Beleidsregels van burgemeester van Brunssum voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet en 174a GemeentewetBegrippenlijst Handel: het verkopen, afleveren van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig hebben in woning of lokaal; beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt. Woning: elk voor bewoning bestemd gebouw of bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte); een woonkeet (een loods, keet of ander soortgelijk bouwwerk, bestemd om te voorzien in een tijdelijke behoefte aan woongelegenheid); een woonwagen (voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst); het bij een woning behorende erf. Hieronder worden ook begrepen woningen in eigendom van woningcorporaties. Lokaal: een pand, al dan niet toegankelijk voor publiek, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte en/of een daarbij behorende erf. Hieronder worden ook begrepen lokalen in eigendom van woningcorporaties Harddrugs: middelen vermeld op lijst I en lijst II behorende bij de Opiumwet, met uitzondering van softdrugs. Softdrugs: hennep (en elk deel van de plant, waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden) zoals omschreven in lijst II behorende bij de Opiumwet, ook wel aangeduid als hasj, marihuana, weed, wiet of stuff. 1.Inleiding Aanpak drugscriminaliteit Drugscriminaliteit heeft in het Brunssumse veiligheidsbeleid altijd aandacht gehad, maar de afgelopen jaren hebben we de aanpak versterkt. We zien een toename in het aantal hennepplantages en drugspanden, en overlast op straat. Een zelfde versterking in de aanpak zien we bij de ons omringende gemeenten. De gemeente wil in lijn met hen acteren, ook om eventuele uitwaaier-effecten van die gemeenten te voorkomen. Verder willen we de georganiseerde criminaliteit aanpakken, waarvan we weten dat de meest ernstige vormen zijn gerelateerd aan drugs. Bestuurlijke aanpak van de georganiseerde misdaad is een van de prioriteiten van veiligheidsbeleid. De aanpak van de problemen is effectiever wanneer alle betrokken partijen samenwerken. Ook kan met een integrale aanpak een breed scala aan sancties en maatregelen worden opgelegd. Verschillende partijen kunnen ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid een bijdrage leveren: gemeente, politie en Openbaar Ministerie, belastingdienst, maar ook private partijen als woningcorporaties en energiebedrijven. Dat is de reden dat we al sinds 2009 deelnemen in de werkzaamheden van het Regionaal Informatie en Expertise Centrum onder de vlag van het regionaal Convenant ten behoeve van Bestuurlijke en Geïntegreerde Aanpak Georganiseerde Criminaliteit, Bestrijding Handhavingsknelpunten en Bevordering Integriteitsbeoordelingen. In 2012 hebben we met genoemde partners een Hennepconvenant gesloten, om bedrijfsmatige teelt van hennepproducten in woningen en lokalen en de daarbij behorende opstallen en aanpalende erven dan wel gronden integraal te voorkomen en te bestrijden en gevaarlijke situaties onmiddellijk te beëindigen. Een gemeentelijk flexteam is opgericht om panden te onderzoeken waar drugsproblematiek wordt vermoed. Beleidsregels voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet De gemeente beschikt over diverse (bestuursrechtelijke) instrumenten om tegen drugscriminaliteit in zijn diverse verschijningsvormen op te treden. Zelfstandig of in aanvulling op of ter ondersteuning van de instrumenten van onze partners, worden deze ingezet. Na het aantreffen van hennepplantages in koopwoningen wordt gecontroleerd op naleving van de bouwregelgeving en zo mogelijk handhavend opgetreden. Dit gebeurt dan met name ook ter ondersteuning van de maatregelen die andere partijen treffen. Bij de aanwezigheid van hennepplantages of handel in drugs in panden (lokalen en woningen) bestaat echter ook de mogelijkheid voor toepassing van artikel 13b Opiumwet. Verder kan de burgemeester bij (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde door drugsgebruikers en drugshandelaren op grond van artikel 174a Gemeentewet overgaan tot ontruiming en sluiting van een pand. Met het oog op een rechtmatige en transparante toepassing van beide wettelijke regelingen worden in deze nota nadere beleidsregels vastgesteld. Het gaat dan om: handel in harddrugs en softdrugs, niet zijnde straathandel (artikel 13b Opiumwet, Wet Damocles) (drugs)overlast vanuit woningen (artikel 174a gemeentewet, Wet Victoria). Doel hiervan is om alle betrokken partijen (gemeente, politie, bewoners, ondernemers en pandeigenaren) inzicht te geven in het gemeentelijk beleid ten aanzien van de toepassing van deze instrumenten. Praktisch voordeel is dat voor de motivering van concrete besluiten kortheidshalve naar dit beleid kan worden verwezen. Relatie met strafrechtelijke handhaving Het Openbaar Ministerie is en blijft in eerste instantie verantwoordelijk voor de handhaving van de bij wet strafbaar gestelde misdrijven en overtredingen. De bevoegdheid van het Openbaar Ministerie tot strafrechtelijk optreden blijft bestaan, ongeacht of er bestuursrechtelijk optreden door de burgemeester volgt. In overleg met politie en Openbaar Ministerie vindt afstemming plaats over de vraag in welke gevallen het strafrechtelijk en wanneer het bestuursrechtelijke instrumentarium wordt ingezet of beide. 