← Nederland

Bouwverordening Gemeente Leeuwarderadeel 2016 (Leeuwarderadeel)

Bouwverordening Gemeente Leeuwarderadeel 2016 BOUWVERORDENING 2016 (vastgesteld bij Raadsbesluit ) Kenmerk nr. 2016/48 Inhoudsopgave Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.

Artikel2

.6.9Aanwezigheid van

Artikel2

.6.10Kwaliteit van

Artikel2

.6.11Gelijkwaardigheid Vervallen Artikel2.6.12Communicatiesystemen voor publieke hulpverleningsdiensten Vervallen Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervalen Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen Artikel2.7.3AEis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming Vervallen Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen Hoofdstuk3De melding Artikel3.1De wijze van melden Vervallen Artikel3.2Welstandscriteria Vervallen Hoofdstuk4Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden Vervallen Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie Vervallen Artikel4.4Het uitzetten van de bouw Vervallen Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen Vervallen Artikel4.7Bemalen van bouwputten Vervallen Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein Vervallen Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein Vervallen Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder Vervallen Artikel4.11Bouwafval Vervallen Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden Vervallen Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen Vervallen Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming Vervallen Artikel4.15 Vervallen Hoofdstuk5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het werken van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen Vervallen Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer, brandblusvoorzieningen Vervallen Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten Vervallen Paragraaf2Staat van brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en

Artikel5

.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen Vervallen Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard Vervallen Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen Vervallen Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen Vervallen Paragraaf3Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding Vervallen Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet Vervallen Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet Vervallen Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering Vervallen Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering Vervallen Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen Vervallen Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen Vervallen Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie Vervallen Hoofdstuk6Brandveilig gebruik Vervallen Hoofdstuk7Overige gebruiksbepalingen Paragraaf1Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen Vervallen Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens Vervallen Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid Vervallen Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne Vervallen Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen Vervallen Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel7.3.1 Vervallen Artikel7.3.2Hinder Vervallen Artikel7.3.3Scherpe voorwerpen langs de weg Vervallen Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie Vervallen Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water Vervallen Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties Vervallen Hoofdstuk8Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning Vervallen Artikel8.1.3In behandeling nemen Vervallen Artikel8.1.4Termijn van beslissing Vervallen Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen Vervallen Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Artikel8.1.7Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding Vervallen Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein Vervallen Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden Vervallen Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen Vervallen Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt Vervallen Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest Vervallen Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen Vervallen Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen Vervallen Hoofdstuk9Welstand Artikel9.1De advisering door de welstandscommissie De advisering over de redelijke eisen van welstand is opgedragen aan een externe onafhankelijke instelling, die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie. De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Samenstelling van de welstandscommissie De welstandscommissie bestaat ten minste uit vijf leden, waaronder een voorzitter en een secretaris, waarvan ten minste drie leden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. In de welstandscommissie kan een ingezetene van de gemeente anders dan bedoeld in het eerste lid zitting hebben. Artikel9.3Reglement van orde Welstandscommissie Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 (reglement op de commissie) bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere regels voor de samenstelling, de taakomschrijving, de werkwijze en de benoemding van de leden. Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de welstandscommissie; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassingen van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.5Termijn van advisering De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen twee weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde lid van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Artikel9.6Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie waarin de aanvraag wordt behandeld. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin speekrecht. Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase en de beraadslagingen. Artikel9.7Afdoening onder verantwoordelijkheid/mandaat De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies onder verantwoordelijkheid/mandaat overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden (voorzitter en/of secretaris) adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. In elk geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie. Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk. Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken Vervallen Hoofdstuk10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning Vervallen Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen Vervallen Artikel10.3Overdragen vergunningen Vervallen Artikel10.4Overdragen mededeling Vervallen Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen Vervallen Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11Handhaving Artikel11.1Bevel tot stilleggen van de bouw Vervallen Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming Vervallen Artikel11.3Stilleggen van het slopen Vervallen Artikel11.4 Vervallen Hoofdstuk12Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten Vervallen Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek Vervallen Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Vervallen Artikel12.4 Vervallen Artikel12.4.a Vervallen Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding Vervallen Artikel12.6Slotbepaling Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is afgekondigd; Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Bouwverordening Leeuwarderadeel 2012 met alle daarna ingebrachte wijzigingen. ; Artikel12.7Overgangsbepaling algemeen Op een aanvraag om bouwvergunning, omgevingsvergunning, vrijstelling, gebruiksvergunning of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze verordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de onderhavige verordening, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEEUWARDERADEEL; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2016 (kenmerk 2016/48); Gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en de Woningwet BESLUIT: Vast te stellen de Bouwverordening van de gemeente Leeuwarderadeel 2016; De voorgaande Bouwverordening van de gemeente Leeuwarderadeel 2012 met alle daarna ingebrachte wijzigingen in te trekken, Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 december 2016 Drs. J.R.A. Boertjens voorzitter, mevrouw mr. G.J. Olthof griffier. BIJLAGEN Bijlage Reglement van orde van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Reglement op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit In dit reglement worden de instelling, de samenstelling, de benoeming en de werkwijze van de commissie vastgesteld. Dit reglement dient als bijlage van de gemeentelijke Bouwverordening. Inhoud: Begripsbepalingen Aanwijzing van de commissie Benoeming van de commissie Taken van de commissie Taakomschrijving Wettelijke taken Niet wettelijke verplichte taken Taakomschrijving commissieleden Werkwijze gemeente Werkwijze van de commissie Centrale en lokale commissie Gemandateerde behandeling Openbaarheid, locatie en publicatie Commissievergadering Vooroverleg Spreekrecht Advies Afwijken van het advies/vragen van een “second opinion Jaarverslag Commissie Begripsbepalingen Het college: het college van burgemeester en wethouders De GR hûs en hiem: de Gemeenschappelijke Regeling hûs en hiem De commissie: de gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, i.c. de Welstands- en/of Monumentencommissie en/of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Aanvraag: een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (ex artikel 2.1, lid 1, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Advies: advies als bedoeld in de artikelen 2.26, lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, juncto artikel 6.2, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht en in de van toepassing zijnde regelgeving in de gemeentelijke verordeningen. Aanwijzing van de Commissie De gemeente wijst de GR hûs en hiem aan als Welstandscommissie die aan het college advies uitbrengt over de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, waarvoor een aanvraag voor bouwen is ingediend, in strijd is met de redelijke eisen van welstand. De gemeente wijst de GR hûs en hiem aan als commissie, die het college advies uitbrengt over de vraag of een aanvraag is ingediend niet in strijd is met de Monumentenwet 1988 en de Monumentenverordening. De commissie kent de volgende samenstelling: een voorzitter een secretaris, de adviseur ruimtelijke kwaliteit van hûs en hiem ten minste twee architecten ten minste één monumentenarchitect ten minste één stedenbouwkundige ten minste één architectuurhistoricus ten minste één gemeentelijke bouwtechnisch deskundige ten minste één een burgerlid en facultatief andere disciplines, zoals bijv. landschapskunde en dergelijke welke voor een adequate beoordeling van belang worden geacht. De gemeente wijst de GR hûs en hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg aan als monumentencommissie. De Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, functionerend als integrale Welstandscommissie, Monumentencommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en adviseert zowel op welstandsaspecten op basis van de Woningwet, als op monumentenaspecten op basis van de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke en provinciale monumentenverordening/erfgoedverordening. In het geïntegreerde advies komt duidelijk naar voren welke aspecten betrekking hebben op welstand, welke op de aanvraag om van de Monumentenwet 1988 en welke op de overige ruimtelijke kwaliteitsvragen. De (integrale) commissie kent als vaste bezetting ten minste de disciplinaire samenstelling die voor een adequate beoordeling van de welstands-, van de monumenten en van de ruimtelijke kwaliteitsaspecten relevant worden geacht. De Commissie hanteert als toetsingskader de door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsgerichte – en objectgerichte criteria. Benoeming van de commissie De GR hûs en hiem doet voor elke zittingstermijn een voordracht voor commissieleden en hun plaatsvervangers aan het college. Indien gewenst vindt hierover vooroverleg plaats tussen de gemeente en de GR hûs en hiem. De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de commissie en hun plaatsvervangers worden op voorstel van het college benoemd en ontslagen door de gemeenteraad. Taken 4.1 Taakomschrijving Commissie De Commissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De taken van de commissie worden uitgevoerd op grond van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Monumentenwet 1988 en gemeentelijke en provinciale monumentenverordeningen/erfgoedverordening. De Commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota. 4.2 Wettelijke taken Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De commissie is bevoegd om het college te adviseren over de welstandsaspecten van een bouwwerk overeenkomstig artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 12 en 12a van de Woningwet, artikel 11 van de Monumentenwet 1988 en aanvragen waarop de gemeentelijke erfgoedverordening van toepassing is. Vergunningplichtige bouwaanvragen worden in de regel binnen twee weken na behandeling van een welstandsadvies voorzien. 4.3 Niet wettelijk verplichte taken. De Commissie kan de opdracht krijgen om naast de reguliere taken de volgende (niet wettelijk verplichte) taken uit te voeren: Beoordeling van aanvragen voor reclames (inzake de gemeentelijke Algemene plaatselijke verordening); Onder de regie van de gemeente en op verzoek van de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen; Desgevraagd advies uitbrengen over de herziening van de welstandsnota; Desgevraagd adviezen uitbrengen aan het college over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken; Desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente; Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn; Voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, burgemeester en wethouders en burgers. 