(2020)kent een aantal wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. Ten zuiden van de brug Sluiskil is een tunnel onder het Kanaal Gent-Terneuzen gerealiseerd. Deze tunnel sluit aan op de Tunnelweg (Westerscheldetunnel) aan de westzijde en de N62 Tractaatweg aan de oostzijde van het kanaal. In het verlengde van de Guido Gezellestraat ontstaat en nieuw knooppunt Terneuzen, enkele honderden meters ten zuiden van de huidige aansluiting Tractaatweg (N62)-N
- De N62 Tractaatweg is opgewaardeerd tot een 2*2 weg. Het is de vraag of als gevolg hiervan alle bestaande aansluitingen kunnen worden behouden. De N61, wegvak Hoek-Schoondijke, wordt gedeeltelijk ingericht als 2*2 en de kruispunten worden omgevormd tot rotondes. De vraag moet nu worden beantwoord hoe vanuit de gemeente Terneuzen wordt aangesloten en ingespeeld op deze verkeerskundige wijzigingen. 3.4Kader Op de afbeeldingen op pagina 22 staat het kader 2008 en het kader 2020 afgebeeld. Deze ruimtelijke en verkeerskundige “structuur” vormt de basis voor dit categoriseringsplan. Allereerst zal aan de hand van de 2008-situatie een basiscategorisering worden vormgegeven. Vervolgens wordt op basis van de wijzigingen en aanvullingen in 2020 een nieuwe wensbeeld opgesteld. 3.5Knelpunten en uitdagingen 2.5.1 Situatie 2008 Dimensionering wegvakken Rooseveltlaan en Guido Gezellestraat Over een grote lengte bestaan deze routes uit 2*2 rijstroken. Deze dimensinering komt niet overeen met de snelheidslimiet van 50 km/u die, na invoering van bromfiets op de rijbaan, van kracht is. Bovendien zijn op een aantal kruispunten enkelstrooksrotondes aangelegd waardoor ter hoogte van deze punten de rijstroken worden samengevoegd. Dimensionering Rooseveltlaan/Kanaalkade (Axel) Beide wegen zijn zeer ruim opgezet. Dit profiel past niet bij de huidige functie en intensiteit. Krappe dimensionering route Kerkdreef (Axel) Deze route langs de westzijde van het centrum is relatief smal, zeker wanneer de parkeerplaatsen op de rijbaan zijn bezet. Dit laatste is een veelvuldig voorkomend straatbeeld. Ligging bedrijventerrein(en) De bedrijventerreinen nabij de kern Axel liggen zeer verspreid. De bedrijven in en tegen de kern aan zorgen voor overlast van vrachtverkeer in de woonomgeving. Het noordelijke bedrijventerrein Vaartweg is voor de ontsluiting afhankelijk van wegen door (Spui, Magrette) of vlak langs (Axel) woonbebouwing. Ontbreken duidelijke oost-west structuur (weginrichting) In tegenstelling tot de noord-zuid richting kent Terneuzen geen duidelijke (hoofd) route in oostwest richting, wat inrichting van de weg betreft. Enkele routes zijn qua structuur duidelijk herkenbaar maar niet conform ingericht. Tussen de Scheldeboulevard-Churchilllaan (tegen de Westerschelde aan) en de Rooseveltlaan is geen duidelijke hoofdroute aanwezig. Gevolg is dat het verkeer uitwaaiert over meerdere wegen, met een leefbaarheidsknelpunt (knelpunt doorgaand verkeer-woonomgeving tot gevolg). Regionale voorzieningen in woonwijk Een aantal regionale voorzieningen zijn in woonwijken gesitueerd. Het ziekenhuis De Honte en het ROC Westerscheldecollege zijn gebouwd in de woonwijk Zeldenrust/St.Annapolder. De Sloelaan, Vlietstraat, Wielingenlaan en Zeldenrustlaan verwerken dan ook meer verkeer dan op basis van het aantal woningen te verwachten is. Met name op de Sloelaan-Zeldenrustlaan zorgt dit voor problemen in combinatie met de vele fietsers van/naar