De raad van de gemeente Waterland, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; B E S L U I T : tot het gewijzigd vast te stellen de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2007 onder intrekking van de Verordening voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2007 vastgesteld in de raadsvergadering van 28 september 2006. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Waterland, gehouden op 26 april 2007 De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter, (Drs. E.G.H. Dijk) (Mr. E.F. Jongmans) HOOFDSTUK1ALGEMEEN Artikel1Begripsbepalingen In deze Verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning. Compensatiebeginsel: de opdracht aan het college van burgemeester en wethouders van Waterland om voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te treffen aan een persoon met beperkingen die hem in staat stelt: een huishouden te voeren; zich te verplaatsen in en om de woning; zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, hetgeen betekent dat een persoon, voor zover mogelijk, in staat moet zijn om: een huishouden te voeren; zich in en om de woning te verplaatsen; zich zodanig te verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; andere mensen te ontmoeten en sociale verbanden aan te gaan en te onderhouden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven. Personen met beperkingen zijn personen die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervinden bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van een huishouden, bij het zich verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden. Algemene voorziening: een in natura verstrekte voorziening die een regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt en wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, in die zin dat er een beperkte toegangsbeoordeling plaatsvindt. Een algemene voorziening kan een collectieve voorziening zijn. De raad besluit of een voorziening als algemene voorziening wordt aangemerkt. Individuele voorziening: een voorziening die op basis van een individuele, integrale en objectieve toegangsbeoordeling wordt verstrekt, indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt. Voorliggende voorziening: een algemene of individuele voorziening die als eerste wordt overwogen en vooraf gaat aan de door de aanvrager gevraagde voorziening. Goedkoopst adequate oplossing: de algemene of individuele voorziening die naar objectieve maatstaven gemeten, van de geschikte oplossingen de meest goedkope oplossing biedt voor het opheffen of verminderen van de beperkingen van een persoon. Besparingsbedrag: een door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de verstrekking van een voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze verstrekte voorziening (deels) een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze Verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland te stellen regels van toepassing zijn. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening, die kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening. Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een huishouding voert. Budgethouder: een persoon aan wie in gevolge deze Verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is. ICF: de International Classification of Functioning, Disability and Health. Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Artikel2Reikwijdte van de verordening 1.a. Het college verleent voorzieningen aan personen met beperkingen, die hen zoveel mogelijk in staat stellen tot zelfredzaamheid en deelname aan het maatschappelijk verkeer. 2.Een voorziening wordt alleen verleend als zij: langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op te heffen of te verminderen, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopste adequate voorziening kan worden beschouwd, en in overwegende mate op de persoon van de aanvrager afgestemd is. 3.Een voorziening wordt niet verleend als: zij voor een persoon zoals de aanvrager algemeen gebruikelijk is; zij het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw overschrijdt; zij aangeschaft of in uitvoering is vóór de datum waarop burgemeester en wethouders een besluit nemen op de aanvraag; de aanvrager niet ingeschreven is in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Waterland; de ondervonden problemen te maken hebben met de aard van de in de woning gebruikte materialen; er geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie vóórdat de aanvrager de beperkingen ondervond waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; een soortgelijke voorziening al eerder verleend is en de normale afschrijvingstermijn daarvan nog niet voorbij is - tenzij die voorziening verloren gegaan is als gevolg van omstandigheden die de aanvrager niet aan te rekenen zijn; het gaat om het verwijderen van een aard- of nagelvaste woonvoorziening die met subsidie op grond van de Wvg of Wmo is verstrekt. 4.Het college kan een eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten vaststellen, die bij resp. de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (een eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland van toepassing zijn. Indien een individuele voorziening mede inhoudt een algemeen gebruikelijke voorziening, wordt voor het gedeelte dat als algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt, een besparingsbijdrage geheven, alvorens de voorziening wordt verstrekt. Indien deze voorziening in bruikleen is verstrekt en deze bij beëindiging blijkt te zijn verstrekt voor een kortere periode dan de gemiddelde afschrijvingsperiode van een dergelijke voorziening, kan het eigen aandeel naar gelang de tijd dat de voorziening is gebruikt terugbetaald worden. Artikel3Voorschriften ter uitvoering van deze verordening 1.Ter uitvoering van deze verordening stelt het college het Besluit Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Waterland vast, alsook de Uitvoeringsregels gemeente Waterland, een overzicht van door de gemeente gefinancierde collectieve en individuele voorzieningen. 2.De uitvoeringsvoorschriftenbevatten in elk geval voorschriften over: de procedure voor het verlenen van voorzieningen (advisering door deskundigen, besluit tot verlenen, gereedmelding en verantwoording, vaststelling, uitkering) bruikleen toegangscriteria eigen aandeel of bijdrage het besparingsbedrag voor individuele voorzieningen, voor dat deel dat tevens algemeen gebruikelijk is voorschotten opschorting van uitbetaling terugvordering van intrekking of wijziging van een besluit terugbetaling ingeval van waardestijging bij verkoop de wijze waarop de budgethouder verantwoording aflegt over de besteding van de budgetten. Artikel4Participatie 4.1.Er is een Wmo-raad. 4.2.De Wmo-raad kan het college ongevraagd en gevraagd adviseren over het integrale Wmo-beleid. 4.3De gemeenteraad ontvangt een afschrift van elk door de Wmo-raad gegeven advies. 