Rechtspositieregeling In- en doorstroombanen bij de gemeente Den HaagHierbij treft u ter uitvoering aan ons besluit van heden tot vaststelling van de Rechtspositieregeling In-en doorstroombanen bij de gemeente Den Haag. In vergelijking met een eerdere concept-regeling is in bijgaande definitieve versie op dringend verzoek van de vakorganisaties de salarislijn voor zowel de instroombaan als die voor de doorstroombaan meteen periodiek ingekort. De salarisregeling In- en doorstroombanen bevat nu evenveel periodieken als in de algemene salarisstructuur het geval is. Het overleg met de vakorganisaties heeft voorts geleid tot het van toepassing verklaren van de algemeen geldende overwerkregeling, alsmede tot de introductie van het op declaratiebasis vergoeden van onregelmatige dienst. Ter toelichting merken wij het volgende op. De gemeente treedt ook zelf op als werkgever voor langdurig werklozen. Rechtspositioneel gebeurt dit op basis van de Arbeidsovereenkomsten- verordening. Daarbij geldt tot nog toe de Regeling Melkertbanen. Deze regeling wordt vervangen door bijgaande Rechtspositieregeling In- en doorstroombanen bij de gemeente Den Haag. De nieuwe rechtspositieregeling loopt qua salariëringsmogelijkheden in de pas met het rijksbesluit. Op 1 januari 2000 is het Besluit In- en doorstroombanen (Stb. 1999, nr. 591) in werking getreden. Nieuw is de doelstelling dat naast het scheppen van extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen er tevens aandacht voor doorstroom en uitstroom vanuit deze extra banen naar andere reguliere arbeid zal plaatsvinden. Het besluit regelt de aanspraken van gemeenten op financiële middelen om uitvoering te kunnen geven aan het extra werkgelegenheidsbeleid. Het gemeentelijk subsidiebeleid ter zake is vastgesteld bij rb 100 d.d. 22 april
- Als gemeentelijke toetsingscriteria (dictum V van rb 100) gelden de passendheid van de functie voor de doelgroep langdurig werklozen, alsmede de concretisering van een scholingsplan en van begeleiding. Het gemeentelijk subsidie (dictum IV van rb 100) is vastgesteld op maximaal 125 procent van het wettelijk minimumloon (WML) voor de Instroombaan en op maximaal 130 procent WML voor de doorstroombaan. De subsidie volgt de salariëring van maximaal 130 procent voor een I-baan en van 150 procent voor een D-baan aan het einde van de salarislijn dus slechts gedeeltelijk. Het eventuele verschil tussen loonkosten en subsidie komt ten laste van de werkgever. De in rb 100 bepaalde subsidienormen zijn mede maatgevend met betrekking tot de ID-banen die bij de gemeente zelf worden gerealiseerd. De feitelijke uitvoering van rb 100 geschiedt in mandaat door de afdeling Werkgelegenheidsprojecten en Arbeidsmarktbeleid van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten (SZW). In de rechtspositieregeling I/D-banen zijn als nieuwe elementen opgenomen de doorstroombanen en de uitstroompremie. De uitstroompremie wordt verstrekt door de Dienst SZW. De nieuwe regeling verklaart voorts de salarisregels, zoals hierboven beschreven, van toepassing. Anders dan voorheen verklaart de rechtspositieregeling de algemene regels voor overwerk en onregelmatige dienst uit de Algemene beloningsregeling 1992 van kracht op de betreffende categorie medewerkers. Om doelmatigheidsredenen wordt geen vaste toelage toegekend, maar wordt de vergoeding bepaald met inachtneming van de werkelijk gewerkte onregelmatige uren. De vergoeding voor in opdracht verricht overwerk bestaat uit verlof, gelijk aan het aantal uren dat de feitelijke arbeidsduur (in een volledige betrekking) per week wordt overschreden. Nieuw is dat er een toeslag in geld bijkomt, echter niet in alle gevallen. De toeslag geldt voor overwerk op zaterdag en op zondag. Bovendien geldt de toeslag op doordeweekse dagen voor zover het overwerk meer bedraagt dan twee uur per week. De beleidslijn blijft overigens dat overwerk zo veel als mogelijk is dient te worden voorkomen. Aangezien de kosten voor de vergoeding van onregelmatige dienst en overwerk niet subsidiabel zijn, dient dekking te worden gevonden binnen de dienstbegroting. De nieuwe voorzieningen kunnen derhalve niet leiden tot uitzetting van de begroting. De nieuwe rechtspositieregeling geeft mede uitwerking aan motie 1.
