Daar waar in deze code gesproken wordt over raadsleden wordt ook bedoeld fractieassistenten. De gedragscode is via de navolgende link te vinden Paragraaf 2 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen • Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet). • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Incompatibiliteiten en nevenfuncties • Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet). • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet). • Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet). Artikel 2 Paraplu-artikel Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 2.1 Een raadslid dient actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan. Artikel 2.2 Een raadslid onthoudt zich van deelname aan de stemming in de raad als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Artikel 2.3 Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie art. 2.2) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Artikel 2.4 Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe nevenfuncties aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking meteen aangeleverd bij de griffier. De informatie betreft in ieder geval: de omschrijving van de nevenfunctie; de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Een raadslid vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. Het presidium gaat (op basis van het register) bij het vaststellen van de agenda’s na of deelname aan beraadslaging en besluitvorming door een raadslid mogelijke risico’s oplevert voor een integere invulling van de politieke functie. Zo nodig zoekt het presidium het gesprek met betrokkene, rekening houdend met de eigen verantwoordelijkheid van een raadslid.
De wetgever beschermt politieke ambtsdragers op meerdere manieren tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: Ten eerste geeft de wetgever aan dat het de raad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de raad de verantwoordelijkheid er voor te waken dat persoonlijke belangen van de raadsleden de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de raadsleden uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaak gedacht - “persoonlijk gewin” of “persoonlijk voordeel” of “persoonlijke financiële inkomsten”. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de raad als geheel om ertegen te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Politici en politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er “slechts” sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in hun eigen belang dat dit voorschrift zo expliciet in de code is opgenomen. Ten tweede verbiedt de wetgever de raad expliciet bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. Deze incompatabiliteiten en verboden staan opgesomd in de artikel 13 en 15 van de Gemeentewet. Ten derde eist de wetgever van politieke ambtsdragers dat zij al hun nevenfuncties bekend maken. De griffie doet twee maal per jaar een check bij de raadsleden of de nevenfuncties nog actueel zijn. Paragraaf 3 Regels rondom de omgang met vertrouwelijke informatie Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet). In de Spelregels voor raadsleden van Almere staat de wijze waarop binnen Almere omgegaan wordt met informatieverstrekking en de omgang met informatie. Geheimhouding • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). • Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook de gemeenteraad onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet). • Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Artikel 3.1 Het raadslid zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel 3.2 Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie.
.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. De geheime informatie is slechts schriftelijk beschikbaar en alleen in te zien op een plek nader te specificeren in de Spelregels voor raadsleden van Almere. Paragraaf 4 Regels rondom (de schijn van) corruptie Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die het raadslid op grond van de artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling. Artikel 4 Paraplu-artikel Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Een raadslid dient actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan. Artikel 4.1 Een raadslid accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed dan wel de schijn van beïnvloeding of bevoordeling daardoor kan ontstaan. Onverminderd het eerste lid kan een raadslid incidentele geschenken die een geschatte waarde van maximaal € 50 vertegenwoordigen behouden. Geschenken die een raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. Ontvangen geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 25 worden gemeld aan de griffier. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, meldt een raadslid dit aan de griffier. Artikel 4.2 Het voornemen tot deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente worden vroegtijdig kenbaar gemaakt aan de griffier. Het raadslid maakt binnen één week na deelname de kosten openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. De informatie is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 4.3 Een raadslid meldt de griffier de ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval het doel, de bestemming en de duur van de reis en wat daarvan de kosten waren. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Paraplu-artikel Dit artikel geeft een definitie van corruptie. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politicus. Belangenverstrengeling is niet in het Wetboek van Strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. Opgemerkt kan nog worden dat gezien artikel 1.1 de regels voor ontvangen geschenken etc. niet alleen gelden bij schenkeningen aan een raadslid, maar ook bij schenkingen aan het raad als geheel. Artikel 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.2 en 4.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Paragraaf 5 Regels rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten Wettelijk kader In de verordening Voorzieningen raadsleden en fracties en de Spelregels voor raadsleden van Almere zijn voorschriften opgenomen voor het gebruik van voorzieningen van de gemeente. Daarnaast is het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland van toepassing. Artikel 5.1 Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgestelde regels en procedures. Artikel 5.2 Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel 5.3 Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan tenzij het betreft de bruikleen van een gemeentelijke computer die mede voor privédoeleinden mag worden gebruikt. Gebruikmaking van een gemeentelijke computer gebeurt met in achtneming van de goeden zeden en de algemene regels van goed fatsoen.
