← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van leges 2017, tweede wijziging (Vianen)

Obsah (5)§ 5§ 9§ 27§ 8a§ 11

lege van burgemeester en wethouders van 6 juni 2017; besluit vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van leges 2017 (LegesverordeningVianen2017, tweede wijziging). Arti

artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. het raadplegen van de bij de gemeente aanwezige informatie door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie. Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven ·

  1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. ·
  2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als

artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 6 weken na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

  1. onderdeel 1.1.10 (akten burgerlijke stand);
  2. hoofdstuk 2 (reisdocumenten);
  3. hoofdstuk 3 (rijbewijzen);
  4. onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens);
  5. hoofdstuk 6 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens);
  6. onderdeel 1.9 1 (verklaring omtrent het gedrag);
  7. hoofdstuk 16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel12Overgangsrecht ·
  8. De artikelen en tarieventabel van de “Verordening Vianen Leges 2017, eerste wijziging” vervallen met ingang van 15 juli 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. ·
  9. Indien de datum van inwerkingtreding van titel 1 van de tarieventabel behorende bij deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijven de op grond van het eerste lid vervallen bepalingen gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. ·
  10. De op artikel 10 van de in het eerste lid genoemde verordening gebaseerde regels van het college worden geacht mede gebaseerd te zijn op artikel 11 van deze verordening. Artikel13Inwerkingtreding ·
  11. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking. ·
  12. De datum van ingang van de heffing is met terug werkende kracht vanaf 1 januari
  13. Artikel14Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening Vianen 2017, tweede wijziging. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 juli
  14. De griffier, De voorzitter, C.J. (Kees) Steehouwer W.G. (Wim) Groeneweg Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Vianen 2017, tweede wijziging. Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk1Burgerlijke stand 1.1.1 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op: 1.1.1.1 Op dinsdag en donderdag om 9.00 uur (kosteloos) in het stadhuis € 0,00 1.1.1.2 Op maandag t/m vrijdag, na 9.00 uur tot 16.00 uur in het stadhuis € 482,30 1.1.1.3 Buiten bovengenoemde tijden in het stadhuis € 964,65 1.1.1.4 Op een incidentele trouwlocatie € 632,30 1.1.1.5 Zondagen, feestdagen, en door het college aangewezen brugdagen zijn uitgesloten voor het voltrekken van een huwelijk/registratie partnerschap in het stadhuis; zondagen en feestdagen zijn uitgesloten voor het voltrekken van een huwelijk/registratie partnerschap op een incidentele locatie. 1.1.2 Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk indien daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op: 1.1.2.1 Op dinsdag en donderdag om 9.00 uur (kosteloos) in het stadhuis € 0,00 1.1.2.2 Op maandag t/m vrijdag, na 9.00 uur tot 16.00 uur in het stadhuis € 482,30 1.1.2.3 Buiten bovengenoemde tijden in het stadhuis € 964,65 1.1.2.4 Op een incidentele trouwlocatie € 632,30 1.1.2.5 Zondagen, feestdagen, en door het college aangewezen brugdagen zijn uitgesloten voor het omzetten van een huwelijk/registratie partnerschap in het stadhuis; zondagen en feestdagen zijn uitgesloten voor het omzetten van een huwelijk/registratie partnerschap op een incidentele locatie. 1.1.2.
  15. Voor het laten voltrekken van een huwelijk/geregistreerd partnerschap door een Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand niet in dienst van de gemeente Vianen geldt een toeslag van € 119,45 1.1.3 Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap of voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek, boven het krachtens artikel 1.1.
  16. verschuldigd mocht zijn € 123,05 1.1.4 Indien bij de voltrekking van een huwelijk of geregistreerd partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk gemeenteambtenaren als getuigen optreden, per gemeentelijke getuige bedraagt het tarief per half uur of gedeelte daarvan € 73,85 1.1.5 Het tarief bedraagt voor het verstrekken van: 1.1.5.1 een trouwboekje of partnerschapboekje, of een duplicaat daarvan, in een kunststof uitvoering € 22,10 1.1.5.2 een trouwboekje of partnerschapboekje, of een duplicaat daarvan, in een leren uitvoering € 44,30 1.1.5.3 een trouwboekje of partnerschapboekje, of een duplicaat daarvan, zonder omslag € 16,50 1.1.6 Het tarief bedraagt voor de verstrekking van een verklaring van huwelijksbevoegdheid € 22,90 1.1.7 Het tarief bedraagt terzake van: het aanvragen van een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand van een andere gemeente boven de kosten van porto en van het uittreksel € 12,90 1.1.8 Het tarief bedraagt per kalenderjaar terzake van het afsluiten van een abonnement van een lijst waarop zijn vermeld: 1.1.8.1 alle geborenen, overledenen, ondertrouwden, gehuwden en geregistreerde partners, indien de lijsten: 1.1.8.1.1 elke werkdag worden verstrekt € 2464,90 1.1.8.1.2 éénmaal in de week worden verstrekt € 512,40 1.1.8.1.3 éénmaal in de maand worden verstrekt € 209,35 1.1.9 -alle geborenen; -of alle overledenen; -of alle ondertrouwden of alle gehuwden of alle geregistreerde partners: 1.1.9.1 Indien die lijsten éénmaal in de week worden verstrekt € 565,90 1.1.9.2 Indien die lijsten éénmaal in de maand worden verstrekt € 118,25 1.1.10 Bij toezending van de lijsten, genoemd onder 1.1.8 en 1.1.9, door middel van TNT post zijn de leges, genoemd onder 1.1.8 en 1.1.9, verschuldigd boven de kosten voor het verzenden van poststukken zoals deze laatstelijk algemeen bekend zijn gemaakt door de TNT post, zoals dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is medegedeeld. 1.1.11 Het tarief bedraagt voor het doen van onderzoek in de registers van de burgerlijke stand en/of het bevolkingsregister, voor ieder daaraan besteed half uur of gedeelte daarvan € 61,50 1.1.12 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als

artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Hoofdstuk2Reisdocumenten en de Nederlandse Identiteitskaart 1.2. Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: 1.2.1 Van een nationaal paspoort: 1.2.1.1 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 64,75 1.2.1.2 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,45 1.2.2 Voor een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als

onderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort): 1.2.2.1 voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 64,75 1.2.2 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,45 1.2.3. Van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): 1..3.1 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 64,75 1.2.3.2 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 51,45 1.2.4 Van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen € 51,45 1.2.5 Voor een Nederlandse identiteitskaart: 1.2.5.1 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is € 50,65 1.2.5.2 Voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt € 28,60 1.2.6 Voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van € 47,55 Hoofdstuk3Rijbewijzen 1.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs € 38,95 1.3.2 Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met € 34,10 Hoofdstuk4Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens 1.4.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. 1.4.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.4.2.1 tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking € 12,90 1.4.2.2 tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: 1.4.2.2.1 voor 100 verstrekkingen € 718,75 1.4.2.2.2 voor 500 verstrekkingen € 3.080,85 1.4.2.2.3 voor 1.000 verstrekkingen € 5.134,75 1.4.2.2.4 voor 5.000 verstrekkingen € 20.537,75 1.4.2.2.5 voor 10.000 verstrekkingen € 30.806,50 1.4.3 Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. 1.4.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.4.4.1 tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking € 12,90 1.4.4.2 tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens gedurende de periode van één jaar: 1.4.4.2.1 voor 100 verstrekkingen € 2.386,55 1.4.4.2.2 voor 500 verstrekkingen € 6.143,25 1.4.4.2.3 voor 1.000 verstrekkingen € 10.533,65 1.4.5 Het tarief bedraagt, behoudens het bepaalde in artikel 2.54 van de Wet basisregistratie personen, ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gewaarmerkt afschrift van hem betreffende gegevens in de basisadministratie als genoemd in de Wet basisregistratie personen, per afschrift € 12,90 1.4.6 Het tarief bedraagt voor het op verzoek doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan besteed kwartier,zoals dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is medegedeeld. € 30,70 Hoofdstuk5Verstrekkingen uit het Kiezersregister: niet van toepassing Hoofdstuk6Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 1.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een bericht als

artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens: 1.6.1.1 bij verstrekking op papier, indien het afschrift bestaat uit: 1.6.1.1.1 ten hoogste 100 pagina’s, per pagina € 0,23 met een maximum per bericht van € 5,00 1.6.1.1.2 meer dan 100 pagina’s € 22,50 1.6.1.2 bij verstrekking anders dan op papier € 5,00 1.6.1.3 dat bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking € 22,50 1.6.2 Indien voor hetzelfde bericht op grond van de onderdelen 1.6.1.1, 1.6.1.2 en 1.6.1.3 meerdere vergoedingen kunnen worden gevraagd, wordt slechts de hoogste gevraagd. 1.6.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzet als

artikel 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens € 4,50 Hoofdstuk7Bestuursstukken 1.7.1 Het tarief bedraagt voor de afgifte van: 1.7.1.1 een exemplaar van de product begroting € 96,80 1.7.1.2 een exemplaar van de programma begroting € 42,55 1.7.1.3 een exemplaar van de kadernota € 14,00 1.7.1.4 een exemplaar van de programma rekening € 60,45 1.7.1.5 Een exemplaar van de product rekening € 64,55 1.7.2. Het tarief bedraagt voor de afgifte van: 1.7.2.1 Een exemplaar van de stukken behorende bij een raadsvergadering, inclusief verzendkosten € 11,05 1.7.3 Terzake van het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar: 1.7.3.1 Op de stukken behorende bij de raadsvergadering, inclusief verzendkosten € 108,40 1.7.3.1.1 Indien de stukken op het bestuurssecretariaat afgehaald worden € 76,10 1.7.3.1.2 Indien een abonnement wordt afgesloten in de loop van een kalenderjaar, wordt het tarief voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar vastgesteld op een evenredig deel van het tarief, dat voor een kalenderjaar is verschuldigd. Hoofdstuk8Vastgoedinformatie 1.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.8.1.1 voor een administratieve inzage in de kadastrale gegevens, per perceel € 30,70 1.8.1.2 tot het verstrekken van een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger

onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan: 1.8.1.2.1 in formaat A4 of kleiner, per bladzijde € 0,50 1.8.1.2.2 in formaat A3 € 1,00 1.8.1.3 tot het verstrekken van een kopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger

onderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan, per dm2 lichtdruk: conform de kostenraming zoals deze voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is medegedeeld. 1.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit: 1.8.2.1 de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen,

artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen € 30,70 1.8.2.2 de legger

artikel 27 van de Wegenwet € 30,70 1.8.2.3 de inschrijving in het register

artikel 6, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 € 30,70 1.8.2.4 het openbare register van beschermde monumenten

artikel 20 van de Monumentenwet 1988 € 30,70 1.8.2.5 het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie,

artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als

artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen € 15,35 1.8.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van het gemeentelijk: 1.8.3.1 -adressenbestand, -relatiebestand adres-kadastraal perceel, -adrescoördinatenbestand of gedeelten hiervan: conform de kostenraming zoals dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is medegedeeld. Hoofdstuk9Overige publiekszaken 1.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.9.1 tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag € 41,35 1.9.2 tot het verkrijgen van een attestatie de vita € 12,90 1.9.3 tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening € 20,45 1.9.4 tot het ter legalisatie opzenden van een stuk € 51,20 Hoofdstuk10Gemeentearchief 1.10.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van afdrukken van foto's: de externe laboratoriumkosten, vermeerderd met 20%, blijkend uit een begroting die terzake door of vanwege het college is opgesteld. 1.10.2 Het tarief bedraagt ter zake van het doen van onderzoek, ongeacht het resultaat, in de in het gemeentearchief berustende stukken door een ambtenaar van de gemeente per kwartier of een gedeelte daarvan € 30,75 1.10.3 Voor de toepassing van 6.2. wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van de kosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht. 1.10.4 Indien de werkelijke kosten minder bedragen dan het aan de hand van de begroting geraamde bedrag, wordt voor het verschil teruggaaf verleend. Hoofdstuk11Huisvestingswet 1.11 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.11.1 tot het verkrijgen van een huisvestingsvergunning als

de Huisvestingswet € 20,45 1.11.2 tot het verkrijgen van een vergunning tot gehele of gedeeltelijke onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning als

de Huisvestingswet € 184,45 1.11.3 tot het verkrijgen van een vergunning tot samenvoeging van woonruimte met andere woonruimte als

de Huisvestingswet € 184,45 1.11.4 tot het verkrijgen van een vergunning tot omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als

de Huisvestingswet € 184,45 1.11.5 tot het verkrijgen van een huisvestigingsvergunning op grond van een sociale urgentie € 119,45 1.11.6 tot het verkrijgen van een huisvestigingsvergunning op grond van een medische urgentie € 358,05 Hoofdstuk12Leegstandwet 1.12 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.12.1 tot het verkrijgen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als

artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet € 123,05 1.12.2 tot verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als

artikel 15, vierde lid, van de Leegstandwet € 61,50 Hoofdstuk13Gemeentegarantie: niet van toepassing Hoofdstuk14Marktstandplaatsen: niet van toepassing Hoofdstuk15Winkeltijdenwet 1.15 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.15.1 voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet € 43,00 1.15.2 tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander € 43,00 1.15.3 tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 1.15.1 bedoelde ontheffing € 21,50 Hoofdstuk16Kansspelen 1.16.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als

artikel 30b van de Wet op de kansspelen: 1.16.1.1 voor een periode van twaalf maanden voor één speelautomaat € 56,50 1.16.1.2 voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer speelautomaten, voor de eerste speelautomaat € 22,50 en voor iedere volgende speelautomaat € 34,00 1.16.1.3 voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden doch ten hoogste vier jaar: de in 1.16.1.1 en 1.16.1.2 genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning. 1.16.1.4 voor een periode van meer dan vier jaar (onbepaalde tijd) voor één speelautomaat € 226,50 1.16.1.5 voor een periode van meer dan vier jaar (onbepaalde tijd) voor twee speelautomaten € 362,50 1.16.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als

artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) € 45,00 1.16.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als

artikel 28 van de Wet op de kansspelen (prijsvraagvergunning) € 45,00 Hoofdstuk17Kinderopvang 1.17 Vervallen in 2017 Hoofdstuk18Kabels en leidingen 1.18 Aanvraag/Melding voor instemming/vergunning voor werkzaamheden aan kabels en/of leidingen 1.18.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als

artikel 5.4 eerste lid Telecommunicatiewet, dan wel een aanvraag voor een vergunning voor het aanleggen van overige kabels en/of leidingen € 409,20 1.18.1.1 Het bedrag genoemd in 1.18.1 wordt, bij aaneengesloten graafwerkzaamheden over een lengte van 25 meter of meer, voor het uitvoeren van coördinatie en toezicht met een toeslag over de bemeten sleuflengte per strekkende meter sleuf verhoogd met € 1,50 1.18.1.2 Het bedrag genoemd in 1.18.1 wordt, indien overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met per uur, welk bedrag voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager wordt medegedeeld. € 98,20 1.18.1.3 Het bedrag genoemd in 1.18.1 wordt, indien de aanvrager verzoekt om inhoudelijke afstemming bij de beoordeling verhoogd met per uur, welk bedrag voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager wordt medegedeeld. € 98,20 1.18.1.4 Het bedrag genoemd in 1.18.1 wordt, indien met betrekking tot een aanvraag/melding onderzoek naar de status van de kabel plaatsvindt, verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college is opgesteld. 1.18.1.5 Indien een begroting als

1.18.1.4 is uitgebracht, wordt een aanvraag/melding in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder ter kennis is gebracht, tenzij de melding voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 1.18.2 Indien het spoedeisende werkzaamheden betreft dan wel calamiteiten zijn er geen leges verschuldigd. € 0,00 1.18.3 indien het betreft werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond verhoogd met de degeneratie vergoeding zoals deze jaarlijks wordt vastgesteld door de VNG en staan vermeld op www.vng.nl 1.18.3.1 indien het betreft werkzaamheden in bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, is geen vergoeding verschuldigd mits melder het werk oplevert zoals het was. Hoofdstuk19Verkeer en vervoer 1.19 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.19.1 tot het verkrijgen van een ontheffing als

artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 € 44,15 1.19.2 tot het verkrijgen van een ontheffing als

artikel 9.1 van de Regeling voertuigen € 44,15 1.19.3 tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als

artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) € 123,05 1.19.4 tot het verkrijgen en aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken € 109,25 1.19.5 tot het tussentijds wijzigen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken; hetzij het aanbrengen van een nieuw kenteken op het onderbord dan wel het verhuizen van een parkeerplaats naar een andere locatie of naar een ander woonadres € 54,60 Hoofdstuk20Diversen 1.20.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.20.1.1 voor een ontheffing voor het parkeren van een voertuig in de parkeerschijfzone € 25,75 1.20.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: 1.20.2.1 gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 10,25 1.20.2.2 afschriften, doorslagen, fotokopieën, (reader)prints of scans van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: 1.20.2.2.1 per pagina op papier van A4-formaat € 0,50 1.20.2.2.2 per pagina op papier van een ander formaat € 1,00 1.20.2.3 kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 1.20.2.1 en 1.20.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk: conform de kostenraming zoals deze voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is medegedeeld 1.20.2.4 een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen € 37,00 1.20.2.5 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 37,00 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 Vervallen. 2.1.1.2 bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting,

paragraaf 1, eerste lid, van de “Uniforme administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting,

het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien er enige onduidelijkheid is over de aanneemsom doordat deze onverklaarbaar lager is, wordt voor de vaststelling van de bouwkosten uitgegaan van de taxatieboekjes van de reeks (Her)bouwkosten van het betreffende belastingjaar uitgegeven door BIM media. Deze werkwijze is tevens opgenomen in de beleidsregel “Beleidsregel Vaststellen Bouwkosten”. 2.1.1.3 Vervallen. 2.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. UAV 2012 2.1.4 UAV 2012: Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 2012. Aanneemsom 2.1.5 De aanneemsom: het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen. Aannemer 2.1.6 De aannemer: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie het werk is opgedragen. Hoofdstuk2Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project/conceptaanvraag op basis van het bestemmingsplan vergunbaar is € 119,45 2.2.2 om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project/conceptaanvraag in het kader van de archeologie vergunbaar is € 119,45 2.2.3 om beoordeling van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning € 485,75 2.2.4 om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project/conceptaanvraag welstandshalve toelaatbaar is en hiervoor een advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt ingewonnen: € 119,45 2.2.5 de onder 2.2.1 t/m 2.2.4 vermelde legeskosten worden éénmaal verhoogd met administratiekosten: € 34,75 2.2.6 om beoordeling van een principeverzoek in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is: € 485,75 2.2.7 de legesbedragen genoemd onder 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.3 worden op het totale legesbedrag in mindering gebracht wanneer binnen 6 maanden een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend, waarbij ontwerpplan nagenoeg gelijk is aan het definitieve ontwerp. De leges worden niet teruggegeven: -als er een negatief principestandpunt wordt ingenomen; -als er wel een positief standpunt is, maar geen aanvraag volgt; als er niet binnen 6 maanden een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend. Hoofdstuk3Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen: € 282,35 vermeerderd met van de bouwkosten 3,7 % 2.3.1.1.2 indien de bouwkosten € 50.000 tot € 100.000 bedragen: € 282,35 vermeerderd met van de bouwkosten; 3,9 % 2.3.1.1.3 indien de bouwkosten € 100.000 tot € 250.000 bedragen: € 430,40 vermeerderd met van de bouwkosten; 3,8 % 2.3.1.1.4 indien de bouwkosten 250.000 tot € 500.000 bedragen: € 737,90 vermeerderd met van de bouwkosten; 3,7 % 2.3.1.1.5 indien de bouwkosten € 500.000 of meer bedragen: € 3812,60 vermeerderd met van de bouwkosten; 3,2 % 2.3.1.

