Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 21 februari 2017, PZH-nr. 580396865, tot vaststelling van de Subsidieregeling lokale initiatieven energietransitie Zuid-Holland 2017 (Subsidieregeling lokale initiatieven energietransitie Zuid-Holland 2017) (Prov. Blad 2017, 1465)Gedeputeerde staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013; Overwegende dat: de provincie als oogmerk heeft de CO2-uitstoot te beperken, energiebesparing te stimuleren en het gebruik van schone energiebronnen te bevorderen; de provincie de Energieagenda 2016-2020-2050 heeft vastgesteld, waarin een vijftal strategieën is benoemd om deze transitie te bevorderen, waaronder: samen aan de slag; de provincie lokale maatschappelijke initiatieven op het vlak van Energietransitie (waaronder energiebesparing, de duurzame opwekking van energie en anderszins beperking van CO2-uitstoot) actief wil ondersteunen, versnellen en faciliteren; Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013; CO2-uitstoot: gas dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen; duurzame energie: energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld; duurzame warmte: warmte afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld of gewonnen door het gebruik van restwarmte; energiebesparing: technische, organisatorische of logistieke voorzieningen die leiden tot verminderd verbruik van energie; energietransitie: streven om klimaatverandering tegen te gaan door terugdringing van de CO2-uitstoot en het overschakelen naar duurzame energie, in het licht van de bindende nationale en internationale afspraken en voor de provincie nader uitgewerkt in de Energieagenda 2016-2020-2050; provincie: provincie Zuid-Holland. Artikel2Subsidiabele activiteiten en prestatie 1.Subsidie kan worden verstrekt voor de planontwikkeling en projectvoorbereiding van een lokaal energie-initiatief gericht op het realiseren van energiebesparing, het opwekken van duurzame warmte of duurzame energie of anderszins het terugdringen van de CO2-uitstoot. 2.Bij een lokaal energie-initiatief gericht op duurzame warmte kan ook subsidie worden verstrekt voor de realisatie ervan. 3.Subsidie als bedoeld in dit artikel wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie. 4.Subsidie als bedoeld in het eerste lid leidt tot professionalisering van het lokale energie-initiatief waardoor de slagingskans van lokale energieprojecten toeneemt. Subsidie als bedoeld in het tweede lid leidt tot meer gerealiseerde lokale energie-initiatieven gericht op duurzame warmte en daarmee tot verminderde CO2-uitstoot. Artikel3Doelgroep Subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt uitsluitend verstrekt aan een privaatrechtelijke rechtspersoon. Artikel4Aanvraagvereisten 1.Naast de gegevens, bedoeld artikel 10, eerste lid, van de Asv, gaat een aanvraag voor subsidie vergezeld van een projectplan met daarin: een beschrijving van het lokaal energie-initiatief, de doelstelling, een indicatie van de totale investeringskosten en de actuele stand van zaken; een beschrijving van de participanten, de wijze waarop binnen het lokaal energie-initiatief inwoners worden betrokken bij het lokaal energie-initiatief en de wijze waarop geborgd wordt dat het lokaal energie-initiatief open staat voor iedereen die wil deelnemen; een tijdsplanning; een beschrijving van de wijze waarop het lokaal energie-initiatief bijdraagt aan het verwezenlijken van de provinciale doelstellingen van de Energietransitie. 2.In aanvulling op het eerste lid gaat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, vergezeld van business case met daarin: een geprognosticeerde balans en winst- en verliesrekening voor de looptijd van het lokaal energie-initiatief; een exploitatie- en kasstroomoverzicht voor de looptijd van het lokaal energie-initiatief; een berekening van de netto contante waarde van het lokaal energie-initiatief waaruit de onrendabele top blijkt; een overzicht van de geplande investeringen; een omschrijving van de wijze waarop het lokaal energie-initiatief wordt gefinancierd; een beschrijving van de organisatorische en technische uitvoering van het lokaal energie-initiatief. 3.In aanvulling op het eerste en tweede lid dient een aanvraag vooraf te zijn besproken met een beleidsmedewerker van het Programmateam Energietransitie. Artikel5Weigeringsgronden 1.In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv wordt subsidie als bedoeld in artikel 2 geweigerd indien: en voor zover voor het betreffende lokaal energie-initiatief reeds subsidie is toegekend op grond van deze regeling en met de nieuwe aanvraag het maximum-bedrag als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt overschreden; voor het betreffende lokaal energie-initiatief op andere wijze subsidie is of wordt verstrekt door de provincie dan wel door derden. 2.In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien de verwachte kosten voor de planontwikkeling en projectvoorbereiding meer bedragen dan 10% van de verwachte totale investeringskosten van het lokaal energie-initiatief. 