← Nederland

Besluit van de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van 22 maart 2017 houdende de verlening van ondermandaat en machtiging aan ambtenare

Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken april 2017Besluit van de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van 22 maart 2017 houdende de verlening van ondermandaat en machtiging aan ambtenaren van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken met ingang van 1 april 2017 Overwegende: - Dat met ingang van 1 april 2017 de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst is gewijzigd conform het bepaalde in de Regeling ambtelijke organisatie Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; - Dat dientengevolge het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2016 voor provinciale taken van 19 januari 2017 (publicatieblad Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 30 januari 2017, nr. 76) dient te worden gewijzigd; Gelet op: - Het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2017 van 20 december 2016 inzake het toekennen van mandaat aan de directeur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (Provinciaal Blad 2016-6870, 22 december 2016); - Het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond inzake uitvoering van VTH-taken voor BRZO- en RIE4-bedrijven aan Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2017 van 10 januari 2017 (Blad gemeenschappelijke regeling 2017-52, 16 januari 2017); -­ Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2017 van 22 maart 2017; Besluit: Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken april 2017 als volgt vast te stellen: Artikel

  1. Ondermandaat Het ondermandaat ten behoeve van functionarissen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende ondermandaatlijsten I en II, als volgt: I. Ondermandaatlijst Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken april 2017; II. Ondermandaatlijst Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor de uitvoering van VTH-taken voor BRZO- en RIE4-bedrijven april
  2. Artikel
  3. Voorwaarden
  4. Het ondermandaat, behorend bij ondermandaatlijst I, geldt met inachtneming van de in het Mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van 20 december 2016) gestelde voorwaarden.
  5. Het ondermandaat, behorend bij ondermandaatlijst II, geldt met inachtneming van de in het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond inzake uitvoering van VTH-taken voor BRZO- en RIE4-bedrijven aan Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2017 van 10 januari 2017 (Blad gemeenschappelijke regeling 2017-52, 16 januari 2017) gestelde voorwaarden.
  6. De Ondermandaatlijst I als bedoeld in artikel 1 geldt niet voor zover het betrekking heeft op taken en bevoegdheden die betrekking hebben op inrichtingen waarop het Brzo van toepassing is of waartoe een installatie behoort voor een industriële activiteit in categorie 4 van Bijlage 1 van de RIE. Artikel
  7. Ondertekening Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 1 luidt de ondertekening: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, Gevolgd door de handtekening, naam van de functionaris, directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functieaanduiding en een automatisch gegenereerde disclaimer. Of (unitmanager): Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, Gevolgd door de handtekening, naam en functie van de functionaris (manager) en aanduiding van de unit, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functie (manager)-unitaanduiding en een automatisch gegenereerde disclaimer. Of (medewerker): Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, Gevolgd door de handtekening, naam en functie van de functionaris en naam van de unit waar de functionaris werkzaam is, of gevolgd door een ondertekening door middel van naam-functie-unitaanduiding en een automatisch gegenereerde disclaimer. Artikel
  8. Slotbepalingen
  9. Het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 2016 voor provinciale taken van 19 januari 2017 (publicatieblad Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid 30 januari 2017, nr. 76) wordt ingetrokken.