  1. Vervallen Advies agrarische beoordelingscommissie (Abc) 2.3.1.
  2. Indien onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 bij de agrarische beoordelingscommissie een advies moet worden ingewonnen, bedraagt het tarief: 2.3.1.3.1 Standaardadvies bestaande bedrijven: € 617,20 2.3.1.3.2 Inzake nieuwe vestigingen en/of beoordeling van een bedrijfsplan: € 723,60 2.3.1.3.3 Voor het uitbrengen van adviezen door de commissie Abc naar aanleiding van uitspraken van een commissie voor de Bezwaarschriftencommissie en/of bij gerechtelijke uitspraken: € 788,45 2.3.1.3.4 Nadere adviezen op eerder uitgebrachte adviezen: € 361,80 2.3.1.3.5 Second opinion € 1021,50 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.
  3. Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1, 2.3.2., 2.3.5, 2.3.6.1.1, 2.3.6.1.2, 2.3.7.2, 2.3.7.3 en 2.3.
  4. wordt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit verhoogd met: 50 % van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges, met een minimum van € 614,90 Beoordeling aanvullende gegevens 2.3.1.5 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor het beoordelen van aanvullende gegevens: € 245,95 Buiten behandelingstelling aanvraag 2.3.1.6 Het tarief voor het buiten behandeling stellen van een aanvraag bedraagt: € 182,60 Welstand 2.3.1.7 Indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwactiviteit waarvoor een omgevingsvergunning moet worden verleend en hiervoor het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet worden ingewonnen. Wordt het overeenkomstig 2.3.
  5. berekende bedrag verhoogd met, indien de bouwkosten bedragen: 2.3.1.7.1 Minder dan € 4.000,-- € 45,00 2.3.1.7.2 Minder dan € 25.000,-- € 45,00 2.3.1.7.3 € 25.000,-- of meer, doch minder dan € 120.000,-- te vermeerderen met 1,80 ‰ van de bouwkosten* € 0,00 2.3.1.7.4 € 120.000,-- of meer, doch minder dan € 230.000,-- te vermeerderen met 1,80 ‰ van de bouwkosten* € 0,00 2.3.1.7.5 € 230.000,-- of meer, doch minder dan€ 455.000,-- te vermeerderen met 1,8 ‰ van de bouwkosten* € 0,00 2.3.1.7.6 € 455.000,-- of meer € 2.250,00 * Bedragen die verband houden met de welstandstoetsing worden op € 5,00 naar boven afgerond. Extra welstandstoets 2.3.1.8 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien zich tijdens de beoordeling van de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is: € 0,00 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 369,00 2.3.2.1 Verhogingen Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.3.2. wordt, indien de aanvraag van een aanlegvergunning: 2.3.2.1 Krachtens wettelijk voorschrift slechts kan worden afgehandeld wanneer een archeologisch bodemrapport wordt beoordeeld, verhoogd met € 814,90 2.3.2.2 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheden ten aanzien waarvan artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 ̊, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking) wordt toegepast, verhoogd met € 12107,70 2.3.2.3 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 2.12 lid 1a sub 1 ̊ of 2 ̊ van de Wabo wordt toegepast, verhoogd met € 700,90 2.3.2.4 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (vaststellen bestemmingsplan op aanvraag) op aanvraag wordt toegepast, verhoogd met: € 7998,95 2.3.2.5 Betrekking heeft op een werk of werkzaamheid ten aanzien waarvan een ontheffing als

artikel 6.12, zesde lid, (ontheffing verbod uitwerkingsplan) van de Wet ruimtelijke ordening wordt verleend, verhoogd met: € 700,90 2.3.2.6 vervallen. Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit 2.3.3 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 700,90 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 946,90 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 12412,20 2.3.3.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking): € 700,90 2.3.3.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 700,90 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 700,90 2.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 700,90 2.3.3.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 700,90 2.3.3.9 Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.3.1 wordt, indien artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening, (wijzigingsbevoegdheid) wordt toegepast, verhoogt met: € 3.037,55 2.3.3.10 Het verschuldigde bedrag op grond van artikel 2.3.1. wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk ten aanzien waarvan artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (vaststellen bestemmingsplan op aanvraag) op aanvraag wordt toegepast, verhoogd met: € 7.807,95 2.3.3.11 Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.3.1. wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk ten aanzien waarvan artikel 3.3 lid 1 van de Wabo (doorbreking aanhoudingsplicht) van de Woningwet wordt toegepast, verhoogd met: € 700,90 2.3.3.12 Het verschuldigde bedrag op grond van onderdeel 2.3.1. wordt, indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk ten aanzien waarvan een ontheffing als

artikel 6.12, zesde lid, (ontheffing verbod uitwerkingsplan) van de Wet ruimtelijke ordening wordt verleend, verhoogd met: € 788,05 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit 2.3.4. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 788,05 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 1032,90 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 12179,40 2.3.4.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) € 788,05 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 788,05 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 788,05 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 788,05 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 788,05 2.3.4.9 Vervallen 2.3.4.10 Vervallen 2.3.4.11 Vervallen 2.3.4.12 vervallen In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid 2.3.5 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als

artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 737,90 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als

artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.6.1.1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument: € 369,00 2.3.6.1.2 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 369,00 2.3.6.1.3 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een melding voor ondergeschikte (bouw)activiteiten gelegen in de binnenstad (bestemmingsplan Binnenstad) € 208,70 2.3.6.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht,

artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.6.3 Indien de aanvraag betrekking heeft op: -bouwplannen gelegen in het bestemmingsplan Binnenstad -of een bouwplan waarvoor een monumentenvergunning is vereist en hiervoor het advies van de Erfgoedcommissie moet worden ingewonnen wordt het onder 2.3.6.1, vermelde bedrag verhoogd met 2.3.6.3.1 Indien behandeld in de kleine Erfgoedcommissie € 119,45 2.3.6.3.2 Indien behandeld in de grote Erfgoedcommissie € 358,20 2.3.6.4 Vervallen 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht 2.3.7.1 Vervallen 2.3.7.1.1 in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald,

artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist,

artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo: € 228,30 2.3.7.1.2 Vervallen 2.3.7.1.3 Vervallen 2.3.7.2 Vervallen 2.3.7.3 Vervallen Aanleggen of veranderen weg 2.3.8 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als

artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 184,40 2.3.9 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als

artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 415,20 2.3.10 Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of een artikel in de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.10.1 indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,

artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: € 184,40 2.3.10.2 indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen,

artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: € 123,05 2.3.11 Projecten of handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming (bescherming van een Natura 2000-gebied) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een project of het verrichten van een andere handeling als

artikel 2.1, eerste lid, onder j, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 41,75 2.3.12 Handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming (bescherming van soorten) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten een handeling als

artikel 2.1, eerste lid, onder k, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoeld activiteiten: € 41,75 Handelsreclame 2.3.12.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanbrengen van handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook die zichtbaar is vanaf een voor publiek toegankelijke plaats waarvoor ingevolge van een bepaling in een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist en niet tevens sprake is van een activiteit als

artikel 2.3.1 bedraagt het tarief: € 123,05 2.3.12.2.1 Indien de activiteit bestaat uit het maken of voeren van die handelsreclame

artikel 2.2, aanhef en lid 1, onder h van de Wabo, bedraagt het tarief: € 123,05 2.3.12.2.2 Vervallen 2.3.13 Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: 2.3.13.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als

artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 123,05 2.3.13.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als

artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 123,05 2.3.13.2.1 als het een gemeentelijke verordening betreft: € 123,05 2.3.13.2.2 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als

de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Omgevingsvergunning in twee fasen 2.3.14 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als

artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.14.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.14.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.15 Beoordelen rapport (bodemrapport, akoestisch rapport en archeologisch rapport) Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.15.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport € 230,20 2.3.15.2 voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport € 814,90 2.3.15.2.1 voor het beoordelen van een archeologisch – historisch onderzoek € 814,90 2.3.15.3 Voor de uitvoering van een historisch bodemonderzoek € 92,15 2.3.15.4 Voor het beoordelen van de onderzoeksopzet van het verkennend bodemonderzoek € 44,90 2.3.15.4.1 Voor het beoordelen van een akoestisch rapport € 230,20 2.3.15.5 Voor de beoordeling van de resultaten van een saneringsplan € 276,35 2.3.15.6 Bij saneringskosten van ten hoogste € 100.000,-- 2.3.15.6.1 Voor beoordeling nader (sanerings)onderzoek € 372,35 2.3.15.6.2 Voor beoordeling saneringsplan € 372,35 2.3.15.7 Bij saneringskosten tussen € 100.000 en € 500.000 2.3.15.7.1 Voor beoordeling nader (sanerings)onderzoek € 719,40 2.3.15.7.2 Voor beoordeling saneringsplan € 719,40 2.3.15.8 Bij saneringskosten hoger dan € 500.000 2.3.15.8.1 Voor beoordeling nader (sanerings)onderzoek € 1.438,75 2.3.15.8.2 Voor beoordeling saneringsplan € 1.438,75 2.3.16 Advies 2.3.16.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.16.2 Indien een begroting als