de scholen. De relatief hoge intensiteiten zorgen ook voor moeilijk oversteekbare straten. Ontbreken van beleid/ afspraken weginrichting Gemeente Terneuzen beschikt niet over vastgesteld beleid met betrekking tot weginrichting. Het is bijvoorbeeld niet afgesproken hoe breed een fietsstrook behoort te zijn, wanneer en welke belijning moet worden toegepast. Het al of niet toepassen van CROW-richtlijnen is niet vastgelegd. Juist in het kader van een Duurzaam Veilige weginrichting is duidelijkheid en dus eenduidigheid belangrijk. 3.5.2 Situatie 2020 De wijzigingen in het hoofdwegennet en ruimtelijke projecten leveren een aantal uitdagingen op in de verkeersstructuur op gemeentelijk niveau. Ontsluiting Othene Verdere expansie van de woonwijk Othene in zuidelijke richting vraagt om een oplossing voor de Laan van Othene. Wordt deze, conform oorspronkelijke planvorming, verbonden met het hoofdwegennet? Verkeersstructuur Masterplan Axelse Dam Kan de verkeersstructuur zoals verwoord in het Masterplan Axelse Dam bijdragen aan een verbetering van de verkeerssituatie in Terneuzen? Tot op heden zijn de verkeerskundige effecten van het Masterplan (op langere termijn) nog niet getoetst. Ontsluiting Stedelijke Randzone De Stedelijke Randzone wordt ontsloten via de Koegorsstraat die aantakt op de N62 aan de noordzijde en een verbinding maakt met de Koegorspolder aan de zuidzijde. De vraag moet worden beantwoord of de huidige verkeerssituatie moet worden behouden of dat de Stedelijke Randzone fysiek wordt losgekoppeld van de Koegorspolder. Ontsluiting Koegorspolder De Koegorsstraat vormt de ontsluiting van de gelijknamige polder. Via deze weg kan zowel aan de noordzijde (kruispunt Mr. F.J. Haarmanweg) als aan de zuidzijde (knooppunt Axelse Sassing) worden aangesloten op het hoofdwegennet. Met de realisatie van de Tunnel Sluiskil en de opwaardering van de N62 is het de vraag hoe deze ontsluiting er in 2020 uit zal zien. Ontsluiting Glastuinbouwgebied In de planvorming voor het glastuinbouwgebied wordt uitgegaan van een ontsluiting op knooppunt Axelse Sassing. Gelet op de ontwikkelingen op de N62 is het de vraag of dit in alle mogelijke N62-scenario’s een goede oplossing is. Impact N62/Kanaalkruising De mogelijkheid bestaat dat door de uitvoering van deze twee projecten de mogelijkheden om aan te sluiten op het hoofdwegennet afnemen. In beeld moet worden gebracht wat de consequenties zijn indien een aansluiting zal komen te vervallen. Hoofdstuk4Categoriseren in Terneuzen 4.1Terugblik Zoals aangegeven beschikt de gemeente Terneuzen over een categoriseringsplan voor een aantal kernen. De voormalige gemeente Terneuzen heeft een plan opgesteld voor haar grondgebied. Later zijn ook Sas van Gent en Koewacht conform dit principe voorzien van een categoriseringsplan. In tegenstelling tot de landelijke richtlijnen (CROW) gaat de wegencategorisering in Terneuzen uit van een tussencategorie. Naast de erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen is de categorie Erftoegangsweg Plus toegevoegd. Deze wegen zijn te definiëren als woonstraten die naast een ontsluitende functie voor de eigen woningen ook een dergelijke functie vervult voor andere, aansluitende, woongebieden. Verder zijn in de kern Terneuzen ook enkele routes aangewezen als “mogelijke” gebiedsontsluitingsweg, bijvoorbeeld de Van Steenbergenlaan, maar is er nooit een daadwerkelijke keuze gemaakt. Knelpunt, voor zover we hier van kunnen spreken, in de huidige categorisering vormen de Erftoegangswegen Plus. De naam doet vermoeden dat de nadruk ligt op verblijven (erftoegang) met af en toe wat extra (doorgaand) verkeer, de plus. Het is echter de vraag of de als Erftoegangsweg Plus aangewezen wegen ook daadwerkelijk deze functie vervullen. Het lijkt nu of er op deze routes een compromis wordt gezocht in plaats van een duidelijke keuze te maken: wat verdient de voorkeur: stromen of verblijven? 