5 Taakomschrijving commissieleden De leden van de commissie (voorzitter, secretaris en overige leden) worden geselecteerd op de noodzakelijk geachte materiedeskundigheid en hun onafhankelijkheid. De voorzitter en/of secretaris voert/voeren onder regie van de gemeente namens de commissie het (eerste) vooroverleg met de planindieners, ontwerpers en andere belanghebbenden, verzamelt/verzamelen relevante informatie en bereidt/bereiden de behandeling van de adviesaanvragen in de commissie voor. De secretaris stelt in samenspraak met de voorzitter en de behandelend ambtenaar van de gemeente de agenda voor de commissievergadering op. Tijdens de commissievergadering introduceert de secretaris de bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het betreffende pand en/of gebied. Onder de verantwoordelijkheid van de secretaris wordt de beraadslaging en de conclusie(

  1. s)over een bouwplan uitgewerkt in een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen twee weken na de commissievergadering verzonden wordt. De voorzitter, een materiedeskundige met bestuurlijke ervaring, is verantwoordelijk voor functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. Hij/zij ziet toe dat de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijke welstandsbeleid. Tijdens de vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/gastvrouw voor alle aanwezigen. Hij/zij licht de vergaderorde toe en informeert wie van de aanwezigen bij een agendapunt wil toelichten. Indien een plan in vooroverleg is besproken doet de voorzitter c.q. de secretaris verslag van hetgeen in dat stadium van het planproces is besproken. Na de fase van de toelichtingen (secretaris/gemeente/externe toelichters) wordt deze afgerond en vangt de fase van de beraadslaging aan, een fase waaraan alleen de leden van de commissie deelnemen. De voorzitter draagt er zorg voor dat na de inhoudelijke discussie een voor alle aanwezigen korte en heldere samenvatting wordt gegeven, resulterend in een conclusie. De voorzitter bewaakt de voortgang van de agenda. De voorzitter c.q. secretaris onderhoudt de contacten met het gemeentebestuur en de relevante gemeentelijke diensten. Indien een adviesaanvraag niet is voorzien van de in artikel 6 genoemde bescheiden en hierdoor een afgewogen advisering niet mogelijk is, neemt de voorzitter c.q. secretaris de adviesaanvraag niet voor behandeling in de commissie aan. De voorzitter ziet er op toe dat, in het geval dat één van de leden van de commissie op een of andere wijze een zakelijke binding heeft met een bouwplan, dit lid in voorkomend geval niet zal deelnemen aan de beraadslagingen en zo mogelijk zal worden vervangen. Bij het overleg met de gemeente en de pers treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijk evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten van de evaluatie worden opgenomen in het jaarlijkse verslag van de commissie. Werkwijze gemeente Een advies kan worden gevraagd voor alle plannen waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangevraagd. De gemeente draagt er zorg voor dat de commissie inzicht heeft of het plan in overeenstemming os met de vereisten in de bouwverordening en in de planologische aanvaardbaarheid van het plan en indien strijdig in de aard van de strijdigheid. Ten behoeve van de welstands- en monumententoets beoordeelt de gemeente f het bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden zoals omschreven in de Regeling omgevingsrecht, onder hoofdstuk 2, artikel 2.5 inzake redelijk eisen van welstand en onder hoofdstuk 5 inzake activiteiten met betrekking tot een beschermd monument. Deze betreffen in ieder geval: Tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; Principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; Kleurenfoto’s van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing Opgave van de toe te passen bouwmaterialen en kleur daarvan (uitwendige scheidingsconstructie). In ieder geval worden opgegeven het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking; De tekeningen bij de aanvraag om een vergunning voor een bouwactiviteit zijn voorzien van een duidelijke maatvoering. Werkwijze van de commissie 7.1 Centrale en lokale commissie De commissie kent een tweetal werkwijzen, één op locatie bij de gemeente (lokale commissie) en één op het bureau van hûs en hiem (centrale commissie). 7.2 Gemandateerde behandeling De secretaris van de centrale commissie, de adviseur ruimtelijke kwaliteit van hûs en hiem, die tevens de rol van voorzitter van de lokale commissie vervult, heeft een mandaat om adviesaanvragen betreffende bouwplannen waarvan het oordeel over de welstands-, monumenten- en de ruimtelijke kwaliteitsaspecten van de commissie als bekend mag worden verondersteld te behandelen en van een advies te voorzien. 