Nr. 290943/292048 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2017; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van onderhoudsrechten gemeentelijke begraafplaatsen 2018, betreffende de periode vóór 1 april 2017. Artikel1Begripsomschrijvingen 1. Deze verordening verstaat onder: a begraafplaatsen: de drie gemeentelijke begraafplaatsen, gelegen aan respectievelijk de Bovenheigraaf te Wezep, de Mheneweg Zuid te Oldebroek en de Oostendorperstraatweg te Oosterwolde; b graf: een daartoe aangewezen gedeelte op een gemeentelijke begraafplaats waar één of twee grafruimten aanwezig zijn; c grafruimte: een ruimte in een graf bestemd en geschikt tot: - het begraven en begraven houden van één overledene of één asbus met of zonder urn; - het verstrooien van de as van één overledene; d particuliere grafruimte: een grafruimte of (een gedeelte van) een grafkelder, waarvoor voor (on)bepaalde tijd aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om één stoffelijk overschot of asbus of urn in onder te brengen of as te verstrooien van één overledene; e particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van maximaal twee asbussen met of zonder urn; f algemene grafruimte: een grafruimte bij de gemeente in beheer waarin aan iedereen gelegenheid wordt geboden tot het begraven van één overledene of één asbus met of zonder urn; g asbus: een bus voor de berging van de as van één overledene; h urn: een voorwerp voor de berging van één asbus; i verstrooiingsplaats: een daartoe bestemde plaats waarop as wordt verstrooid; j grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf of een urnennis; k grafrecht: het te heffen bedrag voor het verlenen van het uitsluitend recht voor het laten begraven van één overledene, urn of asbus, of voor verstrooiing van de as van één overledene in een grafruimte of voor het bijzetten van maximaal twee asbussen met of zonder urn in een particuliere urnennis; l begraafrecht: het te heffen bedrag voor het begraven van een overledene, urn of asbus, voor het bijzetten van een urn of asbus of voor verstrooiing van de as van één overledene; m onderhoudsrecht: het bedrag dat wordt geheven als deel in de kosten van het dagelijks onderhoud van de gehele begraafplaats, inclusief de graven, urnennissen en grafbedekking; n beheerverordening: de ‘Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2017’ van de gemeente Oldebroek, vastgesteld op 9 maart 2017. 2. De in deze verordening vermelde rechten en de door of namens de gemeente te verrichten diensten worden geacht te zijn verleend en/of uitgevoerd op grond van de beheerverordening. Artikel2Belastbaar feit 1. Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. 2. Deze verordening heeft betrekking op gebruik en diensten als bedoeld in het eerste lid ter zake van grafruimten en urnennissen waarvan de grafrechten zijn verleend in de periode vóór 1 april 2017. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag of voor wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals opgenomen in de tarieventabel die bij deze verordening hoort. Artikel5Belastingjaar, ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsduur van het onderhoudsrecht 1. Voor het onderhoudsrecht dat per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Voor het onderhoudsrecht dat is bedoeld in de artikelen 1.3 tot en met 1.6 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. 3. Het onderhoudsrecht is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, als dat later is, bij het begin van de belastingplicht. 4. Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat recht op ontheffing voor het in de artikelen 1.1 en 1.2 van de tarieventabel bedoelde onderhoudsrecht per jaar voor de in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de ontheffing wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden. Artikel6Wijze van heffing Het onderhoudsrecht wordt geheven via aanslag. Artikel7Termijnen van betaling 1. Het onderhoudsrecht moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald in maximaal twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel en in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 geldt voor het onderhoudsrecht genoemd in de artikelen 1.1 en 1.2 van de tarieventabel vanaf het tweede jaar van heffing, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds een maand later. Deze machtiging voor automatische betalingsincasso in tien gelijke termijnen is alleen mogelijk als het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet vermelde aanslag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.