  10. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het publicatieblad van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en treedt in werking op 1 april
  11. Dit besluit wordt aangehaald als: Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken april
  12. Aldus vastgesteld op 22 maart
  13. De directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Mr. R. Visser ONDERMANDAATLIJST I als bedoeld in artikel 1 van het Ondermandaatbesluit directeur Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid voor provinciale taken april 2017 BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Algemeen TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RAA01 Besluiten in bestuursrechtelijke procedures: - Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer, indien het besluit in mandaat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende - Besluiten inzake verzoeken om toepassing van rechtstreeks beroep (art. 7:1a Awb). NB. Op een verzoek om toepassing van rechtstreeks beroep kan op grond van art. 10:3 Awb niet worden beslist door degene die het besluit waartegen een bezwaar zich richt in mandaat heeft genomen. V.w.b. indienen van het verweerschrift en toepassing rechtstreeks beroep: unitmanager V.w.b. overige proceshandelingen: medewerker RAA02 Besluiten op grond: a. art. 4:5 en 4:6, Awb (vereenvoudigde wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag); b. art. 4.7 en 4:8, Awb (horen); c. afdeling 4.1.3, Awb (opschorten beslistermijn); d. besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen; e. titel 4.4, Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) m.u.v. afdeling 4.4.4, Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel); f. art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b, Awb (bestuurlijke lus en tussenuitspraak) g. afdeling 3.4 Awb (openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren). RAA03 - Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om GS te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures; - Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om namens GS ter zitting, binnen de grenzen van het geschil en het daarmee gepaarde gaande financiële belang, mee te werken aan finale geschillenbeslechting en toezeggingen ten aanzien daarvan te doen. Artikel 5, tweede lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing Directeur RAA04 - Het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten; - Het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van mediationgesprekken. Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van mediationgesprekken mogen alleen in mandaat worden aangegaan en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in een besluit dat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende. Artikel 5, tweede lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is voor wat betreft het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken niet van toepassing. Directeur RAA05 Besluiten op bezwaarschriften op grond van de Awb conform advies Awb-bezwarencommissie (art. 7:11, Awb) indien primair besluit genomen is door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur Omgevingsdienst vallende leidinggevende. Omvat mede besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of vertegenwoordiger), 7:10 (verdagen beslistermijn), Awb. Artikel 5, tweede lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ 2017 is niet van toepassing. Directeur RAA06 Het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht Directeur RAA07 Het aanvragen en verantwoorden van subsidies op basis van regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies. Het mandaat heeft geen betrekking op: - Het besluit om als leadpartner op te treden en daarmee (mede) de verantwoordelijkheid te dragen voor de uitvoering van projecten door derden; - Het besluit om Gedeputeerde Staten te committeren aan het vaststellen van een subsidieregeling. De uitgezonderde besluiten blijven voorbehouden aan Gedeputeerde Staten. Directeur RAA08 Besluiten in het kader van het beheren van een zekerheidstelling. RAA09 Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet Bibob, met uitzondering van het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob. Artikel 5, tweede lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ is niet van