Deel III Subsidieplafonds 2018 en planning 2018 Inhoudsopgave Deel I Subsidieregeling Artikel
Algemeen beleidsmatig toetsingskader Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd Artikel
op de subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd
op de inhoudelijke bijdrage die iedere afzonderlijke samenwerkingspartner levert; Een
op het totaal aangevraagde subsidiebedrag en het bedrag per samenwerkingspartner (d.m.v. een activiteitenbegroting). Indien toewijzing van alle aanvragen die voldoen aan deze regeling leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikt het college de aanvragen aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren: De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en de participatie van de inwoner (wegingsfactor 3); De mate waarin in de aanvraag sprake is van een effectieve ondersteuningsmethodiek (inclusief erkend systeem van monitoring INVRA) van instroom-doorstroom-uitstroom, zodat capaciteiten (vakvaardigheden en competenties) van de inwoners zo goed mogelijk ontwikkeld en benut worden (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van het, waar mogelijk, mengen van (doel)groepen vanuit de inclusiegedachte (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van het actief leggen van verbindingen met o.a. onderwijs en andere relevante partners om nieuwe instroom, doorontwikkelingsmogelijkheden en uitstroom te creëren (wegingsfactor 2; De mate waarin sprake is van samenwerking met de andere ketens van arbeidsmatige dagbesteding (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van innovatie (o.a. inverdienen/ondernemerschap) van het bestaande aanbod (wegingsfactor 1); De mate waarin stopzetting van de activiteiten zou leiden tot vernietiging van maatschappelijk kapitaal (wegingsfactor 1). Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0:onvoldoende, 1:matig, 2:voldoende, 3:goed, 4:uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op het criterium met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. Indien de totaalscore lager is dan 55 procent van de maximaal mogelijk te behalen totaalscore kan de aanvraag worden geweigerd. De aanvraag kan worden geweigerd wanneer niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de functie gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie. Artikel7a.Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Inwonersondersteuning stadsdeelgericht Het college kan, via een penvoeder, subsidie verlenen voor stadsdeelgerichte inwonersondersteuning aan één samenwerkingsverband van organisaties per stadsdeel (via de penvoeder) dat één plan per stadsdeel indient tot maximaal het subsidieplafond voor dat stadsdeel. Dit plan is gebaseerd op de behoefteanalyse in het stadsdeel, inclusief de aanpalende dorpen, en omschrijft: De inzet op de vier aspecten van inwonersondersteuning: Geven van advies en informatie over voorzieningen in Apeldoorn; Ondersteunen (onafhankelijk) bij vraagverheldering en toeleiden naar ondersteuning of wijzigingen in de ondersteuning; Bieden van kortdurende ondersteuning; Ondersteunen en stimuleren van sociale leefbaarheid in stadsdelen. Een gezamenlijke visie op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan inwonersondersteuning, waarbij aangegeven wordt hoe de (wettelijke taak) onafhankelijke cliëntondersteuning gewaarborgd is; Een beschrijving van de effecten en de concretisering hiervan in resultaten en indicatoren en de monitoring hiervan; Een
op de inhoudelijke bijdrage die iedere afzonderlijke samenwerkingspartner levert; Een
op het totaal aangevraagde subsidiebedrag en het bedrag per samenwerkingspartner (d.m.v. een activiteitenbegroting). Indien er meerdere plannen per stadsdeel worden ingediend rangschikt het college de aanvragen per stadsdeel aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren: De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van samenwerking met andere sociale partners, met Centra voor Jeugd en Gezin, met Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijk Ondersteuning (wegingsfactor 3); De wijze waarop wordt samengewerkt met overige partijen in het stadsdeel o.a. huisartsen, wijkverpleegkundigen, onderwijs, politie, 1e- en 2elijns ondersteuning, vrijwilligers en verenigingen (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding (wegingsfactor 2); De mate waarin inwonersondersteuning herkenbaar en toegankelijk is (wegingsfactor 2); De mate waarin wordt ingezet op vaste professionals en vrijwilligers (wegingsfactor 1); De mate waarin stopzetting van de activiteiten zou leiden tot vernietiging van maatschappelijk kapitaal (wegingsfactor 1). Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0:onvoldoende, 1:matig, 2:voldoende, 3:goed, 4:uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op het criterium met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. Artikel7b.Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Inwonersondersteuning stedelijk Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten op het gebied van inwonersondersteuning die zijn ingericht op stedelijk niveau voor de aspecten: Geven van advies en informatie over voorzieningen in Apeldoorn en Bieden van kortdurende ondersteuning. De subsidieaanvraag omvat: Een onderbouwing waarom het niet wenselijk is de genoemde aspecten/activiteiten op stadsdeelniveau vorm te geven en waarom de activiteiten als aanvullend worden beschouwd op het stadsdeelgerichte aanbod en op het aanbod in de basis ontmoetingsplekken; Een beschrijving van de effecten en de concretisering hiervan in resultaten en indicatoren en de monitoring hiervan; Een
op de inhoudelijke bijdrage (indien van toepassing van iedere afzonderlijke samenwerkingspartner); Een
