1.De leden van de regioraad kunnen een door de regioraad vast te stellen tegemoetkoming in de kosten en, voor zover zij niet de functie van wethouder of burgemeester vervullen, een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Bij de vaststelling van deze tegemoetkoming en vergoeding wordt het gestelde in artikel 21 van de wet in acht genomen. 2.De regioraad kan voorts een tegemoetkoming in of vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen vaststellen, die verband houden met de vervulling van het lidmaatschap van de regioraad. Paragraaf4:Informatie en verantwoording Artikel30 De regioraad bepaalt de wijze waarop openbare bekendmakingen als bedoeld in deze regeling plaatsvinden. Artikel31 1.Een lid van de regioraad geeft de gemeenteraad, die hem of haar als lid heeft aangewezen, schriftelijk danwel op nader door die raad te bepalen wijze, de door één of meer leden van die raad verlangde inlichtingen. 2.Een lid van de regioraad is aan de gemeenteraad, die hem of haar als lid heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem of haar in de regioraad gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door de betrokken gemeenteraad nader te stellen regels 3.De regioraad geeft binnen drie maanden aan de raden van de deelnemende gemeenten de door één of meer leden van die raden schriftelijke gevraagde inlichtingen. Paragraaf5:Bevoegdheden van de regioraad Artikel32 Aan de regioraad behoren alle bevoegdheden die niet bij of krachtens deze regeling en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, zijn opgedragen aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een commissie. Afdelingb:Het dagelijks bestuur Paragraaf1:De samenstelling van het dagelijks bestuur Artikel33 Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van de regioraad en zes door de regioraad uit zijn midden aan te wijzen leden, met dien verstande dat: twee leden afkomstig zijn uit Amsterdam; één lid afkomstig is uit Zaanstreek; twee leden afkomstig zijn uit de gemeenten, die deel uitmaken van het Amstelland- en Meerlandenoverleg; één lid afkomstig is uit de gemeenten, die deel uitmaken van het Intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Waterland. Artikel34 1.De in artikel 33 genoemde aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats op voordracht van de colleges van de deelnemende gemeenten via de voorzitter van de regioraad, met inachtneming van het bepaalde in artikel
Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur is het gestelde in artikel 29 van de regeling van toepassing. Paragraaf4:De taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur Artikel38 1.Aan het dagelijks bestuur is opgedragen: het voorbereiden van alles waarover in de vergadering van de regioraad zal worden beraadslaagd en besloten; het uitvoeren van de besluiten van de regioraad; het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio Amsterdam; de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het bezit daartoe de wettelijke bevoegdheden, artikel 160 van de Gemeentewet is van toepassing; het, binnen het raam van de door de regioraad vastgestelde formatie van het personeel van de Stadsregio Amsterdam, benoemen c.q. te werk stellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van de Stadsregio Amsterdam, een en ander behoudens het bepaalde in artikel 49 en verder voor zover de regioraad zich de desbetreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden; het houden van een gedurig toezicht op al wat de Stadsregio Amsterdam aangaat; het voorstaan van de belangen van de Stadsregio Amsterdam bij hogere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de Stadsregio Amsterdam van belang is. 2.Het dagelijks bestuur oefent, indien de regioraad daartoe besluit en naar door deze te stellen regels, alsmede met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, de aan de regioraad toekomende bevoegdheden uit, met uitzondering van: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het instellen en opheffen van takken van dienst; het heffen van belastingen. Artikel39 1.Wanneer medewerking aan de uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen aan de orde is, wordt deze medewerking verleend door het dagelijks bestuur, tenzij deze uitdrukkelijk van de regioraad of de voorzitter wordt gevraagd. 2.De medewerking bestaande uit het maken van verordeningen, wordt evenwel verleend door de regioraad, tenzij deze uitdrukkelijk van het dagelijks bestuur of van de voorzitter wordt gevorderd. Paragraaf5:Informatie en verantwoording Artikel40 1.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geeft de regioraad de door één of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 2.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden legt op verzoek van de regioraad verantwoording af over het door het dagelijks bestuur of door hem of haar gevoerde bestuur. 3.De regioraad kan een lid van het dagelijks bestuur ontslaan als deze het vertrouwen van de regioraad niet meer bezit. Daarbij wordt gehandeld conform artikel 50 van de Gemeentewet. Artikel 49, tweede volzin, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel41 1.Het dagelijks bestuur biedt de regioraad jaarlijks vóór 1 juli een verslag van de werkzaamheden van de Stadsregio Amsterdam over het afgelopen jaar ter vaststelling aan. 2.Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen veertien dagen na de vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten. Afdelingc:De voorzitter Paragraaf1:De verkiezing van de voorzitter Artikel42 1.De regioraad kiest uit zijn midden de burgemeester van Amsterdam tot voorzitter van de Stadsregio Amsterdam. 2.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid. Artikel43 De voorzitter van de Stadsregio Amsterdam is tevens voorzitter van de regioraad. Paragraaf2:
