← Nederland

Verordening raadplegend referendum gemeente Diemen 2004 (Diemen)

Verordening raadplegend referendum gemeente Diemen 2004Opmerkingen m.b.t. de regeling Wettelijke grondslag(

  1. en)of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd 1.Gemeentewet, art. 147 Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum inwerkingtreding 26-11-2010 Terugwerkende kracht t/m Betreft Nieuwe regeling Datum ondertekening Bron bekendmaking 25-03-2004 Diemer Courant d.d. 25-11-2010 . Kenmerk voorstel nr. 04-12 Verordening raadplegend referendum gemeente Diemen 2004 Nr.;04-12 De raad van de gemeente Diemen; gelet op de Gemeentewet; B E S L U I T : vast te stellen de: Verordening raadplegend referendum gemeente Diemen 2004. Algemene bepalingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. raadplegend referendum: een niet-bindende raadplegende volksstemming, op initiatief van de gemeenteraad, waarbij de kiesgerechtigden antwoord geven op de door de gemeenteraad vastgestelde vraag over een groot project zoals beschreven in een startdocument; b. startdocument: een door de gemeenteraad vastgestelde notitie waarin een probleemstelling en een beeld van de beoogde oplossingsrichting(-
  2. en)staan beschreven. Het startdocument bevat tevens een paragraaf omtrent de communicatiestrategie. Hierin wordt onder andere melding gemaakt op welke wijze de objectieve, informatieverstrekkende voorlichting inhoudelijk en financieel vorm wordt gegeven en of en op welke wijze daarnaast, inhoudelijk en/of financieel, invulling wordt gegeven aan de diverse standpuntuitdragende campagnes. Ook wordt ingegaan op de juridische aspecten die samenhangen met het besluit tot het houden van een raadplegend referendum over het betrokken project. Bij de vaststelling van het startdocument door de gemeenteraad, kunnen individuele raadsleden een uitspraak doen over het feit hoe zij denken om te gaan met de uitslag van het raadplegend referendum; c. groot project: een maatschappelijk vraagstuk met ingrijpende gevolgen voor de Diemense samenleving waarbij de oplossing veel tijd vraagt en/of waarbij grote financiële belangen in het geding zijn en/of waarbij veel partijen zijn betrokken; d. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het raadplegend referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet gerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de gemeente Diemen; e. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Diemen; f meerderheid: het raadplegend referendum is geldig als minimaal 30% van de kiesgerechtigden opkomt. De uitslag wordt bepaald op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen. De antwoordmogelijkheid waarvoor de meeste geldige stemmen zijn uitgebracht wordt vervolgens door de raad aangemerkt als voorgedragen voorkeursmodel. Artikel2 1.Deze verordening geeft regels voor het houden van een raadplegend referendum. 2.Op de in deze verordening gestelde termijnen is de Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing. Artikel3 Een raadplegend referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het gehele grondgebied van de gemeente Diemen of een gedeelte daarvan. Artikel4 Een raadplegend referendum kan worden gehouden tegelijk met een verkiezing waarop de Kieswet van toepassing is en/of een ander referendum. De referendumcommissie Artikel5 Op voordracht van het college van burgemeester en wethouders benoemt de gemeenteraad een referendumcommissie. De referendumcommissie adviseert in elk geval omtrent de vraagstelling als bedoeld in artikel 8, eerste lid en heeft tot taak het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad gevraagd en ongevraagd te adviseren over de uitvoering van deze verordening. De referendumcommissie brengt haar advies uit binnen vier weken nadat het verzoek daartoe aan de commissie is gedaan. De referendumcommissie is belast met de afdoening van klachten over de gemeentelijke voorlichting en de wijze waarop campagne gevoerd wordt in het kader van het referendum. De referendumcommissie toetst daarbij de gemeentelijke voorlichting aan de eisen van objectiviteit en de campagnevoering aan de eisen van fair play. De referendumcommissie stelt nadere regels vast voor haar werkwijze en stuurt deze aan de raad. Onderwerpen Artikel6 Een initiatief tot een raadplegend referendum dient betrekking te hebben op door de gemeenteraad uitgebrachte, op grote projecten betrekking hebbende, startdocumenten. De volgende onderwerpen kunnen geen onderwerp zijn van een raadplegend referendum: een besluit over arbeidsrechtelijke posities, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, schenkingen en kwijtscheldingen, beslissingen over rechtspositionele regelingen, alsmede beslissingen met betrekking tot geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers en hun nabestaanden; een besluit tot het vaststellen van de begroting en de rekening, alsmede met betrekking tot de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; besluiten