- Daarin is ons onder meer verzocht er zorg voor te dragen dat de betrokken diensten een plan van aanpak opstellen over de instrumenten als assesment, scholing en training voor de I/D-medewerkers. Wat de realisering van motie 1.5 betreft wordt verwezen naar diverse bepalingen in bijgaande ontwerp-regeling. Artikel 7, eerste lid geeft aan dat het hoofd van dienst de uitstroom uit de instroom- en doorstroombanen naar niet gesubsidieerde arbeid bevordert en dat hij daaromtrent ingaande 2001 jaarlijks een plan van aanpak opstelt, dat door tussenkomst van de directie POI van de Bestuursdienst ter kennis gebracht van de Commissie voor Economie en Personeel en de Centrale Commissie van Overleg. Artikel 7 legt bovendien een relatie met de eenmalige uitstroompremie, zoals deze door de Dienst SZW wordt uitgevoerd. BSD2001276 II Artikel 8 draagt het diensthoofd op te zorgen voor begeleiding van de werknemer, waartoe onder meer behoort het ten minste jaarlijks doen plaatsvinden van functioneringsgesprekken met de werknemer. Voorts stelt het diensthoofd de werknemer in de gelegenheid scholing te volgen die bijdraagt aan het goed vervullen van de werkzaamheden en het vergroten van zijn kans op een niet gesubsidieerde dienstbetrekking. Het bij de dienst ingaande 2001 jaarlijks op te stellen scholingsplan behoeft de instemming van de ondernemingsraad. Ook het scholingsplan met de daaraan ten grondslag liggende financiering wordt door tussenkomst van de directie POI van de Bestuursdienst ter kennis gebracht van de Commissie voor Economie en Personeel en de Centrale Commissie van Overleg. Artikel 9, vierde lid, bepaalt dat het diensthoofd in de jaarrekening - te beginnen in de jaarrekening 2001 -melding maakt van het aantal gecreëerde en bezette instroom- en doorstroombanen, de uitstroom naar niet gesubsidieerde dienstbetrekkingen, uitgesplitst naar vertrek binnen en buiten de gemeentedienst, alsmede van de aard en omvang van de scholingsactiviteiten en de daaraan verbonden kosten. In het gemeentebrede Sociaal Jaarverslag wordt vervolgens daarvan verslag gedaan. Met het bovenstaande is de Haagse Rechtspositieregeling I/D-banen meer in overeenstemming gebracht met de verlangens van de vakorganisaties, het Beleidsprogramma 1998 - 2002 en de moties 0.4 en 1.5 van de gemeenteraad. De in de nieuwe regeling opgenomen salarisregeling, werkt vanwege het karakter van de desbetreffende algemene maatregel van bestuur in formele zin terug tot 1 januari
- De overwerkregeling en de regeling onregelmatige dienst werken terug tot 1 december
- Tot slot delen wij u mee dat de ondernemingsraden een belangrijke rol vervullen bij het creëren van de I/D-banen. De procedure die met betrekking tot de Melkert Regeling werd gevolgd zal, behoudens voor wat betreft de werkzaamheden van de commissie ad hoc, ook in de nieuwe regeling gelden. Onder meer zijn de volgende stappen daarin te onderkennen: a. voorlopige aanmelding bij de Dienst SZW van potentiële functies voor I/D-banen. In geval het een functie voor een doorstroombaan betreft, geldt dat deze vergezeld moet gaan van de functieomschrijving van de I-baan waarin de betreffende kandidaat werkzaam is; b. beoordeling van de potentiële functies door de betrokken ondernemingsraad die daarover advies uitbrengt aan het diensthoofd; c. toetsing en vaststelling van de extra arbeidsplaats in relatie tot subsidieverlening door de Dienst SZW (hiervoor is een accoordverklaring van de ondernemingsraad noodzakelijk); d. vaststelling van de I/D-baan door het diensthoofd. Gelet op de inbreng van de betrokken ondernemingsraden en de waarborgen die dit schept op het vlak van de In- en doorstroombanen is de adviserende rol van de zogenaamde ad hoc commissie BSD2001276 II Melkertbanen komen te vervallen. Tot slot verzoeken wij u namens ons college en onder onze verantwoordelijkheid uitvoering te geven aan bijgaande Rechtspositieregeling In- en doorstroombanen bij de gemeente Den Haag. Voorzover op grond van de nieuwe regeling met ingang van 1 december 2000 individuele aanspraken dienen te worden gerealiseerd, gelieve u deze te effectueren bij de salarisbetaling over de maand maart