4.2De categorieën In dit wegencategoriseringsplan wordt uitgegaan van de landelijke richtlijnen voor wegencategorisering, oftewel de CROW-richtlijnen. Binnen de kom worden er dan alleen gebiedsontsluitingswegen benoemd. De overige wegen zijn dan automatisch erftoegangswegen. Ten opzichte van de huidige situatie is de Erftoegangsweg Plus dus verdwenen. Binnen de bebouwde kom wordt de volgende onderverdeling door de CROW gehanteerd: Gebiedsontsluitingsweg (70 km/u); Gebiedsontsluitingsweg (50 km/u); Gebiedsontsluitingsweg met fietsstrook/busstrook (50 km/u); Erftoegangsweg (30 km/u). Bij het samenstellen van de dwarsprofielen is rekening gehouden met een ideaalbeeld en een faseringsoplossing. Indien sprake is van nieuw aan te leggen wegen, bijvoorbeeld in een nieuwbouwwijk of een nieuw bedrijventerrein, kan het ideaalbeeld worden aangehouden. Indien een bestaande weg conform de richtlijnen moet worden ingericht is dit ideaalbeeld niet altijd haalbaar. Hiervoor worden faseringsoplossingen voorgesteld. Op basis van de CROW-richtlijnen worden de volgende wegcategorieën in Terneuzen gehanteerd. Gebiedsontsluitingsweg Type I Dit type weg kent een snelheidsregime van 70 km/u. De weg is voorzien van een middenberm of dubbele asmarkering. Deze wegen vormen de verbinding met het (regionale) hoofdwegennet en hebben dan ook een ontsluitende functie op schaalniveau van de gehele kern. Langs de gebiedsontsluitingsweg type I worden vrijliggende fietspaden gerealiseerd. De aansluiting met andere gebiedsontsluitingswegen wordt bij voorkeur uitgevoerd als rotonde. Op pagina 26 staat het gewenste dwarsprofiel van deze wegen weergegeven, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen belijning en eventueel aanwezig trottoir (of vergelijkbare verhoging). Om dit profiel toe te passen op bestaande wegen kan worden afgeweken van de maatvoering. In eerste instantie moet worden gekeken naar de middenberm, vervolgens naar de rijbaanbreedte. Afhankelijk van het type voertuig (veel/weinig zwaar verkeer) kan daar een verdere versmalling plaatsvinden. Gebiedsontsluitingsweg, Type II Gebiedsontsluitingsweg Type II Deze wegen worden op dezelfde wijze vormgegeven als de type I-wegen, met een middenberm of dubbele asmarkering. Het snelheidsregime is 50 km/u. De functie van de wegen is ook ontsluiten, maar dan van een gebied met beperkte omvang. Gedacht hierbij kan worden aan een woonwijk of een verkeersaantrekkende voorziening (culturele voorziening, zorgcentrum ,etc). De fietsers maken gebruik van vrijliggende fietspaden langs de route. De aansluiting met andere gebiedsontsluitingswegen wordt bij voorkeur vormgegeven door een rotonde. Gebiedsontsluitingsweg, Type III Gebiedsontsluitingsweg Type III Dit zijn de gebiedsontsluitingswegen met fietsstroken. Door deze duidelijk te benoemen als gebiedontsluitingsweg wordt aan de omgeving (omwonenden, weggebruikers) een signaal afgegeven dat de weg allereerst