op het totaal aangevraagde subsidiebedrag, d.m.v. een activiteitenbegroting (indien van toepassing van iedere afzonderlijke samenwerkingspartner). Indien toewijzing van alle aanvragen met betrekking tot stedelijk ingerichte inwonersondersteuning die voldoen aan deze regeling leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikt het college de aanvragen aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren : De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van samenwerking met de basis ontmoetingsplekken in het stadsdeel, Centra voor Jeugd en Gezin, met Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijk Ondersteuning (wegingsfactor 2); De wijze waarop wordt samengewerkt met overige partijen in het stadsdeel o.a. huisartsen, wijkverpleegkundigen, onderwijs, politie, 1e- en 2elijns ondersteuning, vrijwilligers en verenigingen (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding (wegingsfactor 2); De mate waarin inwonersondersteuning toegankelijk is (wegingsfactor 1); De mate waarin stopzetting van de activiteiten zou leiden tot vernietiging van maatschappelijk kapitaal (wegingsfactor 1). Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0:onvoldoende, 1:matig, 2:voldoende, 3:goed, 4:uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op het criterium met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. Indien de totaalscore lager is dan 55 procent van de maximaal mogelijk te behalen totaalscore kan de aanvraag worden geweigerd. De aanvraag kan worden geweigerd wanneer er niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de functie gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie. Artikel8.Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Maatschappelijke opvang Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten specifiek bestemd voor de doelgroep Maatschappelijke Opvang. De doelstelling is het voorkomen van verslaving en dak- en thuisloosheid en specifieke ondersteuning van de doelgroep Maatschappelijke Opvang (MO) zodat deze zo volwaardig en zelfredzaam mogelijk mee kunnen doen in de samenleving met een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven. De drie type activiteiten die hiertoe gesubsidieerd worden zijn: Preventieactiviteiten voor verslavingsproblematiek; Inloop ten behoeve van de doelgroep; Tijdelijke opvang van dak- en thuisloze jongeren (TOJ). Indien toewijzing van alle aanvragen die voldoen aan deze regeling leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikt het college de aanvragen aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren. Voor alle drie type activiteiten gelden de volgende criteria en wegingsfactoren: De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod aansluit op de behoeften van de diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner (wegingsfactor 3); De mate waarin de activiteit(
; c.materiaal- en activiteitenkosten voor zover deze een directe relatie hebben met de gesubsidieerde activiteit en de (primaire) doelstelling van de functie. 4.De kostprijs van een aanbod in de Algemene Voorzieningen mag niet hoger zijn dan de kostprijs van een vergelijkbaar aanbod in de maatwerkvoorziening. Artikel16.Voorwaarden 1.Subsidie kan worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat terzake van de uitvoering van de verleningsbeschikking een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36, lid 1 van de Awb tot stand komt. 2.Een subsidie ten laste van de begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Artikel17.Verplichtingen 1.Het college legt, in aanvulling op de artikelen 11 en 12 van de Asv, aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen op: de subsidieontvanger verleent alle medewerking aan evaluatie en monitoring van gesubsidieerde activiteiten, o.a. op basis van de verantwoordingsrapportages conform de vastgestelde formats; de subsidieontvanger informeert het college onverwijld indien de continuïteit van de gesubsidieerde activiteiten in het geding is; de subsidieontvanger leeft de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de Wmo en de Jeugdwet en de daarop gebaseerde of daarmee verband houdende wet- en regelingeving na; de subsidieontvanger blijft gedurende de looptijd van de subsidie voldoen aan de eisen en criteria zoals genoemd in deze subsidieregeling; de subsidieontvanger is op de hoogte van en neemt, indien nodig, deel aan relevante netwerken voor informatie-uitwisseling en gebruikt stedelijke knooppunten/expertisecentra bij het uitvoeren van haar dienstverlening; de subsidieontvanger is op de hoogte van en sluit aan bij stedelijke, stadsdeelgerichte en gebiedsgerichte ontwikkelingen op het gebied van welzijn, ondersteuning en zorg; de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de beroepskrachten continu worden opgeleid en bijgeschoold op basis van relevante ontwikkelingen; de subsidieontvangers die samenwerken op een basis ontmoetingsplek dragen gezamenlijk zorg voor het voortdurend actueel houden van het activiteitenprogramma op de website www.ontmoetelkaarinapeldoorn.nl. 2.Het college kan daarnaast bij subsidieverlening nog overige doelgebonden verplichtingen opleggen. Artikel18.Voorschotten 1.Aan de subsidieontvanger c.q. de penvoerder wordt in maandelijkse termijnen een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag uitbetaald, tenzij in de
of de verleningsbeschikking anders is bepaald. 2.Het voorschot wordt binnen zes weken na de subsidieverlening in termijnen betaalbaar gesteld. Artikel19.Vaststelling van de subsidie 1.De artikelen 17, 18 en 19 van de Asv zijn van toepassing op de vaststelling van de subsidie. 2.De informatie als bedoeld in artikel 17, lid 2 van de Asv, alsmede het verslag als bedoeld in artikel 18, tweede lid en artikel 19 lid 2 bevat naast ‘tellen’ (kwantiteit) ook elementen van ‘vertellen’ (klanttevredenheid/beleving). 3.Indien de subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dienen zij hun aanvraag tot subsidievaststelling in via de penvoerder. Betaling van het vastgestelde subsidiebedrag, onder verrekening van reeds vastgestelde voorschotten, geschiedt aan de penvoerder. Deze betaling geldt als betaling aan de subsidieontvangers. Artikel20.Afwijkingsbevoegdheid Het college kan in, bijzondere gevallen, afwijken van één of meerdere bepalingen van deze regeling. Artikel21.Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel Deze regeling treedt in werking op de dag na die van bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de subsidieregeling Wmo en Jeugdhulp
Algemeen beleidsmatig toetsingskader Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd In de Transformatieagenda wordt gesteld dat het tijd is om de losse onderdelen van de algemene voorzieningen meer aan de stadsdelen en aan elkaar te verbinden. Meer samenhang aan te brengen tussen welzijn, werken, onderwijs, cultuur en sport. Zo snel mogelijk meer flexibiliteit in het subsidiesysteem brengen om tijdig in te kunnen spelen op wat nodig is. Zo werken we verder aan het ontstaan van een fijnmazig netwerk over de stad waarin zoveel mogelijk inwoners met plezier en voldoening hun dagelijkse leven kunnen inrichten. Zelf én samen met anderen. Dorpen Er wordt vanuit het sociaal domein geen specifiek beleid gemaakt voor de dorpen. Ervaring leert echter dat vooral bij de inrichting van algemene voorzieningen grote verschillen bestaan in de behoeftes van de stadsdelen en die van de (grotere) dorpen. Dorpen kennen van oudsher een hecht sociaal netwerk waarin vrijwilligerswerk, mantelzorg en ontmoeting een logisch samenspel vormen. Uitgangspunt is dat per functie wordt bekeken hoe dit het beste vorm