2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.17 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als

artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.17.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 123,05 2.3.17.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.17.2 Indien een begroting als

2.3.17.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Hoofdstuk4Vermindering 2.4. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling van een conceptaanvraag als

hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning

hoofdstuk 3 (zie ook artikel 2.2.3). 2.4.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan drie activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als

de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18. De vermindering bedraagt: 2.4.2.1 bij 4 activiteiten: 2 % Van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.2 bij 5 activiteiten: 3 % van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.3 bij 6 of meer activiteiten: 5 % van de voor die activiteiten verschuldigde leges. 2.4.2.4 Als de gemeente een omgevingsvergunning verleend en bij het opleggen van de legesaanslag blijkt dat de verschuldigde leges hoger is dan de vastgestelde bouwkosten bestaat recht op 50 procent vermindering van deze leges, met dien verstande dat dit bedrag niet lager mag zijn dan het bedrag genoemd in artikel 2.3.1.1.1 (minimaal bedrag). De leges van – tijdens de behandeling – uitgezette adviezen worden wel geheven. Hoofdstuk5Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als

de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges met uitzondering van reeds opgevraagde en/of beoordeelde adviezen. De teruggaaf bedraagt: 2.5.1.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan 80% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.2 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken en binnen 8 weken na het in behandeling nemen ervan 60% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.3 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken en binnen 26 weken na het in behandeling nemen ervan 40% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als

de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 3 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 10% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als

de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat geen aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. 2.5.3.2 Onder een weigering

onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf Het minimumtarief dat na vermindering als

2.5.1 wordt geheven bedraagt: € 182,60 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.16 en 2.3.17 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk6Intrekking omgevingsvergunning 2.6 Vervallen Hoofdstuk7Overig Vergunningsvrij 2.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot afgifte van een verklaring dat een bouwwerk vergunningsvrij is: € 184,40 2.7.1.1 Vervallen. Verstrekking formulieren 2.7.2 Ter verkrijging van een set formulieren voor het aanvragen van een vergunning € 18,45 Rioolaansluitingen 2.7.3 Een rioolaansluitvergunning voor maximaal 3 rioolaansluitingen € 358,65 2.7.3.1 Een rioolaansluitvergunning voor 4 of meer rioolaansluitingen € 737,90 2.7.3.2 Een vergunning tot het wijzigen of intrekken van de rioolaansluitvergunning € 123,05 2.7.3.3 Overschrijven op een andere naam. Voor het wijzigen van de tenaamstelling is verschuldigd: € 91,30 Beoordelen Veiligheidsplannen 2.7.4 Het tarief bedraagt voor het beoordelen van veiligheidsplannen t.b.v. bouw-, sloop-, of aanlegvergunningen of gebruikswijzigingen van gronden of bebouwing € 274,00 Publicaties 2.7.5 Indien op grond van een wettelijk voorschrift, circulaire of richtlijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning alsmede de ten behoeve hiervan te voeren ruimtelijke procedure, publicatie moet plaatsvinden wordt het tarief als bedoeld onder 2.3 verhoogd met € 123,05 Verstrekken van informatie 2.7.6. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van informatie uit een bestemmingsplan, een ander beleidsplan en/of regelgeving, voor ieder daaraan besteed kwartier of een gedeelte daarvan bedraagt € 30,70 Hoofdstuk8Bestemmingswijziging zonder activiteiten Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten. 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als

artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening: € 7.998,95 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als

artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 3.037,60 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk1Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 276,75 3.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als

artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 92,25 3.1.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als

artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 73,10 3.1.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het wijzigen van een leidinggevende als

artikel 30a van de Drank- en Horecawet € 123,05 Hoofdstuk2Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als

artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning) Niet commerciële evenementen 3.2.1.1 een kleinschalig vergunningsplichtig evenement € 123,05 3.2.1.2 een grootschalig evenement € 368,95 Commerciële evenementen Hieronder moet worden verstaan evenementen die toegankelijk zijn op vertoning van een toegangsbewijs en/of een winstoogmerk hebben. 3.2.1.

  1. Indien de tijd welke van gemeentewege aan de behandeling van de aanvraag wordt besteed niet meer dan 1,5 uur bedraagt € 123,05 3.2.1.
  2. Indien de tijd welke van gemeentewege aan de behandeling van de aanvraag wordt besteed meer dan 1,5 uur maar niet meer dan 3 uur bedraagt € 579,10 3.2.1.
  3. Indien de tijd welke van gemeentewege aan de behandeling van de aanvraag wordt besteed meer dan 3 uur maar niet meer dan 10 uur bedraagt € 1094,95 3.2.1.
  4. Indien de tijd welke van gemeentewege aan de behandeling van de aanvraag wordt besteed meer dan 10 uur maar niet meer dan 15 uur bedraagt € 1.823,30 3.2.1.
  5. Indien de tijd welke van gemeentewege aan de behandeling van de aanvraag wordt besteed meer bedraagt dan 15 uur € 2.249,50 conform de urenraming zoals dat voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager is medegedeeld. Verhoging 3.2.1.
  6. Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.2.1.
  7. t/m 3.2.1.
  8. wordt het tarief verhoogd met: Indien het een evenement met een verhoogd risicoprofiel betreft. € 369,00 3.2.1.9 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 3.2.1.1 t/m 3.2.1.8 wordt het tarief voor het in behandeling nemen van een spoedaanvraag verhoogd met: 50 % Hoofdstuk3Prostitutiebedrijven 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: 3.3.1 een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als

artikel 3.4, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening: 3.3.1.1 voor een seksinrichting € 922,35 3.3.1.2 voor een escortbedrijf € 922,35 3.3.2 wijziging van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van het beheer in een seksinrichting of escortbedrijf: 3.3.2.1 voor een seksinrichting € 461,20 3.3.2.2 voor een escortbedrijf € 461,20 Hoofdstuk4Splitsingsvergunning woonruimte 3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als

de Huisvestingswet € 184,20 Hoofdstuk5Leefmilieuverordening: niet van toepassing Hoofdstuk6Brandbeveiligingsverordening Tijdelijke inrichtingen 3.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gebruiksvergunning voor een tijdelijke inrichting, als

artikel 2 van de Brandbeveiligingsverordening Vianen 2012: 3.6.1 Voor een tijdelijke inrichting waarin gelijktijdig maximaal 200 personen aanwezig kunnen zijn: € 163,20 3.6.2 Voor een tijdelijke inrichting waarin gelijktijdig maximaal 201 t/m 500 personen aanwezig kunnen zijn € 244,80 3.6.3 Voor een tijdelijke inrichting waarin gelijktijdig maximaal 500 t/m 2000 personen aanwezig kunnen zijn € 326,30 3.6.4 Voor een tijdelijke inrichting waarin gelijktijdig meer dan 2001 personen aanwezig kunnen zijn € 489,45 3.6.5 Voor een herhaalde aanvraag voor eenzelfde tijdelijke inrichting € 81,50 Hoofdstuk7In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.7 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag: tot het verkrijgen van een vergunning om afvalwater of afvalstoffen te lozen € 358,65 3.7.1 tot het verkrijgen van een beschikking om wijziging, toevoeging, of intrekking van voorschriften, verbonden aan een vergunning als bedoeld onder 3.7 € 92,30 3.7.2 Vervallen 3.7.3 De in 3.7 t/m 3.7.1 genoemde bedragen worden, indien m.b.t. een aldaar bedoelde aanvraag adviezen worden ingewonnen van externe adviseurs, vermeerderd met een bedrag van de voorafgaande aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die terzake door of vanwege het college is opgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt ene aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van de kosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht. Indien de werkelijke advieskosten minder bedragen dan het aan de hand van de begroting geraamde bedrag, wordt voor het verschil teruggaaf verleend. 3.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het na algemeen sluitingsuur geopend hebben van café en dergelijke inrichtingen: voor het eerste uur of gedeelte daarvan € 61,50 voor de daarop volgende uren, per uur of gedeelte daarvan € 39,25 3.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 37,00 Behoort bij besluit van de gemeenteraad van 4 juli

