Beleidsregel inkomstenvrijlating Participatiewet, Ioaw,en Ioaz Goeree-OverflakkeeBurgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee, overwegende dat het wenselijk is het beleid omtrent de inkomstenvrijlating vast te leggen in beleidsregels; gelet op artikel 31 van de Participatiewet, artikel 8 van de Ioaw en artikel 8 van de Ioaz; b e s l u i t e n: Artikel1.Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Bijstand: algemene bijstand op grond van de Participatiewet, een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz); Bijstandsperiode: een periode dat algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt ontvangen of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Inkomsten uit arbeid: alle (parttime) inkomsten uit arbeid in loondienst; Inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31, lid 2 onder n en r van de Participatiewet, artikel 8 lid 2 en 5 van de IOAW en artikel 8 lid 3 en 9 van de IOAZ. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet(ten). Artikel2.Arbeidsinschakeling Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid wordt in alle gevallen voldaan aan de voorwaarde van de inkomstenvrijlating, dat de inkomsten moeten bijdragen aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende Artikel3.Inkomstenvrijlating 1.De inkomstenvrijlating is alleen van toepassing op inkomsten uit arbeid die na de ingangsdatum van de bijstand zijn aangevangen. 2.Bij het ontvangen van inkomsten uit arbeid bij instroom in de bijstand geldt de inkomstenvrijlating vanaf het moment dat er sprake is van een structurele urenuitbreiding van minimaal vijf uur per week. 3.Het recht op inkomstenvrijlating bestaat één keer per bijstandsperiode. 4.Als de bijstandsperiode tenminste 30 dagen, overeenkomstig artikel 45, derde lid, van de Participatiewet wordt onderbroken, ontstaat er een nieuw recht op de inkomstenvrijlating. 5.Naast inkomsten uit arbeid geldt de vrijlating ook voor de volgende inkomsten: Doorbetaling van loon tijdens ziekte, ongeacht wie dit betaalt; Een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling; Werkzaamheden als (marginale) zelfstandige. Artikel4.Vaststelling 1.Het recht op inkomstenvrijlating wordt ambtshalve vastgesteld; 2.Het college geeft een beschikking af, waarin in ieder geval de aanvangsdatum van de inkomstenvrijlating en de wettelijke grondslag van de inkomstenvrijlating wordtvermeld; 3.In de situatie van gehuwden heeft een ieder een individueel recht op de inkomstenvrijlating. Artikel5.Gevallen waarin de beleidsregel niet voorziet Inzake de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Artikel6.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking; 2.Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregel inkomstenvrijlating Participatiewet, Ioaw,en Ioaz Goeree-Overflakkee”. Aldus vastgesteld op 9 mei 2017 doorburgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee,secretaris, burgemeester,W.M. van Esch mr. A. Grootenboer-DubbelmanToelichting AlgemeenDe Participatiewet heeft een complementair karakter: bijstand is altijd aanvullend op de eigen middelen. Hieruit volgt, dat in beginsel alle middelen van de belanghebbende meetellen bij het vaststellen van het recht op en de hoogte van de bijstand. De bijstand vult de eigen inkomsten aan tot het niveau van het van toepassing zijnde sociaal minimum. De Participatiewet kent hierop een aantal uitzonderingen. In die gevallen mag de belanghebbende tijdelijk een deel van de inkomsten uit arbeid houden bovenop de bijstandsuitkering. Het doel hiervan is de arbeidsparticipatie te bevorderen, omdat iemand die gaat werken dan een hoger totaalinkomen heeft en gestimuleerd wordt een gehele of gedeeltelijke baan te accepteren. Met deze beleidsregel wil het college aangeven aan de (wettelijke) inkomstenvrijlating uitvoering te geven en op welke wijze. ArtikelsgewijsArtikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.