Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmondHoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder: basistakenpakket: het basistakenpakket voor omgevingsdiensten, versie 2.3 van 25 mei 2011, behorende bij de ‘package deal’, gesloten door het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in 2009; belang van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit: zorg voor milieu, bodem, lucht, water(systemen), bouwwerken, infrastructuur, landschappen en natuur in ruime zin waarbij in samenspel met andere beleidsterreinen van de deelnemers aan duurzame ontwikkeling vorm wordt gegeven; colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten onderscheidenlijk het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland; deelnemer (s): de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende bestuursorganen van de gemeenten, te weten Beemster, Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en van provincie Noord-Holland; dienst: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2; dienstverleningsovereenkomst: de opdrachtovereenkomst die een deelnemer of derde partij met de dienst kan sluiten over door de dienst voor een deelnemer of derde partij uit te voeren taken en de voorwaarden waaronder die uitvoering plaatsvindt, daaronder mede begrepen de financiële voorwaarden; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van provincie Noord-Holland; provincie: provincie Noord-Holland; milieutakenpakket: adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van het milieu, waaronder alle vergunningverlenende, toezichthoudende en handhavingstaken in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet milieubeheer en daaruit voortvloeiende regelgeving en taken en advisering op het gebied van klimaat, duurzaamheid, lucht, geluid, externe veiligheid, bodem, water en RO. plustaken: taken op het gebied van de Wabo en/of de Drank- en Horecawet en/of de algemene plaatselijke verordening en/of andere taken die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemers aan deze regeling; uitvoering: het anders dan via algemeen verbindende voorschriften effectueren van genomen besluiten; n. Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel2Openbaar lichaam 1.Er is een openbaar lichaam, genaamd “Omgevingsdienst IJmond”. 2.Het openbaar lichaam is rechtspersoon en gevestigd te Beverwijk 3.Het openbaar lichaam is primair ingesteld in het belang van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in het samenwerkingsgebied. Hoofdstuk2Inrichting, samenstelling en werkwijze van het bestuur Artikel3Bestuur van dienst Het bestuur van de dienst bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel4Samenstelling 1.Het algemeen bestuur bestaat uit zestien leden. 2.De colleges wijzen ieder uit hun midden één lid van het algemeen bestuur aan 3.De colleges wijzen ieder uit hun midden één plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. Het plaatsvervangend lid vervangt het lid, bedoeld in lid 1, bij afwezigheid 4.Het in deze regeling ten aanzien van leden van het algemeen bestuur bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden Artikel5Zittingperiode en beeindiging lidmaatschap 1.De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan de periode waarvoor het college wordt benoemd. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het betreffende college afloopt 2.Hij die ophoudt collegelid te zijn, houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn 3.Het aanwijzen van een lid ter vervulling van een plaats die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvalt, vindt plaats binnen twee maanden na dit openvallen 4.Een plaatsvervangend lid treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden 5.De colleges kunnen ieder het door hen in het algemeen bestuur aangewezen lid te allen tijde ontslaan wanneer dit lid het vertrouwen van het betreffende college niet langer bezit. Artikel 50 van de Gemeentewet onderscheidenlijk artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit zijn artikel 4:8 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 6.De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die onderscheidenlijk het college dat hen heeft benoemd, schriftelijk op de hoogte. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien 7.Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt tevens op het moment van uittreding uit de regeling van de deelnemer die het lid vertegenwoordigt Artikel6Imcompatibiliteit Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege het bestuur van een deelnemer dan wel door of vanwege het bestuur van de dienst aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn voor een deelnemer of de dienst. Artikel7Orde 1.Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast 2.Het algemeen bestuur vergadert tenminste viermaal per jaar 3.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar 4.De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte der aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd 5.In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: de vaststelling van de begroting en de jaarrekening; het toetreden tot en het uittreden uit de regeling; c. het wijzigen en beëindigen van de regeling. Artikel8Stemrecht 1.In geval van stemming heeft ieder van de leden van het algemeen bestuur één stem. 2.Voor het nemen van een besluit geldt, indien de voorzitter of een van de leden om hoofdelijke oproeping verzoekt, een gewogen stemverhouding tussen de deelnemers 3.De verhouding van de stemmen over de leden van de verschillende deelnemers wordt bepaald op basis van de jaarlijkse financiële bijdrage van iedere deelnemer aan het openbaar lichaam 4.Het algemeen bestuur stelt deze verhouding vast op basis van de vastgestelde begroting voor het volgende jaar. Indien de begroting gedurende een jaar wordt gewijzigd, stelt het algemeen bestuur de stemverhouding opnieuw vast direct met het besluit tot vaststelling van de gewijzigde begroting. Artikel9Inlichtingen en verantwoording 1.Een lid van het algemeen bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van dat college worden gevraagd 2.Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid 3.Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden onderscheidenlijk provinciale staten van de deelnemende gemeenten en provincie 4.Het algemeen bestuur geeft de raden en provinciale staten alle inlichtingen die door één of meer leden van de gemeenteraad of van provinciale staten worden gevraagd 5.De gevraagde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt 6.Een verzoek om inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd op grond van het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel10Samenstelling 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit vier leden, inclusief de voorzitter, met inachtneming van de mogelijkheid tot benoeming van een vijfde lid op grond van het derde lid 2.De in het eerste lid bedoelde leden worden, naast de voorzitter, door het algemeen bestuur aangewezen uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de gemeenten Beverwijk, Haarlem, Heemskerk en Velsen 3.Het algemeen bestuur kan uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van de gemeenten Beemster, Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Waterland, Wormerland en Zandvoort en van provincie Noord-Holland een vijfde lid van het dagelijks bestuur aanwijzen. Artikel11Zittingperiode en beeindiging lidmaatschap 1.De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling, volgend op de dag van aftreden van de colleges. 2.Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt daarmee tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. Hij blijft, indien en voor zover hij nog lid is van het college, als lid van het dagelijks bestuur functioneren tot het moment waarop in zijn opvolging is voorzien. 3.Het aanwijzen van een lid ter vervulling van een plaats die door ontslag, overlijden of om andere reden openvalt, vindt plaats binnen twee maanden na dit openvallen 4.Een plaatsvervangend lid treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou hebben moeten aftreden 5.Het algemeen bestuur kan één of meer door hem aangewezen leden van het dagelijks bestuur ontslaan indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. Artikel 50 van de Gemeentewet onderscheidenlijk artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit zijn artikel 4:8 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing 6.Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, neemt zijn betrekking waar totdat zijn opvolger het lidmaatschap van het dagelijks bestuur heeft aanvaard Artikel12Orde 1.Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement wordt aan het algemeen bestuur medegedeeld 2.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of wanneer twee leden hem dit schriftelijk verzoeken onder opgave van de te behandelen onderwerpen. Indien een vergadering is gevraagd door het vereiste aantal leden, wordt zij binnen twee weken gehouden. 3.De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. Artikel13Stemmen en besluitvorming 1.Ieder lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. 2.In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 3.Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen 4.Bij staking der stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Artikel14Inlichtingen en verantwoording 1.Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur 3.Het reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop aan het eerste en tweede lid invulling wordt gegeven 4.Over al hetgeen het openbaar lichaam betreft dient het dagelijks bestuur de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het provinciebestuur desgevraagd van bericht en raad 5.Het dagelijks bestuur doet mededeling van het in het vierde lid bedoelde verzoek en de inhoud daarvan aan de deelnemers Artikel15De voorzitter 1.Het algemeen bestuur wijst uit haar leden, aangewezen door de colleges van Beverwijk, Haarlem, Heemskerk en Velsen, de voorzitter aan 2.Het algemeen bestuur wijst uit haar leden, aangewezen door de colleges van Beverwijk, Haarlem, Heemskerk en Velsen, een plaatsvervangend voorzitter aan 3.De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur. Hij geeft het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen. Indien het algemeen bestuur dit wenselijk acht, worden deze inlichtingen periodiek verstrekt. 4.Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel 50 van de Gemeentewet onderscheidenlijk artikel 50 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit zijn artikel 4:8 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 5.Lid 3 is van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangend voorzitter. Lid 4 is niet van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter in diens rol als lid van het algemeen bestuur Hoofdstuk3Taken en bevoegdheden Artikel16Taken en bevoegdheden dienst 1.De deelnemers uit de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest en Velsen dragen bij deze regeling de bevoegdheden beschreven in Bijlage I bij deze regeling aan het algemeen bestuur over. 2.Deelnemers en derden als bedoeld in artikel 18 kunnen aan het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de directeur mandaat verlenen ter uitvoering van de bevoegdheden van de betreffende deelnemer 3.Het nemen van zelfstandige besluiten op verzoeken om schadevergoedingen die veroorzaakt zouden zijn binnen het kader van de uitoefening van de onder de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden, is aan de deelnemers voorbehouden. Het nemen van deze besluiten wordt noch aan de bestuursorganen van de dienst overgedragen, noch opgedragen 4.De dienst voert voor de deelnemers in ieder geval het basistakenpakket uit en kan daarnaast ook het milieutakenpakket en/of plustaken uitvoeren. Bijlage I benoemt welke taken de dienst uitvoert 5.Voor een uitbreiding van de door de dienst uit te voeren taken en/of van de aan de dienst overgedragen bevoegdheden, is de goedkeuring van de raad, onderscheidenlijk provinciale staten van de betreffende deelnemer, alsmede unanieme instemming van zowel het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur vereist 6.Na besluitvorming als bedoeld in het vijfde lid wordt Bijlage I bij deze regeling aangepast zonder dat sprake is van een wijziging als bedoeld in artikel 37 van deze regeling. 7.Een deelnemer kan een verzoek tot vermindering van het takenpakket schriftelijk ter kennis brengen van de dienst, hetgeen wordt gelijkgesteld met een verzoek tot gedeeltelijke uittreding voor wat betreft deze taken zoals bedoeld in artikel 36 van de regeling. 8.Het voorgaande lid is niet van toepassing, wanneer wijzigingen in nationale en bovennationale wet- en regelgeving nopen tot wijzigingen in de bevoegdheidsverdeling ten aanzien van het takenpakket Artikel17Relatie deelnemers-dienst 1.Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de taken en bevoegdheden genoemd in artikel 16 worden door of namens het dagelijks bestuur en de deelnemers schriftelijke afspraken gemaakt in de vorm van een afsprakenkader 2.In het afsprakenkader kunnen bepalingen komen te staan inzake: de omvang en kwaliteit van de te verlenen diensten en te leveren producten door de dienst; de uitvoering in relatie tot de bepalingen in artikel 33; de samenwerkingsstructuur en het -overleg; informatieverstrekking en rapportages; verplichtingen en kwaliteitsborging, daaronder begrepen de verordeningen als bedoeld in artikel 5.4 van de Wabo; mandaten en machtigingen; archivering; aansprakelijkheden en risico’s; gegevensbeveiliging en klachten; j. duur, wijziging en opzegging van het afsprakenkader 3.Elke deelnemer stelt periodiek beleid vast, waarin de ontwikkelingsrichtingen in het te voeren beleid met betrekking tot de in deze regeling ingebrachte taken uiteen wordt gezet. Mede op basis van dit beleid stelt de dienst jaarlijks een uitvoeringsprogramma op 4.In het uitvoeringsprogramma legt de dienst vast welke diensten en producten op grond van de dienstverleningsovereenkomsten bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden geleverd aan de deelnemer of derde Artikel18Taken op verzoek 1.De in artikel 16 aangeduide taken kunnen door de dienst op verzoek voor deelnemers en derden op grond van een dienstverleningsovereenkomst worden uitgevoerd 2.In de dienstverleningsovereenkomst worden in ieder geval bepalingen opgenomen met betrekking tot de kosten van de uitvoering van de taak en de bepalingen zoals genoemd in artikel 17 tweede lid 3.In het uitvoeringsprogramma bedoeld in artikel 20 tweede lid onder b, legt de dienst vast welke diensten en producten op grond van de afsprakenkaders bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden geleverd aan de deelnemer of derde Artikel19Delegatie en mandaat door de deelnemers Vervallen Artikel20Algemeen bestuur 1.Bij het algemeen bestuur berusten alle bevoegdheden die niet bij of krachtens deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn voorbehouden 2.Het algemeen bestuur is in ieder geval belast met en bevoegd tot: a. het vaststellen van het tweejaarlijkse strategische beleidsplan (inclusief organisatie-ontwikkelings- en kwaliteitsborgingsplan); b. het vaststellen van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma; c. het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; d. het besluiten tot deelname aan en samenwerken met gemeenschappelijke regelingen en het (mede) oprichten van privaatrechtelijke rechtspersonen, nadat de raden en provinciale staten van de deelnemers in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen; e. het instellen van commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling indien en voorzover nieuwe wetten en/of regels hiertoe nopen en het uitsluitend technische wijzigingen betreft. Voor een wijziging als hier bedoeld behoeft niet de procedure als omschreven in artikel 37 te worden gevolgd 3.Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur of aan een bestuurscommissie als bedoeld in het tweede lid onder e bevoegdheden van het algemeen bestuur over- of opdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen deze overdracht verzet. Het dagelijks bestuur kan deze bevoegdheden mandateren aan de directeur. Artikel21Commissies Vervallen Artikel22Dagelijks bestuur 1.Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd en/of belast met: a.het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de dienst; d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de dienst te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 55a van de Wgr; f. te besluiten, namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.