kan worden gegeven binnen de kaders zoals in de Transformatieagenda en subsidieregeling geschetst. Focus De focus van de activiteiten ligt op de kwetsbare inwoners van Apeldoorn. De te organiseren activiteiten zijn er zoveel mogelijk op gericht om hun zelfredzaamheid en vaardigheden te vergroten en het netwerk te versterken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen voorzieningen die we op stadsdeelniveau organiseren en voorzieningen waarvoor het logischer is om ze stedelijk te organiseren. Daarnaast komt er ruimte voor innovatie en burgerinitiatief door hier een specifiek budget voor in te richten. Sturing en verantwoording vindt plaats op basis van resultaten en maatschappelijke effecten aanvullend op aantallen en uren. Preventie Er is in Apeldoorn een groot scala aan voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken. Een deel van deze voorzieningen wordt gesubsidieerd door de gemeente. Deze ‘algemene voorzieningen’ richten zich deels op alle inwoners, zoals bijvoorbeeld de publieke gezondheidszorg of sportvoorzieningen, en deels op inwoners die het (tijdelijk) niet redden op eigen kracht of die een hulpvraag hebben. De Transformatieagenda en deze Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2018 richten zich op dit laatste deel van algemene voorzieningen. Deze subsidieregeling legt de focus op de meer kwetsbare inwoners van onze stad. Doel blijft het voorkomen dat er problemen voor inwoners ontstaan dan wel verergeren. In de subsidieregeling is daarom nadrukkelijk bepaald dat preventief beleid, gericht op het voorkomen van de problematiek van de kwetsbare inwoner, essentieel is. Anders dan de Welzijnswet richt de Wmo zich op eigen kracht van de burger. Dit betekent dat voor preventief beleid dit uitgangspunt ook geldt. Daarom is preventie ook gekoppeld aan de kwetsbare inwoners. Met deze subsidieregeling realiseren wij een aantal locaties waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Primair voor mensen in kwetsbare positie, maar alle inwoners zijn welkom. Mocht er een burgerinitiatief zijn in een buurt waar een locatie voor nodig is, dan staat een ontmoetingsplek hier voor open. Op deze manier geven wij invulling aan de inclusieve samenleving. Bij de doorontwikkeling van de Algemene Voorzieningen zijn drie ontwikkelthema’s van belang: 1.Stadsdeelgericht samenwerken: waarbij meer focus moet komen op wat nodig is aan activiteiten in een stadsdeel; afstemming op en organisatie in de nabijheid van inwoners; een betere bekendheid van de algemene voorzieningen in een stadsdeel; meer samenwerking en verbinding tussen de algemene voorzieningen in een stadsdeel en meer betrokkenheid van inwoners; onog meer focus op de kwetsbare doelgroep. Flexibiliteit en ondernemerschap: waarbij toegewerkt wordt naar bekostiging van de basisinfrastructuur per stadsdeel en ontwikkeling van een flexibel budget voor burgerinitiatieven en om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen. Waar nodig werken we met een stedelijke basisinfrastructuur voor die onderdelen die kleinschalig of specialistisch van aard zijn. Eenvoudig met meer sturing: waarbij er naar toegewerkt wordt om heldere resultaatafspraken te maken en een heldere, eenvoudige financieringsstructuur in te richten. De Transformatieagenda is vastgesteld in de raad op 15 juni 2017 en beschrijft de doorontwikkeling van de Algemene Voorzieningen. De doorontwikkeling richt zich op 2020 met te zetten tussenstappen in 2018 en 2019. De eerste tussenstap is deze subsidieregeling 2018. De inclusiegedachte is leidend voor de inrichting van het aanbod door aanbieders, waarbij als algemeen uitgangspunt geldt dat rekening gehouden wordt met inwoners met verschillende culturele achtergronden, specifieke beperkingen, levensovertuiging of religie. Resultaten, monitoring en rapportages Om te rapporteren over de gemaakte resultaatsafspraken dienen de organisaties vanaf 2016 twee maal per jaar een verantwoordingsrapportage in, conform een daarvoor (voor elke functie) opgesteld format. In deze verantwoordingsrapportages worden op verschillende prestatievelden indicatoren gemeten. Daarbij wordt zowel kwantitatieve (tellen) als kwalitatieve (vertellen) informatie verzameld. Op basis van de informatie uit de verantwoordingsrapportages wordt (tussentijds) zowel tactisch als operationeel bijgestuurd. De verantwoordingsrapportages worden gecontinueerd en (jaarlijks) bijgesteld naar aanleiding van ervaringen. Deze ontwikkeling leidt tot een meer resultaatgerichte sturing, waarbij de gemeente meer op afstand gaat staan.
In de gemeente Apeldoorn gelden zes leidende principes voor het garanderen van de 3D kwaliteit. In onderstaande figuur worden de principes en hun betekenis uitgewerkt.
waarborgen dat zorg- en ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers.De benodigde deskundigheid is aangegeven per soort dienstverlening, waarbij gezocht wordt naar een optimale balans tussen de inzet van professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. i. geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een (toegankelijke) bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en de inzet van vakdocenten bij recreatieve activiteiten op ontmoetingsplekken.Een aanbieder van Algemene Voorzieningen kan kosten in rekening brengen voor het nuttigen van koffie/thee, andersoortige consumpties en het gebruik van materiaal. Deze kosten mogen niet hoger zijn dan de redelijkerwijs vastgestelde kostprijs van het desbetreffende product. Daarnaast mag afname van deze producten niet verplicht worden gesteld aan de inwoner die van een desbetreffende Algemene Voorziening gebruik maakt (geen gedwongen winkelnering). Indien vakdocenten worden ingezet dient dit kostendekkend te zijn middels een bijdrage van de deelnemers. j. in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens van beroepskrachten en andere personen die beroepsmatig of als vrijwilliger met de cliënten/inwoners in contact komen. Voor vrijwilligers kan hierop een uitzondering worden gemaakt.Aan jonge vrijwilligers (tot en met 23 jaar) en volwassenen voor wie geen verklaring omtrent gedrag wordt afgegeven en die onder directe supervisie van een (pedagogisch) professional werken, vraagt de organisatie (aanbieder) inzage in de brief waarin de verklaring omtrent gedrag wordt geweigerd. De professional van de organisatie kan dan een eigen afweging maken of betrokkene al dan niet op verantwoorde wijze als vrijwilliger aan de slag kan. Indien betrokkene de brief niet wenst te overhandigen aan de professional kan een zorgvuldige afweging niet worden gemaakt met als consequentie dat betrokkene geen vrijwilligerswerk mag doen.
Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Basis ontmoetingsplekken (Ontmoeting en Dagbesteding)Algemeen De afgelopen jaren is breed ingezet op ontmoetenvoor alle inwoners van Apeldoorn. Zowel voor volwassenen en jeugdigen zijn er locaties in de stadsdelen waar mensen elkaar kunnen treffen. Daarnaast is een deel van de dagbesteding voor de Wmo-doelgroep, die niet arbeidsmatig is, omgezet naar de algemene voorzieningen. Dit niet arbeidsmatige deel van de dagbesteding wordt in 2018 gesubsidieerd onder de functie ontmoeten en dagbesteding. De ontmoetingsplekken voor jeugd hebben in de stadsdelen naast de functie ontmoeten eveneens een functie in het opbouwen van relaties tussen jongeren en professionals. Hiermee wordt beoogd de leefbaarheid van het stadsdeel te bevorderen en overlast te voorkomen, verminderen of op te lossen. Uitgangspunt is dat ontmoeten door inwoners zelf vorm en inhoud wordt gegeven. Alleen daar waar inwoners dat (tijdelijk) niet zelf kunnen, komt de gemeente in beeld. Het programma van ontmoetingsplekken wordt door een samenwerkingsverband van aanbieders invulling gegeven. In gezamenlijkheid wordt een programma opgesteld en worden uren en taken verdeeld. Aanbieders jeugd die werkzaam zijn op een ontmoetingsplek jeugd en niet werken in een samenwerkingsverband kunnen voor subsidie in aanmerking komen als zij aantoonbaar maken dat hier een goede grond voor is en dat er geen onnodige hogere kosten worden gemaakt. Lid 1.Concentratie van de ontmoetingsplekken is noodzakelijk, zodat de middelen efficiënt benut worden, versnippering wordt voorkomen, ontmoetingsplekken beter herkenbaar zijn voor bewoners en er een kwaliteitsslag kan worden doorgevoerd. In deze subsidieregeling geldt als beleidsmatig uitgangspunt voor de bekostiging dat er sprake is van een duidelijke afbakening en opdrachtdefinitie van de ontmoetingsplekken die behoren tot de basisinfrastructuur. De voorkeur gaat er naar uit de bestaande, goedlopende ontmoetingsplekken te behouden. Er komen ca. 20 basis ontmoetingsplekken voor de gehele stad, waarbij sprake moet zijn van een evenwichtige verdeling tussen Wmo en Jeugd. Bij de verdeling van deze basis ontmoetingsplekken wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken van een stadsdeel en met de aard en omvang van de doelgroep(en) in elk stadsdeel. Het subsidiebudget per stadsdeel wordt gebaseerd op demografische gegevens en een inschatting van de ondersteuningsbehoefte. De aanvragen onder a. en b. worden per stadsdeel gerangschikt. Onder de stadsdelen wordt hier verstaan: Noordwest inclusief de Binnenstad (postcodegebied 7301 t/m 7317); Noordoost (7321 t/m 7325); Zuidoost (7326 t/m 7329); Zuidwest (7331 t/m 7339); Dorpen (overige postcodes binnen de gemeente Apeldoorn). Om de kwaliteit van de basisinfrastructuur te garanderen worden basis ontmoetingsplekken ingericht die allen voorzien in een vastgesteld minimaal basisaanbod van activiteiten: Activiteiten gericht op ondersteuning. Op basis ontmoetingsplekken kan een inwoner terecht voor een informatie- en (juridisch) adviesvraag, een luisterend oor of hulp bij het invullen van een formulier, taalles en gespreksgroepen. Op alle basis ontmoetingsplekken Wmo vinden minimaal 3 keer in de week gezamenlijke maaltijden plaats. Activiteiten gericht op gezondheid, weerbaarheid en ontwikkelen van vaardigheden. Hierbij valt te denken aan cursussen vitaliteit, sporten, huiswerkbegeleiding en weerbaarheidstrainingen. Indien er behoefte aan is, kan dit aanbod aangevuld worden met: c)Activiteiten gericht op samenzijn, zoals kaartspelletjes, biljarten, brei- en naaigroepen, bingo, gamen en soos. Doorgaans worden deze activiteiten begeleid door vrijwilligers. Hierbij wordt in principe de norm gehanteerd dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten. Ook kunnen er op de ontmoetingsplekken cursussen worden gegeven door docenten, zoals bloemschikken en schilderen. Deze cursussen worden kostendekkend aangeboden (middels een bijdrage van de deelnemers). De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de mate waarin -de aard en omvang van- de activiteiten de inzet van een professional rechtvaardigen. Onder de functie ontmoeten valt voor de Wmo voortaan een deel van de dagbesteding, de dagbesteding die in de subsidieregeling 2016 was gedefinieerd als de ‘dagbesteding gekoppeld aan een ontmoetingsplek’. In deze subsidieregeling is uitgangspunt dat ontmoeting en niet-arbeidsmatige dagbesteding binnen één functie zijn samengebracht, zodat er op basis ontmoetingsplekken de mogelijkheid ontstaat om deze activiteiten aan elkaar te verbinden. Bijvoorbeeld een dagdeel creatieve activiteiten voor ouderen, waarbij de activiteit redelijk gestructureerd wordt aangeboden zodat zowel inwoners die komen voor ontmoeten als deelnemers aan de dagbesteding hieraan kunnen deelnemen. De dagbesteding biedt een deelnemer een structurele, activerende daginvulling, door deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten. Het programma als geheel biedt de deelnemer structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden aan een groep van gemiddeld 10 deelnemers, waarbij specialistische kennis is vereist. Er wordt methodisch gewerkt aan ontwikkeldoelen van de deelnemer. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een deel van de zorg en begeleiding ondersteunen, evenals de deelnemer zelf als hij/zij in staat is om het programma mede vorm te geven. Er is een intensieve samenwerking met andere algemene voorzieningen en bewonersactiviteiten in de buurt. De organisatie stelt zich ontvankelijk op voor een breder publiek. Een inwoner komt in aanmerking wanneer hij/zij niet (geheel) in staat is om zelfstandig of met behulp van de eigen leefomgeving vorm te geven aan de daginvulling, hij/zij niet (meer) kan werken of gebruik kan maken van regulier onderwijs vanwege beperkingen. De deelnemer heeft deels andere, intensievere begeleiding nodig dan in de basis ontmoetingsplekken aan basisaanbod aan ontmoetingsactiviteiten wordt aangeboden. De deelnemer wordt intensiever gevolgd en bewaakt wordt of deze blijft deelnemen aan de dagbesteding. Lid 2.Indien het totaal aantal aanvragen/aangevraagde bedrag per stadsdeel leidt tot een overschrijding van de beschikbare financiële middelen voor dat betreffende stadsdeel worden de aanvragen beoordeeld op basis van een aantal criteria. a. De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod.Beoordeeld wordt de mate waarin het aanbod aansluit op de behoeften van de inwoners. Duidelijk moet zijn dat op een gedegen wijze een onderzoek naar behoeften heeft plaatsgevonden en dat de onderzoeksresultaten zijn vertaald in een passend aanbod voor de doelgroep(en). Daarbij moet tevens duidelijk aangegeven worden dat aangesloten wordt op het bestaande aanbod en er geen sprake is van overlappingen en/of lacunes. b. In hoeverre sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en de participatie van de inwoner.Aangegeven moet worden dat ondersteuning op de basis ontmoetingsplekken bijdraagt aan een verhoging van de zelfredzaamheid en participatie (gebruik hierbij ook de diepte interviews die zijn gehouden in het kader van het verantwoordingsformat). Voor jeugdigen geldt dat de activiteiten die op de