Ten aanzien van de vergoeding van zijn werkzaamheden en het toekennen van een tegemoetkoming in de kosten is het gestelde in artikel 29 van toepassing. Paragraaf3:De taken en bevoegdheden van de voorzitter Artikel45 1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van de regioraad en het dagelijks bestuur. 2.Hij tekent de stukken, die van de regioraad en het dagelijks bestuur uitgaan. 3.De voorzitter vertegenwoordigt de Stadsregio Amsterdam in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 4.Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente die partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij de Stadsregio Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegdheid uit. Paragraaf4:Informatie en verantwoording Artikel46 1.De voorzitter geeft aan de regioraad de door één of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 2.De voorzitter legt op verzoek van de regioraad verantwoording af over het door hemgevoerde beleid. HoofdstukVICOMMISSIES EN PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEG Artikel47Commissies 1.De regioraad kan commissies van advies en/of commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen en/of commissies, waaraan de behartiging van de belangen van een deel van het samenwerkingsgebied is opgedragen, instellen. 2.Ten aanzien van commissies wordt artikel 24, onderscheidenlijk artikel 25 van de wet toegepast. Artikel48Portefeuillehoudersoverleg 1.Voor elk van de in artikel 4 genoemde belangen en voorts voor daartoe door de regioraad te bepalen belangen, bestaat een overleg van portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten en/of vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden van deelnemende gemeenten, genaamd: portefeuillehoudersoverleg. 2.Voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg is het dagelijks bestuurslid dat het werkterrein van het portefeuillehoudersoverleg in dat bestuur behartigt. 3.De regioraad regelt de samenstelling, de werkwijze en de openbaarheid van vergaderingen van een portefeuillehoudersoverleg, met in achtneming van het bepaalde in dit artikel. 4.Een portefeuillehoudersoverleg bespreekt desgewenst de ontwikkelingen op zijn werkterrein en kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam. 5.Adviezen aan de deelnemende gemeentebesturen worden door tussenkomst van het dagelijks bestuur uitgebracht. HoofdstukVIIPERSONEEL EN ORGANISATIE Artikel49 1.de Stadsregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan eensecretaris staat. 2.De regioraad beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris. 3.De regioraad kan voor de secretaris een instructie vaststellen. 4.De secretaris staat de regioraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter, alsmede de door hen ingestelde commissies en de portefeuillehoudersoverleggen bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van de regioraad en het dagelijks bestuur aanwezig. 5.De regioraad regelt de vervanging van de secretaris. 6.Alle stukken uitgaande van de regioraad en het dagelijks bestuur worden door de secretaris mede ondertekend. 7.De regioraad regelt onder goedkeuring van gedeputeerde staten de bezoldiging van de secretaris. 8.Hoofdstuk VII van de Gemeentewet is op de secretaris van overeenkomstige toepassing, voorzover de voorgaande bepalingen niet reeds voorzien in het in dat hoofdstuk geregelde. 9.De overige ambtenaren, alsmede het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, worden benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 10.De regioraad stelt een verordening vast omtrent de ambtelijke organisatie. 11De regioraad regelt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 125 en 134 van de Ambtenarenwet de rechtspositie van de ambtenaren en van het personeel, werkzaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 12Voor de in het vorige lid bedoelde rechtspositie, gelden zolang de regioraad daarin niet zelf heeft voorzien, de rechtspositieregels van de gemeente Amsterdam. HoofdstukVIIIUITBREIDING BELANGEN / VERANDERING BESTAANDE BEVOEGDHEDEN / OVERDRACHT NIEUWE GEMEENTELIJKE BEVOEGDHEDEN Artikel50 1.Op initiatief van een van de bestuursorganen van een deelnemende gemeente of van de Stadsregio Amsterdam kan: uitbreiding van belangen als bedoeld in artikel 4, tweede lid; verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6; overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegdheden als bedoeld in artikel 7 plaatsvinden. 