Standplaatsenbeleid gemeente TerneuzenInhoudsopgave Inleiding Juridisch kader Definitie standplaats Algemene uitgangspunten APV- criteria Maximumstelsel Verkooptijden Voorzieningen ten behoeve van standplaatsen Afhandeling van aanvragen Persoonsgebonden/ persoonlijke innemen standplaats Financiële vergoeding Overgangsrecht Handhaving Procedure vaststelling Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Hoofdstuk1Inleiding Op dit moment wordt een standplaatsvergunning verleend op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De gemeente Terneuzen kent geen aanvullend beleid. Het is wenselijk gebleken dit wel op te stellen. Hiermee wordt de vergunningverlening vereenvoudigd en gelden eenduidige regels voor waar en wanneer een standplaats ingenomen mag worden. In dit beleid wordt rekening gehouden met recente regelgeving. Voor het gemeentebestuur wordt met deze nota een concreet afwegingskader voor vergunningverlening geschapen, terwijl voor de ambulante handel inzichtelijk wordt wat de mogelijkheden zijn en onder welke voorwaarden een standplaats kan worden ingenomen. Dit komt de rechtszekerheid ten goede. Deze beleidslijn geldt niet voor standplaatsen die worden ingenomen bij festiviteiten en evenementen. Dergelijke verzoeken worden beoordeeld in het kader van de hiervoor benodigde evenementenvergunning. Uitzondering geldt voor de carnavalsperiode in de kern Sas van Gent. Vanwege de overmaat aan vergunningaanvragen en het feit dat regulering van de locaties voor standplaatsen wenselijk is (om bijvoorbeeld de loop te beperken in verband met overlast / openbare orde) worden hiervoor zeven (incidentele) standplaatsen aangewezen. In het nieuwe beleid is zoveel mogelijk gestreefd naar het bieden van een mogelijkheid voor het innemen van een standplaats in elke kern van de gemeente. Hierbij heeft het college getracht een balans te vinden tussen de verschillende belangen die kunnen spelen. Tegenover het economische belang van de ondernemers, staan de openbare belangen die de gemeente behoort te bewaken: de verkeersveiligheid, een deugdelijke ruimtelijke ordening, de openbare orde, de volksgezondheid en het milieu. Een criterium waaraan niet mag worden getoetst is het behoefteaspect (de vraag of er voldoende verkooppunten aanwezig zijn). Bemoeienis met het vrije ondernemerschap wordt namelijk niet beschouwd als een door de gemeente te behartigen belang. Een actieve opstelling is echter geboden als door het toewijzen van een standplaats het (permanente) redelijke voorzieningenniveau ter plaatse in gevaar komt. In dat geval mag de gemeente ingrijpen in de concurrentieverhoudingen. Verderop in deze nota wordt nader op deze afwegingselementen ingegaan. Hoewel de kern Terneuzen het meest in trek is bij de ambulante handel, geeft deze nota ook aan hoe gehandeld wordt met aanvragen voor de andere kernen in de gemeente. Samengevat onderkent de gemeente Terneuzen de waarde van standplaatsen, maar is regulering gewenst omdat een overdaad aan standplaatsen kan leiden tot overlast. Hoofdstuk2Juridisch kader Op standplaatsen is een breed juridisch kader van toepassing. Zowel publiekrechtelijke regels als privaatrechtelijke bepalingen begrenzen de beleidsvrijheid van het gemeentebestuur bij de beslissing op een verzoek om een standplaatsvergunning. Verder heeft de jurisprudentie in de loop der jaren richting gegeven aan de uitleg en reikwijdte van een aantal relevante bepalingen. Hierna volgt een kort overzicht van de belangrijkste elementen waarmee bij de afweging rekening moet worden gehouden: Grondwet en Gemeentewet In artikel 19, lid 3 van de Grondwet is de vrije keuze van arbeid, behoudens beperkingen bij of krachtens de wet gesteld, vastgelegd. Op grond van artikel 108 van de Gemeentewet is de gemeente bevoegd tot regeling en bestuur van de gemeentelijke huishouding en artikel 149 van laatstgenoemde wet regelt de bevoegdheid van de gemeenteraad om verordeningen vast te stellen, welke deze in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Hiertoe is ondermeer de APV opgesteld, waarin het vergunningstelsel voor standplaatsen is opgenomen. Winkeltijdenwet De bepalingen van deze wet zijn ook van toepassing op de ambulante handel. Dit betekent dat standplaatsen enkel mogen worden geëxploiteerd conform de wettelijke of op basis daarvan lokaal vastgestelde winkeltijden. In de gemeente Terneuzen geldt de Verordening winkeltijden gemeente Terneuzen 2012. Wet milieubeheer In sommige gevallen worden standplaatsen volgens deze wet beschouwd als een inrichting, vooral wanneer zij hinder of overlast kunnen veroorzaken en langdurig een standplaats innemen op een vaste locatie. Gedacht kan hierbij worden aan bak- en braadinrichtingen. Hiervoor zijn voorwaarden voor in de vergunning opgenomen. Bestemmingsplan Strijd met het bestemmingsplan vormt een expliciete weigeringsgrond voor een standplaatsvergunning. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een standplaats altijd gelet moet worden op de voorschriften van het van toepassing zijnde bestemmingsplan. APV De gemeentelijke APV geeft de definitie van een standplaats en omschrijft de (openbare) belangen waarmee rekening moet worden gehouden als op een aanvraag moet worden beslist. Tevens is bepaald dat standplaatsvergunningen enkel worden verleend aan natuurlijke personen, teneinde handel in vergunningen te voorkomen. Inherent hieraan is dat een vergunning niet overdraagbaar is en de standplaats persoonlijk moet worden ingenomen. Ook is geregeld dat voor het innemen van een standplaats op privéterrein een vergunning is vereist. Privaatrecht Meestal is de gemeente eigenaar van de grond waarop een standplaats wordt ingenomen en kan op grond daarvan de eigendomsbevoegdheden uit het Burgerlijk Wetboek uitoefenen. Constante jurisprudentie wijst echter uit dat de gemeente haar privaatrechtelijke bevoegdheden als eigenaar niet mag gebruiken om te regelen wat via de publiekrechtelijke weg geregeld kan of moet worden. Met andere woorden, waar een vergunningstelsel mogelijk is, mag dit niet worden vervangen door een privaatrechtelijke regeling. Voor het ingebruiknemen van openbare grond is de gemeente als eigenaar wel bevoegd hiervoor een vergoeding in rekening te brengen op grond van de Verordening markt- en standplaatsgelden, naast de gebruikelijke legesbedragen die bij een standplaatsvergunning horen. Jurisprudentie In de loop der jaren heeft de rechtspraak de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheid bij het verlenen van standplaatsvergunningen aangegeven. De volgende conclusies kunnen op basis van vaste jurisprudentie getrokken worden. Vergunningaanvragen mogen alléén geweigerd worden op grond van de in de APV vermelde weigeringsgronden. Om invulling aan deze weigeringsgronden te geven, is het toegestaan om met een zogenaamd maximumstelsel te werken, hetgeen betekent dat vergunningaanvragen in het belang van één of meer van de toetsingscriteria uit de APV vanaf een bepaald aantal geweigerd kunnen worden. Overigens moet elke aanvraag afzonderlijk beoordeeld en getoetst worden op eventuele bijzondere omstandigheden die afwijking van het gevoerde beleid rechtvaardigen. Uiteraard dienen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel, in acht genomen te worden. In geval van een weigering op grond van de verkeersveiligheid zal dit bijvoorbeeld gemotiveerd kunnen worden met een politierapport of een rapport van een verkeersdeskundige. Indien de weigering gebaseerd is op gevaar voor aantasting van het voorzieningenniveau dan zal dit gemotiveerd moeten worden door middel van een feitenonderzoek. Aanvragen mogen niet aan het behoefte-element getoetst worden, want dit is in strijd met het vrije ondernemerschap. Behalve op de gronden die in de APV zijn genoemd, mogen vergunningen niet geweigerd worden. Hoofdstuk3Definitie standplaats Onder standplaatsen worden in deze nota begrepen: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, wagen of tafel, uitgezonderd standplaatsen die tijdens een (jaar-)markt, kermis of evenement worden ingenomen. De in dit beleid bedoelde standplaatsen hebben een mobiel karakter. Zoals eerder vermeld worden standplaatsen bij festiviteiten en evenementen niet gerekend tot de standplaatsen waarop deze nota betrekking heeft. Uitzondering hierbij geldt voor de standplaatsen tijdens Carnaval in Sas van Gent. Vanwege de omvang en duur van het evenement zijn hiervoor zeven incidentele standplaatsen aangewezen (5 op de Westdam, 2 op het Keizer Karelplein). Hiermee wordt voorkomen dat bezoekers van Carnaval door de stad gaan zwerven en zo overlast veroorzaken voor bewoners. De afgelopen jaren zijn geen klachten/meldingen gerelateerd aan de standplaatsen ontvangen. In deze nota worden verder drie verschillende soorten standplaatsen onderscheiden: Permanente standplaats Dit is een standplaats die tenminste een dag(deel) per week op een vaste locatie wordt ingenomen gedurende meer dan 6 maanden per jaar met een vaste frequentie op eenzelfde tijdstip. Tijdelijke standplaats Onder deze categorie vallen standplaatsen die worden ingenomen voor een bepaalde tijd, met een maximum van zes maanden gedurende een of meerdere dagen per week (o.a. seizoensgebonden handel zoals oliebollenkraam, verkoop kerstbomen, ijs, e.d.). Incidentele standplaats Van een incidentele standplaats is sprake bij een beoogd gebruik