toepassing. NB. Het mandaat omvat mede het, voorafgaand aan het vragen van advies aan Landelijk Bureau Bibob, uit te voeren eigen onderzoek. Het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten. Unitmanager Indien het betreft het vragen van advies aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) en het verwerken van dit advies: Directeur BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Vergunningverlening TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RMV01 Besluiten omtrent vergunningen op grond van de Wabo; a. het stellen van nadere voorwaarden na een gebruiksmelding brandveilig gebruik of sb. loopmelding op grond van het Bouwbesluit 2012; c. maatwerkvoorschriften en besluiten op gelijkwaardigheidsverzoeken op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Geldt niet voor besluiten op grond van: - art. 3.1 Bor of indien sprake is van strijd met een provinciaal ruimtelijke belang; - art. 3 Wet Bibob; - Hoofdstuk 2 van de Wabo met betrekking tot provinciale wegen, en voor zover betrekking hebbend op omgevingsvergunningen voor wegaansluitingen op provinciale wegen, reclame-uitingen op gebouwen, beplantingen en enkelvoudige uitwegen (enkelvoudige omgevingsvergunning). Betreft: - procedurestappen; - ontwerpbesluit; - besluit. Daaronder vallen zowel vergunningverlening als intrekking van de vergunning Procedurestappen: medewerker Ontwerpbesluit en besluit: unitmanager RMV02 Besluiten op grond van de Wabo: - een wettelijk advies op grond van art. 2.26, Wabo; - een verklaring van geen bedenkingen op grond van art. 2.27 of 2.28, Wabo, aan het bevoegd gezag voor een onderdeel van de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6.8 Bor, behoudens als het wettelijk verplicht advies uitsluitend betrekking heeft op een provinciale weg; - verzoek aan de gemeente tot wijziging of intrekking van een door de gemeente afgegeven omgevingsvergunning voor zover dit verzoek betrekking heeft op één of meerdere provinciale taken, behoudens als deze taak uitsluitend betrekking heeft op het provinciale wegbeheer. Geldt niet voor besluiten op grond van artikel 6.5 lid 4 en art 6.6 lid 1 Bor. Daaronder vallen zowel de verklaring van geen bedenkingen voor één onderdeel van de omgevingsvergunning als de verklaring van geen bedenkingen voor het totaal van de onderdelen van de omgevingsvergunning. RMV04 Besluiten op grond van Hoofdstuk 8, 10, 13, 14, 17 en 19 Wm. Procedurestappen: medewerker Ontwerpbesluit en besluit: unitmanager RMV07 Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. Betreft het verlenen van ontheffing voor bepaalde afvalstoffen RMV09 Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Vuurwerkbesluit. RMV13 Besluiten in het kader van de MER, niet zijnde plannen en structuurvisies (hoofdstuk 7 Wm). Betreft mede: - procedurestappen; - advies reikwijdte en detailniveau MER; - besluit MER-beoordeling; - aanvaardbaarheidsverklaring (op grond van overgangsregels); Ingeval het besluit betrekking heeft op een activiteit die plaatsvindt op het grondgebied van meerdere omgevingsdiensten, geldt het mandaat voor de gehele activiteit. In dat geval wordt in overleg tussen de betrokken omgevingsdiensten en het afdelingshoofd van de provincie bepaald wie het besluit in mandaat neemt. Procedurestappen: medewerker Overig: unitmanager BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Toezicht en handhaving TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RH01 Besluiten omtrent gedoogbeschikkingen Directeur RH02 Besluiten omtrent toezicht Betreft mede: a. bezoekbevestigingsbrief; b. voorwaarschuwingsbrief; c. accepteren van een melding of beoordelen van rapportages op grond van vergunningvoorschriften; d. nemen van goedkeuringsbesluiten op basis van vergunningvoorschriften; e. beoordelen van milieujaarverslagen overeenkomstig de bij of krachtens titel 12.3 Wm gestelde regels; f. vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (art. 5.16, Awb). Betreft mede het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuurlijk optreden. Medewerker ten aanzien van a, b en f Unitmanager ten aanzien van c, d en e Ten aanzien van het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuurlijk optreden: Directeur RH03 Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk/ handhavend op te treden RH04 Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4, Awb (herstelsancties en bestuurlijke boete). Betreft mede het besluit tot het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang, dan wel het toepassen van spoedeisende bestuursdwang, conform art. 5.31, Awb juncto 5.17, Wabo, dan wel de schriftelijke bekrachtiging van de mondelinge aanzegging daartoe. De verplichting tot het plegen van vooroverleg, als bedoeld in artikel 5, tweede lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ, is niet van toepassing bij een direct gevaar voor de menselijke gezondheid dan wel dreiging daarvan, dan wel bij aanmerkelijke gevolgen voor het milieu of de natuur. In dat geval worden de portefeuillehouder en het afdelingshoofd van de provincie zo spoedig mogelijk door de directeur Omgevingsdienst geïnformeerd over de toepassing van het mandaat. Directeur RH05 Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens de Wabo. RH05A Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens het Vuurwerkbesluit. RH05B Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens artikel 1.1a, hoofdstuk 8,10, 13, 14, 17 en 19 Wm. Bij ongewone voorvallen en gevallen waarbij de stabiliteit van afvalvoorzieningen in het geding is, zal in spoedeisende gevallen voorafgaand vooroverleg niet altijd mogelijk zijn. Artikel 5, tweede lid van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor OZHZ, is dan niet van toepassing. In dat geval worden portefeuillehouder en afdelingshoofd van de provincie zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de toepassing van het mandaat. RH06 Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens: - de Ontgrondingenwet; - de PMV; - het Besluit geluidproductie sportmotoren. RH07
  14. Toezicht/handhaving op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen;
  15. Vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie. Betreft een mandaat op grond van art. 18.2c Wm (taak om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bij of krachtens hoofdstuk 10 gestelde verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op het aanwezig hebben van een begeleidingsbrief bij het vervoer van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.44 Wm). Dit mandaat heeft met name betrekking op vervoer tussen bedrijven. Medewerker RH09 Besluiten in het kader van omgevingsvergunningen voor zover het betreft de PMV, waarbij Gedeputeerde Staten niet het bevoegd gezag zijn Betreft mede: Het verzoek om handhaving bij een gemeente als bedoeld in art. 5.20, eerste lid, Wabo (Indien na ambtelijk/ bestuurlijk overleg door de gemeente geen gevolg wordt gegeven aan het handhavingsadvies kan een formeel verzoek om handhaving worden ingediend bij de gemeente); het ingebreke stellen van een gemeente indien niet tijdig wordt besloten op het handhavingsverzoek (Alvorens tot ingebrekestelling wordt overgegaan, dient eerst nog ambtelijk/ bestuurlijk overleg plaats te vinden). Directeur RH10 Besluiten in het kader van toezicht op en handhaving van: a. Wnb b. Natuurschoonwet 1928; c. Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013; d. artikel 10.63 Wm. Betreft niet besluiten op grond van de hardheidsclausule. Geldt voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland. N.B. de vergunningverlening van a en b is opgedragen aan de omgevingsdienst Haaglanden. N.B. de vergunningverlening van d is opgedragen aan de omgevingsdienst Midden-Holland. Ondermandaat conform RH02 voor zover van toepassing RH11 Verzoeken tot intrekking van door de Faunabeheereenheid Zuid-Holland aan derden gegeven toestemming op grond van artikel 3.6 van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Hollland. Dit betreft de toestemming als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Wet natuurbescherming. Dit geschiedt op verzoek van Gedeputeerde Staten (en in overleg met het afdelingshoofd van de provincie). BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Bodem TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN Onderzoeksfase bodemsaneringsprojecten RBS01 Besluiten op grond van art. 48 en 49, Wbb Betreft het uitvoeren van onderzoek en saneringen, alsmede stakings- en gedoogbevelen Besluiten op basis van de Wet bodembescherming RBS02 Besluiten op grond van art. 30, 32, Wbb, met betrekking tot het treffen van maatregelen bij ongewone