2.Het dagelijks bestuur pleegt daartoe overleg met alle colleges van burgemeesters en wethouders van de deelnemende gemeenten en eventueel met andere daarvoor in aanmerking komende besturen, instellingen, diensten en personen. 3.Het dagelijks bestuur legt de in het eerste lid bedoelde uitbreiding van belangen dan wel verandering in bevoegdheden vast in een ontwerp-wijziging van de regeling. Artikel 66 vindt daarbij toepassing. 4.Ingeval van overdracht van een nieuwe gemeentelijke bevoegdheid met daarbij behorende overige bevoegdheden wordt deze opgenomen in een overdrachtsregeling welke aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten wordt voorgelegd. 5.De voorstellen vermelden in elk geval voor welke gemeenten de overdrachtsregeling zal gelden, alsmede de wijze van kostenverdeling en bevat een bepaling over het al dan niet deelnemen aan stemmingen, voortvloeiende uit de overdrachtsregeling voor leden, afkomstig uit niet aan de overdrachtsregeling deelnemende gemeente(n). 6.De regioraad beslist over aanvaarding van een door gemeenten overgedragen bevoegdheid en regelt de daaruit voortvloeiende gevolgen, de financiële en personele daaronder begrepen. 7.Indien de bestuursorganen van een deelnemende gemeente van mening zijn dat een overdracht als bedoeld in dit artikel voor hun gemeente ongedaan moet worden gemaakt, wenden zij zich met een gemotiveerd verzoek tot de regioraad. 8.De regioraad beslist omtrent dit verzoek. Deze beslissing wordt met redenen omkleed ter kennis gebracht van de betrokken gemeente. 9.Bij inwilliging van het verzoek, regelt de regioraad, de gevolgen van het in het vorige lid bedoelde besluit, de financiële gevolgen daaronder begrepen. 10.Bij wijziging van een overdrachtsregeling vindt artikel 66 toepassing. HoofdstukIXMEDEDELINGSPLICHT VAN DE BESTUREN VAN DE DEELNEMENDE GEMEENTEN Artikel51 1.De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten doen het dagelijks bestuur mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam van belang zijn. 2.De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van de Stadsregio Amsterdam van belang zijn het gevoelen vragen van het betrokken bestuursorgaan van de Stadsregio Amsterdam. 3.De bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam kunnen hun zienswijze omtrent maatregelen en plannen als bedoeld in het eerste lid, ook ongevraagd aan het betrokken gemeentebestuur kenbaar maken. 4.De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam inlichtingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen die voor de Stadsregio Amsterdam van belang zijn. HoofdstukXFINANCIËLE BEPALINGEN Paragraaf1:De administratie Artikel52 1.De regioraad stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van de algemene dienst en van de takken van dienst van de Stadsregio Amsterdam. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van doelmatigheid en controle wordt voldaan. 2.Ten aanzien van de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden van de algemene dienst en van de takken van dienst, is artikel 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 3.Het dagelijks bestuur zendt de verordeningen, bedoeld in het eerste en het tweede binnen twee weken na vaststelling aan gedeputeerde staten. Paragraaf2:De begroting Artikel53 De regioraad stelt jaarlijks vóór 1 juli de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te gaan wordt de procedure als omschreven in artikel 35 van de wet gevolgd. Artikel54 1.In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2.Voor de berekening van de in het vorige lid bedoelde bijdrage wordt uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal bureau voor de statistiek vastgestelde bevolkingscijfers. 3.De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. 4.De deelnemende gemeenten waarborgen de betaling van rente en aflossing van de geldleningen, aan te gaan door de Stadsregio Amsterdam voor de uitvoering van zijn taak, in verhouding tot het inwonertal op 1 januari van het dienstjaar waarin de geldlening wordt aangegaan (uitgedrukt in een veelvoud van duizend naar boven afgerond). Zodanige geldleningen mogen de geldgevers geen rendement geven dat hoger is dan het rendement van de geldleningen, welke tegelijkertijd worden aangeboden door de NV. Bank Nederlandse gemeenten. Artikel55 1.Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling gedaan aan de besturen van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgdragen dat het in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van de Stadsregio Amsterdam geraamde bedrag, in de gemeentebegroting wordt opgenomen. 2.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen een maand na vaststelling aan gedeputeerde staten. Artikel56 1.Met betrekking tot wijziging van de begroting zijn de voorgaande artikelen, alsmede artikel 57 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het bepaalde in artikel 53 voor zover het wijzigingen betreft van de begroting, die geen invloed hebben op de bijdragen van de deelnemende gemeenten. 