Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 09-05-2017, nummer 2017/66; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet; gelet op de uitgangspunten opgenomen in het ‘Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2020’; besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp gemeente Steenwijkerland 2017 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 6; hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet; individuele voorziening: een niet vrij-toegankelijke op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2, tweede lid; melding: melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid; overige voorziening: vrij toegankelijke voorziening op het gebied van jeugdhulp (geen beschikking voor nodig); pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; wet: Jeugdwet. Artikel2.Vormen van jeugdhulp 1.De volgende vormen van overige voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: - preventie (inclusief advies en voorlichting); - lichte (opvoed)ondersteuning zoals cursussen en trainingen; - vertrouwenspersoon; - Veilig Thuis; - mantelzorgondersteuning 2.De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: begeleiding individueel begeleiding groep persoonlijke verzorging specialistische diagnostiek en behandeling verblijf (kortdurend/logeren en dag- & 24-uursverblijf pleegzorg spoedzorg (met en zonder verblijf) forensische zorg gesloten jeugdzorg (na machtiging rechter) vervoer van de jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden Artikel3.Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Artikel4.Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag 1.Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het college. 2.Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk. 3.In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. 4.Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een overige voorziening. Artikel5.Vooronderzoek 1.Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 6, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 2.Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage 3.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Artikel6.Onderzoek 1.Het college onderzoekt door middel van in ieder geval één of meerdere gesprekken tussen deskundigen en de jeugdige en/of zijn ouders, zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 4.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek. Artikel7.Verslag 1.Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 6. 2.Het college verstrekt zo spoedig mogelijk na het onderzoek aan de jeugdige of zijn ouders een verslag van het gesprek en de uitkomsten van het onderzoek. 3.Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het verslag toegevoegd. Artikel8.Aanvraag Jeugdigen en ouders kunnen na afronding van het onderzoek een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk doormiddel van een door het college vastgesteld formulier indienen bij het college. Het verslag van het onderzoek wordt bij het aanvraagformulier gevoegd. Artikel9.Inhoud beschikking 1.In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2.Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 3.Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: voor welke voorziening het pgb wordt verstrekt en wat het beoogde resultaat is; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; wat de ingangsdatum en duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. Artikel10.Regels voor pgb 1.Het tarief voor een pgb: is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden; is toereikend om veilige, doeltreffende, doelmatige en kwalitatief goede jeugdhulp die tot de individuele voorzieningen behoren van derden te betrekken, en bedraagt – onverminderd het bepaalde in lid 3 - ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; 2.De kostprijs van de zorg in natura wordt bepaald door de (regionale) inkoop. 3.Het tarief voor een pgb voor dienstverlening door: een jeugdhulpaanbieder zijnde een natuurlijke persoon die, het verband van natuurlijke personen dat of de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen (en werkt volgens de norm van de verantwoorde werktoedeling) bedraagt maximaal 100% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura; een jeugdhulpaanbieder zijnde een solistisch werkende jeugdhulpverlener (zzp’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.