.1) De overdraagbaarheid van minder dan 30 gram softdrugs wordt niet hoog geacht. Bij het aantreffen van 15 of minder cannabisplanten wordt aangenomen dat er sprake is van een ‘uit de hand gelopen hobby’. B. Ad 1 en 2. In deze gevallen wordt een pand gesloten voor de duur van zes maanden (zie E. en F.
Ad
Ad 6. Aanwijzingen hiervoor zijn het aantreffen van bijvoorbeeld een gsm-jammer, spy-horloge, steekvest, munitie, een (vuur)wapen. Daarnaast kan dit ook blijken uit onderzoek van de politie. Een ander voorbeeld is dat er handelsafspraken zijn gemaakt met een coffeeshop ten behoeve van de bevoorrading van deze. Ook het aantreffen van zeer grote hoeveelheden drugs (zie artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet juncto artikel 1, tweede lid, van het Opiumwetbesluit) kan duiden op georganiseerde criminaliteit. In deze gevallen wordt zes maanden opgeteld bij de sluitingsduur (zie Q.
§1.5.3.Lokalen Onder lokalen wordt in dit beleid verstaan: panden niet zijnde woningen, al dan niet voor het publiek toegankelijk, waar geen horeca of een coffeeshop in is gevestigd. Voor horecapanden en coffeeshops is bijzonder beleid opgesteld. §1.5.4.Artikel 6 Europees Verdrag voor de Rechten van een Mens (EVRM) De persoonlijke verwijtbaarheid van een betrokken eigenaar of gebruiker van een pand waar een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, speelt geen rol bij de vraag of zich een situatie voordoet die tot sluiting van het pand noopt. Artikel 6, lid 2 van het EVRM geldt alleen voor strafrechtelijke of daarmee vergelijkbare procedures. De sluiting van een pand heeft geen verdergaande strekking dan het beëindigen van de overtreding van artikel 2 van de Opiumwet en herstel van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde en is niet gericht op toevoeging van verdergaand leed of nadeel. Het is derhalve geen punitieve sanctie, zodat artikel 6, lid 2 van het EVRM niet van toepassing is. §1.5.5.Informatieverstrekking door politie Omdat de Opiumwet geen mogelijkheid biedt om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen, is de burgemeester hoofdzakelijk afhankelijk van informatie uit opsporingsonderzoeken van de politie Eenheid Rotterdam of andere Regionale Eenheden. Deze informatie wordt aan de burgemeester verstrekt in het kader van zijn taak tot handhaving van de openbare orde en veiligheid. Er wordt informatie verstrekt in de vorm van een bestuurlijke rapportage in gevallen waarbij een handelshoeveelheid drugs en/of een handelshoeveelheid kweekmateriaal in een pand wordt aangetroffen of is gebleken dat een pand is dan wel wordt gebruikt ten behoeve van de productie en/of handel in drugs. De benodigde informatie zoals processen-verbaal, verklaringen van getuigen en verdachten, mutatierapporten, bewijsstukken met betrekking tot inbeslaggenomen drugs en andere zaken die relevant zijn om tot een gedegen besluit te komen, worden gevoegd bij de bestuurlijke rapportage. §1.5.6.Belangenafweging Zowel gebruikers als eigenaren hebben er belang bij dat een pand open blijft. Dit belang kan financieel zijn, er worden huurpenningen misgelopen, of het belang van het hebben van huisvesting, voortgang van bedrijfsactiviteiten, enzovoorts. Echter maakt dit gegeven handhavend optreden niet perse onredelijk. De wetgever heeft bewust lokalen en woningen onder het regime van artikel 13b Opiumwet gebracht. Het is inherent aan deze keuze van de wetgever dat dit grote gevolgen kan hebben voor de eigenaren, verhuurders en gebruikers. De aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs en de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid en rechtsorde zijn dermate ernstig dat herstel daarvan als algemeen belang zwaarder wordt geacht dan het individuele