- Burgemeester en wethouders van Den Haag, de secretaris, de burgemeester, J.A.M. Kroese-Duijsters W.J. Deetman IN- EN DOORSTROOMBANEN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DEN HAAG, gezien het voorstel van de wethouder van Economie en Personeel; gelet op raadsbesluit 100 van 1999, de Arbeidsovereenkomstenverordening, de Bezoldigingsverordening 1986 en het Besluit in- en doorstroombanen; in overeenstemming met het standpunt van de Centrale Commissie van Overleg; Besluiten: vast te stellen de Rechtspositieregeling In- en doorstroombanen bij de gemeente Den Haag. Artikel1 Deze regeling verstaat onder: besluit: Besluit in- en doorstroombanen (KB van 17 december 1999); werknemer: degene die in het kader van het Besluit in- en doorstroombanen bij de gemeente Den Haag werkzaam is op arbeidsovereenkomst; Dienst SZW: Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten. Artikel2 1De voor de gemeente Den Haag uit het besluit voortvloeiende subsidie voor de kosten van het realiseren van dienstbetrekkingen met langdurig werklozen wordt ten dele besteed ten behoeve van het creëren van extra arbeidsplaatsen bij de gemeentelijke diensten. 2De in het eerste lid bedoelde arbeidsplaatsen worden verwezenlijkt als extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen in de vorm van instroombanen en doorstroombanen. 3De in het eerste lid bedoelde arbeidsplaatsen worden structureel gefinancierd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, door tussenkomst van de Dienst SZW. De rijkssubsidie is daarmee een randvoorwaarde voor het bestaan van de extra arbeidsplaatsen bij de gemeente. Artikel3 1Op de werknemer is, met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, de rechtspositie op grond van de Arbeidsovereenkomstenverordening van toepassing. 2Indienstneming vindt plaats op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder h van de Arbeidsovereenkomstenverordening. 3De werknemer wordt in dienst genomen voor bepaalde tijd voor de duur van een jaar. 4Bij lichamelijke en geestelijke geschiktheid en bij ten minste voldoende functioneren wordt een jaar na de datum van indienstneming een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verleend. Artikel4 1De arbeidsduur per week bedraagt bij aanvang van de dienstbetrekking ten minste zoveel uren, dat de werknemer niet is aangewezen op een uitkering als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van het Besluit in- en doorstroombanen, waarop hij recht zou hebben gehad indien met hem niet die dienstbetrekking zou zijn aangegaan, tenzij op grond van bij de werknemer gelegen factoren een andere arbeidsduur aangewezen is. 2In geval van deeltijdarbeid wordt het salaris naar rato van het aantal werkuren vastgesteld. Artikel5 De salariëring van de werknemer vindt plaats met inachtneming van artikel 3 van de Bezoldigingsverordening 1986, dat de bevoegdheid verleent om in bepaalde gevallen afzonderlijke salarisregelingen vast te stellen. Overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid luidt de salarisregeling I/D-banen ten aanzien van de werknemer als volgt: Instroombanen trede maandsalaris bij volledige werkweek ƒ per 01-01-2000 ƒ per 01-08-2000 ƒ per 01-10-2000 ƒ per 01-01-2001 ƒ per 01-05-2001 i per 01-01-2002 0 100 procent WML*WML staat voor wettelijk minimumloon 100 procent WML 100 procent WML 100 procent WML 100 procent WML 