Verordening Burgerparticipatie Vught 2006Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de raad. Artikel2 1.De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. 2.Ongeldig is het verzoek dat: niet door ten minste 75 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. Artikel3 1.Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad. 2.Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel4 Een burgerinitiatiefvoorstel heeft geen betrekking op: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, tenzij het een bevoegdheid betreft welke door de raad is gedelegeerd aan andere bestuursorganen; een vraag over het gemeentelijk beleid; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of een voorstel waarover tijdens de raadsperiode waarin indiening van het voorstel plaatsvindt door de raad een besluit is genomen, Tenzij sprake is van omstandigheden die tot een ander besluit zouden hebben geleid, indien zij eerder bekend waren geweest. Artikel5 1.Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de burgemeester. 2.Het verzoek bevat ten minste: een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel; de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen. 3.Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van een door de griffie verstrekt formulier. Artikel6 1.De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist. 2.Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a, kan de raad het voorstel doorzenden aan burgemeester en wethouders. 3.Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de raad. 4.De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten. 5.Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. 6.Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker. Artikel7 De burgemeester brengt over elk jaar een verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief en burgeradvies in de praktijk. Artikel8 1.Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Burgerparticipatie Vught 2006’. 2.Zij treedt in werking op de eerste dag na de datum van uitgifte van het Klaverblad waarin ze is geplaatst. Toelichting Burgerparticipatie Hier wordt gesproken over een Verordening Burgerparticipatie. Deze naamgeving is hier gekozen om (op termijn) alle bepalingen welke de participatie van burgers bij de besluitvorming in de raad aangaan – waaronder ook de verordening op het correctief raadgevend referendum – in één verordening onder te kunnen brengen. Uitgangspunt is voorts dat volstaan wordt met eenvoudige procedureregels, daar een grote hoeveelheid regels de burgers zou kunnen ontmoedigen. Doel en definitie De regeling verstaat onder de term burgerinitiatief de mogelijkheid dat burgers eigen voorstellen bij de raad in te dienen. Burgerinitiatieven zijn voorstellen die op de agenda van de raad worden geplaatst, mits aan de procedurele en inhoudelijke vereisten is voldaan. Er vindt vervolgens reguliere besluitvorming in de raad plaats. Elementen Naast een eenvoudige en heldere procedure dient de gemeentelijke regeling vanzelfsprekend een aantal andere procedurele en inhoudelijke eisen te bevatten. Het gaat dan bijvoorbeeld om eisen met betrekking tot de ondersteuning van het voorstel en de initiatiefgerechtigdheid. Ook is aandacht voor de gevolgen die optreden indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. Verder is van groot belang de wijze waarop aan de burgers duidelijk wordt gemaakt dat zij gebruik kunnen maken van deze mogelijkheden. In het geval van een initiatief bepaalt dit mede de onderwerpen en de omvang van discussie in het vertegenwoordigend orgaan en tast daardoor in zekere zin de bevoegdheid de eigen agenda vast te stellen aan. Om die reden is het gerechtvaardigd het initiatief aan voorwaarden te binden. Het voorstel legt deze voorwaarden vast in een zelfstandige verordening. Het burgerinitiatief betreft in deze verordening altijd een ‘uitgewerkt’ voorstel. Vervolgens wordt als voorwaarde gesteld dat er sprake is van aantoonbare steun onder de bevolking, waartoe het initiatief vergezelt dient te gaan van een lijst met handtekeningen van ondersteuners. Tot slot wordt het indienen van een initiatiefvoorstel mogelijk gemaakt voor alle inwoners vanaf 16 jaar waardoor ook tegemoet gekomen wordt aan de betrokkenheid van jongeren bij de besluitvorming. De bevoegdheden van de raad Het burgerinitiatief versterkt de besluitvormende bevoegdheid van de raad. De aanvulling van het representatieve stelsel met deze mogelijkheid tot het burgerinitiatief betekent, dat (groepen) burgers een mogelijkheid hebben om zelf direct en gericht deel te nemen in het bestuur. Uit onderzoek van het Sociaal-Cultureel Planbureau blijkt een onverminderde en zelfs een toenemende betrokkenheid van burgers bij maatschappelijke vraagstukken. Die betrokkenheid uit zich niet in een toename van de klassieke politieke participatie. Burgers willen juist andere wegen bewandelen om deel te nemen aan het bestuur van de samenleving. Het burgerinitiatief is dan ook een geschikt middel om tegemoet te komen aan de betrokkenheid van de burger. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 In deze bepalingen wordt gesproken over een “burgerinitiatiefvoorstel” voor de aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan worden ingediend. Burgers dienen daartoe een concreet voorstel op schrift te stellen. Om burgers te ondersteunen bij het op schrift stellen van een burgerinitiatiefvoorstel wordt door de gemeente (digitaal) een sjabloon aangereikt waarmee het voorstel eenvoudig op schrift kan worden gesteld. Eventuele verdere ondersteuning kan worden verricht door de griffier. Artikel 2 Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een raadsvergadering moet plaatsen, indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal in geval van een burgerinitiatief dus over het voorstel beraadslagen en vervolgens (eventueel gewijzigd) aannemen of afwijzen. Van een geldig verzoek is sprake als (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.