wordt geacht (Jeugdwet) (zie 2.2); Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, die tot de individuele voorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgericht) zijn (zie 2.3). Zoals uit de Jeugdwet is af te leiden, is het belangrijk dat belanghebbenden vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Deze voorlichting zal al bij het moment van aanvragen worden gegeven. Daarnaast verzorgt het servicecentrum pgb van de sociale verzekeringsbank (SVB) voorlichting voor en ondersteuning van budgethouders. Hoofdstuk2Bekwaamheid en motivering Artikel2.1.Bekwaamheid van de aanvrager De eerste voorwaarde betreft de bekwaamheid van de aanvrager. Allereerst wordt van een burger verwacht dat deze zelfstandig een redelijke waardering kan maken van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag. De gemeente vraagt de inwoner duidelijk te maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning de aanvrager gebaat zou zijn. Ten tweede wordt van de aanvrager verwacht dat deze de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bij deze taken kan gedacht worden aan het kiezen van een zorgverlener die in de zorgvraag voldoet, het aangaan van een contract (de budgethouder is zelf verantwoordelijk voor het inkopen van de individuele voorziening), het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie. De budgethouder dient een zorgovereenkomst te overleggen met de SVB voordat de SVB tot betalingen over kan gaan naar de zorgverleners. Om na te gaan of de budgethouder op verantwoorde wijze om kan gaan met een pgb wordt de bekwaamheid van de budgethouder beoordeeld. De beoordelingscriteria zijn: Is de budgethouder in staat de eigen situatie en de situatie van de jeugdige te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen; Is de budgethouder goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en kan hij/zij hiermee omgaan; Is de budgethouder in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen, bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp. Cliënten die zelf (of met behulp van hun netwerk)niet in staat zijn de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren kunnen geen aanspraak doen op een pgb. Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders die over de bekwaamheid moeten beschikken om zorg in te kopen. Bij jeugdigen tussen de 16 en 18 jaar (met uitloop tot 23 jaar) kan het echter voorkomen dat de jeugdige zelf het contract aangaat. Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. De situaties waarbij het risico groot is dat het pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn: de belanghebbende is handelingsonbekwaam; de belanghebbende heeft als gevolg van een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie; er is sprake van verslavingsproblematiek; er is sprake van schuldenproblematiek; er is eerder misbruik gemaakt van het pgb; er is eerder sprake geweest van fraude. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is. In deze situaties kan een pgb worden geweigerd. Andersom kan het zo zijn dat een budgethouder zélf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er mensen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een pgb verstrekt kan worden. Om een pgb af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld. De bekwaamheid voor het hebben van een pgb wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst, maar het oordeel van de gemeente is hierin leidend. Mocht de gemeente van oordeel zijn dat de persoon (dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger) niet bekwaam is voor het houden van een pgb, dan kan de gemeente het pgb weigeren. Dat is een beslissing van de gemeente waartegen een aanvrager vervolgens bezwaar kan maken. Artikel2.2.Motivering door de aanvrager Jeugdwet Volgens de Jeugdwet dient de aanvrager te motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is en hij daarom een pgb wenst. Uit deze argumentatie moet duidelijk zijn dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorzieningen in natura. Enkele concrete voorbeelden van argumenten die aanvragers redelijkerwijs in het kader van hun motivering kunnen aanvoeren om een pgb te willen ontvangen, zijn: Als de ondersteuning of jeugdhulp door de aard van de beperking door een vaste hulpverlener moet worden geboden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een persoon met autisme of hechtingsproblematiek; De behoeften van personen op het gebied van godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond. Deze kunnen een reden vormen voor cliënten om te kiezen voor een pgb, omdat met het budget een aanbieder gecontracteerd kan worden passend bij de eigen levensovertuiging. Een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt indien jeugdigen en/of ouders dit gemotiveerd aan de hand van een opgesteld plan vragen. Zij moeten motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is. Daarnaast moet in het plan duidelijk worden aangetoond dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt tot betere en effectievere ondersteuning. Ook dient de ondersteuning aantoonbaar doelmatiger te zijn. De gemeente beoordeelt of dit plan voldoet. Door het opstellen van een persoonlijk plan worden cliënten gestimuleerd na te denken over de zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren, en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren. Het plan bevat