belang van een eigenaar, verhuurder en gebruiker. Daarbij is van belang dat een verhuurder kan kiezen aan wie hij een pand verhuurt en de gevolgen van die keuze voor zijn risico mogen worden gelaten. Een verhuurder kan zich voorts op de hoogte stellen van het gebruik dat van het verhuurde wordt gemaakt. Het risico dat een pand krachtens artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet wordt gesloten, indien aan de in deze bepaling gestelde vereisten is voldaan, is daarbij verbonden aan het verhuren van een pand. 6 ABRvS 28 mei 2014, ECLI:RVS2014:1976 De (financiële) gevolgen van de toepassing van dit beleid kunnen zwaar zijn voor eigenaren, verhuurders en gebruikers. Voor bewoners van een pand dat wordt gesloten is een dergelijke maatregel tevens zeer ingrijpend. Echter, naast het feit dat eigenaren, verhuurders en gebruikers, indirect dan wel direct financieel voordeel hebben behaald uit de exploitatie van een hennepkwekerij en/of de handel in drugs, wordt de sluiting gerechtvaardigd door: de brede bekendheid van het nationale beleid en nationale wetgeving ten aanzien van verdovende middelen. Het produceren van drugs is verboden, softdrugs mogen enkel worden verkocht in gedoogde coffeeshops en handel in harddrugs is altijd verboden; de aard van de overtreding, namelijk een drugsgerelateerde criminele handeling met een bedrijfsmatig karakter, is strafbaar gesteld bij wet; het geschonden algemeen belang, namelijk verstoring van de openbare orde, veiligheid en rechtsorde, verloedering van het straatbeeld, aantasting van woon-, leef- en werkklimaat, onveiligheidsgevoelens in de straat/wijk, aantasting van de geloofwaardigheid van de overheid, geen controle op verkoop met alle gevolgen en gevaren voor de volksgezondheid, vergaren van illegale inkomsten en belastingontduiking, aanzuigende werking op het ontstaan van soortgelijke activiteiten, vermindering van de waarde van onroerend goed; de beoogde werking van de maatregel, namelijk het terugdringen van de door criminele handelingen veroorzaakte negatieve effecten, het herstel van het woon-, leef- en werkklimaat en het terugdringen van recidive. Hetgeen hiervoor is gesteld, wordt als uitgangspunt genomen. Per geval zal worden bekeken of sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een andere afweging nopen. Hierin speelt het zienswijzegesprek of de schriftelijk ingediende zienswijze een belangrijke rol. §1.5.6.1.Extra mogelijkheid verhuurders Een sluiting door de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet geeft een verhuurder de mogelijkheid de huurovereenkomst te ontbinden zonder dat daar een gerechtelijke procedure voor nodig is (artikel 7:231 lid 2 Burgerlijk Wetboek). Dit is mogelijk vanaf het moment van feitelijke sluiting van het pand. Zo schept een sluiting voor verhuurders de mogelijkheid om snel en zonder langslepende procedures van een huurder af te komen. Deze mogelijkheid is er niet indien enkel een waarschuwing wordt gegeven. De lezer wordt tevens verwezen naar §3.1.1.1. §1.5.7.Afwijkingsbevoegdheid Bij het opstellen van dit beleid is gekozen voor een aanpak, waarvan wordt verwacht dat deze in het gros van de gevallen kan worden toegepast. Er kunnen zich echter altijd bijzondere omstandigheden voordoen, waarin handelen in overeenstemming met dit beleid gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen. In deze gevallen heeft de burgemeester de bevoegdheid af te wijken van dit beleid en naar eigen inzicht te besluiten geen of een andere maatregel op te leggen. Financiële schade, te lijden ten gevolge van een op te leggen maatregel, wordt niet als een bijzondere omstandigheid beschouwd, evenals het verliezen van de eigen woonruimte. Dergelijke omstandigheden moeten worden geacht door de wetgever, bij de totstandkoming van de bevoegdheid, zoals die is neergelegd in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, te zijn meegewogen. 