RAADSBESLUIT Nummer : Onderwerp : Vaststellen verordening reinigingsheffingen 2010 De raad van de gemeente Sneek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t: A. een bedrag van € 51.500,= te onttrekken uit reserve diverse objecten, onderdeel egalisatiereserve afvalstoffenheffing B. vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN 2010 (Verordening reinigingsheffingen 2010) HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen of van percelen die worden gebruikt door meer dan 10 personen, die tezamen niet één huishouding vormen, zoals pensions en dergelijke, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HOOFDSTUK2AFVALSTOFFENHEFFING Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van een perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. HOOFDSTUK3REINIGINGSRECHTEN Artikel6Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel7Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. Artikel8Maatstaf van heffing en tarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 3 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. HOOFDSTUK4ALGEMENE BEPALINGEN Artikel9Belastingjaar Met betrekking tot de afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel is het belastingjaar gelijk aan een kalenderjaar. Artikel10Wijze van heffen 1.De afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, worden bij wege van aanslag geheven. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel, worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel11Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt bestaat, ten aanzien van de afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, aanspraak of ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel of bedrijfspand in feitelijk gebruik neemt. De afvalstoffenheffing bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel en de reinigingsrechten bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het verlenen van de gevraagde dienst of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel12Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen bedoeld in hoofdstuk 1 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 en 4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden betaald binnen twee weken na de dagtekening van de bon, nota of andere schriftuur. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel13Overdracht bevoegdheid Aan burgemeester en wethouders wordt overgedragen de bevoegdheid van de raad tot het wijzigen van het recht als bedoeld in artikel 3.1., 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.