voorvallen Directeur RBS03 Het uitvoeren van maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art. 30 en 32, Wbb, die zijn genomen met behulp van RBS02 Omvat niet de besluiten tot het nemen van maatregelen bij ongewone voorvallen als bedoeld in de art. 30 en 32, Wbb RBS04 Besluiten in het kader van meldingen nieuwe verontreinigingen en historische verontreinigen voor wat betreft: a. procedurestappen; b. ontwerpbesluiten; c. definitieve besluiten. Omvat niet de besluiten tot inzet van het bevelsinstrumentarium. RBS05 Besluiten op grond van art. 43 Wbb, met betrekking tot de inzet van het bevelsinstrumentarium Directeur RBS06 Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van art. 43 Wbb, met betrekking tot de inzet van het bevelsinstrumentarium, die zijn genomen met RBS05 Omvat niet de besluiten tot de inzet van het bevelsinstrumentarium. RBS07 Besluiten op grond van de art. 70 en 71, Wbb (gedogen van onderzoek en inzet middelen) Directeur RBS08 Het voorbereiden en uitvoeren van besluiten op grond van art. 70 en 71, Wbb (gedogen van onderzoek en inzet middelen), die zijn genomen met behulp van RBS07 Omvat niet de besluiten tot het gedogen van onderzoek en inzet middelen. RBS09 Besluiten op grond van art. 50, lid 1, Wbb (vordering van gebruik of eigendom onroerende zaken of beperkte rechten) Directeur Besluiten Verbond/BSB RBS10 Besluiten in het kader van de uitvoering van het besluit Verbond c.q. Bsb-operatie met uitzondering van de in RBS11 bedoelde besluiten RBS11 Ontwerpaanwijzing ex. Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen op grond van verkennend onderzoek van art. 4, Besluit Verbond Directeur Overig RBS12 Vaststellen/aanpassen meldingsformulier als bedoeld in art. 6.2, PMV RBS13 Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van bedrijfsterreinen, zoals bedoeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering tot een bedrag van max. € 100.000,-- RBS13A Besluiten inzake subsidieverstrekking voor de sanering van bedrijfsterreinen zoals bedoeld in het Besluit financiële bepalingen bodemsanering waarbij een bedrag boven de € 100.000 is gevraagd/toegekend, voor zover het betreft: - verlenging beslistermijn; - wijziging uitvoeringstermijn; - vaststelling subsidie; - wijzigingen van ondergeschikt belang. RBS14 Besluiten omtrent het afstand doen van recht van kostenverhaal op grond van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging art. 75 lid 6 Wbb. RBS15 Besluiten op grond van de Wbb in het kader van de nazorg van gesaneerde bodemsaneringslocaties Betreft: - meldingen en adviesaanvragen; - verzoek om toestemming voor bodemonderzoek, monitoring en nazorgmaatregelen; - aanmeldingen schademelding bij verzekeraar of schade-expert. Bijlage A Lijst van afkortingen - Art.: artikel - Awb: Algemene wet bestuursrecht - Bibob: bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur - Bor: Besluit omgevingsrecht - Brzo: Besluit risico's zware ongevallen 2015 - Bsb: Bodemsanering bedrijfsterreinen - MER: Milieu Effect Rapportage - PMV: Provinciale milieuverordening Zuid-Holland - RIE: Richtlijn industriële emissies - Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht - Wbb: Wet bodembescherming - Wm: Wet milieubeheer - Wnb: Wet natuurbescherming ONDERMANDAATLIJST II als bedoeld in artikel 1 van het Ondermandaatbesluit directeur OMGEVINGSDIENST ZUID-HOLLAND ZUID voor de uitvoering van VTH-taken voor BRZO- en RIE4-bedrijven april 2017 BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Algemeen TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RAA01 Besluiten in bestuursrechtelijke procedures: - Proceshandelingen in bestuursrechtelijke procedures zoals het voeren van verweer, indien het besluit in mandaat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende - Besluiten inzake verzoeken om toepassing van rechtstreeks beroep (art. 7:1a Awb). N.b. Op een verzoek om toepassing van rechtstreeks beroep kan op grond van art. 10:3 Awb niet worden beslist door degene die het besluit waartegen een bezwaar zich richt in mandaat heeft genomen. V.w.b. indienen van het verweerschrift en toepassing rechtstreeks beroep: unitmanager V.w.b. overige proceshandelingen: medewerker RAA02 Besluiten op grond: a. art. 4:5 en 4:6, Awb (vereenvoudigde wijze van afdoen en afdoen herhaalde aanvraag); b. art. 4.7 en 4:8, Awb (horen); c. afdeling 4.1.3, Awb (opschorten beslistermijn); d. besluiten over dwangsommen bij niet tijdig beslissen; e. titel 4.4, Awb (bestuursrechtelijke geldschulden) m.u.v. afdeling 4.4.4, Awb (aanmaning en invordering bij dwangbevel); f. art. 