een ontsluitende functie heeft. De fietsstroken hebben een minimale maat van 1,50 meter. Voor dit type weg wordt gekozen indien er te weinig ruimte beschikbaar is voor een type II gebiedsontsluitingsweg, waar vrijliggende fietspaden langs liggen. Opmerking: zoals hiervoor aangegeven wordt dit type weg toegepast indien er te weinig ruimte beschikbaar is voor GOW type II. Bij realisatie van nieuwe wegen moet worden ingezet op GOW type I of type II. Alleen op bestaande wegen kan op basis van beschikbare ruimte dus worden gekozen voor type III. Erftoegangswegen Alle overige wegen, met een snelheidsregime van maximaal 30 km/u. Op deze wegen wordt geen belijning toegepast (enkel bij hoge uitzondering) en de kruispunten worden gelijkwaardig vormgegeven. Alleen in geval van onoverzichtelijke verkeerssituaties kan besloten worden de voorrang te regelen. Belangrijk aspect bij de inrichting van deze wegen is dat deze ondersteunend is aan het snelheidsregime. Lange rechtstanden en brede wegprofielen moeten dan ook worden tegengegaan. De voorkeur gaat hierbij uit naar maatregelen conform het “Shared Space” principe, dus gebruik makend van de omgeving. Bij gebrek aan dergelijke opties kan alsnog worden overgegaan tot het toepassen van snelheidsremmende voorzieningen zoals versmallingen en drempels. 4.3Wegencategorisering 2008 4.3.1 Terneuzen De zuidelijke delen van de Mr. F.J. Haarmanweg en de Guido Gezellestraat blijven het 70 km/u regime behouden en worden aangewezen als GOW type I. In noord-zuid richting zijn er vervolgens 4 parallelle routes die als GOW type II fungeren. Dit is qua maat en schaal voldoende om het doorgaande en wijkontsluitende verkeer op te vangen. Het ziekenhuis en het ROC Westerscheldecollege worden ontsloten via een GOW type III weg. De huidige Sloelaan-Zeldenrustlaan zal dus opgewaardeerd worden tot route met volwaardige fietsstroken. Ook de route Dokweg-Zuidlandstraat en de route Van Steenbergenlaan worden aangewezen als GOW type III. Deze twee routes spelen een belangrijke rol in het verwerken van het oost-west verkeer. Doorgaand verkeer dat de kern Terneuzen verkiest boven de hoofdroutes buiten de bebouwde kom moet zoveel als mogelijk worden opgevangen op de GOW type II wegen. Dit betekent dat de Scheldeboulevard een belangrijke functie als ontsluitings- en doorgaande route blijft behouden. Dit is een belangrijk uitgangspunt voor de verdere planvorming rondom de Westerschelde. De keuze om een weg al dan niet aan te wijzen als gebiedsontsluitingsweg geeft in eerste instantie duidelijkheid over de functie van de weg. De functie van een gebiedsontsluitingsweg is in eerste instantie ontsluiten van (auto)verkeer. Dit wil niet zeggen dat er op bepaalde locaties kan worden afgeweken van de principes. Ter hoogte van voorzieningen waar veel oversteekbewegingen zijn, denk aan winkelcentra, theater, ziekenhuis, etc. kan het overstekende verkeer de inrichting bepalen. Qua vormgeving moet dit duidelijk worden uitgewerkt, o.a. met behulp van een herkenbare voetgangersoversteekplaats (zebrapad), middengeleider en andere verkeersveilige aspecten. 