ontmoetingsplekken worden aangeboden een educatief karakter (bijvoorbeeld omgaan met groepsdruk) hebben of een hoger doel dienen zoals het betrekken van jongeren en buurtbewoners in de organisatie van activiteiten om de binding met de wijk te vergroten. Er worden collectieve activiteiten geboden die jongeren stimuleren en uitdagen om grenzen te verleggen en vaardigheden te ontwikkelen, die nodig zijn om actief te kunnen participeren in de samenleving. Op deze wijze worden risico’s gesignaleerd, wordt leefbaarheid bevorderd en overlast door jongeren voorkomen. c. De mate waarin er sprake is van het, waar mogelijk, mengen van (doel)groepen vanuit de inclusie gedachte.Ontmoetingsplekken leveren een bijdrage aan het verbinden van verschillende doelgroepen. Iedereen is welkom. De aangeboden activiteiten moeten voor verschillende inwoners aantrekkelijk zijn, ook voor inwoners met een lichte beperking moet ruimte zijn. Niet alle doelgroepen zijn te mengen. Van belang is dat, naarmate de complexiteit van de doelgroep toeneemt, de inrichting van de dagbestedings- en ontmoetingsactiviteiten wellicht kleinschaliger en/of minder in gemengde doelgroepen plaatsvindt. Ook moet er aandacht zijn en blijven voor inwoners die een prikkelarme omgeving nodig hebben en voor het ontlasten van mantelzorgers. d. De mate waarin er sprake is van samenwerking met andere sociale partners, met Centra voor Jeugd en Gezin en Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijk Ondersteuning en met vrijwilligers en mantelzorgondersteuners.Door samenwerking wordt een bredere kijk verkregen op de krachten en uitdagingen van het stadsdeel. In gezamenlijkheid kan op basis van de behoeften van het stadsdeel een passend activiteitenaanbod worden ontwikkeld. Verder spelen basis ontmoetingsplekken een rol bij vroegsignalering en het effectief op- en afschalen van ondersteuning. Op basis ontmoetingsplekken wordt een vertrouwensband opgebouwd tussen inwoners onderling en professional. Dit levert soms signalen op die inzet van ondersteuning vragen die niet ter plekke geboden kan worden. De professionals op de basis ontmoetingsplekken kennen de sociale kaart van hun stadsdeel, motiveren inwoners om ondersteuning te zoeken en te accepteren of leggen zelf het contact om de benodigde ondersteuning te realiseren. Daarnaast kunnen basis ontmoetingsplekken en de daar werkzame professionals een rol spelen bij het afschalen van zorg. Via de basis ontmoetingsplekken kan een inwoner zijn sociale netwerk vergroten, kan vinger aan de pols worden gehouden (maar niet in plaats van het waakvlam contact, tenzij hierover afspraken zijn gemaakt) of kan een inwoner worden geactiveerd om (weer) actief mee te doen. Een goede samenwerking tussen de professionals op de ontmoetingsplekken en de outreachende professionals in het stadsdeel is van wezenlijk belang. e. De mate waarin er sprake is van een reële bezettingsgraad (aantal bezoekers per activiteit). Alle partners spannen zich in om het aanbod bekend te maken en inwoners te stimuleren daadwerkelijk deel te nemen. Deelnamecijfers uit voorgaande jaren worden in de beoordeling betrokken. Uit onder andere de verantwoordingsrapportages van de organisaties blijkt dat op vrijwel alle Wmo ontmoetingsplekken sprake is van overcapaciteit. Eerste prioriteit is dan ook het verhogen van de bezettingsgraad (o.a. door het verhogen van de herkenbaarheid) om daarmee de inzet van personele en financiële middelen te rechtvaardigen. Wat betreft de dagbesteding geldt dat er sprake dient te zijn van een aantoonbaar voldoende bezettingsgraad van deelnemers voor de betreffende dagbestedingsactiviteiten. Het uitgangspunt is een ratio van gemiddeld 1 op 10 als het gaan om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers. Voor de deelnemers geldt dat in 2016 of 2017 hun maatwerkindicatie dagbesteding is beëindigd, dan wel dat ze in de afgelopen jaren gebruik zijn gaan maken van de dagbesteding. f. De mate waarin er sprake is van een herkenbare en toegankelijke voorziening.Toegankelijkheid kan met verschillende aspecten te maken hebben, o.a. vindbaarheid, herkenbaarheid, prijsstelling, fysieke toegankelijkheid. Lid 3. Voor de basis ontmoetingsplekken bedoeld voor de Wmo doelgroepen wordt op grond van de resultaten van de evaluaties, onderzoeken (o.a. Spectrum) en op basis van de informatie uit de tussentijdse verantwoordingsrapportages bij het beoordelen en rangschikken ook aandacht besteed aan: i. De mate waarin er sprake is van het effectief in samenhang aanbieden van ontmoetings- en dagbestedingsactiviteiten.Wanneer ontmoetingsactiviteiten en dagbestedingsactiviteiten op dezelfde locatie worden aangeboden, zal dit doorgaans effectiever georganiseerd kunnen worden dan wanneer een van beide op een satellietlocatie aangeboden wordt. Bijvoorbeeld wanneer er vanwege de veiligheid altijd minimaal 2 professionals aanwezig dienen te zijn. j. De mate waarin er wordt ingezet op vaste professionals en vrijwilligers op de ontmoetingsplekken. Professionals en vrijwilligers zijn meerdere dagdelen per week beschikbaar op de basis ontmoetingsplek. Hierbij is het streven om te werken met maximaal 1 organisatie per specifieke expertise.
AlgemeenDe gemeente Apeldoorn wil de dagbesteding zo laagdrempelig en dichtbij mogelijk aanbieden aan haar inwoners die dit nodig hebben. In 2016 waren er twee vormen van dagbesteding die voor subsidie in aanmerking kwamen: Dagbesteding gekoppeld aan een ontmoetingsplek; Arbeidsmatige dagbesteding. Omdat concentratie van ontmoetingsplekken noodzakelijk is, zullen er ontmoetingsplekken zijn die in 2016 en 2017 wel voor subsidie in aanmerking kwamen, maar vanaf 2018 niet meer voor subsidie als ontmoetingsplek in aanmerking komen. Indien op deze locaties dagbesteding wordt aangeboden, kunnen deze organisaties, indien ze in 2016 en 2017 subsidie voor deze activiteiten hebben ontvangen en aan de overige voorwaarden uit dit artikel voldoen voor subsidie in aanmerking komen. De dagbesteding biedt een deelnemer een structurele, activerende daginvulling, door deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten. Het programma als geheel biedt de deelnemer structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt begeleiding geboden aan een groep van gemiddeld 10 deelnemers, waarbij specialistische kennis is vereist. Er wordt methodisch gewerkt aan ontwikkeldoelen van de deelnemer. Vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een deel van de zorg en begeleiding ondersteunen, evenals de deelnemer zelf als hij/zij in staat is om het programma mede vorm te geven. Er is een intensieve samenwerking met andere algemene voorzieningen en bewonersactiviteiten in de buurt. Zie aanvullend de
bij artikel 5a, Algemeen. Indien de toewijzing van alle tijdig en volledig ingediende aanvragen die voldoen aan de eisen in het eerste lid leidt tot overschrijding van het subsidieplafond kan worden besloten om de subsidiebedragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de functie. Dit wordt beoordeeld in samenhang met de toekenning van dagbesteding op de basis ontmoetingsplekken. In tegenstelling tot de andere functies vindt er binnen deze functie, bij een overschrijding van het subsidieplafond, derhalve geen ranking plaats.