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b, Awb (bestuurlijke lus en tussenuitspraak) g. afdeling 3.4 Awb (openbare voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren). RAA03 - Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om GS te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke procedures; - Het eenmalig dan wel doorlopend machtigen van medewerkers of externe adviseurs om namens GS ter zitting, binnen de grenzen van het geschil en het daarmee gepaarde gaande financiële belang, mee te werken aan finale geschillenbeslechting en toezeggingen ten aanzien daarvan te doen. Artikel 5, tweede lid van het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond aan OZHZ is niet van toepassing Directeur RAA04 - Het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken en voor het aangaan en ondertekenen van mediationovereenkomsten; - Het maken van afspraken en het aangaan en ondertekenen van vaststellingsovereenkomsten naar aanleiding van mediationgesprekken. Vaststellingsovereenkomsten als resultaat van mediationgesprekken mogen alleen in mandaat worden aangegaan en ondertekend, indien het conflict zijn oorsprong vindt in een besluit dat is genomen door de directeur Omgevingsdienst of een onder zijn verantwoordelijkheid vallende leidinggevende. Artikel 5, tweede lid van het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond aan OZHZ is niet van toepassing is voor wat betreft het aanwijzen van functionarissen voor het voeren van mediationgesprekken niet van toepassing. Directeur RAA05 Besluiten op bezwaarschriften op grond van de Awb conform advies Awb-bezwarencommissie (art. 7:11, Awb) indien primair besluit genomen is door een onder de verantwoordelijkheid van de directeur Omgevingsdienst vallende leidinggevende. Omvat mede besluiten in het kader van de voorbereiding, zoals toepassing van art. 2:2 (weigeren raadsman of vertegenwoordiger) en 7:10 (verdagen beslistermijn), Awb. Artikel 5, tweede lid van het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond aan OZHZ is niet van toepassing. Directeur RAA06 Het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht Directeur RAA08 Besluiten in het kader van het beheren van een zekerheidstelling. RAA09 Het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de Wet Bibob, met uitzondering van het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob. Artikel 5, tweede lid van het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond aan OZHZ is niet van toepassing. NB. Het mandaat omvat mede het, voorafgaand aan het vragen van advies aan Landelijk Bureau Bibob, uit te voeren eigen onderzoek. Het verwerken van het advies “ernstig gevaar” van het Landelijk Bureau Bibob is voorbehouden aan Gedeputeerde Staten. Unitmanager Indien het betreft het vragen van advies aan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) en het verwerken van dit advies: Directeur BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Vergunningverlening TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RMV02 Besluiten op grond van de Wabo: - een wettelijk advies op grond van art. 2.26, Wabo; - een verklaring van geen bedenkingen op grond van art. 2.27 of 2.28, Wabo, aan het bevoegd gezag voor een onderdeel van de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6.8 Bor, behoudens als het wettelijk verplicht advies uitsluitend betrekking heeft op een provinciale weg; - verzoek aan de gemeente tot wijziging of intrekking van een door de gemeente afgegeven omgevingsvergunning voor zover dit verzoek betrekking heeft op één of meerdere provinciale taken, behoudens als deze taak uitsluitend betrekking heeft op het provinciale wegbeheer. Geldt niet voor besluiten op grond van art. 6.6 lid 1 Bor. Daaronder vallen zowel de verklaring van geen bedenkingen voor één onderdeel van de omgevingsvergunning als de verklaring van geen bedenkingen voor het totaal van de onderdelen van de omgevingsvergunning. RMV04 Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens hoofdstuk 8, 10, 13, 14, 17 en 19 Wm, de Wabo