4.3.2 Axel De route Zuidsingel-Kinderdijk wordt aangewezen als GOW type II. Deze route verbind de kern Axel immers met het hoofdwegennet. De Kanaalkade, Nieuwendijk, Nassaustraat, Bijlokestraat en Rooseveltlaan vormen samen de ontsluiting van de woonwijken en worden dan ook aangewezen als GOW type III. De route Kerkdreef-Stationsstraat wordt afgewaardeerd tot Erftoegangsweg. Uiteraard zal deze route een ontsluitende functie voor het centrum blijven behouden, maar de bedoeling is dat het meeste verkeer via de bredere Nassaustraat wordt afgewerkt. De Kerkdreef vormt dan enkel nog een route voor bestemmingsverkeer, wat in deze situatie dus ook een bestemming parkeren kan hebben. Door de keuze voor een volledige 30 km-zone op deze route kunnen de kruispunten eenduidig en gelijkwaardig worden ingericht. 4.3.3 Tussengebied Dit wordt in de situatie 2008 buiten beschouwing gelaten. 4.4Wegencategorisering 2020 4.4.1 Uitdaging Het categoriseringsplan voor de periode 2020 is gebaseerd op de wegencategorisering 2008 en het ruimtelijk en verkeerskundig kader voor
- De ruimtelijke ontwikkelingen vragen om een goede ontsluiting en bereikbaarheid wat enkele uitdagingen oplevert. Deze staan op pagina 32 weergegeven. Om te bepalen of en zo ja hoe deze “uitdagingen” kunnen worden vormgegeven is een verkeersmodelstudie uitgevoerd (Goudappel Coffeng, 2008). De resultaten van deze studie staan in de bijlage weergegeven. Per “uitdaging” staat hieronder een korte toelichting. Laan van Othene In het oorspronkelijke plan voor de wijk Othene is uitgegaan van het doortrekken van de Laan van Othene naar de N
- Conform het verkeersveiligheidsproject De Ruit zou de N61 tussen Terneuzen en Zaamslag voorzien worden van parallelwegen. Ter hoogte van de Kraagbrug was een aansluiting met de Laan van Othene bedacht. Omdat de N61 nog niet is voorzien van parallelwegen en een rechtstreekse aansluiting wat dat betreft een stuk moeilijker ligt is er voor gekozen een modelberekening uit te voeren waarbij de Laan van Othene via een parallelweg aansluit op kruispunt St.Anna. De modelberekening toont aan dat dit een verschuiving oplevert van verkeer op de polderwegen naar de nieuw ontstane route, op zich dus een positief effect. De route werkt niet “concurrerend” voor de Guido Gezellestraat. Masterplan Axelse Dam Het aanleggen van deze route blijkt positief voor de Mr. F.J. Haarmanweg. Het verkeer wat nu nog op deze weg rijdt wordt naar de nieuwe route toegehaald. Dit biedt de kans om de Mr. F.J. Haarmanweg anders in te richten en meer af te stemmen op de vele (bedrijfs)erfontsluitingen aan deze weg. Nadeel van de nieuwe route vormt de concurrerende werking op het N62-tracé. De selected-link toont aan dat er relatief veel doorgaand verkeer deze route verkiest boven de N62 via de tunnel Sluiskil. Het is echter de vraag of dit zonder de route “Masterplan” ook niet het geval zal zijn en dus een extra belasting op de Mr. F.J. Haarmanweg veroorzaakt. Doortrekken Alvarezlaan Een optie om de verkeersstructuur oost-west in Terneuzen te versterken vormt het doortrekken van de Alvarezalaan, ter hoogte van sportpark Vliegende Vaart, richting de Mr. F.J. Haarmanweg. De modelberekening toont aan dat deze weg met name verkeer van de parallel lopende Rooseveltlaan aantrekt. Daarnaast veroorzaakt het doortrekken van de Alvarezlaan een verschuiving van intensiteiten op de MR. F.J. Haarmanweg naar de Guido Gezellestraat. Voor Terneuzen-Zuid is dit laatste wenselijk omdat meer verkeer op grotere afstand van het woongebied komt te rijden. Helaas heeft deze nieuwe route nagenoeg geen (positief) effect op de oost-west structuur in het noordelijke deel van Terneuzen. Stedelijke Randzone Voor de ontsluiting van de Stedelijke Randzone is een verkeersmodelstudie uitgevoerd door Grontmij (memo 17 juli 2008, kenmerk 254898). Hierbij is tevens tekening gehouden met de invulling van de Koegorspolder met in ieder geval een brandweerkazerne, de gemeentelijke remise en een “tunneloefencentrum”. De studie toont aan dat problemen worden verwacht ter hoogte van de verkeersregelinstallatie op het kruispunt Mr. F.J. Haarmanweg-N