3.In afwijking van artikel 11, eerste lid, onder a, van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien de te subsidiëren activiteit reeds in uitvoering is voordat de aanvraag is ingediend. Artikel6Subsidievereisten Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: er is sprake van een lokaal energie-initiatief binnen de provincie Zuid-Holland waaraan naast aanvrager ten minste 2 andere partijen participeren met inzet van eigen tijd en/of middelen, waarbij: partijen binnen de provincie actief samenwerken en inwoners adequaat worden betrokken bij het lokaal energie-initiatief; het lokaal energie-initiatief open staat voor iedereen die wil deelnemen; alle deelnemers profijt hebben van de opbrengsten die door realisatie van het lokaal energie-initiatief worden behaald; de activiteiten dragen bij aan het verwezenlijken van de provinciale doelstellingen van de energietransitie zoals beschreven onder strategie 5: ‘Samen aan de slag’ van de Energieagenda 2016-2020-2050; het lokaal energie-initiatief is naar het oordeel van Gedeputeerde Staten realistisch en financieel haalbaar. Artikel7Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen die kosten in aanmerking die noodzakelijk en adequaat zijn in relatie tot het doel van de subsidie en onder andere betrekking hebben op: projectmanagement; technische expertise inclusief zicht op risico’s en beheer; financieel expertise en inzicht in de kasstromen, businesscase en rendementen voor financiers; bestuurlijk/juridische expertise, waaronder privaatrechtelijke en planologische expertise inclusief ervaring met vergunningstrajecten. 2.In aanvulling op het eerste lid komen voor subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, mede in aanmerking de kosten die noodzakelijk en adequaat zijn voor de realisatie van het lokaal energie-initiatief voor zover deze betrekking hebben op: te nemen fysieke maatregelen bij woningen en gebouwen die nodig zijn om aangesloten te worden op een warmtenet; aanleg van voorlopige voorzieningen vooruitlopend op de aansluiting op een toekomstig warmtenet; hogere aansluitkosten van warmte ten opzichte van aansluiting op gas. Artikel8Niet subsidiabele kosten Apparaatskosten als bedoeld in de toelichting behorende bij de Regeling informatie voor derden (Stcrt. 2003, 37) komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel9Subsidiehoogte 1.De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 75.000,--. 2.Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 2.500,-- wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel10Rangschikking 1.Het bedrag dat beschikbaar is voor de te verstrekken subsidies, wordt over de aanvragen verdeeld op volgorde van datum van binnenkomst daarvan. 2.Als een subsidieaanvraag niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is aangevuld en ontvangen. 3.Op de dag dat verlening van subsidie voor gelijktijdig binnengekomen subsidieaanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt de subsidie verdeeld naar evenredigheid van de hoogte van de subsidiabele kosten. Artikel11Verplichtingen van de subsidieontvanger In aanvulling op de artikelen 18 en 19 van de Asv worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd: de aanvrager start met de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk binnen 2 maanden na bekendmaking van de subsidieverlening, tenzij Gedeputeerde Staten bij de subsidieverlening een andere termijn bepalen; de opzet en resultaten van het lokaal energie-initiatief worden actief met anderen gedeeld indien deze daarom vragen en met de provincie; de activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van artikel 2, eerste lid, respectievelijk artikel 2, tweede lid, zijn uiterlijk binnen 2 respectievelijk 5 jaar na bekendmaking van de subsidieverlening gerealiseerd. Artikel12Prestatieverantwoording 1.Bij een subsidie van minder dan € 25.000,-- toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een eigen verklaring en een urenverantwoording. 2.Bij een subsidie vanaf € 25.000,-- toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten zijn verricht door middel van een eigen verklaring en een urenverantwoording. Artikel13Bevoorschotting en betaling 1.Het voorschot voor subsidies van € 25.000,-- en hoger bedraagt maximaal 80 % van de subsidiabele kosten. 2.Het voorschot wordt op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte in termijnen uitgekeerd waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald. 3.In afwijking van het eerste lid bedraagt het voorschot maximaal 100% van het verleende bedrag, wanneer naar het oordeel van Gedeputeerde Staten de liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger ten behoeve van de activiteit waarvoor de subsidie wordt gevraagd daar aanleiding toe geeft. Artikel14Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel15Werkingsduur en overgangsrecht Deze regeling vervalt op 31 december 2019, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd. Artikel16Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lokale initiatieven energietransitie Zuid-Holland
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.