Beleidsregel voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Goeree-Overflakkee (Beleidsregel BIBOB Goeree-Overflakkee)Burgemeester en wethouders en de burgemeester van Goeree-Overflakkee, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; overwegende dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hun beleidsruimte verschaft bij de totstandkoming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden en dat voor de toepassing van deze bevoegdheden een beleidsregel wenselijk is; gelet op: de Wet Bibob; artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; de artikelen 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en Horecawet; artikel 30b van de Wet op de kansspelen; artikel 2 van de Verordening speelautomatenhallen gemeente Goedereede; de artikelen 2.1 en 2.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2015 (verder te noemen: APV); b e s l u i t e n: vast te stellen de navolgende: Beleidsregel voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Goeree-Overflakkee. Hoofdstuk1Algemeen Artikel1:1Begripsomschrijvingen 1.De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel, tenzij daarover in het tweede lid anders is bepaald. 2.In deze beleidsregel wordt verstaan onder: beschikking: een beschikking ter zake van een vergunning, toekenning, erkenning of ontheffing, als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, waarop de wet kan worden toegepast dan wel een besluit dat krachtens mandaat is genomen overeenkomstig de Mandaatregeling Goeree-Overflakkee 2014 en daarna vastgestelde wijzigingen; bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van de gemeente Goeree-Overflakkee; Bibob-toets: eerste stap uit het eigen onderzoek (zie ook Hoofdstuk 4 “Uitvoering”); Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur als bedoeld in artikel 8 van de wet; eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag, zoals beschreven in artikel 4:4 van de beleidsregel, waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het Bureau aan te vragen; overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1, eerste lid, sub j van de wet en waarop de wet kan worden toegepast; Para-commerciële inrichting: horeca-inrichting als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet (bijvoorbeeld een buurthuis, dorpshuis, clubhuis of kantine van een sportvereniging) waarvan de horeca in eigen beheer is en niet verpacht is; rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Goeree-Overflakkee; RIEC: het samenwerkingsverband Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Rotterdam; vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel: 1°. het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of; 2°. het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht of; 3°. huur of verhuur of het verlenen van een gebruiksrecht of; 4°. de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt; wet: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Hoofdstuk2Publiekrechtelijke beschikkingen Artikel2:1Toepassing bij aanvragen om beschikkingen als bedoeld in het kader van de Drank- en Horecawet, APV en Wet op de kansspelen 1.De toepassing van de wet zal door het bestuursorgaan op de hieronder aangeduide (aanvragen voor) beschikkingen plaatsvinden door uitvoering van de Bibob-toets bij elke (nieuwe) aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, onder j: artikel 3 Drank- en Horecawet (Drank- en Horecavergunning); artikel 30b van de Wet op de kansspelen (speelautomatenvergunning); artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning); artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening (horeca-exploitatievergunning); artikel 2:72 van de Algemene Plaatselijke verordening(verkoopvergunning consumentenvuurwerk); artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening(vergunning seksinrichting, escortbedrijf); artikel 2 van de Verordening speelautomatenhallen gemeente Goedereede (speelautomaten-halvergunning). 2.Ten aanzien van de vergunningen als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, onder a en d, is deze beleidsregel niet van toepassing bij aanvragen van para-commerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet. Artikel2:2Toepassing bij aanvragen omgevingsvergunning (Omgevingsvergunning bouwen) 1.Het bestuursorgaan voert de Bibob-toets uit bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit) waarbij sprake is van de volgende functies en criteria: Woonfunctie: waarbij sprake is van een bouwsom per woning die hoger is dan € 350.000; Dit criterium is niet van toepassing op de bouw van maximaal drie woningen door een particulier; Woonfunctie: woongebouw waarbij sprake is van een bouwsom die hoger is dan € 1.500.000; dit criterium is niet van toepassing op de bouw van woningen door een