  1. mij bekend, de griffier, C.J. (Kees) Steehouwer Bijlagen: 2 Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) De Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; Overwegende dat het wenselijk is de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken te herzien; Besluiten: Vast te stellen de in de bijgaande bijlage 1 vervatte Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken
  2. Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 19 januari 2012 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.E. Spies De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M.J.M. Verhagen Bijlage 1 Tekst van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) Hoofdstuk I. Algemeen§
  3. Aanduidingen, begripsbepalingen1.Verstaan wordt onder:
  4. de aannemer: de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie het werk is opgedragen;
  5. de aannemingssom: het bedrag, waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
  6. het bestek: de beschrijving van het werk, de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing;
  7. bouwstoffen: de in het werk te brengen materialen, voorwerpen, onderdelen, installaties of onderdelen daarvan, grond van allerlei soort en dergelijke;
  8. dag: kalenderdag;
  9. de opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon, die het werk opdraagt;
  10. de overeenkomst: de tussen opdrachtgever en aannemer tot stand gekomen overeenkomst van aanneming van werk;
  11. UAV: deze Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012;
  12. het werk: het uit te voeren werk, technische installatiewerk of de te verrichten levering;
  13. werkdag: een kalenderdag, tenzij deze valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst voorgeschreven rust- of feestdag, vakantiedag of andere niet individuele vrije dag. Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke een deel van het werk moet worden opgeleverd, wordt voor de toepassing van de §§ 6, vierde lid, 8, 8a, 9, 10, 11, 12, 42 en 44 dat deel als een afzonderlijk werk aangemerkt. Indien in het bestek een afzonderlijke termijn is gesteld, binnen welke de uitvoering van het werk tot een bepaalde stand moet zijn gevorderd, voordat de oplevering plaats vindt, is het bepaalde in de §§ 8, 8a, 9 en 42 van overeenkomstige toepassing. Indien aan de totstandkoming van de overeenkomst geen aanbesteding is voorafgegaan, wordt voor de toepassing van de §§ 2, tweede lid, 6, elfde en dertiende lid, 48, tweede lid, en 49, tweede lid, in plaats van ‘de dag van aanbesteding’ gelezen ‘de dag van de prijsaanbieding van de aannemer’. Bij meerjarige onderhoudswerken, opgedragen voor een bepaalde som per jaar wordt, indien sprake is van ‘aannemingssom’ of van ‘termijn van betaling’, bedoeld de aannemingssom per jaar of de termijn van betaling van het betrokken onderhoudsjaar. §
  14. Van toepassing zijnde voorschriften, tegenstrijdige bepalingenDe bepalingen van de UAV gelden voor zover daarvan in het bestek niet uitdrukkelijk is afgeweken. Tot het bestek behoren mede, als waren zij er letterlijk in opgenomen, de op het werk van toepassing verklaarde technische normvoorschriften zoals deze drie maanden voor de dag van aanbesteding luiden. Op de overeenkomst is van toepassing het Nederlandse recht. Indien onderdelen van het bestek onderling tegenstrijdig zijn, wordt, tenzij een andere bedoeling uit het bestek voortvloeit, de rangorde daarvan bepaald aan de hand van de volgende regels: een nieuw geschreven of getekend document gaat voor een oud geschreven of getekend document; de beschrijving gaat voor een tekening; een bijzondere regeling gaat voor een algemene regeling; met dien verstande, dat regel a gaat voor de regels b en c , en regel b voor regel c . Indien toepassing van deze regels geen uitkomst biedt, wordt de tegenstrijdigheid, met inachtneming van de billijkheid, uitgelegd ten nadele van degene door of namens wie het bestek is opgesteld. 5.Het in het vierde lid bepaalde laat onverlet de verplichting van de aannemer om de directie te waarschuwen in geval van een klaarblijkelijke tegenstrijdigheid tussen onderdelen van het bestek. Hoofdstuk II. Vertegenwoordiging van partijen§
  15. DirectieDe opdrachtgever is gerechtigd een of meer personen aan te wijzen om als directie op te treden of de directie bij te staan dan wel als zodanig aangewezen personen door anderen te vervangen. Indien de opdrachtgever niet een of meer personen wil aanwijzen om als directie op te treden, is hij verplicht hiervan vóór de uitvoering van het werk schriftelijk mededeling te doen aan de aannemer. Indien door het niet aanwijzen of niet vervangen van een of meer personen om als directie op te treden meer van de aannemer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, heeft hij recht op bijbetaling. De opdrachtgever geeft van elke aanwijzing als

het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer. Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd. Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen. De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst. Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld. De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen. Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats. §

  1. Gevolmachtigde van de aannemerDe aannemer is te allen tijde gerechtigd één of meer personen aan te wijzen om hem in zaken het werk betreffende te vertegenwoordigen. De aanwijzing door de aannemer van personen die hem in zaken het werk betreffende zullen vertegenwoordigen, moet geschieden met gebruikmaking van een volmacht overeenkomstig Bijlage A van de UAV. Ditzelfde geldt bij wijziging van bedoelde volmacht. Een door de aannemer gewaarmerkt afschrift van de volmacht wordt onverwijld aan de directie verschaft. De aanwijzing van iedere gevolmachtigde geschiedt voor het werk of voor een bepaald gedeelte ervan. Hoofdstuk III. Algemene verplichtingen van partijen§
  2. Verplichtingen van de opdrachtgeverDe opdrachtgever zorgt er voor, dat de aannemer tijdig kan beschikken: over de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die voor de opzet van het werk volgens het bestek vereist zijn; over het terrein of het water, waarop of waarin het werk moet worden uitgevoerd; over de benodigde tekeningen en andere gegevens; over de verstrekkingen, die de opdrachtgever ingevolge de overeenkomst doet. Indien de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, houdt de directie vóór de aanvang van het werk een bouwbespreking met de aannemer en de leidingbeheerders, waarbij de aannemer wordt ingelicht omtrent de juiste ligging van de zich in of nabij het werk en het werkterrein bevindende ondergrondse kabels en leidingen en waarbij wordt vastgesteld wat daarmee moet geschieden. Indien de directie deze bouwbespreking niet houdt, zal de aannemer vóór de aanvang van het werk om het houden van die bespreking verzoeken. De directie zal aan dit verzoek gevolg geven. De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen. Indien bouwstoffen of hulpmiddelen, die de opdrachtgever ter beschikking heeft gesteld, gebreken mochten hebben, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade. De opdrachtgever is aansprakelijk voor de functionele ongeschiktheid: van door hem voorgeschreven bouwstoffen; van bouwstoffen, die bij een door hem voorgeschreven leverancier moeten worden betrokken, tenzij de aannemer een keuzemogelijkheid had met betrekking tot deze bouwstoffen. Onder de functionele ongeschiktheid van bouwstoffen wordt verstaan het naar hun aard niet geschikt zijn van deze bouwstoffen voor het doel waarvoor zij blijkens het bestek zijn bestemd. (Vervallen). Indien wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege hogere eisen aan het werk stellen dan in de overeenkomst is bepaald, zullen wijzigingen van het werk, welke nodig zijn om aan die eisen te voldoen, worden verrekend als meer werk. De opdrachtgever zal het aan de aannemer toekomende volgens de in de overeenkomst gestelde regelen voldoen. Indien het bouwterrein, de uit het werk komende oude bouwstoffen of de door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen verontreinigd zijn, wordt de aard en de omvang daarvan, voor zover voor de uitvoering van het werk van belang, in het bestek vermeld. De opzet van het werk zal zodanig zijn, dat daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. §
  3. Verplichtingen van de aannemerDe aannemer is verplicht het werk uit te voeren naar de bepalingen van de overeenkomst zonder aanspraak op verrekening, bijbetaling of schadevergoeding te kunnen doen gelden dan in de gevallen, waarin dat bepaaldelijk voorgeschreven of kennelijk bedoeld is. Hij is verplicht al datgene te verrichten, wat naar de aard van de overeenkomst door de wet, de billijkheid of het gebruik wordt gevorderd of tot een behoorlijke aanwending der bouwstoffen behoort. De aannemer is verplicht het werk uit te voeren volgens de door de directie te verstrekken en de door haar goed te keuren tekeningen. Hij is verplicht de orders en aanwijzingen op te volgen, die hem door de directie worden gegeven. De verplichtingen van de aannemer omvatten mede: de levering van de nodige bouwstoffen en het verrichten van de nodige werkzaamheden; de beschikbaarstelling van gereedschap, materieel, hulpmaterialen, hulpstoffen, hulpwerken en andere hulpmiddelen, nodig voor de uitvoering van het werk en het verrichten van de nodige hulpwerkzaamheden; de betaling van precario, kosten van aansluiting van hulpleidingen en dergelijke. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor rekening van de aannemer met ingang van de datum van aanvang of zoveel eerder als de aannemer ingevolge § 7, tweede lid, met het werk begint, tot en met de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. Onder het werk en de uitvoering daarvan worden mede begrepen de voorbereiding, de aanvoer van bouwstoffen, de uitvoering van hulpwerken, de doelmatigheid en capaciteit van werktuigen en gereedschappen. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het werk overeenkomstig de volgens § 8, eerste lid, in het bestek voorgeschreven termijn verzekerd is. De wijze van uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat voor de opdrachtgever dan wel voor derden geen nodeloze hinder is te duchten. De aannemer dient het werk zodanig uit te voeren, dat daardoor schade aan personen, goederen of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt. Onvoldoend werk wordt binnen een door de directie in billijkheid te stellen termijn tot haar genoegen door de aannemer verbeterd of vernieuwd. Deze verbetering of vernieuwing geschiedt op kosten van de aannemer, tenzij het onvoldoend werk het gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan met het werk in verband staande werken van de opdrachtgever en aan andere werken en eigendommen van de opdrachtgever, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. De aannemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en is toe te rekenen aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de aannemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. De aannemer zorgt voor de tijdige verkrijging van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke toestemmingen, die hij nodig heeft of wenst, voor zover zij niet behoren tot die, waarvoor de opdrachtgever ingevolge het bepaalde in § 5, eerste lid, sub a zorg draagt. De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor de uitvoering van het werk van belang zijnde wettelijke voorschriften en beschikkingen van overheidswege, voor zover deze op de dag van aanbesteding in werking zijn getreden. De aan de naleving van deze voorschriften en beschikkingen verbonden gevolgen zijn voor zijn rekening. De gevolgen van de naleving van voorschriften van bijzondere aard zijn voor rekening van de aannemer, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat hij deze voorschriften niet behoefde te kennen. In dit laatste geval heeft hij aanspraak op bijbetaling. De gevolgen van de naleving van wettelijke voorschriften of beschikkingen van overheidswege, die na de dag van aanbesteding in werking treden, komen voor rekening van de opdrachtgever, tenzij redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aannemer die gevolgen reeds op de dag van aanbesteding had kunnen voorzien. Indien echter in de overeenkomst bepalingen zijn opgenomen betreffende de verrekening van wijzigingen van lonen en sociale lasten of van prijzen, huren en vrachten, komen de gevolgen daarvan slechts voor rekening van de opdrachtgever, indien en voor zover zulks uit die bepalingen voortvloeit. Indien de constructies, werkwijzen, orders en aanwijzingen,

