REGELING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN 2015Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, gelet op de artikelen 6, derde lid, 13, eerste lid en 14 eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, 31 van de Invorderingswet 1990, in verbinding met artikel 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Gemeentewet en de betreffende bepalingen van de belastingverordeningen; besluit: vast te stellen de volgende : Regeling met betrekking tot de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen Artikel1Reikwijdte van de regeling De in deze regeling opgenomen regels gelden bij de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen op grond van de onderscheiden belastingverordeningen. Artikel2Aangifte 1.De belastingplichtige die niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wieniet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar eenaanslag is opgelegd, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die zesmaanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewetbedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat dan wel hetaantal honden door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat,moet de belastingplichtige binnen veertien dagen na het tijdstip waarop debelastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeftplaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van deGemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. Artikel3Aangifte De belastingplichtige die niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die maand bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. Artikel4Voorlopige aanslagen De heffingsambtenaar kan voorlopige aanslagen met betrekking tot de in artikel 6 genoemde verordeningen opleggen. Artikel5Rente 1.Het percentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaalvoor de rijksbelastingen is vastgesteld. 2.Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 33 van de uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel6Gelding voor gemeentelijke belastingen Met betrekking tot: de verordening Onroerende-zaakbelastingen vindt artikel 5 toepassing de verordening Reinigingsheffingen vindt artikel 5 toepassing de verordening Hondenbelasting vinden de artikelen 2 en 5 toepassing de verordening Rioolheffing vindt artikel 5 toepassing de verordening Toeristenbelasting vinden de artikelen 3, 4 en 5 toepassing de verordening Precariobelasting vindt artikel 5 toepassing de verordening Parkeerbelastingen vindt artikel 5 toepassing de Legesverordening vinden de artikelen 4 en 5 toepassing de verordening Scheepvaartrechten vindt artikel 5 toepassing de Marktgeldverordening vindt artikel 5 toepassing de Verordening eenmalig rioolaansluitingsrecht vindt artikel 5 toepassing Artikel6Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Deze regeling wordt aangehaald als : Regeling gemeentelijke belastingen 2015. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 16 december 2014. de Gemeentesecretaris, drs. B. van der Ploeg de Burgemeester, drs. H.M.F. Bruls
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.