sociale verhuurder; Bijeenkomstfunctie: horecagebouw waarbij sprake is van een bouwsom hoger dan € 100.000; indien de bouwaanvraag leidt tot de aanvraag voor een exploitatievergunning zal primair bij de aanvraag om een (omgevings)vergunning voor een bouwactiviteit de Bibob-toetsing plaatsvinden; Voor zover er sprake is van twee verschillende (rechts)personen zal met betrekking tot de aanvraag voor een nieuwe exploitatie- en/of drank- en horecavergunning ook een Bibob-toetsing plaatsvinden; Industriefunctie: waarbij sprake is van een niet concrete gebruiksfunctie en waarbij sprake is van een bouwsom hoger dan € 500.000; Industriefunctie: waarbij het pand bestemd is voor de verhuur en waarbij sprake is van een bouwsom hoger dan € 250.000; Recreatiefunctie: waarbij sprake is van vakantiewoningen(park), waarbij sprake is van vijf of meer vakantiewoningen; Kantoorfunctie:waarbij sprake is van een bouwsom hoger dan € 500.000; Sportfunctie: waarbij sprake is van een particuliere sportschool en/of fitnesscentrum; indien de bouwaanvraag leidt tot de aanvraag van een nieuwe drank- en horecavergunning, zal alleen bij deze laatste vergunningaanvraag de Bibob-toetsing plaatsvinden. 2.Het bestuursorgaan zal bij een aanvraag voor de in artikel 2:2 genoemde beschikkingen niet overgaan tot een Bibob-toets, indien de aanvraag afkomstig is van: Overheidsorganisaties; Semi-overheidsorganisaties; Toegelaten woning(bouw)corporaties (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting middels een daartoe verstrekte vergunning); Door burgemeester en wethouders bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers (bijv. samenwerkingsconstructies van particuliere ondernemingen en overheid). 3.Het bestuursorgaan zal bij een aanvraag voor de in artikel 2:2 genoemde beschikkingen ook overgaan tot een Bibob-toets als er: vanuit eigen informatie of vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC aanleiding is om te vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoel in artikel 3 van de wet of; Informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet verkregen vanuit het Openbaar Ministerie, direct of als reactie op een door ontvangen signaal van het Bureau. Artikel2:3Toepassingsbereik bij aanvragen omgevingsvergunning (Omgevingsvergunning Milieu) 1.Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet, (omgevingsvergunning inrichtingen Wet milieubeheer) vindt uitsluitend een Bibob-toets plaats bij inrichtingen, die vallen onder de categorie 3, 12 of 28 van bijlage 1 onder C van het Besluit omgevingsrecht en wordt die alleen uitgevoerd voor zover er: vanuit eigen informatie of vanuit informatie van een of meerdere netwerkpartners van het RIEC aanleiding is om te vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet of; informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet wordt verkregen van uit het Openbaar Ministerie, direct of als reactie op een ontvangen signaal van het Bureau. aanvraag betrekking heeft op (een van) de volgende branches/sectoren: - Transport; - Vuurwerkhandel; - Herstelinrichtingen voor motorvoertuigen; - Op- en overslagbedrijven; - Afvalbedrijven; - Inrichtingen voor gebruik of opslag van wapens en munitie; 2.Het bestuursorgaan zal bij een aanvraag voor de in artikel 2:3 in het eerste lid genoemde beschikkingen niet overgaan tot een Bibob-toets, indien de aanvraag afkomstig is van: Overheidsorganisaties; Semi-overheidsorganisaties; Toegelaten woning(bouw)corporaties (toegelaten door de minister van Infrastructuur en Milieu middels een daartoe verstrekte vergunning). 3.Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de wet, kan worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) wordt uitsluitend een Bibob-toets uitgevoerd als er: vanuit eigen informatie of vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC aanleiding is om te vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet of; informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet verkregen is vanuit het Openbaar Ministerie, direct of als reactie op een door zijn ontvangen signaal van het Bureau. Artikel2:4Toepassingsbereik bij aanvragen om evenementenvergunning op basis van de APV 1.Het bevoegde bestuursorgaan voert de Bibob-toets uit bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning) voor zover dit type/soort evenement bij afzonderlijk besluit door de burgemeester is aangewezen. 2.Het bevoegde bestuursorgaan zal in ieder geval bij iedere aanvraag voor de in het eerste lid genoemde beschikking voor vechtsportgala’s of een motorevent overgaan tot een Bibob-toets. 