van ten hoogste vijftien dagen door dezelfde vergunninghouder per kalenderjaar. Gedacht kan worden aan zowel commerciële standplaatsen (autoruitreparaties e.d.) als ideële (fondswerving, politieke doeleinden, goede doelen). Het maximum van vijftien dagen is bedoeld om te voorkomen dat handelaren die niet in aanmerking komen voor een permanente standplaats, dit door een herhaalde aanvraag voor een incidentele plek alsnog weten te bereiken. Er zijn incidentele standplaatsen aangewezen voor de periode tijdens Carnaval in Sas van Gent. In alle andere gevallen wordt door of namens het college beslist. Standplaatsen op particuliere grond Het vergunningstelsel van artikel 5:18 APV is eveneens van toepassing op standplaatsen die op particuliere grond worden ingenomen. Tevens is daarin bepaald dat het rechthebbenden op een perceel niet is toegestaan toe te laten dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt ingenomen. Bij een dergelijke aanvraag zal een verklaring van de grondeigenaar moeten worden overgelegd waaruit blijkt dat hij met het verzoek instemt. De hierna te noemen criteria zijn eveneens van toepassing op particuliere percelen. Hoofdstuk4Algemene uitgangspunten De waarde van standplaatsen voor inwoners en winkelend publiek wordt onderkend. Vaak vormen standplaatsen een aanvulling op het bestaande reguliere aanbod en kan de ambulante handel de winkelfunctie van een gebied versterken en zorgen voor sfeer, dynamiek en levendigheid. In de kleinere kernen vormen standplaatsen zelfs vaak een van de weinige voorzieningen voor de consument. In de meest wenselijke situatie zou het zo moeten zijn dat de ambulante handel vergunning krijgt als een assortiment wordt geboden wat in de desbetreffende kern wordt gemist en dat handelaren worden geweerd als hun branche al voldoende is vertegenwoordigd. Hiermee zou de gemeente echter een vestigingsbeleid voeren hetgeen uitdrukkelijk niet is toegestaan. Regulering van de concurrentieverhoudingen, oftewel economische inmenging, wordt immers niet tot de gemeentelijke huishoudelijke belangen gerekend. In het kader van vrij ondernemerschap is het niet toegestaan branches te bepalen. Het voeren van een brancheringsbeleid is enkel mogelijk indien het aantal aanvragen het toegestane maximum overschrijdt. Van deze situatie is in Terneuzen echter (nog) geen sprake. Waar mogelijk zal er echter naar worden gestreefd dat de standplaatsen een aanvullend karakter hebben op het aanbod van de reguliere winkels. Waar brancheregulering niet is toegestaan, zijn er wel andere motieven om regels ten aanzien van standplaatsen vast te leggen. Zo kunnen standplaatsen leiden tot overlast, verkeersonveilige situaties, de openbare orde aantasten, ongewenst zijn binnen de voorgestane ruimtelijke structuur of ontsierend zijn voor het uiterlijke aanzien. Om deze belangen te beschermen is het dan ook legitiem, en zelfs noodzakelijk, om te komen tot een maximumstelsel. Afhankelijk van de plaatselijke situatie, kan per kern het maximaal toelaatbare standplaatsen verschillen. Bij overschrijding van het toegestane maximum zal de desbetreffende vergunning worden geweigerd en op een wachtlijst geplaatst. De bovenstaande motieven leiden tot de volgende locatiecriteria voor permanente en tijdelijke standplaatsen: ze mogen in principe niet gelegen zijn aan drukke wegen die bestemd zijn voor doorgaand verkeer; in de nabijheid van de standplaats moet voldoende parkeergelegenheid zijn; ze moeten een veilige bereikbaarheid hebben voor het publiek en mogen op locaties met een hoge verkeersintensiteit niet op trottoirs worden ingericht; om de officiële markten zo goed mogelijk in stand te houden, wordt op dagen waar in de desbetreffende kern de weekmarkt wordt gehouden, in beginsel geen standplaatsen toegestaan. Uitzondering hierbij geldt voor: de kern Terneuzen: op de dag van de weekmarkt in het centrum en op de dag van de weekmarkt bij Winkelcentrum Zuidpolder mogen wel standplaatsen elders in de kern worden ingenomen ; voor tijdelijke standplaatsen. Bij verzoeken om een incidentele standplaats kan vanwege het kortdurende karakter van de verkoopactiviteiten van de bovengenoemde criteria worden afgeweken. Hoofdstuk5APV-criteria Behalve de eigenschappen die een locatie moet bezitten, zijn er de algemene belangen die de gemeente moet beschermen en bewaken. Deze zijn vastgelegd in de gemeentelijke APV. Ze vormen het feitelijke toetsingskader waarmee bij vergunningaanvragen rekening moet worden gehouden. Om deze openbare belangen te beschermen is het wenselijk om het aantal af te geven vergunningen te maximeren. Openbare orde (art. 1:8 APV onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.