4.4.De samenstelling van de Wmo-raad wordt geregeld in de Verordening Wmo-raad gemeente Waterland 2007. Artikel5Begrotingspost De gemeenteraad stelt elk jaar een begrotingspost vast met het bedrag, beschikbaar voor op grond van deze verordening te verlenen voorzieningen. HOOFDSTUK2VORM VAN DE TE VERSTREKKEN VOORZIENINGEN Artikel6Keuzevrijheid Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget. Het college stelt nadere uitvoeringsvoorschriften vast aan de hand van de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland neergelegde criteria. Artikel7Voorziening in natura Op de voorziening die in natura wordt verstrekt is een bruikleenovereenkomst of dienstverlenings-overeenkomst tussen de gemeente en de aanvrager van toepassing. Artikel8Financiële tegemoetkoming Het college stelt de hoogte van de financiële tegemoetkoming vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland. Artikel9Persoonsgebonden budget 1.Het college legt vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en gecontroleerd. 2.De budgethouder is de aanvrager of diens wettelijke vertegenwoordiger. Artikel10Eigen bijdragen en eigen aandeel in de kosten 1.Het college stelt de hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland. 2.Het college kan bij het vaststellen van de eigen bijdrage en het eigen aandeel rekening houden met het inkomen van de aanvrager. HOOFDSTUK3HULP BIJ HET HUISHOUDEN Artikel11Vormen van hulp bij het huishouden De door het college, ter compensatie van beperkingen (het compensatiebeginsel) ten gevolge van ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, te verstrekken voorziening kan bestaan uit: algemene hulp bij het huishouden; hulp bij het huishouden in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het huishouden. Artikel12Primaat van de algemene hulp bij het huishouden 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 11 onder a. vermelde voorziening in aanmerking komen indien: aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek, of problemen bij het ontvangen van de mantelzorg het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de collectieve hulp bij het huishouden dit adequaat kan oplossen. 2.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 11 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking komen indien: de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt, of niet beschikbaar is. Artikel13Gebruikelijke zorg In afwijking van het gestelde in artikel 12 komt een persoon niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking voor hulp bij het huishouden als hij deel uitmaakt van een leefgemeenschap, met een of meer huisgenoten of kinderen die wel in staat zijn tot het huishouden. Artikel14Omvang van de hulp bij het huishouden De omvang van de voorziening hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in klassen, waarbij de volgende klassen met de daarbij behorende uren kunnen worden toegekend: Klasse 1: 0 tot en met 1,9 uur per week. Klasse 2: 2 tot en met 3,9 uur per week. Klasse 3: 4 tot en met 6,9 uur per week. Klasse 4: 7 tot en met 9,9 uur per week. Klasse 5: 10 tot en met 12,9 uur per week. Klasse 6: 13 tot en met 15,9 uur per week. Artikel15:Omvang van het persoonsgebonden budget De bedragen die per klasse in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt, worden jaarlijks door het college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland. HOOFDSTUK4WOONVOORZIENINGEN Artikel16Vormen van woonvoorzieningen De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit: een algemene woonvoorziening; een woonvoorziening in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening; een financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening. Artikel17Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele woonvoorzieningen 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 16 onder a. vermelde voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek een woningaanpassing of losse woonvoorziening noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en adequaat kan oplossen. 2.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 16 onder b., c. en d. vermelde voorziening in aanmerking komen indien de in het vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een adequate oplossing leidt. Artikel18Soorten individuele woonvoorzieningen De in artikel 16 onder b., c. en d. genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit: een financiële tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten; een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening; een niet-bouwkundige of niet-woontechnische woonvoorziening; een uitraasruimte; onderhoud en reparatie van de in lid b en c. genoemde voorziening; compensatie van tijdelijk dubbele woonlasten; compensatie van verlies aan huurinkomsten. Artikel19Primaat van de verhuizing 1.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 18 onder a. in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren. 2.Een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten kan ook worden verstrekt aan een persoon die op verzoek van de gemeente ten behoeve van een andere persoon aangepaste woonruimte heeft ontruimd. 3.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet, kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 18 onder b., c en d. in aanmerking komen wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. 4.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wetkan voor een voorziening als bedoeld in artikel 18 onder d. in aanmerking komen wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen. 5.Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wetkan voor een voorziening als bedoeld in artikel 18 onder e. in aanmerking komen indien de woonvoorziening voorkomt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland. 6. Een persoon als bedoeld in artikel 1 onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 18 onder f. in aanmerking komen indien redelijkerwijs niet kan worden voorkomen dat genoemde persoon dubbele woonlasten heeft ten gevolge van het aanpassen van de huidige woonruimte of een nog te betrekken woonruimte. 7.De eigenaar van een rolstoelwoning kan in geval van huurbeëindiging van deze met hoge kosten aangepaste woning, in aanmerking komen voor compensatie van verlies aan huurinkomsten voor maximaal 6 maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt. Artikel20Uitsluitingen De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, verzorgingshuizen, vakantiewoningen, tweede woningen, kamerverhuur en AWBZ-instellingen. Tevens zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing op specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen (hadden) kunnen worden. Artikel21Hoofdverblijf 1.Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen. 2.In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling. 3.De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat. 4.Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte op zich, de woonkamer en een toilet kan bereiken. Artikel22Weigeringsgronden De aanvraag voor een woonvoorziening wordt geweigerd indien: de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was, tenzij een termijn van 7 jaar is verstreken; de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen. Voorzieningen aan gemeenschappelijke ruimten kunnen slechts worden toegekend indien zonder deze woningaanpassing de woonruimte ontoegankelijk blijft voor de aanvrager en indien een beroep op de eigenaar van de woning geen resultaat heeft gehad; op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht opgetreden noodzaak; verhuizing naar een geschikte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.