Subsidieverordening OndernemersfondsDe Raad van de Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 20 december 2006; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 december 2006; Gelet op artikel 147 Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de Subsidieverordening Ondernemersfonds Subsidieverordening Ondernemersfonds Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.College: College van Burgemeester en Wethouders; b.Raad: raad van de gemeente Nijmegen; c.Collectief belang: belang dat het particuliere belang van een onderneming of van een groep van ondernemingen overstijgt; d.Ontwikkelpartnerschap: een samenwerkingsverband dat de begunstigde ten behoeve van de voorbereiding en subsidiëring van het in aanmerking te brengen project is aangegaan met medebelanghebbenden bij het project; e.Mkb: Midden- en kleinbedrijf: een bedrijf, niet zijnde een vereniging of stichting,waarbinnen minder dan 250 personen werkzaam zijn. Artikel2.Doelstelling Ondernemersfonds Doelstelling van het Ondernemersfonds is het steunen van projecten die een bijdrage leveren aan de verbetering van het ondernemersklimaat in de gemeente Nijmegen waartoe ook de bedrijventerreinen Bijsterhuizen en West Kanaaldijk/De Sluis gerekend worden. Artikel3.Subsidieverlening De gemeente Nijmegen kan op basis van deze verordening aan samenwerkingsvormen van ondernemers, als bedoeld in artikel 5, subsidie verlenen: a.ten behoeve van haalbaarheidsstudies en planvorming; b.ten behoeve van kennisontwikkeling- en overdracht; c.ten behoeve van de ontwikkeling en uitbreiding van netwerken; d.ten behoeve van investeringsprojecten. Het bevoegde orgaan om te beslissen op subsidieaanvragen is: a.de Raad indien het subsidiebedrag € 100.000 of meer bedraagt; b.het College indien het subsidiebedrag minder dan € 100.000 bedraagt. Artikel4Advisering Voordat door of namens een van de organen op een aanvraag om subsidie wordt beslist wordt het advies gevraagd van een adviescommissie, de “Taskforce Ondernemersfonds”. Artikel5.Aanvrager 1.Voor subsidie komen de volgende samenwerkingsvormen in aanmerking: verenigingen naar burgerlijk recht; stichtingen; ontwikkelpartnerschappen; 2.Indien een ontwikkelpartnerschap aanvrager is, treedt een van de deelnemende partners in het ontwikkelpartnerschap op als subsidieaanvrager. 3.Aanvragers dienen in Nijmegen of op de bedrijventerreinen Bijsterhuizen, dan wel West Kanaaldijk/De Sluis gevestigd te zijn. Artikel6.Algemene voorwaarden voor subsidiëring 1.Projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd dienen te passen binnen de doelstelling van het Ondernemingsfonds, niet strijdig te zijn met het Sociaal Economisch Beleidsplan Nijmegen en een collectief belang te dienen. 2.Een aanvraag om subsidie komt slechts voor honorering in aanmerking indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de aanvraag heeft betrekking op één project; de aanvrager maakt de financieringsbehoefte aannemelijk; de financiering heeft geen betrekking op sanering van schulden, dan wel op een afbouw van bedrijfsactiviteiten; in de gevraagde financiering kan niet op andere wijze worden voorzien; de aanvrager verkeert niet in staat van faillisement, vereffening, surcéance van betaling of akkoord en deze zijn niet aangevraagd of aanhangig; er is nog niet begonnen met de activiteiten warvoor de subsidie is aangevraagd; de resultaten van het project zijn meetbaar, en het project heeft een looptijd van maximaal drie jaar. 3.Kosten van voorbereiding van een project komen niet voor subsidie in aanmerking 4.Er wordt bij de honorering van de projecten rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van activiteiten over de gemeente. Artikel7.Inhoudelijke beoordelingscriteria voor subsidiëring 1.Bij subsidieverstrekking wordt voorranggegeven aan projecten die nieuwe dan wel innovatieve activiteiten betreffen met een te verwachten blijvend effect en die betreffen: aanvullende fysieke voorzieningen in de openbare ruimte en/of bedrijventerreinen; activiteiten op gebied van marketing en promotie; activiteiten de voorzien in de oprichting van een servicedesk voor het MKB; activiteiten die ondernemers faciliteren in het geval van administratieve- en aanbestedingstrajecten, dan wel activiteiten die criminaliteitspreventie bevorderen. 