3.Uitvoering van het eigen onderzoek als bedoeld in hoofdstuk 1, tweede lid, onder e, vindt plaats bij een aanvraag als bedoeld in juncto 26 van de wet artikel 2:25, eerste lid van de APV, indien er: vanuit eigen informatie of informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC aanleiding is om te vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet, of; vanuit het OM informatie verkregen is als bedoeld in artikel 11 van de wet. Artikel2:5Toepassingsbereik bij aanvragen drank- en horeca en/of exploitatievergunning op basis van de Drank- en Horecawet en/of APV 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2:1, eerste lid, onder b, d en e van deze beleidsregel vindt uitvoering van het eigen onderzoek, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder g – in beginsel – plaats bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 Drank- en Horecawet en als bedoeld in artikel 2:28 van de APV voor zover het een commercieel bedrijf betreft. 2.Het bestuursorgaan zal bij een aanvraag voor de in artikel 2:4 en 2:5 genoemde beschikkingen ook overgaan tot een Bibob-toets als er vanuit: vanuit eigen informatie of vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC aanleiding is om te vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet of; vanuit het Openbaar Ministerie verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet is ontvangen, direct of als reactie op een ontvangen signaal van het Bureau. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 2:4, derde lid, zal een eigen onderzoek, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder g, in ieder geval plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt dat tegen de aanvrager van een beschikking elders in het land in de achterliggende periode van twee kalenderjaren een ernstige mate van gevaar is vastgesteld. Artikel2:6Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen 1.Het bestuursorgaan kande wet toepassen met betrekking tot reeds verleende beschikkingen als bedoeld en omschreven in artikel 2:1, indien: de verstrekte beschikking betrekking heeft op een locatie, die gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan na de verstrekking van de beschikking, is aangewezen als risicogebied; de verstrekte beschikking betrekking heeft op een branche of onderdeel van een branche, die op basis van een door het bestuursorgaan genomen besluit ná de verstrekking van de beschikking is aangewezen voor een generieke Bibob-toets; vanuit eigen informatie dan wel vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het RIEC, er aanwijzingen zijn dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet; informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet is verkregen, vanuit het Openbaar Ministerie, direct of als reactie op een door haar ontvangen signaal van het Bureau, die duidt op een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet; bekend wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een soortgelijke beschikking is verstrekt. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het RIEC eerder al een soortgelijke beschikking is verleend, zal het bestuursorgaan het RIEC om coördinatie in de Bibob-toets verzoeken. 2.Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld te retourneren, zullen allereerst de daartoe gestelde regels als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht toegepast worden. Bij volharding zal de weigering worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 4 juncto artikel 3 van de wet. De verstrekte vergunning zal als gevolg daarvan worden ingetrokken. Hoofdstuk3Privaatrechtelijke transacties en aanbestedingen Artikel3:1Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties 1.De rechtspersoon met een overheidstaak kande wet in beginsel toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder o, van de wet. Er vindt in beginsel geen toepassing van de wet plaats bij het verkopen van “snippergroen” en restpercelen aan particulieren of van de blote eigendom van in erfpacht uitgegeven gronden aan particulieren. 2.Bij de start van onderhandelingen die toe een vastgoedtransactie leiden, niet zijnde een transactie waarbij ingevolge het eerste lid geen toepassing aan de wet wordt gegeven, stelt de rechtspersoon de wederpartij ervan in kennis dat een Bibob-procedure kan plaatsvinden. 3.In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. 4.De Bibob-toets wordt – in beginsel – beperkt tot de gevallen, die een n of meerdere van onderstaande kenmerken hebben: hoge mate van financiële complexiteit hebben; behorend tot een als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen risicobranche; behorend tot een als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen risicogebied; hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur; exceptioneel financieel risico voor de gemeente; met de vastgoedtransactie een koopsom is gemoeid van meer dan € 500.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.