- De aanbeveling wordt gedaan de regeling te optimaliseren. De verwachting wordt uitgesproken dat hiermee de knelpunten kunnen worden opgelost. Koegorspolder De mogelijkheid bestaat dat door de verbreding van de N62 Tractaatweg de aansluiting Axelse Sassing komt te vervallen. Als alternatief is een verkeersstructuur uitgewerkt met een nieuwe gebiedsontsluitingsweg, door de Koegorspolder, tussen knooppunt Terneuzen en knooppunt Langeweg. Halverwege takt de Buthdijk, die onder de nieuwe Tractaatweg doorgaat, hier op aan. Het blijkt dat deze route voor extra verkeer zorgt op de Tractaatweg, wat positief is. Helaas wordt ook de Spuiweg een stuk drukker, wat voor problemen kan zorgen in de kernen Spui en Magrette. 4.4.2 Intermezzo De in 4.4.1 toegelichte modelstudies tonen aan dat de te verwachten effecten van de nieuwe structuren gering zijn. Enkele voorstellen zorgen voor een beperkte verschuiving van de intensiteiten die in de praktijk nauwelijks waarneembaar zijn. Mogelijk dat deze wel een positief effect hebben op de luchtkwaliteit. Er kan echter worden aangenomen dat uitvoering van deze opties niet kan worden verantwoord. De kosten zijn (inschatting) vele malen hoger dan het te verwachten rendement. Een tweede belangrijk aspect is de huidige verkeerssituatie. Van files of vertraging is nauwelijks sprake. Wel zijn er enkele verkeersonveilige locaties te benoemen en is in diverse straten sprake van “grijze wegen”. Hiermee wordt bedoeld dat het niet duidelijk is welke functie deze wegen vervullen, ontsluiten of verblijven: waar ligt de nadruk? Geconcludeerd kan dan ook worden dat Terneuzen niet moet inzetten op nieuwe infrastructuur maar juist op het inrichten en benutten van de aanwezige verkeersstructuur. Aan de hand van een goede wegencategorisering kan hiermee een start worden gemaakt. Uiteraard kan worden overgegaan tot realisatie van één van de in paragraaf 4.4.1 beschreven opties, maar dan zal dit altijd als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld nieuwbouw) moeten plaatsvinden. Door een duidelijke verdeling aan te brengen in functies en de wegen herkenbaar in te richten ontstaan logische verkeersstromen die op een verkeersveilige wijze door de gemeente worden geleid. 4.4.3 Terneuzen De verkeerssituatie in Terneuzen-Zuid verandert sterk door de realisatie van de Tunnel Sluiskil. De doorgaande route komt hiermee zuidelijker te liggen en de huidige N61 zal minder verkeer te verwerken krijgen. Gelet op de stedelijke uitbreiding aan de zuidzijde van de N61 en de barrièrewerking van deze weg is het wenselijk deze op te nemen in de stedelijke structuur. In dit plan wordt dan ook uitgegaan van een wegvak N61 brug-St.Anna dat wordt ingericht als stedelijke weg conform de uitgangspunten GOW type I. De Laan van Othene wordt doorgetrokken tot een parallelstructuur aan de N61 en sluit uiteindelijk aan op kruispunt St.Anna. Door de weg niet rechtsreeks aan te takken op de N61 wordt voorkomen dat verkeer van/naar het centrum of sluizencomplex door de wijk gaat