← Nederland

Besluit van de verenigde vergadering van het waterschap Goeree-Overflakkee houdende het peil in het bemalingsgebied Oost-Kraaijer (Waterschap Hollands

Peilbesluit Oost-KraaijerDe verenigde vergadering van het waterschap Goeree-Overflakkee; gelezen de voorstellen van dijkgraaf en heemraden d.d. 11 januari 1990 en 23 maart 1990; overwegende, dat het door het gemaal "Oost-Kraaijer" bemalen gebied grotendeels is gelegen binnen de blokgrens van de ruilverkaveling "Flakkee"; dat in het kader van deze ruilverkaveling werken zijn/worden uitgevoerd die het mogelijk maken de peilen van de waterstanden in dit gebied aan te passen; dat het in verband met de gewenste waterbeheersing in dit gebied noodzakelijk is - mede gelet op de hoogteligging, de bodemgesteldheid, het grondgebruik en de overige bij de waterbeheersing betrokken belangen - de peilen van de waterstanden te herzien; dat de herziene peilen pas kunnen worden gerealiseerd na uitvoering van de ruilverkavelingswerken; dat het ontwerp van dit besluit en de daarbij behorende toelichting na voorafgaande openbare bekendmaking vanaf 20 februari 1990 gedurende dertig dagen voor een ieder ter inzage hebben gelegen ten kantore van het waterschap en ter secretarie van de gemeenten Dirksland en Middelharnis; dat het ontwerp van dit besluit en de daarbij behorende toelichting tijdig aan het bestuur van district II en aan burgemeester en wethouders van Dirksland en Middelharnis zijn gezonden; dat tegen het ontwerp van dit besluit geen bezwaren zijn ingediend; gelet op het bepaalde in de artikelen 87, 191 en 192 van het reglement voor het waterschap Goeree-Overflakkee; b e s l u i t : Ide peilen van de waterstanden die in het bemalingsgebied "Oost-Kraaijer" gehandhaafd gaan worden als volgt vast te stellen: een en ander zoals op de bij dit besluit behorende kaart nader is aangegeven en onder de volgende bepalingen: indien de weersomstandigheden dat naar het oordeel van dijkgraaf en heemraden noodzakelijk maken, zijn zij bevoegd de vorengenoemde peilen van de waterstanden in droge en zeer droge perioden te verhogen en in natte en zeer natte perioden te verlagen; als regel zal de overgang van zomerpeil naar winterpeil in augustus of in september en de overgang van winterpeil naar zomerpeil in april of in mei plaats vinden, waarbij de weersgesteldheid en het verloop van de grondwaterstand in aanmerking worden genomen. IIde onder I genoemde nieuwe peilen eerst te realiseren nadat de ruilverkavelingswerken zijn uitgevoerd; IIIde thans geldende peilbesluiten in het bemalingsgebied ''Oost-Kraaijer'' in te trekken, zodra de onder II genoemde peilen zijn gerealiseerd; IVde inwerkingtreding van dit besluit plaats te doen vinden op een nader door dijkgraaf en heemraden te bepalen datum; V de datum van inwerkingtreding aan de nadere goedkeuring van gedeputeerde staten te onderwerpen. Aldus vastgesteld te Middelharnis op 28 maart 1990.De verenigde vergadering voornoemd,, dijkgraaf., secretaris-rentmeester.Bijlage1Peilbesluit Oost Kraayer rapport Peilbesluit Oost Kraayer rapport Bijlage2Bodemkaart Oost Kraayer Bodemkaart Oost Kraayer Bijlage3Drooglegging (huidige situatie) Oost Kraayer Drooglegging (huidige situatie) Oost Kraayer Bijlage4Gebiedskenmerkenkaart 2003 Oost Kraayer Gebiedskenmerkenkaart 2003 Oost Kraayer Bijlage5Maaiveldhoogten 2002 Oost Kraayer Maaiveldhoogten 2002 Oost Kraayer Bijlage6Nieuwe waterstaatkundige situatie Oost Kraayer Nieuwe waterstaatkundige situatie Oost Kraayer Bijlage7Te droog te nat (huidige situatie) Oost Kraayer Te droog te nat (huidige situatie) Oost Kraayer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.