2.Voor af- en overschrijvingen op de posten van de begroting zijn artikel 53 en volgende zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing voor zover hiervoor niet bij de begroting zelf of bij een afzonderlijk door gedeputeerde staten goedgekeurd besluit van de regioraad machtiging is verleend. Artikel57 Wanneer aan de regioraad blijkt, dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 55, eerste lid, van deze regeling verzoekt de regioraad gedeputeerde staten over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet. Paragraaf3:De rekening Artikel58 1.Van de inkomsten en uitgaven van de Stadsregio Amsterdam over het afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording gedaan aan de regioraad onder overlegging van de door een ambtenaar, aangewezen bij de regels als bedoeld in artikel 52, overeenkomstig deze regels aangeboden rekening met de daarbij behorende bescheiden. 2.Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, alsmede een door het dagelijks bestuur opgemaakt verslag ter verantwoording van het financieel beheer. Artikel59 1.De regioraad onderzoekt jaarlijks de rekening over het afgelopen jaar zonder uitstel en stelt haar vóór 1 juli vast. 2.De rekening wordt binnen een maand met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten toegezonden. Van de vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.Het besluit tot vaststelling ontlast de leden van het dagelijks bestuur, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer. 4.Artikel 201 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Artikel60 1.In de rekening wordt het door elk van de deelnemende gemeenten over het desbetreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 2.De kosten worden over de deelnemende gemeenten verdeeld naar het inwonertal op 1 januari van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.Artikel 54, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. 3.Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 54, derde lid, betaalde voorschot en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening. Artikel61 De regioraad kan besluiten tot vorming van een fonds, strekkende tot het reserveren van andere dan gemeentelijke gelden. De met gelden in het fonds gekweekte rente wordt in dit fonds gestort. De begroting inzake de verrekening met de gemeenten dient in verband hiermede te worden aangepast. HoofdstukXIGESCHILLEN Artikel62 1.De regioraad beslist omtrent geschillen over de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling, voorzover zij niet behoren tot die, vermeld in artikel 112, eerste lid, van de Grondwet of tot die, waarvan de beslissing krachtens artikel 112, tweede lid, van de Grondwet is opgedragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. Artikel 28 van de wet is niet van toepassing. 2.Alvorens een beslissing, als bedoeld in het eerste lid, te nemen legt de regioraad een dergelijk geschil om advies voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 3.De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies aan de regioraad uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen. 4.Hangende het onderzoek van het geschil kan het besluit, dat onderwerp van het geschil uitmaakt, op verzoek van het belanghebbende bestuur door de regioraad worden geschorst op grond dat de uitvoering van het besluit voor dat bestuur een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang. Deze schorsing vervalt, zodra door de regioraad is beslist op het geschil of op een ander tijdstip, door de regioraad aangegeven bij de beslissing van het geschil. Artikel63 1.De Stadsregio Amsterdam kent een klachtenregeling voor klachten over de wijze waarop de Stadsregio Amsterdam zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een klager heeft gedragen. 2.Voor de behandeling van verzoekschriften op grond van artikel 9:18, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht is de Gemeentelijke Ombudsman te Amsterdam aangewezen. HoofdstukXIIHET ARCHIEF Artikel64 Ten aanzien van de archiefbescheiden van de Stadsregio Amsterdam zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan, alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeente Amsterdam zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing. HoofdstukXIIITOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel65 1.Toetreding van gemeenten kan plaatsvinden op verzoek van de regioraad en op hun verzoek bij een besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de desbetreffende gemeente, indien de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal deelnemende gemeenten het verzoek inwilligen. 2.Aan de toetreding kunnen door de regioraad voorwaarden worden verbonden. 3.De toetreding gaat, na goedkeuring door gedeputeerde staten, in op de eerste dag van de maand volgende op die van opname in het provinciale register, als bedoeld in artikel 27 van de wet, tenzij het besluit een andere datum van ingang aangeeft. 4.De raad van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 17 en volgende van deze regeling. Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap treden de benoemden af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden van de regioraad aftreden. Artikel66 1.Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente aan de regioraad. 2.Tenzij de regioraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgende op dat waarin de goedkeuring van het besluit tot uittreding heeft plaatsgevonden en de uittreding is ingeschreven in het provinciale register, als bedoelt in artikel 27 van de wet. 3.De regioraad regelt, onder goedkeuring van gedeputeerde staten, de gevolgen van de uittreding, de financiële en personele gevolgen daaronder begrepen. Artikel67 1.Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door de regioraad, al dan niet op initiatief van de bestuursorganen van een deelnemende gemeente. 2.Een wijziging is totstandgekomen zodra de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derden van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze wijziging hebben besloten. 3.Zij treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die, waarin de wijziging na de vereiste goedkeuring is opgenomen in het provinciale register, als bedoelt in artikel 27 van de wet. Bij de wijziging kan worden bepaald dat deze op een eerder of later tijdstip van kracht wordt. Artikel68 1.De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derden van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze opheffing hebben besloten. Een besluit, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden genomen dan nadat de regioraad daarover zijn mening heeft kenbaar gemaakt. 2.De opheffing gaat niet eerder in dan nadat de besluiten zijn opgenomen in het provinciale register, als bedoeld in artikel 27 van de wet, tenzij een latere datum is bepaald. 3.Ingeval van opheffing van de regeling besluit de regioraad tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4.Het liquidatieplan wordt door de regioraad, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 5.Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. 6.Zonodig blijven de bestuursorganen van de Stadsregio Amsterdam ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd. HoofdstukXIVSLOTBEPALINGEN Artikel69 1.Het gemeentebestuur van Amsterdam draagt zorg voor de toezending, als bedoeld in artikel 26 van de wet. 2.De besturen van de deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de opname in het gemeentelijke register, als bedoeld in artikel 27 van de wet plaatsvindt binnen 14 dagen na het bericht van goedkeuring van deze regeling. 3.Deze regeling treedt in werking nadat zij is ingeschreven in het provinciale register, als bedoelt in artikel 27 van de wet en werkt terug tot 1 mei 1992. Artikel70 Deze regeling kan worden aangehaald onder de titel "Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam" Inhoudsopgave Hoofdstuk I BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Hoofdstuk II DE STADSREGIO AMSTERDAM Artikel 2 Artikel 3 Hoofdstuk III TE BEHARTIGEN BELANGEN Artikel 4 Hoofdstuk IV BEVOEGDHEDEN Paragraaf 1: Algemeen Artikel 5 Paragraaf 2: Bevoegdheden, nader omschreven Artikel 6 Artikel 7 Overgedragen taken Artikel 8 Dienstverlening Artikel 9 Paragraaf 3: Overige bevoegdheden Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 15a Hoofdstuk V HET BESTUUR Artikel 16 Afdeling a: De regioraad Paragraaf 1: De samenstelling van de regioraad Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Paragraaf 2: De werkwijze Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Paragraaf 3:
Paragraaf 4: Informatie en verantwoording Artikel 30 Artikel 31 Paragraaf 5: Bevoegdheden van de regioraad Artikel 32 Afdeling b: Het dagelijks bestuur Paragraaf 1: De samenstelling van het dagelijks bestuur Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Paragraaf 2: De werkwijze Artikel 36 Paragraaf 3:
Paragraaf 4: De taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur Artikel 38 Artikel 39 Paragraaf 5: Informatie en verantwoording Artikel 40 Artikel 41 Afdeling c: De voorzitter Paragraaf 1: De verkiezing van de voorzitter Artikel 42 Artikel 43 Paragraaf 2:
Paragraaf 3: De taken en bevoegdheden van de voorzitter Artikel 45 Paragraaf 4: Informatie en verantwoording Artikel 46 Hoofdstuk VI COMMISSIES EN PORTEFEUILLEHOUDERSOVERLEG Artikel 47 Commissies Artikel 48 Portefeuillehoudersoverleg Hoofdstuk VII PERSONEEL EN ORGANISATIE Artikel 49 Hoofdstuk VIII UITBREIDING BELANGEN / VERANDERING BESTAANDE BEVOEGDHEDEN / OVERDRACHT NIEUWE GEMEENTELIJKE BEVOEGDHEDEN Artikel 50 Hoofdstuk IX MEDEDELINGSPLICHT VAN DE BESTUREN VAN DE DEELNEMENDE GEMEENTEN Artikel 51 Hoofdstuk X FINANCIËLE BEPALINGEN Paragraaf 1: De administratie Artikel 52 Paragraaf 2: De begroting Artikel 53 Artikel 54 Artikel 55 Artikel 56 Artikel 57 Paragraaf 3: De rekening Artikel 58 Artikel 59 Artikel 60 Artikel 61 Hoofdstuk XI GESCHILLEN Artikel 62 Artikel 63 Hoofdstuk XII HET ARCHIEF Artikel 64 Hoofdstuk XIII TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 65 Artikel 66 Artikel 67 Artikel 68 Hoofdstuk XIV SLOTBEPALINGEN Artikel 69 Artikel 70
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.