Beleidsregels bijzondere bijstand en declaratieregeling maatschappelijke participatie Purmerend 2017Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Purmerend, gelet op de artikelen 1:3, vierde lid, 3:42, titel 4:3, titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); gelet op artikel 35 lid 1 en 3 van de Participatiewet; Besluit vast te stellen de: Beleidsregels bijzondere bijstand en declaratieregeling maatschappelijke participatie Purmerend 2017 Artikel1- Begripsbepaling 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: PW: de Participatiewet; Bijzondere bijstand; bijstand als bedoeld in artikel 35 PW; Sociaal minimum: de op de leef- en woonsituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 20 tot en met 24 PW, exclusief reservering vakantiegeld; Draagkracht: dat deel van het inkomen envermogen op jaarbasis, exclusief vakantietoeslag, waaruit de aanvragerzelf de bijzondere kosten of declaratieregeling kan voldoen; 120%van de toepasselijke norm: betreft de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, verhoogd met 20% van het normbedrag (exclusief vakantietoeslag), zoals genoemd in artikel 21 onderdeel b van de PW; Maatschappelijke participatie: het kunnen deelnemen aan activiteiten op het gebied van sport, cultuur, educatie of ontspanning met als doel sociale uitsluiting tegen te gaan; Maatwerk: bijzondere bijstand wordt primair op grond van de wettelijke bepalingen en deze beleidsregels vastgesteld, maar bij bijzondere individuele omstandigheden die de persoon, zijn sociale omgeving of zijn gezin of kinderen kan raken kan de bijstand worden afgestemd op de individuele situatie; Voedingscomponent: betreft 35% van de norm (exclusief vakantietoeslag) zoals genoemd in artikel 23 lid 1 sub a PW. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (PW) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel2- Rechthebbenden De bijzondere bijstand en de voorzieningen in het kader van de regelingen maatschappelijke participatie wordt uitsluitend verleend aan personen die: in Purmerend hun woonplaats hebben zoals bedoeld in artikel 40 lid 1 van de PW; voldoen aan de financiële criteria zoals genoemd in artikel 3 van deze beleidsregels. Artikel3– Draagkracht, Inkomen en Vermogen 1.Bij aanvragen voor woonkosten, een geldlening, suppletie voor aflossing van een geldlening of voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, dient het inkomen dat meer bedraagt dan de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, volledig als draagkracht te worden aangewend. 2.In alle overige gevallen geldt dat bij een inkomen dat meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm dit volledig als draagkracht dient te worden aangewend. Indien er sprake is van draagkracht bij een aanvraag voor maatschappelijke participatie zoals genoemd in artikel 4 lid 1 onderdeel a en b en artikel 5, bestaat er geen recht op een voorziening. 3.Artikel 31 tot en met 33 PW zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Het inkomen wordt verminderd met de woonkosten voor zover deze na aftrek van ontvangen huurtoeslag meer bedragen dan de in de Wet op de Huurtoeslag genoemde basishuur een-/meerpersoonshuishoudens. 5.De draagkracht uit vermogen bestaat: uit alle beschikbare vermogensbestanddelen indien het betreft een tegemoetkoming voor algemeen gebruikelijke kosten en duurzame gebruiksgoederen uit het vermogen voor zover dit meer bedraagt dan het in artikel 34 lid 3 PW genoemde vrij te laten bescheiden vermogen bij overige vormen van bijzondere bijstand en regelingen maatschappelijke participatie. 6.Voor de regelingen maatschappelijke participatie (artikel 4) en tegemoetkoming openbaarvervoer EBS voor AOW-gerechtigden (artikel 5) geldt bij bewoning van een eigen woning zoals genoemd in artikel 50, eerste lid PW een extra vrijlating uit het vermogen tot het in artikel 34 lid 2 onderdeel d PW genoemde bedrag. Artikel4– Regelingen maatschappelijke participatie: 1.Onder maatschappelijke participatie vallen de volgende regelingen: het kosteloos halen van zwemdiploma A voor kinderen vanaf 5 jaar; het kosteloos bezoeken van peuterspeelzalen voor kinderen van 2 en 3 jaar voor 2 dagdelen per week. op basis van sociaal/medische indicatie kunnen extra dagen worden vergoed of andere leeftijdscriteria worden gehanteerd. een declaratieregeling voor sportieve, culturele en educatieve activiteiten tot een bedrag van maximaal: € 100,- per jaar voor personen van 18 jaar of ouder € 350,- per jaar per kind tot 18 jaar. 2.In de bijlage is een lijst gevoegd van zaken die gedeclareerd kunnen worden in het kader van de declaratieregeling voor sportieve, culturele en educatieve activiteiten. 3.Voor de regelingen onder lid 1 sub b en c geldt dat deze kosten betrekking moeten hebben over het jaar waarin deze kosten worden aangevraagd. 