2.Bestuurlijke maatregelen §2.1.Maatregelentabel De uitgangspunten van hoofdstuk 1 komen tot uitdrukking in onderstaande maatregelentabel. Deze tabel zal worden toegepast bij het bepalen van de op te leggen maatregel en sluitingsduur voor het betreffende pand. Omstandigheid Maatregel/ sluitingsduur A. Handelshoeveelheid softdrugs minder dan 30 gram Waarschuwing B. Handelshoeveelheid cannabisplanten aangetroffen, 15 planten of minder Waarschuwing C. Handelshoeveelheid softdrugs aangetroffen, 30 gram of meer 3 maanden D. Handelshoeveelheid cannabisplanten aangetroffen, meer dan 15 planten 3 maanden E. Handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen, meer dan 0,5 gram, 2 pillen of meer 6 maanden F. Tweede overtreding artikel 2 en/of 3 Opiumwet (softdrugs) binnen 5 jaar 6 maanden G. Tweede overtreding artikel 2 en/of 3 Opiumwet (harddrugs) binnen 5 jaar 12 maanden H. Derde overtreding artikel 2 en/of 3 Opiumwet (softdrugs) binnen 5 jaar 12 maanden I. Tweede toepassing van art. 13b Opiumwet (softdrugs) binnen 5 jaar 12 maanden J. Derde overtreding artikel 2 en/of 3 Opiumwet (harddrugs) binnen 5 jaar Onbepaalde duur K. Tweede toepassing van artikel 13b Opiumwet (harddrugs) binnen 5 jaar Onbepaalde duur L. Vierde overtreding artikel 2 en/of 3 Opiumwet binnen 5 jaar Onbepaalde duur M. Derde toepassing of meer van art. 13b Opiumwet binnen 5 jaar Onbepaalde duur N. Drugshandel en/of -productie door de eigenaar van het pand + 3 maanden O. Voor het publiek toegankelijk lokaal + 3 maanden P. Aanwijzingen dat drugs vanuit het pand zijn verkocht dan wel verstrekt aan eindgebruikers + 3 maanden Q. Aanwijzingen georganiseerde criminaliteit + 6 maanden Onbepaalde duur: dit houdt in dat het pand minimaal één jaar gesloten blijft. Na het eerste jaar zal per drie maanden worden beoordeeld of de sluiting kan worden beëindigd. Ad. N t/m Q: bij dergelijke omstandigheden worden het betreffende aantal maanden opgeteld bij de sluitingsduur. §2.2.Bijzondere uitgangspunten bij het opleggen van een sluitingsmaatregel §2.2.1.Spoedeisende bestuursdwang Indien de situatie dit eist, kan in bijzondere gevallen overgegaan worden tot een spoedsluiting. In dat geval wordt afgezien van een zienswijzegesprek met belanghebbenden. Ook kan, in geval van een grote spoedeisendheid, mondeling een sluiting worden aangezegd die zo spoedig mogelijk op schrift wordt gesteld. Onder een bijzonder geval wordt in ieder geval verstaan een of meer van de volgende situaties: het aantreffen van een vuur- of steekwapen of explosief in het pand; verkoop van drugs aan een minderjarige; bezit van harddrugs door een minderjarige in het pand; aan het gebruik van het pand te relateren ernstige geweldsincidenten (waaronder geweld tegen een ambtenaar in functie) of ernstige incidenten waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid in het geding is. Dit betreft geen limitatieve opsomming. Per geval zal moeten worden bepaald of, in lijn met de ernst van bovengenoemde situaties, sprake is van een dermate bijzondere situatie waarbij onmiddellijk optreden vereist is. Het enkel aantreffen van een handelshoeveelheid drugs of een hennepkwekerij, valt hier niet onder. De spoedsluiting duurt voort, met een maximum van 2 weken, totdat de burgemeester een definitief besluit ten aanzien van het pand heeft genomen en wordt geëffectueerd middels overdracht van de sleutels, verzegeling van het pand en het aanbrengen van een biljet met daarop de tekst dat dit drugspand op last van de burgemeester is gesloten (kennisgeving). §2.2.2.Tijdstip ingaan sluiting Lokalen