aatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); gelet op artikel 2.10 van de Jeugdwet; gelet op artikel 5 van de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Noordoostpolder 2015; B E S L U I T: vast te stellen het Reglement Participatieraad sociaal domein Artikel1Begripsomschrijving Alle begrippen die in de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Noordoostpolder 2015 zijn omschreven hebben in dit reglement dezelfde betekenis. Voor de betekenis wordt verwezen naar deze verordening. Artikel2Taak van de Participatieraad 1.De Participatieraad adviseert over beleid binnen het sociaal domein in gemeente Noordoostpolder. 2.De Participatieraad adviseert, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1, 2 en 4 van de Verordening. Artikel3Instelling en samenstelling van de Participatieraad 1.De Participatieraad bestaat uit minimaal zeven en maximaal negen leden, waaronder een voorzitter. 2.De Participatieraad is zodanig samengesteld dat bij de leden kennis van en ervaring met het volledige sociale domein en maatschappelijke betrokkenheid bij de doelgroep aanwezig is. 3.De leden van de Participatieraad: worden door het college benoemd, nadat de Participatieraad hierover aan het college advies heeft uitgebracht; nemen deel aan de Participatieraad op persoonlijke titel en zonder last of ruggespraak; hebben kennis van de lokale situatie en de kenmerken van de gemeente; beschikken over een breed maatschappelijk netwerk; zijn in staat op basis van (vroegere) werkzaamheden of opgedane ervaring een bijdrage te leveren aan de advisering op tactisch/strategisch niveau; worden voor een periode van vier jaar benoemd. Herbenoeming kan plaatsvinden voor ten hoogste één periode van vier jaar. In bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken; wonen in gemeente Noordoostpolder. 4.Bij de leden is geen sprake van belangenverstrengelingen of belangenconflicten in relatie tot de adviseringstaak. 5.Vervanging van de leden vindt gespreid plaats. De Participatieraad stelt hiervoor een rooster van aftreden op. Bij tussentijdse vacatures geschiedt de benoeming voor de normale duur van vier jaar. 6.Voor het werven van leden wordt door het college een oproep geplaatst. 7.Leden van de Participatieraad ontvangen een jaarlijkse onkostenvergoeding. Deze vergoeding wordt door het college vastgesteld. Artikel4Beëindiging lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van de Participatieraad eindigt: door het aflopen van de zittingsperiode; door ontslag te nemen als lid; door verlies van de hoedanigheid waarin werd benoemd; indien door het aanvaarden van een andere, betaalde of onbetaalde functie belangenverstrengeling of belangenconflicten kunnen ontstaan; 2.Een lid van de Participatieraad dat ontslag neemt, blijft in functie totdat in de vacature is voorzien. 3.Het college kan de benoeming van een lid van de Participatieraad intrekken als deze zonder geldige reden zijn taak verzuimt. 4.In vacatures wordt zo mogelijk binnen drie maanden voorzien. Artikel5Geheimhouding en vergaderingen 1.De voorzitter van de Participatieraad en het college kunnen ten aanzien van de inhoud van stukken de leden tijdelijke geheimhouding opleggen. 2.De vergaderingen van de Participatieraad zijn openbaar. Wanneer tenminste drie leden, de voorzitter van de Participatieraad of het college dit vorderen kunnen de deuren worden gesloten. 3.De agenda voor de vergadering wordt door de contactambtenaar in samenspraak met de Participatieraad opgesteld. 4.Deskundigen, zowel gemeentelijk als extern, kunnen per onderwerp in de vergadering van de Participatieraad worden uitgenodigd. Artikel6Werkwijze bij advisering 1.De Algemene werkwijze van de Participatieraad is als volgt. De Participatieraad streeft naar consensus in de besluitvorming over de uit te brengen adviezen. Als er geen sprake is van consensus dan zal door stemming besluitvorming plaatsvinden. Hierbij geldt dat alle leden een stem uitbrengen en de meeste stemmen de doorslag geven. Het college vraagt tijdig advies over zaken die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. De Participatieraad heeft na het beschikbaar stellen van het concept beleidskader tenminste twee weken de tijd om een advies aan het college uit te brengen. In spoedeisende gevallen kan deze termijn na overleg ingekort worden. In het advies is meegenomen hoe de passende meedenkgroepen over de beleidsvoornemens denken. De beleidsadviseur zorgt dat de Participatieraad over de juiste