← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van een watertoeristenbelasting 2017 (Hattem)

Verordening op de heffing en invordering van een watertoeristenbelasting 2017No.: 46-IX Onderwerp: Verordening watertoeristenbelasting 2017 -------------------------------------------------------- De raad der gemeente Hattem; gelezen het voorstel van het college d.d. 15 november 2016, no 201609540; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet ; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN EEN WATERTOERISTEN-BELASTING

  1. Artikel1Belastbaar feit Onder de naam “watertoeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente zijn opgenomen. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling vanhet college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van tenminste een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf door degene die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei- of volgboten met een lengte tot 6 meter; motor- en zeilboten met een lengte tot 6 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. In afwijking van het eerste lid wordt, met toepassing van artikel 6, de belasting geheven naar vaste bedragen per vaste ligplaats. Artikel6Forfaitaire maatstaf van heffing Voor vaartuigen met een lengte van meer dan 6 meter op vaste ligplaats kan het aantal etmalen, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, op basis van een forfaitaire maatstaf worden vastgesteld. In dit verzoek bij de aangifte dient de belastingplichtige aan te tonen dat er geen direct zicht is op het aantal werkelijke aantal etmalen. Het verzoek bij de aangifte kan niet per vaste ligplaats worden gedaan. Artikel7Belastingtarief De belasting bedraagt per persoon, per etmaal € 1,
  2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief, met toepassing van artikel 6, voor verblijf op vaartuigen met een lengte van meer dan 6 meter, op een vaste ligplaats, per vaste ligplaats; per belastingjaar € 72,90; per maand € 13,
  3. Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het seizoen. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Aanslaggrens De belasting wordt niet geheven indien het aantal etmalen gedurende het belastingjaar minder dan tien bedraagt. Artikel11Voorlopige aanslag Na de aanvang van het belastingjaar doch niet vóór 1 mei kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel12Termijnen van betaling De voorlopige aanslagen dienen te worden voldaan in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op die waarin het aanslagbiljet is gedagtekend, de tweede een maand na de eerste vervaldag en zo vervolgens. De overige aanslagen dienen te worden voldaan in één termijn welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die waarin het aanslagbiljet is gedagtekend. Artikel13Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel14Kwijtschelding. Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel15Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d van de Gemeentewet. Artikel16Aangifteplicht De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de watertoeristenbelasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen. Artikel17Overgangsrecht De verordening watertoeristenbelasting 2016 van 14 december 2015, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel18Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
  4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  5. Artikel19Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening watertoeristenbelasting 2017". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente Hattem, gehouden op 12 december
  6. De raad voornoemd, , voorzitter. , griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.