worden, indien dit niet nader is bepaald in de last, 24 uur na bekendmaking van de last gesloten, tenzij sprake is van spoedeisende bestuursdwang of andere zwaarwegende omstandigheden een eerdere sluiting van het pand eisen. Woningen worden, indien dit niet nader is bepaald in de last, 72 uur na bekendmaking van de last gesloten, tenzij sprake is van spoedeisende bestuursdwang of andere zwaarwegende omstandigheden een eerdere sluiting van het pand eisen. Panden waarbij spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast, zoals bedoeld in §2.2.1., worden 30 minuten na bekendmaking van de last gesloten, tenzij zwaarwegende omstandigheden terstond optreden eisen. §2.2.3.Vervangende woonruimte Het sluiten van een woning na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs, is zeer ingrijpend voor eventuele bewoners. Voor bewoners van panden die worden gesloten, wordt vanuit de gemeente echter geen vervangende woonruimte gezocht. Men heeft een bepaald risico genomen door zich in te laten met de productie en/of handel in drugs en de gevolgen van die keuze mogen voor de betreffende bewoners worden gelaten. §2.2.4.Kosten bestuursdwang Het toepassen van bestuursdwang brengt kosten met zich mee, die verhaald kunnen worden op de eigenaar en de gebruiker van het pand. De volgende kosten zullen in principe, indien gemaakt, in rekening worden gebracht: vervangen van sloten; kosten van de ontmanteling; dierenopvang; afsluiten van nutsvoorzieningen. Dit is een opsomming van de meest voorkomende kosten die worden gemaakt en is geen limitatieve lijst. §2.3.Verzoek opheffen sluiting Een belanghebbende kan aan de burgemeester tussentijds schriftelijk verzoeken de sluiting op te heffen. Bij zijn beslissing op een verzoek neemt de burgemeester onder meer in overweging of de te realiseren doelen van de sluiting zijn behaald. Deze afweging wordt mede gemaakt op basis van een door de politie te overleggen bestuurlijke rapportage met een advies over een eventuele opheffing. Van belang bij de besluitvorming hieromtrent is de bereidheid en de bekwaamheid van de eigenaar om aantoonbaar en daadwerkelijk maatregelen te nemen om herhaling van feiten te voorkomen. §2.3.1.Eisen verzoek Als hoofdvereiste geldt dat in de regel alleen tot opheffing van een sluiting kan worden besloten, indien sprake is van een verzoek van een belanghebbende waarin gemotiveerd wordt aangegeven dat het op basis van nieuwe feiten en omstandigheden aannemelijk is dat er niet opnieuw overtredingen van de Opiumwet zullen worden gepleegd in of vanuit de desbetreffende woning of lokaal. Er dienen dus voldoende maatregelen te zijn getroffen om te voorkomen dat er in of vanuit het pand opnieuw overtredingen plaatsvinden van de Opiumwet. Aan het opheffen van een sluiting wordt in de regel geen medewerking verleend eerder dan de in onderstaande tabel genoemde periode: Sluitingsduur Verzoek opheffing na 3 maanden 6 weken 6 maanden 4 maanden 1 jaar 8 maanden Onbepaalde duur 12 maanden Voorts gelden de volgende eisen: de (nieuwe) eigenaar van het pand heeft geen overtreding van de Opiumwet begaan; de nieuwe huurder/gebruiker van het pand heeft geen overtreding van de Opiumwet begaan; de nieuwe huurder/gebruiker is een andere dan degene die ten tijde van de sluiting huurder/ gebruiker was; bij het verzoek moet een plan worden overgelegd, waaruit blijkt op welke wijze zal worden voorkomen dat er opnieuw overtredingen van de Opiumwet plaatsvinden; indien sprake is van een lokaal: bij het verzoek moet een (ondernemings)plan worden overgelegd, waaruit blijkt welke invulling aan het gebruik van het lokaal zal worden gegeven en op welke wijze zal worden voorkomen, dat er opnieuw overtredingen van de Opiumwet plaatsvinden. Het voorgenomen gebruik moet in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan. Het besluit op een verzoek tot opheffing wordt op schrift gesteld en is vatbaar voor bezwaar en beroep. 