en het Bouwbesluit 2012, voor zover betrekking hebbend op inrichtingen waarop het Brzo van toepassing is of waartoe een installatie behoort voor een industriële activiteit in cat. 4 van Bijlage 1 van de RIE. Procedurestappen: medewerker Ontwerpbesluit en besluit: unitmanager RMV13 Besluiten in het kader van de MER, niet zijnde plannen en structuurvisies (hoofdstuk 7 Wm). Betreft mede: - procedurestappen; - advies reikwijdte en detailniveau MER; - besluit MER-beoordeling; - aanvaardbaarheidsverklaring (op grond van overgangsregels); Ingeval het besluit betrekking heeft op een activiteit die plaatsvindt op het grondgebied van meerdere omgevingsdiensten, geldt het mandaat voor de gehele activiteit. In dat geval wordt in overleg tussen de betrokken omgevingsdiensten en het afdelingshoofd van de provincie bepaald wie het besluit in mandaat neemt. Procedurestappen: medewerker Overig: unitmanager BEVOEGDHEDEN/BESLUITEN Toezicht en handhaving TOELICHTING/VOORWAARDEN UNITMANAGER, TENZIJ ANDERS AANGEGEVEN RH01 Besluiten omtrent gedoogbeschikkingen Directeur RH02 Besluiten omtrent toezicht Betreft mede: a. bezoekbevestigingsbrief; b. voorwaarschuwingsbrief; c. accepteren van een melding of beoordelen van rapportages op grond van vergunningvoorschriften; d. nemen van goedkeuringsbesluiten op basis van vergunningvoorschriften; e. beoordelen van milieujaarverslagen overeenkomstig de bij of krachtens titel 12.3 Wm gestelde regels; f. vorderingen om informatie in het kader van de controle op de naleving van regelgeving, alsmede de reacties op de in dit kader toegezonden informatie (art. 5.16, Awb). Betreft mede het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuurlijk optreden. Medewerker ten aanzien van a, ben f Unitmanager ten aanzien van c, d en e Ten aanzien van het naar aanleiding van de kenbaar gemaakte zienswijze afzien van bestuurlijk optreden: Directeur RH03 Besluiten op verzoeken van derden om bestuursrechtelijk/ handhavend op te treden RH04 Besluiten op grond van Titel 5.3 en Titel 5.4, Awb (herstelsancties en bestuurlijke boete). Betreft mede het besluit tot het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang, dan wel het toepassen van spoedeisende bestuursdwang, conform art. 5.31, Awb juncto 5.17, Wabo, dan wel de schriftelijke bekrachtiging van de mondelinge aanzegging daartoe. De verplichting tot het plegen van vooroverleg, als bedoeld in artikel 5, tweede lid van het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond aan OZHZ is niet van toepassing, is niet van toepassing bij een direct gevaar voor de menselijke gezondheid dan wel dreiging daarvan, dan wel bij aanmerkelijke gevolgen voor het milieu of de natuur. In dat geval worden de portefeuillehouder en het afdelingshoofd van de provincie zo spoedig mogelijk door de directeur Omgevingsdienst geïnformeerd over de toepassing van het mandaat. Directeur RH05 Besluiten op grond van hetgeen bij of krachtens de Wabo is bepaald. RH05B Besluiten op grond van hetgeen is bepaald bij of krachtens artikel 1.1a, hoofdstuk 8, 10, 13, 14, 17 en 19 Wm, de Wabo, en het Bouwbesluit 2012, voor zover betrekking hebbend op inrichtingen waarop het Brzo van toepassing is of waartoe een installatie behoort voor een industriële activiteit in cat. 4 van Bijlage 1 van de RIE. Bij ongewone voorvallen en gevallen waarbij de stabiliteit van afvalvoorzieningen in het geding is, zal in spoedeisende gevallen voorafgaand vooroverleg niet altijd mogelijk zijn. Artikel 5, tweede lid van het Ondermandaatbesluit directeur DCMR Milieudienst Rijnmond aan OZHZ is niet van toepassing. In dat geval worden portefeuillehouder en afdelingshoofd van de provincie zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de toepassing van het mandaat. Lijst van afkortingen - Art.: artikel - Awb: Algemene wet bestuursrecht - Bibob: Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur - Bor: Besluit omgevingsrecht - Brzo: Besluit risico's zware ongevallen 2015 - Bsb: Bodemsanering bedrijfsterreinen - MER: Milieu Effect Rapportage - PMV: Provinciale milieuverordening Zuid-Holland - RIE: Richtlijn industriële emissies - Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht - Wbb: Wet bodembescherming - Wm: Wet milieubeheer - Wnb: Wet natuurbescherming

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.