minimaal de volgende onderdelen: een probleemanalyse motivatie waarom een individuele voorziening niet passend is eigen kracht cq. eigen inzet van de ouders en het netwerk/familie de beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning gewaarborgd is de verwachte / gewenste omvang en duur van de ondersteuning een begroting Artikel2.3.Gewaarborgde kwaliteit van de dienstverlening De derde voorwaarde om in aanmerking te komen voor een pgb is dat de kwaliteit van de met het pgb te verwerven ondersteuning naar het oordeel van het college gewaarborgd moet zijn. Voor de ondersteuning en zorg die wordt ingekocht met het pgb gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen in natura. De kwaliteitseisen zijn niet van toepassing op uit pgb bekostigde ondersteuning door personen uit het sociaal netwerk van de budgethouder Kwaliteitseisen in de Jeugdwet Er geldt een zelfstandig kwaliteitsregime voor alle aanbieders van jeugdhulp. De reden hiervoor is dat het begrip jeugdhulp het brede spectrum omvat van lichtere vormen van jeugdhulp tot aan zware vormen van geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulp die ingezet wordt in het kader van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In hoofdstuk 4 van de Jeugdwet staan de kwaliteitseisen beschreven die worden gesteld aan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. De wetgever acht een aantal kwaliteitseisen zo fundamenteel dat deze in de Jeugdwet uniform zijn vastgelegd. De volgende kwaliteitseisen gelden voor alle professionele jeugdhulpaanbieders: de norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten; gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp; systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder; verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een jeugdhulpaanbieder, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering; de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling; de meldplicht calamiteiten en geweld; verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen. Bij de contractering van de jeugdhulp zijn in de contracten met zorgaanbieders kwaliteitseisen gesteld aan de te leveren diensten. Deze kwaliteitseisen zijn ook van toepassing op jeugdhulp welke bekostigd wordt uit een pgb. Aanbieders van jeugdhulp uit een pgb worden gevraagd te verklaren aan de gestelde kwaliteitseisen te voldoen. Deze verklaring dient aangeleverd te worden bij de zorgovereenkomst. Hoofdstuk3Beoordeling pgb Het besluit om wel of geen pgb af te geven wordt genomen door de gemeente. Dit geldt ook indien sprake is van een niet-gemeentelijke verwijzer 1 Naast de gemeente zijn ook huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten en de Gecertificeerde Instelling op grond van de Jeugdwet bevoegd om een individuele voorziening voor jeugdhulp in te zetten Ook voor de jeugdhulp, waarnaar door een niet-gemeentelijke verwijzer is verwezen, kan gekozen worden voor inzet in de vorm van een pgb. De niet-gemeentelijke verwijzer dient derhalve, evenals de gemeente, de mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een pgb ter sprake te brengen met ouders en jeugdigen en hen daarbij in begrijpelijke bewoordingen in te lichten over de gevolgenvan die keuze. De niet-gemeentelijk verwijzer neemt vervolgens niet zélf een besluit over de toekenning van een pgb, dat doet de gemeente. De aanvraag voor een pgb wordt daarvoor overgedragen aan het Zorgteam Aalburg voorzien van reeds ingewonnen informatie en een advies inzake de aan- of afwezigheid van overwegende bezwaren. Als de gemeente weigert ondersteuning in de vorm van een pgb te verstrekken, dan is dat een besluit waartegen een aanvrager in bezwaar kan gaan. Artikel3.1.Weigering pgb Een pgb wordt geweigerd wanneer: blijkt dat de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet voldoet aan de aan het toekennen van een pgb verbonden voorwaarden (zie 2); de cliënt het pgb niet gebruikt of voor een ander doel gebruikt. Jeugdwet Volgens de Jeugdwet wordt een pgb alleen geweigerd voor dat deel dat het budget hoger is dan zorg in natura voor een vergelijkbare hulpvraag. Wel sluiten conform de bepalingen in de Jeugdwet de volgende zorg- en ondersteuningsvormen uit van een pgb: spoedeisende jeugdzorg de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering de uitvoering van jeugdhulp in een gesloten accommodatie met een machtiging Indien naast deze maatregelen aanvullend vrijwillige hulp nodig is, kan deze wel in een pgb worden verstrekt. Artikel3.2.Inzetten sociaal netwerk en mantelzorgers In het gemotiveerde plan van de ouders/jeugdige kan de aanvrager de wens uitspreken om zijn sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten. In navolging van de overheid is de gemeente van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan zorg in natura. Ingeval hiervoor een pgb wordt aangevraagd is voor gemeenten van belang dat slechts een pgb wordt verstrekt indien naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de in te kopen diensten veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Bij de beoordeling of inzet vanuit het sociale netwerk geoorloofd is, moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: Het gaat niet om gebruikelijke zorg 2 Gebruikelijke zorg zoals gedefinieerd en genormeerd in het CIZ protocol gebruikelijke zorg
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.