7.3 Openbaarheid, locatie en publicatie commissievergadering De commissie vergadert in de regel eenmaal per twee weken. De vergaderingen vinden plaats ofwel in het gemeentehuis, dan wel op een andere vaste locatie binnen de gemeente (lokale commissie), en/of centrale locatie (centrale commissie). De behandeling van de adviesaanvragen is openbaar, tenzij de gemeente op grond van het gestelde in de Wet Openbaarheid van Bestuur, gronden aanwezig acht om de behandeling besloten te doen plaatsvinden. De behandeling van bouwplannen in mandaat is evenzeer openbaar met dezelfde uitzonderingsclausule op grond van de Wet Openbaar Bestuur. De gemeente informeert op verzoek van de aanvrager van een omgevingsvergunning waar en wanneer behandeling van de commissie plaatsvindt. Voor zoveel mogelijk zal de agenda van de lokale commissie op het gemeentehuis ter inzage worden gelegd en worden gepubliceerd in het lokale huis-aan-huisblad alsook onderdeel vormen van de gemeentelijke website. Hûs en hiem, welstandsadvisering en monumentenzorg, informeert op verzoek van de aanvrager van een omgevingsvergunning, van de gemeente, dan wel van andere belangstellenden waar en wanneer behandeling in de centrale commissie plaatsvindt. De agenda voor de centrale commissie wordt daarnaast gepubliceerd op de website van hûs en hiem. 7.4 Vooroverleg De gemeente kan een nog niet formeel ingediende aanvraag ter advisering voorleggen aan de commissie. Het vooroverleg vindt, als de aanvrager daarom verzoekt, in beslotenheid plaats. Een vooroverleg mondt uit in een schriftelijk advies aan het college Het in het vooroverleg tot stand gekomen schriftelijke advies maakt onderdeel uit van de bespreking in de openbare planbehandeling van de formele adviesaanvraag. Spreekrecht Tijdens de vergadering van de commissie wordt de mogelijkheid tot spreekrecht geboden, in die zin dat opdrachtgevers, ontwerpers, gemeentelijke vertegenwoordigers en andere belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld de vergadering bij te wonen en de planvoornemens toe te lichten. De commissieleden en toelichtende partijen krijgen daarna de gelegenheid tot het stellen van vragen. Na beantwoording daarvan wordt de toelichtende fase afgesloten en vangt de beraadslaging van de commissie aan, waarna het advies wordt geformuleerd. Het advies De commissie brengt heldere en goed beargumenteerde schriftelijke adviezen uit aan het college over de vraag of “het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk”, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand (art. 12, lid 1 Woningwet). Dit wordt beoordeeld van de hand van de criteria die daartoe door de gemeenteraad zijn vastgesteld. En welstandsadvies kan de volgende conclusie hebben: Niet strijdig De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria en/of monumentenbelangen niet in strijd is met redelijke eisen van welstand en/of monumentenzorg. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk. Niet strijdig mits De commissie is van oordeel dat het plan op onderdelen strijdig is met de toetsingscriteria, tenzij tegemoet gekomen wordt aan de geformuleerde bezwaren op die punten. De commissie omschrijft nauwkeurig welke onderdelen van het plan bezwaarlijk zijn. In het geval het college het advies overneemt, krijgt de aanvrager voor zover dit nog past binnen de beschikbare vergunningstermijn, de gelegenheid om de plannen te wijzigen en aan de bezwaarpunten tegemoet te komen. Het college kan ook besluiten om de voorwaarden van het advies op te nemen in de omgevingsvergunning. Strijdig De commissie is van oordeel dat het bouwplan strijdig is met de redelijke eisen van welstand en/of monumentenzorg en/of ruimtelijke kwaliteit. Een negatief standpunt houdt in dat indien het college het advies overneemt, het (bouw)plan ingrijpend zal moeten worden gewijzigd. Adviseert de commissie negatief dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze omvat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en/of monumentenbelangen en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten. Aanhouden De commissie kan het advies aanhouden – waarbij de gemeente aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningstermijn – wanneer meer informatie en/of een andere toelichting van de opdrachtgever/ontwerper noodzakelijk is voor een geode beeldvorming en een afgewogen oordeel; de commissie van oordeel is dat bijzondere omstandigheden, andere dan