4.De regelingen onder lid 1 kunnen in individuele omstandigheden, door toepassing van maatwerk afwijkend worden vastgesteld. Artikel5– Tegemoetkoming openbaar vervoer EBS voor AOW-gerechtigden 1.AOW-gerechtigden kunnen kosteloos in aanmerking komen voor een Dalvoordeelabonnement, waarmee buiten de spits, met 40% korting, kan worden gereisd in EBS-gebied Waterland met het openbaarvervoerbedrijf EBS. Bij aanvang van het Dalvoordeelabonnement, zoals genoemd in lid 1, ontvangt de deelnemer eenmalig een startsaldo van € 30,- Het Dalvoordeelabonnement is maximaal een jaar geldig en dient daarna opnieuw aangevraagd te worden. Artikel6– Bijzondere bijstand 1.Bijzondere bijstand is in principe mogelijk als: geen beroep kan worden gedaan op ondersteuning vanuit een eigen netwerk, eigen sociale omgeving of voorliggende voorziening en de belanghebbende daarin voldoende eigen verantwoordelijkheid heeft getoond; geen sprake is van financiële draagkracht in inkomen en bescheiden vermogen; sprake is van noodzakelijke kosten door bijzondere individuele omstandigheden; een (wettelijke) voorliggende voorziening ontbreekt; maatwerk geboden is in het individuele geval. 2.In geval van tekortschietend besef van eigen verantwoordelijkheid kan de gevraagde bijstand gedeeltelijk of volledig worden geweigerd. 3.Voordat maatwerk geboden is, is het genoemde in het eerste lid, sub a tot en met d, in beschouwing genomen. 4.Bij maatwerk wordt de bijdrage afgestemd op de meest adequate oplossing. Artikel7– Huiswerk PC / Laptop / tablet 1.Recht op een verstrekking of tegemoetkoming heeft het huishouden, dat geen draagkracht heeft zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 tot en met 5, met één of meer ten laste komende kinderen die het voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs volgen. 2.Is binnen een huishouden een PC, laptop of tablet aanwezig van jonger dan 5 jaar, dan wordt dit als een adequate (voorliggende) voorziening aangemerkt. 3.Een huishouden kan maximaal één maal per 5 jaar voor een verstrekking of tegemoetkoming in aanmerking komen. Een verstrekking is een voorziening in natura en betreft een PC met printer en installatie van een door de gemeente aangewezen leverancier. Een tegemoetkoming betreft een bijdrage in de kosten van aanschaf van een computer of laptop met printer en benodigde software op basis van een door de aanvrager ingediende rekening. 4.De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 625,-. 5.Overige kosten zoals internet, reparaties, cartridges, verzekering e.d. vallen niet onder deze regeling. 6.Afhankelijk van de gezinssituatie wordt hier maatwerk geleverd. Artikel8– Bijzondere bijstand 18 tot en met 20 jarigen 1.Ter uitwerking van artikel 12 van de PW wordt bij de beoordeling van de noodzakelijke kosten van het bestaan rekening gehouden met alle omstandigheden van de belanghebbenden waaronder het te gelde kunnen maken van een onderhoudsbijdrage en de vaststelling van de noodzaak tot zelfstandige huisvesting. 2.Zelfstandige huisvesting wordt in elk geval noodzakelijk geacht indien: beide ouders zijn overleden; beide ouders in het buitenland wonen en zij niet in staat zijn hun onderhoudsplicht na te komen; de belanghebbende op grond van een officiële maatregel uit huis geplaatst is; belanghebbende voorafgaand aan de bijstandsaanvraag langer dan één jaar de beschikking had over zelfstandige huisvesting; belanghebbende niet officieel uit huis geplaatst is, maar naar het oordeel van de casemanager (na onderzoek en onderbouwd met eventuele bewijsstukken) het niet verantwoord is dat belanghebbende bij zijn ouders woont; belanghebbende de zorg heeft over ten laste komende kinderen. 3.De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de voedingscomponent, verhoogd met de werkelijke woonlasten. 4.De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt ten hoogste: voor de zelfstandig wonende alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar het verschil tussen de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm en 60% van de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 21 onderdeel b van de PW. voor zelfstandig wonende alleenstaande ouders van 18, 19 of 20 jaar het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 21 onderdeel a van de PW. voor zelfstandig wonende samenwonenden of gehuwden met één of twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar zonder ten laste komende kinderen, het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en 90% van de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 21 onderdeel b van de PW. voor zelfstandig wonende samenwonenden of gehuwden met één of twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar met ten laste komende kinderen, het verschil tussen de van toepassing zijnde bijstandsnorm en de bijstandsnorm voor gehuwden als bedoeld in artikel 21 onderdeel b van de PW. de bijzondere bijstand kan op een lager bedrag worden vastgesteld bij andere woonsituaties. de gemeentelijke beleidsregels verlaging uitkeringen Participatiewet zijn overeenkomstig van toepassing. 5.De noodzaak van de bijzondere bijstandsverlening wordt telkens na een periode van maximaal 6 maanden opnieuw beoordeeld en vastgesteld. Artikel9– De collectieve verzekering 1.Recht op aanmelding voor deelname aan de collectieve verzekering van de gemeente Purmerend heeft de rechthebbende van 18 jaar of ouder met de eventueel tot zijn last komende kinderen, die geen draagkracht heeft als bedoeld in artikel 3 lid 2 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.