Beleidsregels Bijstandsverhaal Stadskanaal 2017Burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal; gelet op de artikelen 61, 62, 62a, 62b, 62c, 62d, 62e, 62f, 62g, 62h, en 62i van de Participatiewet; besluiten: vast te stellen de navolgende "Beleidsregels Bijstandsverhaal Stadskanaal 2017". Artikel 1 Definities Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, het Burgerlijk Wetboek en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stadskanaal; bijstandsgerechtigde: de persoon die bijstand heeft aangevraagd of aan wie (mede) bijstand is toegekend op grond van de Participatiewet; echtgenoot: de persoon met wie men gehuwd is; ex-echtgenoot: de gewezen echtgenoot/echtgenote of de gewezen geregistreerde partner; onderhoudsplichtige: degene die een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of de ten laste komende kinderen dient te voldoen op grond van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) of een rechterlijke uitspraak; verhaal: vordering op een derde of de vordering in verband met een nalatenschap of in verband met een schenking. Artikel 2 Verhaal van bijstand Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand: tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het BW op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het BW op degene die zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het BW op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395a van Boek 1 van het BW niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend; op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij het gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien; op de nalatenschap van de persoon indien: ten onrechte of tot een te hoog bedrag bijstand is verleend dan wel anderszins onverschuldigd is betaald en voor zover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; bijstand is verleend in de vorm van geldlening of als gevolg van borgtocht. In verband met de wettelijke onderhoudsplicht verhaalt het college op de onderhoudsplichtige: de periodieke algemene bijstand voor de kosten van levensonderhoud; de bijzondere bijstand voor de kosten van levensonderhoud aan jongmeerderjarige kinderen (artikel 62, sub c van de Participatiewet). De wettelijke onderhoudsplicht als genoemd in het tweede lid, onder b heeft geen betrekking op de kosten van incidentele bijzondere bijstand ingevolge artikel 35 van de Participatiewet. Artikel 3 Beoordeling onderhoudsplicht Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht, als bedoeld in artikel 159a van Boek 1 van het BW, alsmede in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c van deze beleidsregels, en de omvang van het te verhalen bedrag, wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend. Voor de in het eerste lid genoemde beoordeling wordt ten aanzien van de vaststelling van de verhaalsbijdrage, het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen, de zogenaamde TREMA-normen, als leidraad toegepast. Artikel 4 Het verhaalsbesluit Een besluit tot verhaal wordt door het college meegedeeld aan degene op wie verhaal wordt gezocht. Het besluit vermeldt de ingangsdatum van de op te leggen verhaals-bijdrage en het bedrag of de bedragen waarvan, evenals de termijn of termijnen waarbinnen betaling wordt verlangd. Bij verhaal op de nalatenschap wordt de mededeling gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken. Het verhaalsbesluit wordt gezonden naar het adres waar de belanghebbende volgens de gemeentelijke basisadministratie personen staat ingeschreven, tenzij belanghebbende uitdrukkelijk heeft verzocht om toezending van correspondentie naar een ander adres. Artikel 5 Verhaal in rechte Indien de belanghebbende weigert of nalaat de noodzakelijke informatie te verstrekken, dan wel niet uit eigen beweging bereid is de verhaalsbijdrage te betalen, dan wel niet of niet tijdig tot betaling ervan overgaat, besluit het college tot verhaal in rechte. Artikel 6 Draagkrachtonderzoek In verband met de eventuele aanpassing van een opgelegde verhaalsbijdrage vindt periodiek een heronderzoek plaats naar de wijzigingen in de financiële omstandigheden van de onderhoudsplichtige. Artikel 7 Verhaal op grond van rechterlijke uitspraak (alimentatiebeschikking) Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud, verschuldigd op grond van Boek 1 van het BW, die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak. Degene op wie wordt verhaald, heeft het recht om binnen de termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden tegen het besluit tot verhaal in verzet komen door een verzoekschrift in te dienen bij de rechtbank. Het verzet kan niet gegrond zijn op de bewering dat de uitkering tot levensonderhoud ten onrechte is opgelegd of onjuist is vastgesteld. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt de invordering pas voortgezet, zodra het verzet is ingetrokken of ongegrond is verklaard. Het college is bevoegd, met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt, het verschuldigde bij dwangbevel in te vorderen. Artikel 8 Herzieningsverzoek
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.