informatie beschikt om het advies te kunnen geven zoals het verstrekken van een plan van aanpak en tussentijdse informatie, het laten bijwonen van bijeenkomsten en het leggen van verbinding tussen passende meedenkgroepen en specialisten afkomstig uit de Participatieraad.De beleidsadviseur is de medewerker van de gemeente die het college adviseert over het vast te stellen beleidskader. Onder plan van aanpak wordt verstaan een format waarmee de Participatieraad wordt geïnformeerd over het voorgenomen proces om te komen tot een door de raad vast te stellen beleidskader. De Participatieraad haalt signalen op uit de samenleving voor hun brede adviestaak door scholing, werkbezoeken, het leggen van verbinding met de passende meedenkgroepen, participatiebijeenkomsten etc. De Participatieraad neemt zo dikwijls als hij dat nodig vindt voor een goede uitvoering van haar adviseringstaak contact op met inwoners of groepen van inwoners. Het college reageert binnen vier weken op een gevraagd of ongevraagd advies. 2.De adviesprocedure van de Participatieraad is als volgt: Een plan van aanpak wordt ter informatie aan de Participatieraad aangeboden. De Participatieraad bespreekt het plan van aanpak en kan eventuele opmerkingen meegeven voor de betreffende beleidsadviseur. De Participatieraad geeft aan welke leden als specialist betrokken zijn bij het onderwerp. De beleidsadviseur zorgt dat de specialisten tijdig en voldoende geïnformeerd worden en hun inbreng kunnen leveren. De specialisten kunnen naar eigen inzicht advies vragen bij inwoners, externe partijen en andere betrokkenen. Het concept beleidsvoorstel wordt ter advisering aangeboden aan de specialisten van de Participatieraad. De specialisten geven namens de hele Participatieraad een inhoudelijk advies aan het college over het voorstel. De beleidsadviseur ontvangt het advies schriftelijk via de voorzitter van de Participatieraad. Het beleidsvoorstel wordt met het advies van de Participatieraad aangeboden aan het college en de gemeenteraad. Het college stuurt de voorzitter van de Participatieraad een brief met een reactie op het advies en argumentatie bij afwijkingen van het advies. De voorzitter van de Participatieraad zorgt voor doorzending van de reactie van het college aan alle leden van de Participatieraad. In de volgende vergadering van de Participatieraad vindt een evaluatie van de advisering plaats. Artikel7De relatie college van burgemeester en wethouders en de Participatieraad 1.Tussen een vertegenwoordiger van het college en de Participatieraad vindt over de door beide partijen aan te dragen onderwerpen minimaal één keer per jaar overleg plaats. 2.Van dat overleg en de gemaakte afspraken wordt binnen twee weken een schriftelijk verslag gemaakt. 3.Het college verstrekt de Participatieraad informatie over voornemens, beleid of activiteiten binnen het sociaal domein. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid te begrijpen, te ontwikkelen en wijzigingen te kunnen volgen. 4.Er wordt jaarlijks met het college een actielijst en planning opgesteld met de onderwerpen die in dat jaar behandeld worden. Deze lijst wordt gedurende het jaar bijgewerkt en zo nodig aangevuld. Artikel8Facilitering van de Participatieraad 1.Het college stelt de Participatieraad vergaderruimte ter beschikking. 2.Het college stelt de Participatieraad een contactambtenaar als inhoudelijk aanspreekpunt en voor administratieve ondersteuning ter beschikking. Tussen de contactambtenaar en de Participatieraad vindt overleg plaats wanneer dit door beide partijen wenselijk wordt geacht. 3.Agenda en stukken worden uiterlijk een week voor de vergadering van de Participatieraad digitaal aangeleverd. Grote stukken worden per post toegezonden. Artikel9Overige bepalingen 1.De leden van de Participatieraad zullen in de contacten met de gemeente voordelen noch nadelen ondervinden als gevolg van het lidmaatschap van de Participatieraad. 2.Aanvullingen en wijzigingen van dit reglement worden vastgesteld door het college nadat de Participatieraad is gehoord. Artikel10Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het college. Tevoren zal de Participatieraad daarover worden gehoord. Artikel11Intrekking oude regeling Het Reglement regelende de samenstelling, werkwijze en facilitering van de Participatieraad Sociaal domein, vastgesteld 13 december 2013 wordt ingetrokken. Artikel12Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 15 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.