← Nederland

Beleidsregel “inzake de wijze van het verstrekken van inlichtingen” Wet werk en bijstand gemeente Moerdijk (Moerdijk)

Beleidsregel “inzake de wijze van het verstrekken van inlichtingen” Wet werk en bijstand gemeente MoerdijkHet college van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 2 juni 2008, gelet op artikelen 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikelen 9, 17, 53 en 54 van de Wet werk en bijstand en de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Moerdijk 2004, BESLUIT vast te stellen de volgende beleidsregel: BELEIDSREGEL “INZAKE DE WIJZE VAN HET VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN” WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE MOERDIJK Artikel1Medewerkingsplicht door belanghebbenden 1.Artikel 9 lid 1 onder b van de Wet Werk en Bijstand verplicht de belanghebbende mee te werken aan een onderzoek naar zijn arbeidsinschakeling. Artikel 17 lid 2 verplicht de belanghebbende medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet. Het college acht het in ieder geval voor een goede uitvoering van de wet noodzakelijk dat belanghebbende verschijnt bij oproepen door het college, het CWI en alle partijen die in het kader van de arbeidsinschakeling een rol spelen. (Denk hierbij o.a. aan bijv reïntegratiebedrijven, werkgevers, scholingsinstituten e.d.) Artikel2Verstrekking van gegevens door belanghebbende 1.Artikel 17 Wwb en artikel 13 Ioaw/Ioaz geven aan dat belanghebbende onverwijld uit eigen beweging mededeling dient te doen van alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op arbeidsinschakeling of recht op bijstand. Voor het begrip onverwijld hanteert het college een termijn van één week. De belanghebbende dient binnen een week nadat het feit zich heeft voorgedaan hier melding van te doen door middel van het insturen van een rechtmatigheidformulier. Tot feiten en omstandigheden die van invloed zijn op de arbeidsinschakeling en het recht op bijstand rekent het college in ieder geval het verrichten van (onbetaald)werk en scholingsactiviteiten. 2.Artikel 53a van de WWB geeft het college de bevoegdheid te bepalen welke gegevens door een belanghebbende in ieder geval verstrekt moeten worden als het gaat om het bepalen van het recht op en de voortzetting van de bijstand. Tevens bepaalt het college welke bewijsstukken moeten worden overlegd en de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van de gegevens moet plaats vinden.Het college stelt als regel dat de belanghebbende in elk geval gegevens dient te verstrekken over: Inkomen Vermogen Woonomstandigheden Gezinssamenstelling. Inlichtingen over de omstandigheden die hebben geleid tot de bijstandsafhankelijkheid. Arbeidssituatie (onbetaald) werk of scholingsactiviteiten 3.Artikel 53a van de WWB geeft het college de bevoegdheid te bepalen het tijdstip waarop gegevens verstrekt moeten worden. De belanghebbende moet tijdig inlichtingen verstrekken. Dit wil zeggen dat de belanghebbende binnen de termijn die daarvoor is gesteld inlichtingen moet verstrekken. In praktijk betekent "niet tijdig" het volgende: De belanghebbende levert de informatie niet in voor de datum die is aangegeven. De belanghebbende verschijnt niet bij een oproep. Is dit het geval, dan wordt de bijstandsuitkering opgeschort. Artikel3Opschorten van de bijstand 1.Artikel 54 van de WWB geeft het college de bevoegdheid om bij het verwijtbaar aan de belanghebbende ontbreken van gegevens of bij het niet tijdig of onvolledig verstrekken van gegevens door de belanghebbende de bijstand voor een maximale periode van acht weken op te schorten. Het college stelt als beleidsregel vast dat van deze bevoegdheid gebruik gemaakt wordt. Het college handelt bij het niet volledig verstrekken van de inlichtingen als volgt: De bijstandsuitkering wordt opgeschort en een hersteltermijn wordt gegeven. Ingangsdatum en termijn van opschorting: Het recht op bijstand wordt opgeschort vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft. Dat kan een moment in het verleden zijn. Bij het niet tijdig inleveren van een formulier is dat de eerste dag van de periode waarop Het in te leveren formulier betrekking heeft, of vanaf de dag van het verzuim, indien niet kan worden bepaald op welke periode het verzuim betrekking heeft. De dag van het verzuim is de dag waarop het verzuim vastgesteld wordt, veelal dus de dag van het onderzoek. In de praktijk vindt opschorting plaats ingaande de eerste van de lopende kalendermaand voor zover de uitkering van die maand nog niet is betaald. Is de uitkering al wel betaald dan vindt opschorting plaats ingaande de eerste van de volgende kalendermaand. De uitkering mag in totaal ten hoogste 8 weken opgeschort zijn. Mededeling van de opschorting en hersteltermijn De Gemeente Moerdijk doet per beschikking mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigt hem uit vóór een bepaalde datum het verzuim te herstellen (hersteltermijn). De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de aard van het verzuim, maar kan kort zijn, bijvoorbeeld een dag of een week. Verzuim wel/niet hersteld Herstelt de belanghebbende het verzuim binnen de hersteltermijn dan wordt de opschorting opgeheven.Indien de belanghebbende het verzuim niet herstelt binnen de hersteltermijn, wordt na het verstrijken van de hersteltermijn het besluit tot toekenning van bijstand ingetrokken met ingang van de ingangsdatum van de termijn van opschorting. Slotbepalingen Artikel4Inwerkingtreding 1.Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking 2.De beleidsregel wordt bekendgemaakt in huis aan huis blad de Moerdijkse Bode 3.De beleidsregel inzake de wijze van het verstrekken van inlichtingen Wet werk en bijstand Gemeente Moerdijk 2005 wordt ingetrokken. Artikel5Citeertitel 1.Deze beleidsregel wordt aangehaald als:”beleidsregel inzake de wijze van het verstrekken van inlichtingen Wet werk en bijstand Gemeente Moerdijk”. Vastgesteld in de vergadering van het college d.d. 2 juni 2008, de secretarisDrs. A.E.B.Kandelde burgemeesterH.W.den Duijn

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.