betreffende de uitvoering van de referendumverordening; de uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever, waarover de raad geen beleidsvrijheid heeft en beslissingen waarbij het belang van het raadplegend referendum naar de mening van de gemeenteraad niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving. Beslissing en initiatief Artikel7 Het besluit tot het houden van een raadplegend referendum ligt bij de gemeenteraad. De gemeenteraad besluit in ieder geval tot het houden van een raadplegend referendum over een daartoe, eventueel door tussenkomst van het college van burgemeester en wethouders, opgesteld startdocument, indien is gebleken: dat geen sprake is van een uitgezonderd onderwerp als bedoeld in artikel 6, tweede lid van deze verordening en het voorstel wordt ondersteund door een meerderheid van de gemeenteraad. Vraagstelling Artikel8 De vraagstelling inclusief de antwoordmogelijkheden wordt door de raad, gelijktijdig met het in artikel 7, tweede lid bedoelde startdocument, vastgesteld. De vraagstelling en de antwoordmogelijkheden van het raadplegend referendum moeten helder, concreet en objectief zijn. De vraagstelling kan uit één, dan wel meerdere te beantwoorden vragen bestaan. Uitwerking Artikel9 Zo spoedig mogelijk nadat de gemeenteraad ingevolgde artikel 7 heeft besloten een raadplegend referendum te houden, bepaalt de raad de datum van het referendum. Het referendum vindt plaats uiterlijk vier maanden nadat de gemeenteraad heeft besloten tot het houden van een raadplegend referendum. Het raadplegend referendum vindt niet plaats in de voor de regio aangewezen vakantieperiodes voor het basis- en voortgezet onderwijs. Artikel10 Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van een raadplegend referendum en zijn bevoegd nadere regels te stellen die nodig zijn voor een goed verloop van het referendum, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten op de wijze als ten aanzien van de verkiezing van de raad gebruikelijk is. Artikel11 Burgemeester en wethouders doen openbare kennisgeving van een besluit tot het houden van een raadplegend referendum. De op het startdocument betrekking hebbende stukken liggen voor een ieder ter inzage op een aantal door burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsen. In de openbare kennisgeving wordt daarvan mededeling gedaan. Procedure rond de stemming Artikel12 Bij de procedure rond de stemming is de Kieswet zoveel mogelijk van toepassing. Voor zover in deze verordening in de procedure ten aanzien van de stemming niet is voorzien, zijn de bepalingen van de Kieswet, met uitzondering van het bepaalde in hoofdstuk Z, paragraaf 1, van overeenkomstige toepassing en met dien verstande dat voor het referendum als hoofdstembureau fungeert het hoofdstembureau ter verkiezing van de leden van de gemeenteraad Artikel13 1.Het raadplegend referendum vindt plaats in de stemlokalen die worden gebruikt voor de stemming van de verkiezingen van vertegenwoordigende lichamen. 2.Deelname aan het raadplegend referendum vindt plaats door bij stemming de vastgestelde vraagstelling te beantwoorden als bedoeld in artikel 8. Artikel14 De begroting bevat een voorziening om de kosten van één referendum per jaar te kunnen dekken. De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum, een budget beschikbaar voor voorlichting en informatie. Strafbepalingen Artikel15 Met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die bij de stemming: a.stembiljetten, volmachtbewijzen, oproepingskaarten en kiezerspassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; stembiljetten, volmachtbewijzen, oproepingskaarten en kiezerspassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken danwel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft; stembiljetten, volmachtbewijzen, oproepingskaarten en kiezerspassen voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechteljk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden. Geldigheid en inhoud van de uitslag Artikel16 Het raadplegend referendum is geldig als minimaal 30% van de kiesgerechtigden opkomt. De uitslag van het raadplegend referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen. De keuzemogelijkheid waarvoor de meeste stemmen zijn uitgebracht wordt vervolgens door de raad aangemerkt als voorgedragen voorkeursmodel. Raadsbesluit Artikel17 In -zo mogelijk- de eerste vergadering van de gemeenteraad na het plaatsvinden van het raadplegend referendum, vindt besluitvorming plaats omtrent het onderwerp dat door middel van het startdocument onderwerp van raadplegend referendum was. Slotbepalingen Artikel18 Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Artikel19 Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening raadplegend referendum gemeente Diemen 2004. Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn openbare vergadering van 25 maart 2004De griffier,De voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.