Aanwijzingsbesluit krachtens artikel 2:32 van de Algemene plaatselijke verordening UtrechtBurgemeester en Wethouders van Utrecht: Gelet op -artikel 160 Gemeentewet en -artikel 2:32 tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht (hierna te noemen: APV) Besluiten: Artikel1 Als gebied waar het op grond van artikel 2:32 tweede lid van de APV, verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, op of aan een openbare plaats, zonder wezenlijke tijdsonderbreking, langer dan 28 dagen te parkeren, aan te wijzen: De gehele stad Utrecht: alle openbare plaatsen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Utrecht, met uitzondering van het gebied omschreven in het tweede besluitpunt (waar het verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel zonder wezenlijke tijdsonderbreking langer dan 14 dagen te parkeren). Artikel2 Als gebied waar het op grond van artikel 2:32 tweede lid van de APV, verboden is een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, op of aan een openbare plaats, zonder wezenlijke tijdsonderbreking langer dan 14 dagen te parkeren, aan te wijzen: Voetgangersgebied in de binnenstad en het Stationsgebied: bestaande uit alle openbare plaatsen in het gebied omsloten door: Westplein, Sijpesteijnkade, Sijpesteijntunnel, denkbeeldige lijn langs het spoor tot Leidseveer, Leidseveer, Catharijnekade, Vredenburg, Viestraat, Potterstraat, Lange Jansstraat, Janskerkhof, Boothstraat, Voorstraat, Wittevrouwenstraat, Lucasbolwerk, denkbeeldige lijn langs de singel naar de Nobeldwarsstraat, Hieronymusplantsoen, Kromme Nieuwegracht, Drift, Janskerkhof, Korte Jansstraat, Domstraat, Domplein, Wed, Oudegracht, Lijnmarkt, Zadelstraat, Mariaplaats, Catharijnesingel, Moreelsepark, Laan van Puntenburg, Moreelsebrug, Croeselaan, zoals aangegeven op tekening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.