AlgemeenDe afgelopen anderhalf jaar is vanuit de Wmo 2015 gewerkt aan de inrichting van arbeidsmatige dagbesteding in zogenoemde ‘ketens’. Een keten is een samenhangend geheel van activiteiten, waarbij een deelnemer vaardigheden kan opdoen gericht op een specifiek beroep (groen, techniek, facilitair, catering). De ketens zijn ingericht als een stedelijke voorziening, omdat het meer gaat om de inhoud van het werk en ontwikkeling van talenten, dan om het aanbrengen van verbinding met de leefomgeving van de deelnemer. In de ketens werken diverse aanbieders samen om een passend aanbod in te richten. Een groot deel van de betrokken aanbieders heeft hiertoe een deel van maatwerk dagbesteding omgevormd tot dagbesteding in de algemene voorzieningen. In de Transformatieagenda is aangegeven dat het de ambitie is om uiterlijk 2020 een efficiënte, effectieve, aaneengesloten en samenhangende keten van dagbesteding-participatie-reïntegratie binnen de gemeente Apeldoorn te hebben ingericht, gezamenlijk vormgegeven vanuit de Jeugdwet, Wmo 2015 en Participatiewet. Het idee is om vanuit de huidige situatie het proces te vervolgen, waarbij we afstemming zoeken met het (speciaal) onderwijs. Lid
bij artikel 7a.
Lid 1.De gemeente Apeldoorn heeft (tot 2020) als centrumgemeente de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de taken op het gebied van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, omdat zij voor de regio de financiële middelen vanuit het Rijk ontvangt. Subsidies die de gemeente Apeldoorn vanuit deze functie verstrekt worden dan ook binnen haar hoedanigheid als centrumgemeente verleend. Activiteiten die plaatsvinden vanuit de functie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn bestemd voor inwoners van de gemeenten Apeldoorn, Epe, Heerde, Brummen en Voorst en kunnen binnen de gehele regio worden georganiseerd. Vanaf 2020 wordt niet meer gewerkt vanuit de centrumgemeente gedachte. Dit kan leiden tot een andere rolverdeling en financiële verdeling. De doelgroep die vanuit deze functie bediend wordt, zijn inwoners die met psychische of psychosociale problemen te maken hebben. Het betreft zowel jeugdigen als volwassenen. In veel gevallen is er sprake van multiproblem situaties. Bij de Maatschappelijke Opvang is veelal sprake van dak- en thuisloosheid en is relatief vaker sprake van enige vorm van verslaving. Bij Beschermd Wonen is er sprake van onvoldoende eigen regie om zelfstandig te wonen. Voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die gericht zijn op: 1.Preventieactiviteiten voor verslavingsproblematiek Preventie, voorlichting, informatie en advies aan jongeren, scholieren, hun ouders of verzorgers, gericht op het voorkomen van verslavingsproblematiek. 2.Inlooplocatie ten behoeve aan de doelgroep Maatschappelijke Opvang De inlooplocatie Maatschappelijke Opvang is dagelijks (7 dagen per week) minimaal 3 uren geopend en biedt een inlooplocatie voor een doelgroep die zich laat kenmerken door dakloosheid, verslaving, zorgmijding en psychiatrie en voorziet hierdoor in een specifieke behoefte binnen het totaal van ontmoetingsvoorzieningen. Vanwege de veelvuldige samenloop van de inlooplocatie met verslavings- en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) problematiek is het van belang dat de partners van de inlooplocatie zoveel mogelijk afstemming zoeken met het veld. Dit geldt voor zowel de expertiseontwikkeling in brede zin als de kennisdeling op het niveau van de individuele cliënt. 3.Tijdelijke Opvang Jongeren Er moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: de doelgroep bestaat uit jeugdige dak- en thuislozen tot en met 23 jaar (zwerfjongeren), veelal met verslavingsproblematiek; de doelgroep heeft hulpvragen op diverse leefgebieden, heeft geen- of een gebrekkig steunsysteem en heeft dringend (tijdelijk) onderdak nodig; de tijdelijke opvang wordt voor maximaal 8 weken verleend. Na 8 weken heeft toeleiding naar een vervolgtraject of zelfstandige woonruimte plaatsgevonden; er worden minimaal 25 jongeren per jaar bediend binnen deze Tijdelijke Opvang voor Jongeren; er worden minimaal 4 plekken geboden. Bij noodsituaties is het mogelijk dit binnen 2 uur uit te breiden naar 6 plekken; de doelgroep ontvangt wekelijks naar behoefte individuele begeleiding om een spoedige uitstroom te bevorderen. Lid 2.a. De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod aansluit op de behoeften van de diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod.Hierbij geldt dat het niet alleen gaat om doelgroepen die te maken hebben met ‘klassieke’ verslavingen, maar er wordt ook gekeken naar de mate waarin aandacht wordt besteed aan meer ‘nieuwe’ verslavingen, zoals seks- en internetverslaving.
Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Vrijwilligersondersteuning Lid 1.Onder vrijwilligerswerk verstaan we werk dat in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen in de samenleving. De Wmo geeft gemeenten de taak om vrijwilligerswerk te bevorderen en te ondersteunen en oog te hebben voor de verschillende categorieën van vrijwilligers. Van 2015 t/m 2017 is onder deze functie het stedelijk knooppunt vrijwilligers en verengingen gesubsidieerd. Vanaf 2018 wordt het stedelijke knooppunt niet langer op basis van deze subsidieregeling gesubsidieerd (zie de Transformatieagenda). Het stedelijk knooppunt vrijwilligers en verenigingen is vormgegeven in ‘Apeldoorn pakt aan’ met als opdracht om bij te dragen aan het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties, zodat deze vervolgens de bij hen aangesloten vrijwilligers kunnen faciliteren. Daarom hebben aanvragers onder deze functie de opdracht om samen te werken met het stedelijk knooppunt vrijwilligers en verenigingen (zie artikel 17 lid 1 onder e). Onderdeel van ‘Apeldoorn pakt aan’ is het platform “Ertoe doen”. Dit platform is een samenwerkingsverband van organisaties en initiatieven dat vrijwillige ondersteuning biedt in de thuissituatie. Het platform vervult een netwerkfunctie voor organisaties en initiatieven, zodat deze verbonden worden met wat er in de samenleving nodig is. Daarom hebben aanvragers onder deze functie de opdracht om samen te werken met het platform (zie artikel 17 lid 1 onder e). Ten aanzien van de functie Vrijwilligersondersteuning heeft een aanscherping plaatsgevonden van wat voor type activiteiten onder deze functie gesubsidieerd kunnen worden. Dit betekent dat bepaalde activiteiten die eerder onder Cliëntondersteuning/ Inwonersondersteuning of onder F7 Talentplekken (de maatjestrajecten) vielen, maar in hoofdzaak door vrijwilligers worden uitgevoerd nu (in deze subsidieregeling 2018), onder de functie Vrijwilligersondersteuning vallen. Het betreft onder andere activiteiten zoals: opvoedondersteuning in gezinnen; steungezinnen; coachen; klussendienst in/om het huis; maatjesprojecten. Subsidie onder de functie Vrijwilligersondersteuning in deze subsidieregeling betreft alleen de begeleiding, coaching en coördinatie van vrijwilligers die met hun inzet bijdragen aan de doelstellingen van de Wmo en Jeugdwet. Alleen structurele activiteiten komen in aanmerking voor subsidie en geen incidentele, eenmalige activiteiten (zoals bijv. (sport)evenementen voor mensen met een beperking). Subsidie onder deze functie wordt niet verleend voor de begeleiding, coaching en coördinatie van locatie gebonden vrijwilligers (valt onder Ontmoeting en dagbesteding) of stagiaires. De inzet is dat vrijwilligers een bijdrage leveren aan de (aanvullende) ondersteuning van kwetsbare inwoners die onvoldoende zelfredzaam zijn om dit zelf op te (laten) lossen door te helpen bij bijv. de financiën, vervoer, klusjes in en om het huis, sociale contacten e.d. Voor een zo objectief en transparant mogelijke beoordeling van de aanvragen wordt rekening gehouden met een evenwichtige verhouding tussen de aard en omvang van de vrijwilligerscoördinatie in relatie tot het aantal vrijwilligers en de aard van hun ondersteuning. Wij onderscheiden daarbij drie categorieën in de ondersteuning van vrijwilligers aan inwoners: 1)Intensieve beroepsmatige matching, begeleiding, coaching en coördinatie van vrijwilligers: de professional verricht de intake van de hulpvraag en matcht direct vrijwilliger en hulpvrager. De inzet van de vrijwilliger vraagt daarnaast om specifieke kennis waarin de vrijwilliger wordt geschoold. Verder vraagt de aard van de hulpvraag regelmatig om actie en betrokkenheid van de professional binnen het uitgezette traject (bijv. afstemming met derden, conflicten, incidenten e.d.). De vrijwilliger en professional vervullen een intensieve duo rol. De ondersteuning is gericht op leerdoelen zoals het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie, en kent zoveel mogelijk een beperkte duur (gemiddeld 1 jaar). Het contact van de professional met de hulpvrager, zijn netwerk of andere professionals is intensief in vergelijking met categorie 2 en 3. Reguliere beroepsmatige matching, begeleiding, coaching en coördinatie van vrijwilligers: het verschil t.o.v. categorie 1 is dat de betrokkenheid van de professional minder intensief is (op de achtergrond aanwezig). De vrijwilliger werkt meer zelfstandig. Het contact van de professional met de hulpvrager, zijn netwerk of andere professionals is gering. Eventueel kan gewerkt worden met vrijwillige coördinatoren. Indirecte beroepsmatige begeleiding, coaching en coördinatie van vrijwilligers: de professional richt zich met name op de begeleiding, coaching en coördinatie van de vrijwillige coördinatoren, die op hun beurt de vrijwilligers in hun eigen stadsdeel begeleiden en ondersteunen. De vrijwilliger werkt vrijwel geheel zelfstandig en de professionele coördinatie is beperkt. Het contact van de professional met de hulpvrager is minimaal. Het doel van de vrijwilligersinzet is ondersteuning bieden aan de hulpvrager en niet direct gericht op leerdoelen.
Mantelzorgers zijn personen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun omgeving. Dit kan een partner, ouder of kind zijn, maar ook een ander familielid, vriend of kennis. Van 2015 t/m 2017 is onder deze functie ook het stedelijk knooppunt mantelzorg gesubsidieerd. Vanaf 2018 wordt het stedelijk knooppunt niet langer op basis van deze subsidieregeling gesubsidieerd (zie de Transformatieagenda). Het stedelijk knooppunt mantelzorg vormt de stedelijke ondersteuningsinfrastructuur die toegankelijk en herkenbaar is en effectieve en efficiënte ondersteuning biedt aan organisaties die met mantelzorgers te maken hebben. Daarom hebben aanvragers onder deze functie de opdracht om samen te werken met het knooppunt (zie artikel 17 lid 1 onder e). Deze subsidiefunctie is gericht op de directe of indirecte ondersteuning van mantelzorgers. Het doel is om alle doelgroepen van mantelzorgers optimaal te ondersteunen, zodat zij de zorg voor hun naaste zo lang en goed mogelijk vol kunnen houden. Subsidie onder deze functie is niet gericht op de individuelewaardering van mantelzorgers. Ook respijtzorg als algemene voorziening is bedoeld om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten. Wanneer respijtzorg een structureel karakter heeft en periodiek wordt ingezet, kan gebruik gemaakt worden van de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf/logeeropvang. Binnen de algemene voorzieningen zijn twee vormen van respijtzorg: Respijtzorg waarbij een vrijwilliger bij de zorgvrager thuis komt; Respijtzorg waarbij de zorgvrager/mantelzorger ergens naartoe gaat, exclusief overnachting zorgvrager. Dagbesteding kan ook een vorm van respijtzorg zijn, maar kan worden aangevraagd onder de functie Ontmoeting en dagbesteding. Lid 2.a. De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod.Beoordeeld wordt de mate waarin het aanbod aansluit op de behoeften van de inwoners. Duidelijk moet zijn dat op een gedegen wijze een onderzoek naar behoeften heeft plaatsgevonden en dat de onderzoeksresultaten zijn vertaald in een passend aanbod voor de doelgroep(en). Daarbij moet tevens duidelijk aangegeven worden dat aangesloten wordt op het bestaande aanbod en er geen sprake is van overlappingen en/of lacunes. b. De mate waarin sprake is van samenwerking met de basis ontmoetingsplekken in het stadsdeel, Centra voor Jeugd en gezin en Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijke Ondersteuning.Aangegeven moet worden hoe samen met de partners wordt gezorgd voor een doorgaande lijn in het ondersteuningsaanbod.