2.Bij subsidieverstrekking wordt voorrang gegeven aan projecten waarin wordt samengewerkt tussen verschillende aanvragers Artikel8.Subsidiebedrag 1.Het maximum subsidiebedrag dat wordt verstrekt bedraagt per aanvraag is € 500.000, tenzij de “de minimis” bepaling als bedoeld in artikel 87 van het Europees Verdrag van toepassing is. 2.Het te verstrekken subsidiebedrag bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is beperkt tot het maximum bedrag dat is vastgesteld in de beschikking tot subsidieverlening. 3.Het subsidieplafond voor het jaar 2006 bedraagt € 1.500.000 Artikel9.Aanvraag en te overleggen gegevens 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de aanvraag voor subsidieverlening in tienvoud ingediend overeenkomstig het door het college vastgestelde aanvraagformulier. Bij de aanvraag worden in ieder geval gevoegd: een volledige projectbeschrijving en bijbehorende begroting; een onderbouwd financieringsplan; een recente kopie van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, doch niet ouder dan 3 maanden; een kopie van de statuten van de rechtspersoon die de aanvraag indient, of in geval van indiening namens een consortium, van alle deelnemende rechtspersonen, en in geval van indiening namens een samenwerkingsverband, een kopie van de samenwerkingsovereenkomst. 2.Indien de subsidieverstrekking een bedrag van € 20.000,-- te boven gaat, dient binnen tien weken na afgifte beschikking, een Verklaring Omtrent het Gedrag van de rechtspersonen te worden overlegd. Artikel10.Voorschotverlening 1.Het College is bevoegd tot het verstrekken van voorschotten en het verbinden van voorwaarden daaraan. 2.Indien subsidie wordt verstrekt bedraagt het eerste voorschot 30% van de maximale subsidie betreffende het project. 3.Verdere voorschotten, waarbij het eerste voorschot wordt aangevuld tot ten hoogste 80% van de maximale subsidie, zijn onder voorwaarden, op verzoek mogelijk. 4.Een laatste saldobetaling zal plaatsvinden bij einddeclaratie van het project. 5.Indien de activiteiten niet worden uitgevoerd, of de subsidiemiddelen niet conform de projectaanvraag zijn besteed, zullen de al uitbetaalde voorschotten aan de verstrekker moeten worden terugbetaald. Artikel11.Rapportageplicht en evaluatie 1.De aanvrager dient de verstrekker periodiek op de hoogte te stellen van de voortgang van het project door middel van een door het College vast te stellen voortgangsrapportageformulier. 2.Indien het subsidiebedrag € 22.689,- of meer bedraagt, dient de einddeclaratie vergezeld te gaan van een accountantsverklaring. 3.De begunstigde zal alle medewerking verlenen aan de opstelling van een evaluatierapport m.b.t. deze subsidieverordening. Artikel12.Beslistermijn subsidieaanvraag 1.Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag. 2.Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager door het College in de gelegenheid gesteld om binnen tien weken na indiening aanvullingen hierop te geven. 3.De termijn bedoeld als in het eerste lid kan door het College in bijzondere omstandigheden, ter beoordeling aan het College met een termijn van acht weken worden verlengd. Het College informeert de aanvrager hierover schriftelijk. Artikel13.Uitvoeringsovereenkomst Het College is bevoegd om een uitvoeringsovereenkomst met de subsidieaanvrager te sluiten ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening. Artikel14.Intrekking, wijziging van de subsidieverlening Behalve in de gevallen genoemd in de Algemene wet bestuursrecht kan het college de subsidie intrekken of het subsidiebedrag ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen indien: de subsidieontvanger wijzigingen in aanwending van de subsidie niet vooraf ter beoordeling heeft voorgelegd aan het College; de subsidieontvanger de activiteiten waarvoor subsidie is verkregen, beëindigt; de subsidieontvanger de voorschriften in deze verordening, of de verplichtingen vermeld in de beschikking of in de uitvoeringsovereenkomst bij de beschikking niet nakomt; de subsidieontvanger in surseance van betaling of in staat van faillissement geraakt; dan wel de subsidieontvanger na afgifte van de beschikking alsnog feiten pleegt, die tot weigering van een verklaring als bedoeld in art 9, lid 2 zouden leiden. Artikel15Algemene subsidieverordening De Algemene subsidieverordening Gemeente Nijmegen 2002 is niet van toepassing op subsidies als bedoeld in deze verordening Artikel16Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als de "Subsidieverordening Ondernemersfonds”. Artikel17Inwerkingtreding Deze verordening treedt met ingang van 6 september 2006 in werking. Algemene toelichting op de Subsidieverordening Ondernemersfonds Artkel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.