§ 5

, tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen,

§ 5

, derde lid, klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde gevallen. Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken. De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd is. Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen. De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen. De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig § 4 vertegenwoordigt. De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is, die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen. De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd, voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft. Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren kenbaar maakt. De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te inspecteren. Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als

het voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis worden gegeven: bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang bij de aannemer berust; bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust. Een kennisgeving als bedoeld onder a zal niet worden aangemerkt als een aan de inschrijving verbonden voorwaarde. Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk. Zij zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen. De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever. De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die onderdelen ten volle verantwoordelijk. Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, is de aannemer voor wat het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd. Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier. Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag. Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent de wijze van uitvoering. Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen. De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd. Hoofdstuk IV. Aanvang, uitvoeringsduur, oplevering§

  1. Datum van aanvangAls datum van aanvang zal worden aangemerkt de vijfde werkdag na de dag waarop de aannemer het werk is opgedragen. Tenzij in het bestek anders is bepaald, staat het de aannemer vrij, behoudens bezwaar van de directie, ook vóór de datum van aanvang met het werk te beginnen. §
  2. Uitvoeringsduur, uitstel van opleveringDe termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, wordt in het bestek uitgedrukt: hetzij in een aantal werkbare werkdagen; hetzij in een aantal kalenderdagen, -weken of -maanden; hetzij door een bepaalde dag te noemen. Indien een termijn is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen, worden werkdagen, respectievelijk halve werkdagen, als onwerkbaar beschouwd, wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de aannemer gedurende ten minste vijf uren, respectievelijk ten minste twee uren, door het grootste deel van de arbeiders of machines niet kon worden gewerkt. Als de oplevering van het werk zou moeten geschieden op een dag die geen werkdag is, geldt de eerstvolgende werkdag als de overeengekomen dag van oplevering. De termijn, binnen welke het werk moet worden opgeleverd, kan door de opdrachtgever worden verlengd, hetzij eigener beweging, hetzij op een daartoe strekkend verzoek van de aannemer. Een verzoek van de aannemer om termijnverlenging zal slechts in overweging kunnen worden genomen, indien dit schriftelijk geschiedt en – behoudens ontheffing door de directie – ten minste veertien dagen voor het verstrijken van de termijn bij de directie is bezorgd. Indien door overmacht, door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden, of door het door of namens de opdrachtgever aanbrengen van bestekswijzigingen dan wel van wijzigingen in de uitvoering van het werk, niet van de aannemer kan worden gevergd dat het werk binnen de overeengekomen termijn wordt opgeleverd, heeft hij recht op termijnverlenging. § 8a. BeproevingBeproeving van het technische installatiewerk of een of meer onderdelen daarvan vindt plaats, indien dit is overeengekomen. De beproeving geschiedt door de aannemer in aanwezigheid van de directie en dient om vast te stellen of het technische installatiewerk, of het desbetreffende onderdeel daarvan, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen voor zover dit op het tijdstip van de beproeving mogelijk is. Aannemer en directie stellen in onderling overleg het tijdstip van de beproeving vast. Indien aannemer en directie niet komen tot gemeenschappelijke vaststelling van het tijdstip van de beproeving, stelt de aannemer dit tijdstip vast en geeft van dit tijdstip ten minste acht dagen tevoren schriftelijk kennis aan de directie. Ten behoeve van de beproeving stelt de aannemer voor zijn rekening het nodige materieel en het personeel voor de bediening daarvan beschikbaar. De kosten van de voor de beproeving benodigde hoeveelheid water en energie zijn voor rekening van de opdrachtgever. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf dagen na de beproeving, stelt de aannemer een rapport op waarin het beproevingsresultaat is opgenomen, alsmede, indien zulks is overeengekomen, een meetstaat die de meetresultaten en andere relevante gegevens vermeldt. Door de ondertekening van dit in tweevoud op te maken rapport door de aannemer en de directie staan de resultaten van de beproeving vast. Indien de directie tijdens de beproeving niet aanwezig is geweest, staan de resultaten van de beproeving vast door de enkele vermelding daarvan in het rapport. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, zal, nadat de aannemer de nodige verbeteringen heeft aangebracht, de beproeving worden herhaald. Op deze herhaalde beproeving zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dit geval de kosten voor water en energie, benodigd voor de beproeving, voor rekening van de aannemer zijn. Indien op grond van de beproeving is vastgesteld dat het technische installatiewerk, op het gebied bestreken door de beproeving, voldoet aan hetgeen is overeengekomen en het technische installatiewerk ook overigens is voltooid, vindt opneming van het technische installatiewerk plaats zoals

§ 9. § 9. Opneming en goedkeuring

De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport,

§ 27, wordt aangetekend.

De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de opneming tegenwoordig is. Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden. Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling

het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval

het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd. Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd. Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing. Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden. § 10. OpleveringHet werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als

§ 9

, eerste lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet voltooid onderdeel daarvan, in gebruik nemen of doen nemen mits de ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel – indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming als

§ 8avan het in gebruik te nemen werk of onderdeel daarvan heeft plaatsgevonden.

Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het bestek een onderhoudstermijn als

§ 11

is voorgeschreven, door de in dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de dag van ingebruikneming. §

  1. OnderhoudstermijnIndien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, gaat deze termijn in onmiddellijk na de dag waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd. De aannemer is gehouden gebreken, welke in de onderhoudstermijn aan de dag treden, te herstellen, met uitzondering echter van die, waarvoor de opdrachtgever op grond van § 5, tweede lid de verantwoordelijkheid draagt of waarvoor hij op grond van § 5, derde of vierde lid, aansprakelijk is. Onder de in dit lid bedoelde gebreken vallen niet die gebreken die het gevolg zijn van onjuist of onzorgvuldig gebruik dan wel gekwalificeerd kunnen worden als normaal te verwachten slijtage als gevolg van het feitelijke gebruik. Het in het tweede lid bedoelde herstel geschiedt voor rekening van de aannemer, tot genoegen van de directie en binnen een door haar in billijkheid te stellen termijn. In de onderhoudstermijn optredende schade aan het werk is voor rekening van de opdrachtgever, met uitzondering echter van die schade, welke het gevolg is van door de aannemer verricht onvoldoend werk. In het laatste geval is het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing. Indien de aannemer zich desgevraagd verbindt tot herstel van niet voor zijn rekening komende gebreken of schade aan het werk, geschiedt de verrekening daarvan als meer werk. Na afloop van de onderhoudstermijn zal het werk wederom worden opgenomen om te constateren, of de aannemer aan zijn verplichtingen heeft voldaan, waarbij wordt gehandeld overeenkomstig het bepaalde in §
  2. §
  3. Aansprakelijkheid van de aannemer na de opleveringNa de dag, waarop het werk overeenkomstig het bepaalde in § 10, eerste of tweede lid, als opgeleverd wordt beschouwd, is de aannemer niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk. Het in het eerste lid bepaalde lijdt uitzondering indien sprake is van een gebrek: (a) dat toe te rekenen is aan de aannemer en (b) dat bovendien ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering dan wel bij de opneming van het werk als

§ 9

, tweede lid, door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden en waarvan (

  1. c)de aannemer binnen een redelijke termijn na de ontdekking mededeling is gedaan. (Vervallen). De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek waarvoor de aannemer krachtens het tweede lid aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt ingesteld na verloop van: (
  2. a)vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, of (
  3. b)tien jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, indien het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort of dreigt in te storten dan wel ongeschikt is geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de bestemming waarvoor het blijkens de overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan worden verholpen of kan worden voorkomen door het treffen van zeer kostbare voorzieningen. 5.Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, treedt voor de toepassing van deze paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in de plaats van de in het eerste lid bedoelde dag en wordt onder opneming van het werk verstaan: de opneming genoemd in § 11, zesde lid. Hoofdstuk V. Wijziging tijdstippen van uitvoering, schorsing, beëindiging in onvoltooide staat§ 13. Wijziging tijdstippen van uitvoeringDe directie is bevoegd: indien in het bestek een onderhoudstermijn als

§ 11

, eerste lid, is voorgeschreven, de uitvoering van ondergeschikte werkzaamheden tot in die onderhoudstermijn te verschuiven; bij meerjarig onderhoud de uitvoering van werken, waartoe de aannemer in een bepaald jaar verplicht is, in een ander jaar binnen de duur van dit onderhoud te verlangen. Indien het voorafgaande aanleiding tot verrekening geeft, wordt daarvoor overeenkomstig het bepaalde in § 36 een regeling getroffen. § 14. Schorsing van het werk en beëindiging van het werk in onvoltooide staatDe opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk voor het geheel of voor een gedeelte te schorsen. In spoedeisende gevallen is de directie, hangende de beslissing van de opdrachtgever, voorlopig tot zodanige schorsing bevoegd. Gedurende de schorsing is de aannemer verplicht: in overleg met de directie gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van schade, die aan het werk zou kunnen ontstaan; na te laten zowel hetgeen schade aan het werk ten gevolge zou kunnen hebben als hetgeen de latere voortzetting zou kunnen bemoeilijken. Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen, worden als meer werk met hem verrekend. Schade, die de aannemer ten gevolge van de schorsing lijdt, wordt hem vergoed. Indien de schorsing langer dan één maand duurt, kan de aannemer bovendien vorderen, dat een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze in verband met het bepaalde in § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden. Nog niet verwerkte voor keuring gereed zijnde bouwstoffen worden op verzoek van de aannemer eerst nog gekeurd. Indien de schorsing van het gehele werk langer duurt dan zes maanden, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. De opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide staat te beëindigen. Wanneer door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden de uitvoering van het werk gedurende meer dan twee maanden ononderbroken is vertraagd, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. In de gevallen

het zesde, zevende en achtste lid zal de opdrachtgever zo spoedig mogelijk na de beëindiging het werk overnemen. De aannemer is tot aan de overneming van het werk door de opdrachtgever gehouden de in het derde lid bedoelde verplichtingen na te komen. De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet. Hoofdstuk VI. Werkterrein, reclame§

