Verordening op de vertrouwenscommissie burgemeestersvacature gemeente Ouder-Amstel 2017BURGEMEESTERSVACATURE GEMEENTE OUDER-AMSTEL 2017 De raad van de gemeente Ouder-Amstel, gelezen het voorstel van de vertrouwenscommissie i.o. d.d. 1 mei 2017, nummer 2017/19, gelet op de artikelen 61, 61a, 61c, 84, 86, 147 en 149 van de Gemeentewet, de artikelen 15 en 31 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995, gelet op de circulaire Benoeming, functioneringsgesprekken en herbenoeming burgemeester van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gelet op artikel 4a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, besluit VAST TE STELLEN: DE VERORDENING OP DE VERTROUWENSCOMMISSIE Artikel1Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: de minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; de commissaris: de Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland; de commissie: de vertrouwenscommissie, zijnde een raadscommissie, die belast is met de voorbereiding van de aanbeveling tot vervulling van de vacature burgemeester; de secretaris: de secretaris van de commissie. Artikel2Taak en bevoegdheden 1.De commissie heeft tot taak een door de commissaris aan te reiken selectie van kandidaten te beoordelen en de aanbeveling tot benoeming van de burgemeester voor te bereiden. 2.De commissie brengt over haar werkzaamheden en bevindingen schriftelijk en vertrouwelijk verslag uit aan de gemeenteraad en de commissaris. Het verslag aan de raad wordt voorzien van een conceptaanbeveling van twee personen. 3.Indien de commissie ook andere kandidaten die op de voorgeschreven wijze hebben gesolliciteerd en die niet behoren tot de selectie van de commissaris, wil beoordelen, stelt zij de commissaris hiervan onverwijld in kennis. 4.Indien de commissie besluit een door de commissaris geselecteerde kandidaat niet te ontvangen, stelt zij de commissaris beargumenteerd hiervan onverwijld schriftelijk in kennis. Eveneens stelt de commissie de betreffende kandidaat hiervan onverwijld in kennis. 5.De commissie verschaft zich slechts door tussenkomst van de commissaris de door haar nodig geachte informatie over de kandidaten. 6.De commissie brengt haar in lid 2 bedoelde bevindingen uit op basis van de namen en eventuele verdere gegevens die de commissaris haar verstrekt en op basis van mondelinge en schriftelijke informatie die de door haar ontvangen kandidaten haar geven, zulks na weging van een en ander. 7.De commissie licht het concept van haar verslag en haar bevindingen bedoeld in lid 2 toe aan de commissaris. Artikel3Samenstelling 1.De commissie bestaat uit zeven leden, te benoemen door en uit de gemeenteraad, zodanig dat elke fractie in de commissie is vertegenwoordigd. 2.De raadsgriffier wordt toegevoegd aan de commissie als ambtelijk secretaris en geeft ambtelijke ondersteuning aan de commissie. 3.De gemeentesecretaris wordt toegevoegd aan de commissie als plaatsvervangend secretaris. 4.De raad benoemt een wethouder als adviseur van de commissie. 5.De secretaris, de plaatsvervangend secretaris en de adviseur zijn geen lid van de commissie en hebben geen stemrecht. 6.De commissie kiest uit haar midden een voorzitter. 7.De commissie kent geen plaatsvervangende leden of plaatsvervangende adviseurs. Het lidmaatschap is persoonlijk. Vervanging van een lid door de raad is mogelijk tot het moment dat de commissie de namen van de kandidaten van de commissaris heeft ontvangen. Artikel4Vergoeding 1.Aan de leden van de commissie wordt een toelage verleend voor hun werkzaamheden ten laste van de gemeente van 5 % van de vergoeding voor de werkzaamheden op jaarbasis, voor de duur van het lidmaatschap van de commissie. Artikel5Vergaderingen 2.De vergaderingen van de commissie zijn besloten. 3.De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of tenminste drie leden dit noodzakelijk achten. 4.De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering. De voorzitter doet van elke vergadering ten minste vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie. 5.De commissie vergadert niet indien niet tenminste vijf leden aanwezig zijn. Artikel6Geheimhouding 1.De commissie legt in elke vergadering, met toepassing van artikel 61c en 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken die aan de commissie zijn overlegd en het behandelde tijdens de vergadering. 2.De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid wordt voldaan. 3.Deze geheimhoudingsplicht geldt ook tegenover de gemeenteraad. 4.De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 2, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.