Protocol Agressie tegen college- en raadsleden gemeente Goeree-OverflakkeeDe raad van de gemeente Goeree-Overflakkee; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 juli 2013; gelet op artikel 108, eerste lid, en op artikel 147, tweede lid, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen het Protocol Agressie tegen college- en raadsleden gemeente Goeree-Overflakkee, welk protocol als gewaarmerkte bijlage deel uitmaakt van dit besluit. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadvan de gemeente Goeree-Overflakkee op 19 september 2013.de griffier, de voorzitter,drs. J. Mimpen mr. A. Grootenboer-DubbelmanBijlage Behoort bij het Protocol Agressie tegen college- en raadsleden gemeente Goeree-Overflakkee, vastgesteld bij besluit van de raad van 19 september 2013 De griffier, drs. J. Mimpen Inleiding Voor politieke gezagsdragers en voor democratisch gekozen volksvertegenwoordigers is het belangrijk dat zij gemakkelijk benaderbaar zijn, open in de samenleving kunnen staan, het politieke debat vrij kunnen voeren, publieke taken vrij van dwang en drang kunnen uitoefenen en dat besluiten zonder druk kunnen worden genomen. Zij kunnen worden geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag van burgers: uitschelden, beledigen, persoonlijke bedreiging of bedreiging aan het adres van familie, langdurig stalken, fysieke agressie en in extreme gevallen bijvoorbeeld gijzeling. Grensoverschrijdend gedrag kan - bedoeld of onbedoeld - de besluitvorming beïnvloeden en raakt dan aan de integriteit van de besluitvorming. De onlustgevoelens die worden veroorzaakt door dreiging en agressie, kunnen daarnaast een grote impact hebben op degene die het overkomt en op zijn of haar omgeving. Ervaring met agressie kan leiden tot vermindering van het plezier in het uitoefenen van de functie, minder goed functioneren of ziekteverzuim. Politieke gezagsdragers vervullen hun publieke taken per definitie in de openbaarheid; de manier waarop zij omgaan met agressie heeft zodoende altijd een voorbeeldfunctie. 1. Basisafspraak De basisafspraak is dat de individuele bestuurder of politicus grensoverschrijdend gedrag vanwege zijn of haar functie altijd intern meldt en vervolgens overlegt over de te volgen handelwijze. De in dit protocol opgenomen afspraken zijn erop gericht om in overleg regie te voeren zodra sprake is van grensoverschrijdend gedrag tegen bestuurders of raadsleden. 2. Wat is grensoverschrijdend en ontoelaatbaar gedrag? Onder emotioneel gedrag wordt verstaan dat een burger op een emotionele manier begrip vraagt voor zijn persoonlijke situatie, kritiek geeft op de regels of op het beleid van de gemeente, of bijvoorbeeld boos is over een beslissing van de gemeente. Emotioneel gedrag is van korte duur en laat zich corrigeren. Voor dergelijk gedrag kan (enig) begrip worden getoond. Emotioneel gedrag is niet verboden, boosheid is niet grensoverschrijdend en is geen agressie. Grensoverschrijdend gedrag is: aanhoudend emotioneel gedrag, aanhoudende boosheid of het aanhoudend uiten van beledigingen en gedrag dat – nadat de burger erop is aangesproken – niet verandert of verergert. Het gedrag is gericht op: het teweegbrengen van onlustgevoelens, het verstoren van de orde of op ontoelaatbare wijze beïnvloeden van de taakuitoefening, het veroorzaken van letsel of schade. Onder agressie wordt in navolging van de zogenaamde Eenduidige Landelijke Afspraken[1] verstaan: lichamelijke en verbale geweldpleging, belaging, intimidatie en bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de publieke taak. Dit kan gepaard gaan met beschadiging van goederen. Onder agressie wordt in dit protocol ook verstaan ieder gebruik van geweld. 3. Melden van grensoverschrijdend gedrag Grensoverschrijdend gedrag wordt altijd intern gemeld. Raadsleden melden incidenten bij de griffier. De griffier stelt de burgemeester op de hoogte van de melding. Wethouders melden incidenten bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris stelt de burgemeester op de hoogte van de melding. De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris en de griffier wordt hiervan op de hoogte gebracht. Alle meldingen worden door de griffier respectievelijk de gemeentesecretaris geregistreerd in het Gemeentelijk Incidenten Register (GIR). De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris bepalen wie toegang heeft tot de meldingsgegevens in het GIR. De resultaten van de registratie van incidenten worden zonder vermelding van persoonsgegevens meegenomen in het jaarverslag. 4. Interne maatregelen Na iedere interne melding wordt besproken welke maatregelen tegen de veroorzaker worden genomen. Daarbij is de afdeling Vergunningverlening, Handhaving en Veiligheid (VHV) van de gemeente beschikbaar voor advies en ondersteuning. Al naar gelang de ernst van het grensoverschrijdend gedrag (en als sprake is van herhaald gedrag) kan de gemeente: de persoon verwijderen uit een gebouw/van een terrein; mondeling of schriftelijk waarschuwen; (tijdelijk) beperken van de toegang tot de gemeentelijke gebouwen of van de dienstverlening. De burgemeester en de politieke gezagsdragers zijn te allen tijde bevoegd om een burger te verzoeken een gebouw te verlaten en mondeling de toegang tot een gebouw te ontzeggen. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester; oproepen voor een (orde- of herstel)gesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het ongewenste gedrag; het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel grensoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie); aangifte bij de politie; of andere maatregelen treffen, al naar de omstandigheden. De maatregelen worden bij voorkeur binnen 48 uur na het incident getroffen en schriftelijk door de burgemeester aangekondigd. Maatregelen kunnen worden toegepast na iedere (interne) melding en ook als wordt besloten dat van een incident melding of aangifte wordt gedaan bij de politie. De maatregelen die door de gemeente worden genomen jegens de veroorzaker worden zo mogelijk meteen bij het doen van aangifte of bij de melding aan politie en Openbaar Ministerie doorgegeven en anders zo spoedig mogelijk na het nemen van deze maatregelen. 5. Melding en aangifte Grensoverschrijdend gedrag kan strafbaar zijn. Het is van groot belang dat van mogelijk strafbaar gedrag zo snel mogelijk aangifte wordt gedaan. Voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag dat strafbaar kan zijn: schelden, (doods)bedreigingen uiten, dreigen met represailles, bedreigen (van familieleden) en uitvoeren van dreigementen, schoppen, spugen en andere fysieke agressie, letsel toebrengen of materiele schade veroorzaken en gedrag dat anderen in gevaar brengt. De griffier en/of de gemeentesecretaris en de afdeling VHV overleggen zo nodig met de betrokkenen en met de politie over de ernst van de situatie en de aangifte. Bij het doen van aangifte kiest de bestuurder of het raadslid domicilie op het adres van de gemeente Goeree-Overflakkee, Koningin Julianaweg 45, 3241 XB Middelharnis en nooit op het privéadres. De betrokkene laat zich bij de aangifte zo nodig bijstaan door een vertegenwoordiger van de gemeente. Melden en aangifte moet zo volledig mogelijk gebeuren: wat is er gebeurd, waar en wanneer, wie heeft het gedaan of gezien? Als er een vermoeden bestaat dat er een verband bestaat tussen de agressie en een door de betrokkene of door zijn/haar partij ingenomen standpunt of besluit, wordt dit gemeld. Als sprake is van brieven, e-mail, boodschappen op een voicemail of dreigtweets, dan worden deze bewaard en wordt een kopie bij de melding gevoegd. Kenmerken van de dader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.