3.Overig §3.1.Andere wettelijke bepalingen Dit beleid laat onverlet dat andere wettelijke bepalingen, zoals artikel 174a Gemeentewet en artikel 17 Woningwet worden toegepast in plaats van artikel 13b Opiumwet. §3.1.1.Wet Victor De Wet Victor behelst onder meer een toevoeging van artikel 7:231, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (zie §1.6.6.1.) en artikel 14 Woningwet. Artikel 14 Woningwet geeft het college de bevoegdheid, nadat artikel 13b Opiumwet is toegepast, de eigenaar/verhuurder te verplichten het pand aan een ander in gebruik te geven en/of het beheer over te dragen. Het college kan voor beide gevallen personen respectievelijk instanties aanwijzen. In de Onteigeningswet is daarnaast de bevoegdheid toegevoegd om een pand dat is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet te onteigenen. In voorkomende gevallen dat de eigenaar/verhuurder niet van de mogelijkheid gebruik maakt om de huur, al dan niet buitengerechtelijk, te beëindigen, zal het college worden verzocht gebruik te maken van haar bevoegdheid zoals die is neergelegd in artikel 14, lid 1 onder a Woningwet (andere gebruiker). §3.1.1.1Goed verhuurderschap Vlaardingen hecht aan verhuurders die hun verantwoordelijkheid nemen. Van verhuurders wordt verwacht dat zij van de mogelijkheid gebruik maken zoals die is neergelegd in artikel 7:231, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (zie §1.6.6.1.). Een maatregel die laat zien dat het de eigenaar eraan gelegen is herhaling van drugsgerelateerde feiten te voorkomen en dat een eigenaar zijn verantwoordelijkheid neemt. §3.2.Objectgerichte karakter van de maatregel Overdracht van het pand tast de werking van de bestuurlijke maatregel niet aan. Dit geldt zowel voor een waarschuwing als voor een sluiting. §3.3.Gevaren van eigenhandig optreden Een mogelijk gevolg van dit beleid zou kunnen zijn dat eigenaren, met een sluiting in het achterhoofd, zullen proberen bijvoorbeeld een kwekerij zelf te ontruimen. Buiten het feit dat dit vanwege onder andere elektrocutiegevaar ernstig is af te raden, kleven er ook andere gevaren aan. Indien een eigenaar zich ontfermt over de illegale hoeveelheid drugs en daarbij ‘betrapt’ wordt door de politie, is de eigenaar degene die een handelshoeveelheid drugs in zijn bezit heeft. Daarnaast zal het door de exploitant van de betreffende kwekerij of de eigenaar van de handelshoeveelheid drugs, niet in dank worden afgenomen dat zijn spullen zijn ontvreemd, met alle gevolgen van dien zoals bedreiging en geweldpleging of represailles. §3.4.Strafbaarstellingen Ter informatie volgt hieronder een opsomming van gedragingen rondom de oplegging en uitvoering van een sluiting die strafbaar zijn gesteld: het verbreken van een verzegeling is strafbaar gesteld in artikel 199, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en is een misdrijf tegen het openbaar gezag; op grond van artikel 2.55, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2014 is het verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten pand en bijbehorend erf te betreden; artikel 187 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het beschadigen, wederrechtelijk afscheuren of onleesbaar maken van de bekendmaking van de last (de kennisgeving), strafbaar is. §3.5.Inwerkingtreding en citeertitel Dit beleid treedt in werking op de dag na publicatie en kan wordt aangehaald als “Damoclesbeleid gemeente Vlaardingen”. Vlaardingen, 29 juni 2017De burgemeester van Vlaardingen,mr. A.M.M. Jetten MSc
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.