  1. WerkterreinIndien in het bestek oppervlakten van grond of water als werkterrein zijn aangeduid, heeft de aannemer daarover de kosteloze beschikking, zolang de uitvoering van het werk dit nodig maakt. Gebruik van ander terrein of water als werkterrein is voor rekening van de aannemer. De directie wijst aan, na overleg met de aannemer, welke gedeelten van het werkterrein in gebruik mogen worden genomen als opslagplaatsen en voor de plaatsing van keten, loodsen, hulpwerken en andere hulpmiddelen. De aannemer kan vóór de aanvang van het werk schriftelijk vorderen, dat de toestand van het werkterrein zo goed mogelijk wordt vastgesteld, in welk geval de opneming door de directie in samenwerking met en voor rekening van de aannemer ten spoedigste plaats vindt. Indien daarbij afwijkingen ten opzichte van de in het bestek omschreven toestand aan het licht komen, is het bepaalde in § 29, derde lid, van toepassing. Na gebruik en uiterlijk bij de oplevering moet het werkterrein naar genoegen van de directie zoveel mogelijk weder in de oorspronkelijke toestand worden opgeleverd. §
  2. Afsluiting, reclameIndien de opdrachtgever afsluiting van het werk en het werkterrein nodig oordeelt, wordt de wijze van afsluiting in het bestek omschreven. De opdrachtgever heeft het recht om na overleg met de aannemer op schuttingen en afrasteringen, welke dienen ter afsluiting van het werk of het werkterrein, alsmede elders op het werkterrein of aan het werk reclame of andere kennisgevingen aan te brengen. Aan de aannemer is het evenwel toegestaan op een deel van die plaatsen aanduidingen van zijn naam en bedrijf aan te brengen, mits plaats, uiterlijk en afmetingen hiervan door de directie zijn goedgekeurd. Hetzelfde kan door de directie op een door tussenkomst van de aannemer gedaan verzoek aan onderaannemers en leveranciers worden toegestaan. Hoofdstuk VII. Bouwstoffen§
  3. Verwerking van bouwstoffenMet inachtneming van § 5, derde en vierde lid, alsmede § 6, zevenentwintigste lid, staat de aannemer in voor de goede hoedanigheid van de bouwstoffen, voor de geschiktheid voor hun bestemming en het voldoen aan de gestelde eisen, alsmede voor de tijdige levering. Indien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen gekeurd moeten worden, mag de aannemer deze niet verwerken voordat deze zijn goedgekeurd. De directie kan verlangen, dat goedgekeurde bouwstoffen ook nadat zij zijn verwerkt alsnog worden vervangen, indien daaraan na de keuring nog gebreken worden geconstateerd. Deze vervanging geschiedt voor rekening van de opdrachtgever en wordt als meer werk verrekend, onverminderd het recht van de aannemer op schadevergoeding, indien daartoe gronden zijn. Indien echter het gebrek redelijkerwijs niet door de directie had kunnen worden onderkend en het gebrek aan de aannemer kan worden toegerekend, komt deze vervanging voor rekening van de aannemer. De directie is bevoegd een bewijs van oorsprong van bouwstoffen te verlangen. Indien de directie zulks goed vindt, zal de aannemer in plaats van met een fabrieksnaam aangeduide bouwstoffen andere mogen leveren, mits van overeenkomstige hoedanigheid. De directie onthoudt de goedkeuring niet op onredelijke gronden. §
  4. Keuring van bouwstoffenIndien en voor zover in het bestek is bepaald dat bouwstoffen door de directie worden gekeurd, worden deze in geval van goedkeuring zo nodig gemerkt. Door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen worden geacht te zijn goedgekeurd. Indien voorgeschreven is dat bouwstoffen moeten worden geleverd met een kwaliteitsverklaring afkomstig van een door de Raad voor de Accreditatie erkende certificatie-instelling, wordt in het kader van de keuring volstaan met een uitwendige visuele beoordeling. De kwaliteitsverklaring wordt door de aannemer ter gelegenheid van de beoordeling door de directie aan haar ter beschikking gesteld. Ten behoeve van de keuring moeten de monsters en bouwstoffen tijdig op het werk of in de werkplaatsen worden aangevoerd. Zolang de directie zulks nodig oordeelt, blijven door de aannemer ingediende monsters onder haar berusting; zij zijn evenwel voor zijn rekening en blijven voor hem toegankelijk. De aannemer verleent bij de keuring, alsmede bij het merken van goedgekeurde bouwstoffen, de nodige hulp en stelt daartoe personeel en eenvoudige hulpmiddelen ter beschikking. De aannemer is bevoegd bij de keuring aanwezig te zijn of zich te doen vertegenwoordigen; de directie kan dit van hem verlangen. De directie is bevoegd bouwstoffen door derden te doen onderzoeken; de hieraan verbonden kosten zijn voor rekening van de opdrachtgever, behoudens het bepaalde in het zesde lid, onder d. Voor rekening van de aannemer komen de kosten van: het beschikbaar stellen van de voor de keuring nodige bouwstoffen; het brengen van de bouwstoffen in een voor de keuring geschikte samenstelling en vorm; de emballage en de verzending van elders te keuren bouwstoffen; het in het vijfde lid bedoelde onderzoek, indien dit tot afkeuring leidt, tenzij het een bouwstof betreft, in het bestek aangeduid met een fabrieksnaam, of waarvan de leverancier door of namens de opdrachtgever is aangewezen; de in het twaalfde lid bedoelde herkeuring, indien de deskundige de afkeuring handhaaft. De in het vorige lid bedoelde kosten worden zo nodig overeenkomstig § 42, zesde lid, verrekend. De keuring geschiedt – ter keuze van de directie – op het werk, in de middelen van vervoer of elders, zo spoedig mogelijk na aanvoer of gereedkoming. Indien, ondanks een door de directie ontvangen schriftelijk verzoek van de aannemer om bouwstoffen te keuren, uiterlijk op een in dat verzoek vermeld redelijk tijdstip de schriftelijke mededeling van de uitslag van de keuring niet door de aannemer is ontvangen, worden die bouwstoffen geacht te zijn goedgekeurd. Onder een schriftelijk verzoek en onder een mededeling als in dit lid bedoeld wordt mede verstaan een aantekening in het dagboek of weekrapport,

§ 27

. Verzoekt de aannemer om keuring op een andere plaats dan door de directie is voorgeschreven, dan wordt dat niet geweigerd, indien toestaan niet in strijd is met de belangen van een goede hoedanigheid van het werk en van doeltreffende controle en mits de aannemer de hogere kosten ervan voor zijn rekening neemt. Waardevermindering en verlies van voor de keuring gebezigde bouwstoffen worden aan de aannemer niet vergoed. Ingeval van afkeuring van bouwstoffen kan zowel de directie als de aannemer vorderen, dat een in onderlinge overeenstemming getrokken monster uit die bouwstoffen tot na de beslechting van het uit die afkeuring mogelijk voortvloeiend geschil wordt bewaard. Deze monsters worden door beiden gewaarmerkt. De bewaring geschiedt op een in onderlinge overeenstemming te bepalen plaats. De aannemer heeft de bevoegdheid om ingeval van afkeuring van bouwstoffen herkeuring aan te vragen door een in overeenstemming met de opdrachtgever aan te wijzen deskundige, aan wiens uitspraak partijen ook in een later geschil gebonden zijn. Afgekeurde bouwstoffen worden zo spoedig mogelijk afgezonderd en van het werk verwijderd, ook indien zij reeds mochten zijn verwerkt. § 19. Eigendom van bouwstoffenAlle voor het werk bestemde bouwstoffen worden – zonder dat de opdrachtgever daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere rechthebbenden – eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV behorende bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere rechthebbenden afstand doen van alle aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve van de opdrachtgever. Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als

het eerste lid wordt geacht te hebben plaats gevonden: indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen; indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet. Het in dit lid bepaalde lijdt nochtans uitzondering met betrekking tot die bouwstoffen, welke de opdrachtgever aan de aannemer heeft betaald. 3.Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer teruggegeven en als niet geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36, achtste lid. §