2.Handhavend optreden tegen drugscriminaliteit op grond van artikel 13b Opiumwet Artikel 13b Opiumwet: De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst 1 of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. De Opiumwet is weliswaar een wet uit het strafrecht, toch kent de wet één bestuursrechtelijke component. Artikel 13b Opiumwet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang op te leggen (waaronder het opleggen van een last onder dwangsom). Werkingssfeer De wet is van toepassing op woningen en alle al dan niet voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven. Onder voor het publiek toegankelijke lokalen vallen onder meer winkels en horecabedrijven; onder niet voor het publiek toegankelijke lokalen vallen onder meer bedrijfsruimten, loodsen en containers. Met de wet kunnen illegale verkoop-, opslag- en afleverpunten van zowel harddrugs als softdrugs worden aangepakt. De wet is ook van toepassing op hennepplantages. Er hoeft niet daadwerkelijk sprake te zijn van verhandelen van drugs. De burgemeester is bevoegd om op te treden bij de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking, of (bij hennepplanten) bij beroeps -of bedrijfsmatige hennepteelt. Bij het bepalen hiervan wordt aangesloten bij de Aanwijzing Opiumwet. Harddrugs: meer dan 0,5 gram Softdrugs: meer dan 5 gram Hennepplanten: meer dan 5 planten Het enkele feit dat er aantoonbaar in drugs gehandeld wordt of drugs aanwezig zijn, is in beginsel voldoende om handhavend op te treden. Er hoeft niet per se sprake te zijn van overlast. Toepassing bestuursdwang Gezien de problematiek wordt gekozen voor een stringent handhavingsbeleid. Algemeen Als regel wordt gekozen voor het opleggen van een last onder bestuursdwang en niet voor het opleggen van een dwangsom. Bestuursdwang is een directer middel. Van een dwangsom mag in de meeste gevallen weinig effect worden verwacht, gelet op het feit dat het financiële gewin in het drugs-circuit zodanig groot is, dat met een dwangsom naar verwachting niet zal worden bereikt, dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt in beginsel gekozen voor sluiting van woning of lokaal. Dit is de meest effectieve maatregel om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Als begunstigingstermijn wordt (behoudens spoedeisende gevallen en harddrugs) een periode van 3x24 uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gevolg te geven aan de opgelegde last. Bij lokalen geldt dat binnen de eerste 3 uur van deze 24 uur eventuele klanten verwijderd dienen te zijn. Indien feitelijk tot sluiting wordt overgegaan dan moet woning of lokaal ontoegankelijk worden gemaakt (bijvoorbeeld door het dichttimmeren, het aanbrengen van sloten en/of verzegelen). Betreft het een omsloten erf/terrein dan kan dit worden afgesloten. Het onderliggende besluit wordt in verkorte vorm aan de voorgevel van het pand of hekwerk kenbaar gemaakt. Een wijziging in huursituatie wordt als niet ter zake doende beschouwd. Het is niet de bedoeling dat de verhuurder met het plaatsen van andere huurders onder toepassing van bestuursdwang kan uitkomen. Het is immers op dat moment nog steeds noodzakelijk om de bekendheid van een dergelijk pand in het criminele circuit weg te nemen; het enkel plaatsen van nieuwe huurders leidt niet tot het voorkomen van herhaling van een met de wet strijdige situatie. De duur van de sluiting is afhankelijk van: de bestemming van het pand: woning of lokaal zwaarte van de overtreding. Ten aanzien van harddrugs wordt een zwaardere sanctionering toegepast omdat tegen bezit en verkoop van harddrugs strafrechtelijk strenger wordt opgetreden, de openbare orde in ernstige mate wordt verstoord, maar ook omdat alle uitingen die te maken hebben met harddrugs maatschappelijk gezien grotere volksgezondheidsrisico’s en ander negatieve verschijnselen met zich brengen de vraag of de woning /het lokaal reeds eerder gesloten is geweest en de duur van de overtreding Belangrijke motieven zijn: de noodzaak om de bekendheid van het pand als drugsadres teniet te doen, het belang van het terugkeren van de rust in de directe omgeving, het voorkomen van herhaling van verstoring van de openbare orde het voorkomen van verdere aantasting van het woon- en leefklimaat en anderzijds: het voorkomen van verloedering en overlast als een pand gedurende enige tijd leeg staat. In geval van handel in softdrugs wordt bij een eerste constatering in beginsel volstaan met een (schriftelijke) waarschuwing om de overtreding te staken, tenzij zich zodanige omstandigheden voordoen, dat sprake is van een ernstig geval. Bij de afweging in concreto wordt in ieder geval met de volgende indicatoren rekening gehouden: meer dan een geringe overschrijding van de handelshoeveelheid van softdrugs of hennepplanten Bij het bepalen hiervan wordt aangesloten bij de Aanwijzing Opiumwet. Harddrugs: meer dan 0,5 gram Softdrugs: meer dan 5 gram Hennepplanten: meer dan 5 planten mate waarin sprake is van een negatieve invloed op het openbare leven en het woon- en leefklimaat, mate van overlast en verloedering contacten van dealers en klanten in/vanuit een woning/lokaal verklaringen van klanten en/of drugskoeriers die met drugs zijn onderschept aanwezigheid van handelsattributen mate van gevaarzetting als gevolg van een verhoogd brandrisico (door overbelasting van het energienetwerk en illegale elektriciteitaansluitingen) of overtreding van de bouwregelgeving mate van uitkeringsfraude, belastingontduiking en energiediefstal. Sluiting vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, alvorens een definitief besluit over sluiting wordt genomen, de belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.