Mandaatbesluit Vervoerregio Amsterdam 2009Artikel1Begrippen In dit besluit wordt verstaan onder: Mandaat: de bevoegdheid als bedoeld in artikel 10:1 van de Awb om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen; Mandans: het bestuursorgaan dat bepaalde, aan hem toekomende bevoegdheden, onder behoud van zijn verantwoordelijkheid, opdraagt aan de gemandateerde; Mandataris: de functionaris die aan het bestuur toekomende bevoegdheden gemandaterd krijgt; Machtiging: het verrichten van feitelijke handelingen; Ondermandaat: het verlenen van het mandaat door de gemandateerde aan een ander; Ondertekeningsmandaat: de bevoegdheid als bedoeld in artikel 10:11 Awb om een door het bevoegde bestuursorgaan genomen besluit namens het bestuursorgaan te ondertekenen; Volmacht; de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan privaatrechtelijke handelingen te verrichten. Artikel2Mandaat 1.De Regioraad, het Dagelijks Bestuur, respectievelijk de voorzitter verlenen ieder voorzover het hun bevoegdheden betreft mandaat voor de uitoefening van bevoegdheden zoals verwoord in de bij dit besluit behorende lijst aan een lid van het DB op wiens portefeuille de zaak betrekking heeft, de secretaris, de loco-secretaris en/of één of meerdere afdelingshoofden. 2.Mandaten kunnen worden verleend onder voorwaarden. Indien een voorwaarde van toepassing is wordt deze opgenomen op de bij dit besluit behorende lijst. 3.De ondertekening van een krachtens mandaat genomen besluit luidt als volgt: Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam Namens dezen, <handtekening> <naam> <functie> OF De voorzitter van de Vervoerregio Amsterdam Namens deze, <handtekening> <naam> <functie> Artikel3Ondertekeningsmandaat 1.Het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter kennen het lid van het DB op wiens portefeuille de zaak betrekking heeft en de secretaris mandaat toe tot ondertekening van brieven die van het DB respectievelijk de voorzitter uitgaan. 2.Het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter kennen de secretaris mandaat toe tot ondertekening van brieven in die gevallen verwoord in de bij dit besluit behorende lijst. Artikel4Intrekken bevoegdheid De mandans kan het mandaat overeenkomstig artikel 10:8 van de Awb te allen tijde intrekken. Artikel5Ondermandaat 1.De mandataris is bevoegd de in mandaat verkregen bevoegdheden te ondermandateren zoals verwoord in de bij dit besluit behorende lijst. 2.Mandaten kunnen worden verleend onder voorwaarden. Indien een voorwaarde van toepassing is wordt/ worden deze opgenomen op de bij dit besluit behorende lijst. 3.Indien ondermandaat is toegestaan en verleend wordt een krachtens ondermandaat genomen besluit als volgt ondertekend: Namens het Dagelijks Bestuur van de Vervoerregio Amsterdam De secretaris/portefeuillehouder, Namens dezen, <handtekening ondergemandateerde> <naam ondergemandateerde> <functie> OF Namens de voorzitter van de Vervoerregio Amsterdam De secretaris/portefeuillehouder, <handtekening ondergemandateerde> <naam ondergemandateerde> <functie> Artikel6Afwezigheid 1.In geval van afwezigheid van de functionarissen, niet zijnde een afdelingshoofd, aan wie bij of krachtens dit besluit de uitoefening van bevoegdheden of het tekenen van stukken in mandaat of ondermandaat is opgedragen, worden deze opdrachten door een door hem daartoe aangewezen plaatsvervanger vervuld. 2.Indien het betreft een mandaat of ondermandaat aan een afdelingshoofd, geldt in geval van zijn of haar afwezigheid dat de aan hem gegeven opdracht vervuld wordt door één van de andere afdelingshoofden. Artikel7Privaatrechtelijke (rechts)handelingen 1.Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de secretaris volmacht te verlenen respectievelijk te machtigen ten behoeve van de uitoefening van privaatrechtelijke rechtshandelingen respectievelijk feitelijke handelingen zoals verwoord in de bij dit besluit behorende lijst. 2.De secretaris is bevoegd de stukken voortvloeiende uit de in het eerste lid genoemde handelingen te ondertekenen. De secretaris kan deze bevoegdheid bij een andere functionaris werkzaam in de organisatie neerleggen. 3.Volmachten en machtigingen kunnen worden verleend onder voorwaarden. Indien een voorwaarde van toepassing is wordt deze opgenomen op de bij dit besluit behorende lijst. 4.Naast de in het vierde lid genoemd voorwaarden gelden bij toepassing van de volmacht respectievelijke de machtiging door de functionarissen genoemd in de bij dit besluit behorende lijst in ieder geval de regels uit de volgende besluiten: de Financiele Regeling Stadsregio Amsterdam ( DB besluit van 9 maart 2006); de notitie Inkopen en aanbesteden van de Stadsregio Amsterdam ( DB besluit van 9 maart 2006) en het besluit van de Regioraad van 7 december 2002 over de categorieën van onderwerpen die verplicht ter behandeling aan de Regioraad moeten worden voorgelegd. Artikel8 Op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit worden de volgende regelingen ingetrokken: het Mandaatsbesluit 2006 vastgesteld door het DB op 9 maart 2006 het Mandaatsbesluit van de voorzitter d.d. 9 maart 2006 het Mandaatsbesluit van het DB ten aanzien van het opleggen van bonussen en malussen aan concessiehouders d.d. 6 juli 2006 het Ondermandaatsbesluit van de secretaris d.d 5 juli 2007 het Ondermandaatsbesluit van de secretaris d.d. 9 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.