← Nederland

Verordening Gemeentelijke Ombudsman Groningen 2016 (Groningen)

Verordening Gemeentelijke Ombudsman Groningen 2016DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN, (25 januari 2017, besluitpunt 6c over voorstel nr. 6074689); Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Groningen van 6 december 2016

(6074689); Gelet op artikel 81p e.v. Gemeentewet; Overwegende dat het noodzakelijk is de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen te wijzigen in verband met de benoeming van een Jongerenombudsman en de wenselijkheid de verordening op redactionele punten te wijzigen; HEEFT BESLOTEN: de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen vast te stellen. Artikel1Ombudsman 1.Er is een gemeentelijke ombudsman. 2.Er is een plaatsvervangend ombudsman. 3.Er is een plaatsvervangend ombudsman met als aandachtsgebied het domein Jeugd (verder: Jongerenombudsman). 4.De ombudsman wiens benoemingstermijn eindigt, is terstond herbenoembaar. Artikel2Taak Jongerenombudsman De Jongerenombudsman heeft tot taak om jongeren te informeren en bewust te maken van de (kinder)rechten die zij hebben en hoe zij die rechten kunnen benutten om talentvol en veilig op te groeien. Artikel3Vervanging 1.Bij (langdurige) ontstentenis van de Jongerenombudsman voorziet de gemeenteraad zo spoedig mogelijk in de vervanging. In dat geval eindigt de vervanging wanneer de Jongerenombudsman weer in staat is zijn ambt te vervullen. 2.De plaatsvervanger als bedoeld in artikel 1 tweede lid treedt in functie op een door de gemeenteraad te bepalen datum, zodra mag worden aangenomen, dat de ombudsman voor langere duur zijn functie niet zal kunnen vervullen. 3.De plaatsvervanger bedoeld in artikel 1 tweede lid blijft in functie tot dat de ombudsman zijn werkzaamheden heeft hervat, dan wel tot dat een nieuwe ombudsman in functie treedt. 4.De bepalingen van deze verordening, alsmede van de in artikel 3 lid 1 bedoelde verordening, zijn op de plaatsvervanger bedoeld in artikel 1 tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing, tenzij de raad anders bepaalt. 5.De klachten over gedragingen waarbij de ombudsman is betrokken vanuit een vorige functie worden behandeld door de plaatsvervanger bedoeld in artikel 1 tweede lid. Artikel4Afstemming De ombudsman en de Jongerenombudsman stemmen hun werkzaamheden in onderling overleg af, daarbij rekening houdend met de wensen van de raad. Artikel5Rechtspositie 1.De gemeenteraad stelt een verordening vast waarin de rechtspositie van de ombudsman, de plaatsvervangende ombudsman en de Jongerenombudsman wordt geregeld. 2.In de verordening wordt het salaris, schorsing en ontslag van de ombudsman nader geregeld. Artikel6Bureau van de ombudsman 1.Er is een bureau van de ombudsman. 2.De begroting en de financiële verslaglegging van dit bureau maken deel uit van onderscheidenlijk de begroting en rekening van de gemeente. 3.Het college verschaft de ombudsman na overleg met hem, de middelen nodig voor een goede uitoefening van de functie. 4.Op het personeel van het bureau zijn de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Groningen (ARG) en de overige rechtspositieregelingen van de gemeente Groningen van overeenkomstige toepassing. 5.Voor de toepassing van de rechtspositieregelingen treedt de ombudsman jegens dit personeel op als hoofd van het Bureau van de ombudsman. 6.Van zijn bevoegdheid tot aanstelling, bestraffing, schorsing en ontslag ten aanzien van het in het vierde lid bedoelde personeel maakt het college geen gebruik, dan na een daartoe strekkend voorstel van de ombudsman. Artikel7Ontslag/einde benoeming 1.De ombudsman is van rechtswege van zijn functie ontheven wanneer de benoemingstermijn is verstreken. 2.De gemeenteraad ontslaat de ombudsman met ingang van de eerstvolgende maand na die waarin hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. 3.Indien de gemeenteraad besloten heeft tot opheffing van de functie van de ombudsman, dan wordt de ombudsman ontslagen met inachtneming van de toepassing van hoofdstuk 10d ARG; 4.De ombudsman kan naast de genoemde ontslaggronden in de Gemeentewet, artikel 81 q lid 3 door de gemeenteraad worden ontslagen: bij de aanvaarding van een ambt of betrekking zonder voorafgaande toestemming van de raad; bij het verlies van het Nederlanderschap. Artikel8Ontvangstbevestiging De ombudsman bevestigt de ontvangst van het verzoekschrift schriftelijk aan de verzoeker. Artikel9Bemiddeling 1.De ombudsman kan gedurende een onderzoek de verzoeker en het bestuursorgaan voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing van de klacht te komen. 2.De ombudsman brengt ook na een geslaagde bemiddeling een verslag uit. Artikel10Afronding onderzoek Een onderzoek naar een klacht wordt in beginsel binnen drie maanden afgesloten met een verslag, waarin de ombudsman zijn bevindingen en een conclusie heeft neergelegd. Artikel11Werkinstructie Voor zover de ombudsman dit nodig acht, maakt hij een werkinstructie voor zijn werkzaamheden. Artikel12Werkzaamheden voor andere rechtspersonen 1.De ombudsman kan werkzaamheden verrichten voor andere rechtspersonen, zulks onder verantwoordelijkheid van die betreffende rechtspersonen, zonder dat dit afbreuk doet aan de onafhankelijkheid van de ombudsman. 2.De bepalingen van deze verordening zijn daarbij zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 3.De werkzaamheden kunnen worden verricht indien met de gemeenteraad, in overleg met de ombudsman, een daartoe strekkende overeenkomst is vastgesteld. Artikel13Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen, vastgesteld bij raadsbesluit van 29 juni 2016. Artikel14Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen 2016’. Gedaan te Groningen ter openbare raadsvergadering van 25 januari 2017.De voorzitter,Peter den OudstenDe griffier,Toon Dashorst

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.