die gelden voor de toepassing van de hardheidsclausule, opgenomen in de welstandsnota, nopen tot afwijking van het gemeentelijk welstandsbeleid. Zij geeft dan gemotiveerd aan op grond waarvan afwijken gerechtvaardigd is. Daarnaast is er sprake van het (in formele zin) aanhouden van een advies, wanneer het een voorlopige planbeoordeling betreft, zoals van toepassing bij een zogenaamd pre-advies. Afwijken van het advies/ het vragen van een second opinion Het college kan bij het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het advies van de commissie, indien hij van mening is dat de commissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd of toepast. De redenen voor het afwijken worden bij het bekendmaken van het besluit vermeld. Alvorens definitief te beslissen kan het college de commissie de mogelijkheid van heroverweging bieden. Het college heeft op grond van artikel 2.10, lid 1d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid om bij strijdigheid van een bouwplan met de redelijke eisen van welstand toch een omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, indien hij van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend. De afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen gemotiveerd. Het college kan eventueel op advies van de commissie gemotiveerd afwijken van de in de gemeentelijke welstandsnota vastgelegde welstandscriteria. Dat kan in het geval dat een bouwplan strijdig is met de welstandscriteria, maar niet strijdig is met de redelijke eisen van welstand. In die gevallen moet in het advies worden gemotiveerd waarom het verantwoord is af te wijken van de van toepassing zijnde welstandscriteria. Indien het college zich niet kan verenigen met het advies van de commissie, kan hij een second opinion inwinnen. Alvorens een second opinion te vragen, biedt het college eerst de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies, waarbij wordt aangegeven op welke punten naar de mening van burgemeester en wethouders de houdbaarheid van het advies mogelijk in het geding is. Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit ter kennis van de commissie gebracht. Bij een second opinion wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een elders in Nederland functionerende commissie. De gemeente neemt daartoe contact op met de Federatie Welstand. Jaarverslag commissie en college De commissie legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria en de overige, vastgestelde, gemeentelijke ruimtelijke kwaliteitsuitgangspunten. Tenminste eenmaal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de commissie. Het college brengt aan de gemeenteraad jaarlijks verslag uit over de uitvoering van het welstandsbeleid. Voor de aspecten die in dit verslag tenminste aan de orde moeten komen, wordt verwezen naar artikel 12b van de Woningwet. De gemeenteraad beslist op grond van de jaarverslagen over eventuele aanvullingen en/of aanpassingen van de gemeentelijke welstandsnota. Handreiking voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van asbest Asbestcementproducten en overige producten waarin asbest in hechtgebonden vorm voorkomt (N.B. De aanduiding ”hechtgebonden” geldt voor het nieuwe product. Door slijtage kan de hechtgebondenheid van deze producten in de loop der tijd afnemen.) Product Mogelijk toegepast in Mate waarin het is toegepast Uiterlijk Asbestcement, vlakke plaat Gevels, dakbeschot, rondom schoorstenen Vaak Grijze plaat van 3 tot 8 mm dik, vaak aan een kant ‘wafelstructuur” Asbestcement, vlakke gevelplaat met coating Decoratieve buitengevels, galerij Vrij algemeen in flats Als vlakke plaat maar met aan een kant gekleurde geëmailleerde of gespoten coating Asbestcement, schoorsteen of luchtkanaal Bij kachel of CV-installatie, ventilatiekanalen Vaak Rond of vierkant kanaal, verder als vlakke plaat Asbestcement, bloembak Zowel buiten als binnen, balkons Vaak In diverse vormen, verder als vlakke plaat, meestal dunner dan betonnen bak Asbestcement, golfplaat Daken van schuren en garages Vaak Als golfplaat, in diverse dikten Asbestcement met cellulosevezels (asbestboard) Alleen geschikt voor binnentoepassingen, aftimmeringen, inpandige kasten Soms Geelbruine, dunne plaat, lijkt op hardboard Asbestcement, dakleien Imitatieleien In Nederland weinig toegepast Vlakke plaatjes, aan één zijde gecoat Asbestcement, standleidingen Afvoer toilet Vaak Als luchtkanaal, maar dikker Asbestcement, imitatiemarmer Vensterbanken en schoorsteenmantels Soms Als marmer, in breuk of zaagvlakken zijn witte vezels zichtbaar Harde asbesthoudende vinyltegels Toiletten, keukens Soms, meestal bij de bouw gelegd Harde