rijden. De modelberekeningen tonen aan dat te verwachten valt dat met de aanleg van deze weg minder verkeer voor de polderwegen zal kiezen. Het voorstel is de gehele route te voorzien van hetzelfde wegprofiel, dus inclusief vrijliggende fietspaden (conform wegprofiel gebiedsontsluitingsweg type II). De route Masterplan Axelse Dam zorgt voor een snelle noord-zuid route die de Mr. F.J. Haarmanweg ontlast. Het effect is echter te beperkt om alleen vanuit verkeerskundige overwegingen de route te realiseren. In combinatie met ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld ontwikkeling Kennedylaan West, is hier mogelijk wel voldoende draagvlak voor. Dit zou betekenen dat er minder verkeer op de Mr. F.J. Haarmanweg komt wat de situatie hier verkeersveiliger maakt. Omdat er tot op heden geen duidelijkheid bestaat over de ontwikkeling van de ruimtelijke projecten ten westen van de Kennedylaan wordt in dit categoriseringsplan uitgegaan van een situatie 2020 waarbij de Mr. F.J. Haarmanweg een rol blijft vervullen als Gebiedsontsluitingsweg type II. Indien er in de periode tot 2020 wel sprake is van realisatie van de route Masterplan Axelse Dam wordt voorgesteld de categorisering uit te werken conform de “inzet” zoals weergegeven in de figuur op pagina
- De nieuwe route wordt aangewezen als GOW type II. De gebiedsontsluitingswegen Verlengde van Steenbergenlaan en Dokweg worden doorgetrokken tot aan deze nieuwe route. De Mr. F.J. Haarmanwegkrijgt nu een functie als parallelweg van de Masterplan-route en fungeert alleen nog als ontsluiting voor de aanliggende bedrijven. Deze weg blijft wel behouden als GOW type II. Door het hoge percentage vrachtverkeer op deze weg is een fysieke scheiding van fietsers en gemotoriseerd verkeer gewenst. De nieuwe route wordt ook voorzien van gescheiden rijbanen en vrijliggende fietspaden. Ten opzichte van het plan 2008 worden geen wijzigingen aangebracht in de oost-west structuur. Wel bestaat de mogelijkheid de erftoegangswegen verder af te waarderen en indien de intensiteit dit vraagt verdergaande maatregelen (bijvoorbeeld knippen) te nemen. 4.4.4 Axel Voor de kern Axel wijzigt er niets in de verkeersstructuur
- Conform het ruimtelijk en verkeerskundig kader zijn er geen grootschalige wijzigingen te verwachten behoudens de nieuwe woonwijk Buitenweg. Deze weg ontsluit op route Nassaustraat-Buitenweg, reeds een GOW type III. De wegen in de wijk zelf zullen worden vormgegeven als Erftoegangsweg (ETW). 4.4.5 Tussengebied Voor het tussengebied is de verkeersstructuur 2020 weergegeven. Er is hier geen sprake van een categorisering conform de regels binnen de bebouwde kom. Bij de aangewezen hoofdroutes wordt er uitgegaan van een profiel conform GOW type 1, dus met vrijliggende fietspaden. Bepalend voor de verkeersstructuur in dit gebied is de N62, en dan met name de voorgenomen verdubbeling. Het is de vraag welke aansluitingen worden gerealiseerd en/of blijven behouden. Vooralsnog wordt uitgegaan van behoud van alle drie de aansluitingen. Door met de onderliggende verkeersstructuur hier op in te spelen ontstaat een duurzaam verkeerssysteem. Door bijvoorbeeld het glastuinbouwgebied ook aan te sluiten op het knooppunt met de Langeweg wordt een betere ontsluiting gegarandeerd en ontstaat een stabieler verkeerssysteem. De directe aansluiting op de knoop Terneuzen zorgt er voor dat de Koegorspolder niet via de Stedelijke Randzone en