100 procent WML 1 2464 2501 2538 2586 2672 1212 2 2526 2564 2602 2652 2739 1243 3 2588 2627 2666 2717 2807 1274 4 2651 2690 2731 2783 2874 1304 5 2713 2754 2795 2848 2942 1335 6 2775 2817 2859 2913 3009 1366 7 2837 2880 2923 2979 3077 1396 8 2900 2943 2987 3044 3145 1427 9 2962 3006 3052 3109 3212 1458 10 3024 3070 3116 3175 3280 1488 11 130 procent WML 130 procent WML 130 procent WML 130 procent WML 130 procent WML 130 procent WML Doorstroombanen trede maandsalaris bij volledige werkweek ƒ per 01-01-2000 ƒ per 01-08-2000 ƒ per 01-10-2000 ƒ per 01-01-2001 ƒ per 01-05-2001 i per 01-01-2002 0 2549 2588 2626 2676 2765 1255 1 2635 2675 2715 2766 2857 1297 2 2721 2761 2803 2856 2950 1339 3 2806 2848 2891 2946 3043 1381 4 2892 2935 2979 3036 3136 1423 5 2976 3021 3066 3125 3228 1465 6 3062 3108 3155 3215 3321 1507 7 3148 3195 3243 3304 3414 1549 8 3233 3282 3331 3394 3506 1591 9 3319 3369 3419 3484 3599 1633 10 3405 3456 3508 3574 3692 1675 11 150 procent WML 150 procent WML 150 procent WML 150 procent WML 150 procent WML 150 procent WML Bij indiensttreding van de werknemer in een instroombaan vindt gedurende de eerste twaalf maanden na indienstneming de inschaling in de salarisregeling volgens het tweede lid plaats op het bedrag gelijk aan trede 0 van de Instroombaan. Van het bepaalde in het derde lid kan worden afgeweken, indien de werknemer met het aangaan van de dienstbetrekking een loon zou ontvangen, dat minder bedraagt dan het loon dat hij direct voorafgaande aan die dienstbetrekking ontving in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling werkzoekenden of in een eerdere dienstbetrekking als bedoeld in het Besluit in- en doorstroombanen. Bij ten minste voldoende functioneren worden de periodieke verhogingen toegekend zoals die in de salarisregeling zijn aangegeven. Om tewerk te kunnen worden gesteld in een doorstroombaan dient de werknemer gedurende tenminste vijf jaar werkzaam te zijn geweest in een in het kader van het besluit gecreëerde instroombaan. In de referteeis van tenminste vijf jaar kan een periode van ten hoogste twee jaar worden betrokken, waarin een dienstbetrekking in de zin van de Wet inschakeling werkzoekenden dan wel de Wet sociale werkvoorziening is vervuld. Bij overgang van een instroombaan naar een doorstroombaan wordt het naasthogere salaris in de salarisregeling voor de doorstroombaan toegekend, rekening houdend met de uitvoeringsregels op grond van de Bezoldigingsverordening
- Artikel6 1Het in opdracht van het bevoegd gezag volgens vastgesteld rooster werken op van de normale werktijden afwijkende uren wordt gecompenseerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen B16 tot en met B19 van de Algemene beloningsregeling 1992, met dien verstande dat geen toepassing wordt gegeven aan artikel B19, derde en vierde lid. 2Het in opdracht van het bevoegd gezag verrichten van overwerk wordt gecompenseerd overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk C van de Algemene beloningsregeling
- Artikel7 1Het diensthoofd bevordert de uitstroom uit de instroom- en doorstroombanen naar niet gesubsidieerde arbeid en stelt daaromtrent voor de aanvang van het kalenderjaar een plan van aanpak op, te beginnen met een plan van aanpak voor het jaar