Indien voor een functie als vereiste is opgenomen dat de organisaties moeten samenwerken in een samenwerkingsverband dan dient een penvoeder namens de organisaties de subsidieaanvraag in. De penvoerder dient deelnemer te zijn in het samenwerkingsverband.4.Door ondertekening van de bij de aanvraag bijgevoegde samenwerkingsverklaring, verklaren de aan het samenwerkingsverband deelnemende organisaties dat de deelnemer aan het samenwerkingsverband die de aanvraag heeft ondertekend, optreedt als penvoerder en verklaren de deelnemers akkoord te zijn met de inhoud van de aanvraag en bijlagen.Om voor subsidie in aanmerking te komen is voor een drietal functies (basis ontmoetingsplekken, arbeidsmatige dagbesteding en stadsdeelgerichte inwonersondersteuning) als vereiste opgenomen dat organisaties moeten samenwerken in een samenwerkingsverband. In de Transformatieagendais een doorontwikkeling geschetst met betrekking tot het vereenvoudigen van het bekostigings- en verantwoordingsproces en meer focus op samenwerking en verbinding tussen de algemene voorzieningen in een stadsdeel. In het kader van deze doorontwikkeling is in de subsidieregeling gekozen, bij het vereiste van samenwerking om te werken met een penvoerder, als tussenstap naar het hoofdaannemerschap. De penvoerder treedt namens de organisaties op als contactpersoon voor de gemeente. Deze vertegenwoordigingsbevoegdheid ontstaat op grond van artikel 11, lid 4 op het moment van ondertekening van de samenwerkingsverklaring door de deelnemende organisaties. Deze verklaring dient als bijlage bij de subsidieaanvraag gevoegd te worden.
Samenwerkingsverband In artikel 12 is de verhouding tussen de penvoerder en de overige organisaties die deelnemen in het samenwerkingsverband geregeld. In het zesde lid is een basis opgenomen om de onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terug te kunnen vorderen bij de penvoerder. Het college kan van deze mogelijkheid gebruik maken in die gevallen dat het niet of deels uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten door de subsidie ontvangende organisatie verwijtbaar is aan de penvoerder. Van deze verwijtbaarheid is sprake indien de penvoerder de subsidiebedragen niet of gedeeltelijk heeft doorbetaald aan de subsidie ontvangende organisaties. Het college zal van geval tot geval bezien of van die mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.
Deskundige medewerkers Voor de basis ontmoetingsplekken geldt dat de volgende personele kosten voor subsidie in aanmerking komen: - professionele inzet voor de begeleiding van activiteiten gericht op ondersteuning, activiteiten gericht op gezondheid, weerbaarheid en ontwikkelen van vaardigheden en activiteiten gericht op samenzijn. Het aantal uur is afhankelijk van het weekprogramma. Voor de professionele inzet bij activiteiten gericht op samenzijn geldt in principe de norm dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten; - professionele inzet voor de begeleiding van dagbesteding; -coördinatie van vrijwilligers (max. 4 uur per week); - coördinatie ontmoetingsplek (max. 2 uur per week). Deze uren zijn bestemd voor het vervullen van het penvoerderschap; -beheer. Bij het bereiken van de subsidieplafonds kan een maximum worden gesteld aan de personele inzet per ontmoetingsplek Wmo van 140 uur per week. Activiteiten op ontmoetingsplekken kunnen worden verzorgd door vakdocenten. Deze activiteiten dienen volledig kostendekkend georganiseerd te worden en vallen derhalve niet onder de bedoelde personele inzet.
Indien door strikte toepassing van objectieve normering sprake is van een onredelijke en/of onwenselijke situatie kan de gemeente, bij uitzondering, rekening houden met bestaande situaties en lopende afspraken. In de subsidieaanvraag verschaft een organisatie in dit geval inzicht in de kenmerken van de specifieke situatie en de omvang en aard van de lopende afspraken en doet een voorstel op welke wijze naar normering wordt toegegroeid. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de situatie dat één locatie niet geschikt is om zowel ontmoeting en dagbesteding te huisvesten en er meerdere locaties in gebruik zijn. DEEL IIISubsidieplafonds 2018Verdeling over de functies: Functies Plafond totaal 1 Ontmoeting 4.968.261 2 Arbeidsmatige dagbesteding 2.044.187 3 Inwonersondersteuning 6.152.170 -stadsdeelgericht 4.121.954 -stedelijk gericht 2.030.216 4 Maatschappelijke opvang 644.224 5 Vrijwilligersondersteuning 1.374.187 6 Mantelzorgondersteuning 381.688 7 Toeleidingtraject/Talentplek 376.018 Frictie 985.444 Budget bezwaren 250.000 17.176.180 Deelplafonds Ontmoeting en dagbesteding, per stadsdeel Stadsdeel Noordwest/ Binnenstad 26% 1.310.489 Stadsdeel Noordoost 24% 1.216.410 Stadsdeel Zuidoost 17% 821.908 Stadsdeel Zuidwest 23% 1.124.635 Dorpen 10% 494.818 4.968.261 Deelplafonds Inwonersondersteuning-stadsdeelgericht, per stadsdeel Stadsdeel Noordwest/ Binnenstad 30% 1.236.586 Stadsdeel Noordoost 25% 1.030.489 Stadsdeel Zuidoost 17% 700.732 Stadsdeel Zuidwest 28% 1.154.147 4.121.954 Planning 2018Planning Deadline Opmerkingen 1.Publiceren Subsidieregeling Wmo en Jeugd 2018 met de bijbehorende
en de subsidieplafonds. Uiterlijk 1juli 2017 Officiële publicatie in het GVOP. (Gemeenschappelijke voorziening officiële publicaties). 2.Voorbereidend werk potentiële subsidieaanvragers om te komen tot gebundelde of afgestemde subsidieaanvraag tot 15 september 2017 3.Gelegenheid tot het stellen van procedurele vragen aan de gemeente Augustus – tot 15 september 2017 Afspraak maken via secretariaat Jeugd, Zorg en Welzijn. 4.Indienen subsidieaanvraag. Vóór 15 september 2017 De aanvragen moeten digitaal (via de daartoe opengestelde digitale weg) worden ingediend op het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. 5.Eerste ronde beoordeling subsidieaanvragen door multidisciplinair team o.b.v. de subsidieregeling September - Oktober 2017 6.Tweede ronde beoordeling subsidieaanvragen waarna het voorstel tot toekenning c.q. afwijzing van de aanvragen aan het college ter besluitvorming wordt voorgelegd. November 2017 7.Verzenden subsidieverlenings- en afwijzingsbeschikkingen Week 49/50 Bekendmaken van toekenning/afwijzing subsidieaanvragen (incl. toegekende hoogte subsidiebedrag) 8.Start uitvoering 1/1/2018
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.