tegel met meestal een wit gevlamd motief Producten waarin asbest in een niet-hechtgebonden vorm voorkomt. Afdichtkoord Afdichting schoorstenen kachelruitjes en deurtjes, in oude haarden en allesbranders, Regelmatig Wit tot vuilgrijs pluizig koord Asbesthoudend stucwerk Op (vochtige) muren en plafonds Nauwelijks Vezelige korrelstructuur Brandwerend board Onder CV-ketels, wanden CV-kast, stoppenkast, plafonds, trapbeschot Regelmatig, vooral in flats en grotere complexen Lichtbruin tot geel, zachtboardachtig Asbestkarton Bekleding zoldering Weinig Lichtgrijs, kartonachtig Vinylzeil met asbesthoudende onderlaag Keukens, trappen enz., geproduceerd voor 1983 Zeer vaak Zeer divers, alleen te herkennen door analyse onderlaag Toelichting tabel Herkennen van asbest Alleen in een laboratorium kan met 100 procent zekerheid worden vastgesteld of een materiaal of een product asbest bevat. Wel kunt u materialen herkennen waarin mogelijk asbest zit. Het bovenstaande overzicht helpt daarbij. Dit overzicht is niet volledig. Voor de herkenning van vinylvloertegels en vinylvloerbedekking (in de volksmond zeil) waarin mogelijk asbest zit, kan de volgende informatie worden gegeven: - Asbesthoudende vinylvloertegels Tot omstreeks 1985 waren vinylvloertegels te koop, die verstevigd zijn met asbest. Meestal zijn deze kunststoftegels al tijdens de bouw gelegd. Vinylvloertegels zijn veelal toegepast in vochtige ruimten, zoals toiletten en keukens. Vinylvloertegels zijn hard en een beetje glanzend, vaak met een wit “gevlamde” decoratie. -Asbesthoudende vinylvloerbedekking Vinylvloerbedekking met asbest was tussen 1968 en 1983 te koop. Het is veel gebruikt in keukens en op trappen. De toplaag is van PVC en in de onderlaag zit asbest. Deze viltachtige onderlaag lijkt op karton en is lichtgrijs tot lichtbeige en soms lichtgroen. Asbest zit bijna nooit in de volgende soorten vloerbedekking: vloerbedekking van textiel (tapijt); ondertapijt van vilt; breekbaar, dun zeil met een doffe, zwarte of wijnrode onderkant; stijve, zeilachtige vloerbedekkingen met een harde, ruwe onderzijde met daarin een grofmazig juteweefsel, zoals linoleum; buigzaam zeil met een dikke, bruine, harige onderzijde; soepel zeil met een onderkant van kunststof (plastic) of foam (schuim). Ten slotte is het van belang het volgende te weten: Toepassing en verkoop van asbest is sinds 1 juli 1993 nagenoeg verboden. Na 1983 is vrijwel geen losgebonden asbest meer toegepast. Sinds enkele jaren zijn ook asbestvrije cementplaten (bijvoorbeeld golfplaten) op de markt. De in Nederland gefabriceerde asbestvrije cementplaten zijn te herkennen aan de opdruk NT aan de onderzijde van de plaat. Figuur 1 Voor verkeer vrij te houden hoogten (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  2. c)Figuur 2 Voor verkeer vrij te houden hoogten (artikelen 2.5.7 en 2.5.8) Figuur 3 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  3. a)Figuur 4 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  4. a)Figuur 5 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  5. a)Figuur 6 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  6. b)Figuur 7 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  7. c)Figuur 8 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  8. c)Figuur 9 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  9. d)Figuur 10 Ligging van de achtergevelrooilijn (artikel 2.5.11, eerste lid, onder
  10. e)Figuur 11 Teruglegging met het oog op de daglicht toetreding van achtergevelrooilijn die een scherpe hoek met elkaar vormen (ingevolge artikel 2.5.11, lid 2) Figuur 12 Bouwhoogte in voor- en achtergevelrooilijn en daartussen. Maximum bouwhoogte (artikelen 2.5.20, 2.5.21, 2.5.23 en 2.5.25). Binnen de bebouwde kom Figuur 13 Bouwhoogte in voor- en achtergevelrooilijn en daartussen. Maximum bouwhoogte (artikelen 2.5.20, 2.5.21, 2.5.23 en 2.5.25). Buiten de bebouwde kom Figuur 14 Bouwhoogte in voor- en achtergevelrooilijn en daartussen. Maximum bouwhoogte (artikelen 2.5.20, 2.5.21, 2.5.23 en 2.5.24, alternatief 2). Binnen grootstedelijke delen van de bebouwde kom Figuur 15 Bouwhoogte in de voorgevelrooilijn (artikelen 2.5.20, derde lid, eerste alinea) Figuur 16 Bouwhoogte in de voorgevelrooilijn (artikelen 2.5.20, derde lid, tweede alinea) Figuur 17 Bouwhoogte in de achtergevelrooilijn (artikelen 2.5.21, tweede lid, eerste alinea) Figuur 18 Bouwhoogte in de achtergevelrooilijn (artikelen 2.5.20, tweede lid, tweede alinea) Figuur 19 Hoogte van een zijgevel tegenover een achtergevelrooilijn (artikelen 2.5.22) Bijlagen behorende bij artikel 1.3

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.