  1. Zorg voor bouwstoffenDe aannemer draagt zorg voor de goedgekeurde en de door de opdrachtgever ter beschikking gestelde bouwstoffen, alsmede voor de uit het werk komende bouwstoffen. Verlies, vermissing of beschadiging van deze bouwstoffen is voor zijn rekening, behoudens het bepaalde in §
  2. §
  3. Oude bouwstoffenTenzij het bestek anders bepaalt, blijven de uit het werk komende oude bouwstoffen eigendom van de opdrachtgever. (Vervallen). (Vervallen). De aannemer is niet verantwoordelijk voor de hoedanigheid van uit het werk komende bouwstoffen, voor zover achteruitgang van die hoedanigheid niet aan hem is toe te rekenen. §
  4. Garantie voor een onderdeelHet bepaalde in deze paragraaf is van toepassing, tenzij het bestek anders bepaalt. Indien in het bestek is vermeld dat één of meer onderdelen van het werk moeten worden gegarandeerd, zal de aannemer op eerste aanzegging van de opdrachtgever zo spoedig mogelijk de tijdens de garantieperiode optredende gebreken voor zijn rekening herstellen. Gebreken in de zin van deze bepaling zijn gebreken, waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat die met grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die aan de aannemer kan worden toegerekend. Indien in het bestek is vermeld dat een onderdeel van het werk door een onderaannemer of een leverancier moet worden gegarandeerd, draagt de aannemer zorg voor het verstrekken van de garantie door de onderaannemer of leverancier aan de opdrachtgever. Indien deze garantie niet door de onderaannemer of leverancier wordt verstrekt, wordt een dienovereenkomstige garantie door de aannemer verstrekt. Een op grond van deze paragraaf overeengekomen garantie geldt vanaf het gereedkomen of de levering van het gegarandeerde onderdeel gedurende de in het bestek genoemde periode. Hoofdstuk VIII. Hulpmiddelen§
  5. Loodsen en andere hulpmiddelenDe verplichtingen van de aannemer met betrekking tot het ter beschikking stellen, onderhouden, en verwijderen van loodsen en/of directieverblijf en andere hulpmiddelen worden in het bestek omschreven. (Vervallen). (Vervallen). §
  6. Hulpmiddelen van de opdrachtgeverIndien aan de aannemer het gebruik van gebouwen, terreinen en hulpmiddelen van de opdrachtgever is opgedragen of vergund, komen het onderhoud en het herstel, zolang het gebruik duurt, voor rekening van de aannemer. Ingeval van verloren gaan door het in het eerste lid bedoelde gebruik, is hij verplicht tot vergoeding van de schade. Zodra het in gebruik genomene voor de uitvoering van het werk niet meer nodig is, stelt de aannemer het, zoveel doenlijk in gelijke staat als hij het heeft ontvangen, weer ter beschikking van de opdrachtgever en bergt de hulpmiddelen op door of namens hem aan te wijzen plaatsen op. §
  7. Gezonken materieelIndien ten behoeve van het werk in gebruik zijnde hulpmiddelen, zoals vaartuigen en werktuigen, dan wel voor het werk bestemde bouwstoffen gezonken zijn in wateren, welke bij de opdrachtgever in eigendom of beheer zijn, is de aannemer verplicht ze met inbegrip van lading en toebehoren te lichten en te verwijderen. Hij is in de gevallen,

het eerste lid, verplicht dadelijk de vereiste aanduiding en verlichting aan te brengen, zo spoedig mogelijk de eerste maatregelen tot lichting, zoals het onderdoor brengen van kettingen, te nemen en de lichting in zo kort mogelijke tijd te voltooien. De in de voorgaande leden bedoelde werkzaamheden geschieden op kosten van de aannemer, tenzij het in het eerste lid bedoelde zinken is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. Hoofdstuk IX. Uitvoering§

  1. Algemeen tijdschema, werkplanDe aannemer stelt zo spoedig mogelijk een op de aard van het werk afgestemd algemeen tijdschema op. In dit algemene tijdschema wordt duidelijk aangegeven op welke wijze, in welke volgorde, met welk materieel en met welke hulpmiddelen de aannemer voornemens is het werk en zijn onderdelen uit te voeren alsmede welke tijdsduur hij voor elk onderdeel nodig acht. Tevens wordt daarin aangegeven op welke tijdstippen de aannemer ten behoeve van de voortgang van het werk en de volgorde van de onderdelen ervan zal dienen te beschikken over datgene waarvoor de opdrachtgever of de directie volgens de overeenkomst dient te zorgen. Het algemene tijdschema dient te voldoen aan de eisen, die ten aanzien van de uitvoering van het werk in de overeenkomst zijn gesteld, en wordt door de aannemer van een behoorlijke toelichting voorzien. De aannemer legt het algemene tijdschema, gedateerd en ondertekend, in tweevoud aan de directie ter goedkeuring over, uiterlijk op de vijftiende werkdag na de dag waarop hem het werk is opgedragen onderscheidenlijk de directie om een algemeen tijdschema heeft verzocht. De directie beslist zo spoedig mogelijk omtrent de goedkeuring van het algemene tijdschema en deelt haar beslissing, in elk geval uiterlijk op de tiende werkdag, nadat zij het heeft ontvangen, schriftelijk aan de aannemer mede. De goedkeuring wordt slechts aan het algemene tijdschema onthouden, indien uit de inhoud daarvan blijkt, dat niet aan de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen wordt voldaan. Ingeval van goedkeuring worden de beide exemplaren van het algemene tijdschema ook door de directie gedateerd en ondertekend, waarna een van de exemplaren aan de aannemer wordt toegezonden. In geval het algemene tijdschema niet wordt goedgekeurd, wordt de aannemer met de redenen hiervan schriftelijk in kennis gesteld. De aannemer legt in dat geval zo spoedig mogelijk, doch binnen tien werkdagen, een nieuw algemeen tijdschema, waarbij met de bezwaren van de directie rekening is gehouden, ter goedkeuring aan de directie over. Ten aanzien van de beslissing op het nieuwe algemene tijdschema is het derde lid van overeenkomstige toepassing. Het algemene tijdschema geldt als een leidraad voor de aannemer en verzwaart de voor hem uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet. De goedkeuring door de directie van het algemene tijdschema en daarin onder haar goedkeuring aangebrachte wijzigingen ontheffen de aannemer niet van zijn verplichtingen om het werk naar de uit de overeenkomst voortvloeiende eisen uit te voeren en tijdig te voltooien. Indien van de aannemer wordt verlangd, dat hij in plaats van of naast het in deze paragraaf bedoelde algemene tijdschema een gedetailleerd werkplan aan de directie overlegt, wordt zulks, onder vermelding van de aan dit werkplan te stellen eisen, in de overeenkomst vermeld. Voor zover de overeenkomst niet anders vermeldt, is het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid alsdan van overeenkomstige toepassing. Wijzigingen door de directie in het goedgekeurde algemene tijdschema of gedetailleerde werkplan aangebracht geven de aannemer aanspraak op bijbetaling, indien van hem meer wordt verlangd dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. §
  2. Dagboek, lijsten, rapporten, verslagen van bouwvergaderingen1.De directie maakt weekrapporten op. Hierin worden onder meer aantekeningen opgenomen betreffende: – de vordering en de stand van het werk; – de onwerkbare dagen en het verleende uitstel van oplevering; – de aan- en afvoer en goedkeuring van bouwstoffen; – de aan- en afvoer van materieel en hulpmiddelen; – bestekswijzigingen, meer en minder werk, verwerkte hoeveelheden en stelposten; – opneming, goedkeuring en oplevering van het werk; – de verstrekking van tekeningen; – voorvallen betreffende de veiligheid en/of gezondheid van personen. De in het eerste lid bedoelde aantekeningen worden telkens uiterlijk op de vijfde werkdag na het verstrijken van de werkweek, waarop zij betrekking hebben, opgenomen in het weekrapport, dat terstond na het opmaken door de directie wordt ondertekend. Het door de directie ondertekende weekrapport wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de vijftiende werkdag na het verstrijken van de werkweek, waarop het betrekking heeft, aan de aannemer ter ondertekening voorgelegd. Aan de aannemer wordt afschrift van de weekrapporten verstrekt. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport kan verenigen, tekent hij dit voor akkoord uiterlijk op de vijfde werkdag, nadat het hem is voorgelegd. Indien de aannemer zich met de inhoud van het weekrapport niet kan verenigen, ondertekent hij dit eveneens uiterlijk op de vijfde werkdag, nadat het hem is voorgelegd, doch onder toevoeging van een aantekening, waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij bezwaar heeft. Ingeval de directie niet alleen weekrapporten opmaakt maar ook een dagboek bijhoudt, is op dit dagboek het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat geen afschrift van het dagboek aan de aannemer wordt verstrekt, tenzij deze daarom verzoekt. Indien dit in de overeenkomst is voorgeschreven of na de opdracht door de directie wordt verlangd, verstrekt de aannemer telkens uiterlijk op de vijfde werkdag na het verstrijken van een werkweek een op die week betrekking hebbende, door hem gedateerde en ondertekende lijst, bevattende opgaven omtrent het personeel en voorts zodanige verdere mededelingen als door de directie worden gewenst. Indien ten behoeve van het werk buiten het werkterrein werkzaamheden worden verricht, kan de directie vorderen, dat de aannemer daaromtrent uiterlijk op de vijfde werkdag na het verstrijken van een werkweek een door hem ondertekend rapport in tweevoud bij haar indient. In dit rapport worden aantekeningen als in het eerste lid bedoeld en betrekking hebbend op de in voornoemde werkweek verrichte werkzaamheden opgenomen. Indien is overeengekomen dat tijdens de uitvoering van het werk bouwvergaderingen worden gehouden, maakt de directie daarvan verslagen. De verslagen worden zo spoedig mogelijk aan de aannemer ter ondertekening voorgelegd. Indien de aannemer zich met de inhoud van het verslag niet kan verenigen, wordt aan het verslag een aantekening toegevoegd waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke reden hij bezwaar heeft. Het verslag wordt in de daarop volgende bouwvergadering vastgesteld. §
  3. Afbakening, peilingen en opmetingenDe aannemer zal voor zijn rekening: het werk uitzetten en de vereiste profielen en bakens stellen; ten behoeve van afbakening, peilingen en opmetingen geschikt personeel en hulpmiddelen, als: roei- en peilboten, meetinstrumenten, bakens, enz., ter beschikking van de directie stellen; de gedane uitzetting en afbakening in goede staat onderhouden, zolang de directie dit nodig oordeelt. §
  4. Verschillen in afmetingen of in de toestand van bestaande werken en terreinenIndien de in de beschrijving van het werk vermelde afmetingen niet overeenkomen met die, voorkomende op de tekening, is de aannemer verplicht de door

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.