.1 Aan raadsleden worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel wordt aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden. Artikel 5.3 Stelregel is dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Uitzondering hierop is de iPad die in bruikleen is gegeven door de gemeente. Voor de inbruikleen gegeven iPad is de Bruikleenovereenkomst IPAD van toepassing. In deze overeenkomst is onder meer opgenomen dat “bruiklener is verplicht als een goed huisvader voor de iPad te zorgen, deze slechts in overeenstemming met de bestemming te gebruiken” (artikel 2, lid 2). Paragraaf 6 Regels rondom de onderlinge omgang Artikel 6 Paraplu-artikel Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met bestuurders en ambtenaren om. Artikel 6.1 Een raadslid bejegent bestuurders en ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift. Artikel 6.2 Een raadslid onthoudt zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief electronische berichten, van persoonlijke aanvallen op individuele bestuurders en/of ambtenaren in of rondom vergaderingen op de Politieke Markt en in het openbaar.
Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. College en raad hebben eigen reglementen van orde voor hun vergaderingen en andere werkzaamheden: Spelregels voor raadsleden van Almere 2012 Spelregels voor de Politieke Markt Paragraaf 7 Regels rondom de naleving van de gedragscode Artikel 7.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige uitleg van deze gedragscode. In geval van tekortkomingen en onduidelijkheden in de gedragscode beslist het presidium. Artikel 7.2 Om het jaar wordt een studiebijeenkomst georganiseerd voor de gehele raad over het onderwerp Integriteit en de gedragscode in het bijzonder. De griffier (of diens plaatsvervanger) is het eerste aanspreekpunt voor raadsleden over integriteit. Jaarlijks spreekt de burgemeester met de gemeenteraad over de naleving van de gedragscode. Er is een door de raad vastgesteld protocol hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Dit protocol (bijlage 1) maakt onlosmakelijk deel uit van deze gedragscode. De burgemeester, c.q. de vicevoorzitter van de raad kan de raad verzoeken in specifieke gevallen gemotiveerd af te mogen wijken van onderdelen van het protocol. Artikel 7.3 Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode, kan dit leiden tot een sanctie.
.1 De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige uitleg daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of tekortkomingen. Artikel 7.2 De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich verbinden. De burgemeester krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in het college en de raad een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze procesmatige en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de gedragscode. Artikel 7.3 Als is komen vast te staan dat een raadslid een regel van de gedragscode heeftovertreden, dan kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij hetbepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen deschending heeft plaatsgevonden, een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn even zwaar en moeten of kunnen op dezelfde manier worden gesanctioneerd. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling,corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak vanpolitieke ambtsdragers en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijkeschendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Een te lichte sanctie die volgt opeen ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending. Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart tebrengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is het raadslid onder druk gezetvan zijn partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal worden aangenomen. Er zijn verschillende ‘sancties’ die aan de orde kunnen zijn voor raadsleden: • aanspreken; • afkeuring door partijen (motie van treurnis); • uit de fractie verwijderen door de eigen partij; • royement van het lidmaatschap van de eigen partij; • strafrechtelijke vervolging. De wet biedt de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele sancties. Sommigeovertredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook een strafbaar feit op waarvan aangiftekan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging. Artikel 7.4 Intrekking en inwerkingtreding Deze Gedragscode integriteit raadsleden gemeente Almere 2016 treedt in werking op de dag na bekendmaking. De Verordening gedragscode bestuurlijke integriteit 2004 wordt ingetrokken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad, gehouden op 1 december 2016 De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, ………………… …………………. Bijlage 1 Protocol bij (vermoedens) integriteitsschendingen raadsleden Artikel 1 Algemeen Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen door de raadsleden. Dit protocol is vastgesteld door de raad en maakt onderdeel uit van de gedragscode integriteit raadsleden gemeente Almere
en genoeg geschreven. Maar hoe breng je integriteit nu in de praktijk? Om integriteit tot leven te brengen zijn enkele voorbeelden uitgeschreven. 1 De casussen zijn een selectie van de casussen die zijn opgenomen in de gedragscode van de gemeente Zaanstad. 1.Casussen rondom (de schijn van) belangenverstrengeling Voorbeeld 1 Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: De Gemeentewet artikel 13 verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 2 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 2.4) en de griffier moet zorg dragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 2.4 code). Let op: een raadslid moet al zijn functies melden. Variant 1: De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen? Antwoord: Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming. Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een politicus om te stemmen. Hij mag dus slechts in een beperkt aantal – in de wet genoemde gevallen - niet meestemmen. Meestemmen mag niet als het belang van een raadslid ('of een individu of organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid bij heeft') wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen, is het devies om te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen. Natuurlijk dient het raadslid de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen anders dan niet meestemmen. Variant 2: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen? Antwoord: Nee, artikel 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.