dus de Koegorsstraat wordt ontsloten. Dit neemt enigszins wat druk weg op het kruispunt Mr.F.J. Haarmanweg. Indien blijkt dat dit kruispunt toch te zwaar wordt belast valt te denken aan een knip in de Koegorsstraat zodat de Stedelijke Randzone niet meer bereikbaar is vanuit de Koegorspolder. Qua structuur en verbinding met de stad Terneuzen is een dergelijke ingreep niet gewenst en dient dus ook alleen te worden genomen indien de intensiteiten op de route dit min of meer afdwingen. Opmerking: indien de aansluiting Axelse Sassing komt te vervallen kan het voorgestelde verkeerssysteem worden behouden. Ter hoogte van Axel is dan alleen sprake van een viaduct. Vanuit Axel kan dan via het tussengebied naar of het knooppunt Terneuzen of het knooppunt Langeweg worden gereden. Hoofdstuk5Inrichtingseisen Al eerder in dit rapport wordt de nadruk gelegd op herkenbaarheid. Door voetgangersoversteekplaatsen, fietsstroken, wegversmallingen en andere verkeersvoorzieningen op een eenduidige wijze vorm te geven ontstaat herkenning door de weggebruiker. Deze weet sneller wat er van hem/haar verwacht wordt waardoor een verkeersveiligere omgeving ontstaat. Nu volgend staan enkele inrichtingseisen weergegeven, overeenkomstig de landelijke CROWrichtlijnen. Dwarsprofielen: Voor de inrichting van een gebiedsontsluitingsweg type I, II of III wordt het dwarsprofiel op de pagina’s 26, 28 en 30 gehanteerd; Erftoegangswegen worden uitgevoerd zonder belijning, kennen een snelheidsregime van maximaal 30 km/u en zijn voorzien van gelijkwaardige kruispunten. Inrichting conform Shared Space principe heeft de voorkeur boven “kunstmatige” snelheidsremmers. Kruispunten: Kruispunten tussen gebiedsontsluitingswegen worden gelijkvloers vormgegeven met snelheidsbeperkende maatregelen en voorrangsmaatregel, bij voorkeur in de vorm van een rotonde; Kruispunten tussen erftoegangswegen worden gelijkwaardig ingericht met indien nodig snelheidsbeperkende maatregelen; Kruispunten tussen erftoegangswegen en gebiedsontsluitingswegen worden gelijkvloers vormgegeven met snelheidsbeperkende maatregelen en voorrangsmaatregel; Kruispunten tussen fietspaden en erftoegangswegen of gebiedsontsluitingswegen worden gelijkvloers vormgegeven met snelheidsbeperkende maatregelen en voorrangsmaatregel; Fietspaden/stroken: Een fietsstrook heeft een minimale breedte van 2,0 meter. In uiterste gevallen kan hiervan worden afgeweken en een minimale maat van 1,5 meter worden aangehouden. Fietsstroken worden altijd in rood asfalt uitgevoerd; Om verwarring te voorkomen worden suggestiestroken NOOIT in rode kleur uitgevoerd; Vrijliggende fietspaden kennen een minimale breedte van 2,0 meter wanneer in één richting bereden en 3,5 meter wanneer in twee richtingen bereden. Voetgangersoversteekplaatsen (zebra): Wordt toegepast op wegvakken en kruispunten waar door veel voetgangers wordt overgestoken; Wordt niet toegepast in erven; De breedte van een zebrapad is groter of gelijk aan 4 meter; De breedte van een streep (zebra) bedraagt minimaal 50 cm; De ruimte tussen de strepen is ongeveer gelijk aan de breedte van de strepen zelf; Bij zebrapaden worden trottoirverlagingen toegepast zodat gebruik door minder validen ook mogelijk wordt gemaakt; Bij wegen breder dan 5 meter bij voorkeur middenberm voor twee fasen oversteek aanbrengen. Nota-toelichting Bijlagen Bijlage 1: Verkeersmodel Wegencategorisering gemeente Terneuzen 2009 als PDF