- Het plan van aanpak wordt door tussenkomst van de directie POI van de Bestuursdienst ter kennis gebracht van de Commissie voor Economie en Personeel en de Centrale Commissie van Overleg. 2Als stimulans voor doorstroming van werknemers naar niet gesubsidieerde arbeid geldt de eenmalige uitstroompremie van i 1815,00 netto (niveau 2000) zoals die wordt uitgevoerd door de Dienst SZW. Artikel8 1Het diensthoofd draagt zorg voor begeleiding van de werknemer, waartoe onder meer behoort het ten minste jaarlijks doen plaatsvinden van functioneringsgesprekken met de werknemer. 2Het diensthoofd stelt de werknemer in de gelegenheid scholing te volgen die bijdraagt aan het goed vervullen van de werkzaamheden en het vergroten van zijn kans op een niet gesubsidieerde dienstbetrekking, mits voor ten minste 80 procent van de overeengekomen arbeidsduur werkzaamheden worden verricht. 3In afwijking van het eerste lid kan de voor het verrichten van werkzaamheden beschikbare tijd minimaal 60 procent van de overeengekomen arbeidsduur bedragen, indien opleidingen worden gevolgd die bestaan uit een beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. 4Het door het diensthoofd jaarlijks op te stellen scholingsplan behoeft de instemming van de ondernemingsraad. Het scholingsplan met de daaraan ten grondslag liggende financiering wordt door tussenkomst van de directie POI van de Bestuursdienst ter kennis gebracht van de Commissie voor Economie en Personeel en de Centrale Commissie van Overleg. Artikel9 1Met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens het besluit en het bepaalde in deze regeling, is het diensthoofd verantwoordelijk voor realisering van de extra arbeidsplaatsen voor langdurig werklozen. 2De betrokken ondernemingsraad adviseert het diensthoofd en over de vraag of sprake is van een potentiële functie in de zin van het Besluit in- en doorstroombanen. 3Nadat het in het vorige lid bedoelde advies is verkregen en met de ter uitvoering van rb 100 van 1999 van de Dienst SZW verkregen akkoordverklaring omtrent de gesubsidieerde arbeidsplaats stelt het diensthoofd met instemming van de ondernemingsraad de instroombaan of doorstroombaan vast. 4Het diensthoofd vermeldt in de jaarrekening 2001 en in de daarop volgende jaarrekeningen ten minste: het aantal gecreëerde en bezette instroom- en doorstroombanen in het betreffende jaar; de uitstroom in het betreffende jaar naar niet gesubsidieerde dienstbetrekkingen, uitgesplitst naar vertrek binnen en buiten de gemeentedienst; de aard en omvang van de scholingsactiviteiten in het betreffende jaar, alsmede de daaraan verbonden kosten in het betreffende jaar. 5.Ten behoeve van de verkrijging van het subsidie rapporteert het diensthoofd per kwartaal over de uitvoering van deze regeling aan de Dienst SZW op de door deze dienst aangegeven wijze. Artikel10 1Vanwege de koppeling van de extra arbeidsplaats aan het subsidie van rijkswege is het Sociaal Beleidskader reorganisaties, niet van toepassing bij het wegvallen van het rijkssubsidie. 2De instroom- en doorstroombanen worden opgeheven, indien het subsidie vervalt. 3Indien de situatie als in het tweede lid bedoeld zich voordoet, wordt de arbeidsovereenkomst door opzegging door burgemeester en wethouders beëindigd. Artikel11 1De uitvoering van deze regeling berust namens het college van burgemeester en wethouders en onder hun verantwoordelijkheid bij het diensthoofd. 2In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen burgemeester en wethouders. 3De Centrale Commissie van Overleg, dan wel een door haar ingestelde commissie beoordeelt periodiek of deze regeling aan haar doelstellingen beantwoordt en doet van haar bevindingen verslag aan burgemeester en wethouders. Artikel12 1Behoudens het bepaalde in artikel 6 treedt deze regeling heden in werking en werkt terug tot 1 januari
- 2Het bepaalde in artikel 6 treedt heden in werking en werkt terug tot 1 december
- 3De Regeling Melkertbanen, besluit van 28 oktober 1997, kenmerk PI7000656, vervalt op 1 december
- 4Deze regeling kan worden aangehaald als “Rechtspositieregeling In- en doorstroombanen bij de gemeente Den Haag, of afgekort als RID. Den Haag, 20 februari 2001 Burgemeester en wethouders van Den Haag, de secretarisJ.A.M.Kroese-Duijstersde burgemeesterW.J.Deetman