Mandaat- en aanwijzingsbesluit DPG - GGDrU gemeente De Ronde Venen 2017Gelet op artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen besloten tot vaststelling van het volgende besluit: Artikel1Mandaat en aanwijzing 1.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen verleent mandaat aan de Directeur Publieke Gezondheid van de GGDrU tot de uitoefening van de bevoegdheid tot het nemen en ondertekenen van besluiten als bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit. 2.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen wijst de Directeur Publieke Gezondheid aan als toezichthouder als bedoeld in de artikelen 1.61, eerste lid en 2.19, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel2Schakelbepaling Onder de verlening van het mandaat als bedoeld in artikel 1 wordt mede verstaan: Het toestaan van het verlenen van ondermandaat voor het nemen en ondertekenen van besluiten aan medewerkers van de GGDrU; Het voorbereiden van de besluiten als bedoeld in artikel 1; Het doen uitvoeren van de besluiten als bedoeld in artikel 1, met in begrip van het verrichten van alle feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen die daartoe strekken. Artikel3Uitgezonderde besluiten en beslissingen 1.Van de mandaatverlening als bedoeld in artikel 1 zijn uitgesloten de bevoegdheden tot het nemen van de navolgende besluiten en beslissingen: Het verlenen van een ondermandaat voor de bevoegdheid tot het aanwijzen van een persoon als toezichthouder; Het verlenen van een ondermandaat voor de bevoegdheid tot het aanwijzen van een andere door de wet genoemde functionaris als bedoeld in artikel 1 sub a tot en met c van bijlage 1 bij dit mandaatbesluit; Het nemen van een besluit op bezwaar gericht tegen een primair besluit als bedoeld in artikel 1; Het behandelen van beroepsprocedures en voorlopige voorzieningen bij de bestuursrechter tegen primaire besluiten en besluiten op bezwaar en hoger beroepsprocedures gericht tegen uitspraken van de rechtbank. 2.Onder de uitsluitingsgronden als bedoeld in het eerste lid onder c en d valt niet het verlenen van ondersteuning ten behoeve van de voorbereiding van het nemen van een besluit op bezwaar respectievelijk van de behandeling van het beroep en hoger beroep en van de voorlopige voorziening. Artikel4Instructies 1.Ten aanzien van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden verleent het college van burgemeester en wethouders uitsluitend schriftelijke instructies, tenzij sprake is van een spoedeisend geval. 2.Het college van burgemeester en wethouders stemt zijn schriftelijke instructies als bedoeld in het eerste lid vooraf af met de Directeur Publieke Gezondheid van de GGDrU. Artikel5Uitvoering van het mandaat Het algemeen bestuur stemt schriftelijk in met de verlening van dit mandaat aan de Directeur Publieke Gezondheid door kennisgeving daarvan aan het college van burgemeester en wethouders voordat de Directeur Publieke Gezondheid het mandaat uitvoert dan wel doet uitvoeren. Artikel6Wijze van ondertekening Een op grond van dit mandaat genomen besluit wordt door de (onder)gemandateerde ondertekend met de vermelding: Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen,gevolgd door handtekening, naam en functieaanduiding van de gemandateerde. Artikel7Aanduiding Dit besluit kan aangehaald worden als Mandaat- en aanwijzingsbesluit DPG - GGDrU gemeente De Ronde Venen 2017. Artikel8Inwerkingtreding 1.Dit besluit treedt in werking op de eerstvolgende dag nadat het op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. 2.Bij de inwerkingtreding wordt het Mandaat- en aanwijzingsbesluit college - DPG GGDrU dat was vastgesteld op 4 oktober 2016 ingetrokken. Aldus vastgesteld op 27 juni 2017 te Mijdrecht.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen,MarcelBastiaansenloco-secretarisMaartenDivendalburgemeesterBijlage1 Bijlage als bedoeld in artikel 1 van het Mandaatbesluit college aan DPG GGDrU Artikel1Tot de bevoegdheid tot het nemen van de besluiten als bedoeld in artikel 1 van het Mandaatbesluit college aan DPG GGDrU behoren de bevoegdheden zoals geregeld in de navolgende wettelijke bepalingen: artikel 4 Wet op de lijkbezorging (bevoegdheid tot aanwijzing lijkschouwer); artikel 6.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning (bevoegdheid tot aanwijzing als toezichthouder); artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (mandatering/machtiging van bevoegdheden van de DPG/toezichthouder); het nemen van besluiten als bedoeld in de artikelen 1.65 en 2.23 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; artikel 7 Leerplichtwet 1969 (bevoegdheid tot het aanwijzen van een arts - niet zijnde de behandelende arts - of van een door hen aangewezen academisch gevormde of daarmede bij ministeriële regeling gelijkgestelde pedagoog of psycholoog); artikel 5.1 en 5.2 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.