MINIMAREGELING WALCHEREN 2010Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. SDW: het bestuur van de Sociale Dienst Walcheren; b. Het college: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen; c. WWB de Wet werk en bijstand; d. belanghebbende de persoon die ten behoeve van zichzelf en/ of één of meerdere kinderen een voorziening in het kader van deze regeling verzoekt dan wel ambtshalve aanspraak maakt op een voorziening; e. partner de persoon die al of niet gehuwd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; f. Gezin een belanghebbende die met een partner een gezamenlijke huishouding voert; g. Gezamenlijke huishouding bij de beoordeling of er sprake is van een gezamenlijke huishouding wordt aangesloten bij bepalingen die hiervoor in de WWB gelden; h. Alleenstaande de persoon van 18 jaar en ouder die niet gehuwd is of die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij/zij gehuwd is en geen ten laste komende kinderen heeft; i. Alleenstaande ouder de ongehuwde van 18 jaar en ouder die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; j. Ten laste komend kind het kind tot 18 jaar waarvoor aanspraak op kinderbijslag wordt gemaakt door belanghebbende of diens partner; de regeling is ook van toepassing voor kinderen die uit huis zijn geplaatst maar waarvoor de ouder wel kinderbijslag ontvangt; voorziening: geldelijke bijdrage; k. Voorziening geldelijke bijdrage; l. Bijstandsnorm de op de alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermeerderd of verminderd met de door de SDW vastgestelde verhoging of verlaging, zoals genoemd in artikel 5 aanhef en onder c van de WWB; m. Inkomen het netto inkomen exclusief vakantietoeslag over de peilmaand, waarbij voor het inkomen wordt aangesloten bij de bepalingen van artikel 32 van de WWB, voor zelfstandigen wordt het inkomen vastgesteld op de laatst vastgestelde jaarrekening met een maximum van drie jaar voor de peildatum; n. Chronisch zieke een belanghebbende of een kind, die op de peildatum: 1.geïndiceerd is voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, gehandicaptenparkeerkaart en of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor wonen, werk en vervoer, of op een ander wijze kunnen aantonen dat er sprake is van een chronische ziekte of handicap of: 2.een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%; 3.beschikt over een medische rapportage waaruit blijkt dat er sprake is van een arbeidsongeschiktheid van tenminste 80%; o. Peildatum 1 januari van het kalenderjaar waarop de voorziening betrekking heeft; p. Peilmaand de maand januari van het kalenderjaar waarop de voorziening betrekking heeft; q. Inrichting 1.een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden; 2.een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van slaapgelegenheid, waarbij de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding gedurende meer dan de helft van ieder etmaal aanwezig is; 3.bij verblijf in een inrichting wordt het inkomen van belanghebbende of diens partner verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de verschuldigde bijdrage in de verzorgingskosten; 4.indien de belanghebbende of diens partner in een inrichting verblijft wordt het sociaal minimum verhoogd met het bedrag genoemd in artikel 23, tweede lid WWB. Hoofdstuk2Doelstelling en doelgroep Artikel2.Doelstelling en doelgroep 1.De Minimaregeling Walcheren 2010 heeft tot doel te bevorderen dat belanghebbenden die tot de doelgroep behoren, kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en een voorziening kunnen ontvangen in de kosten van sociaal-culturele en sportieve activiteiten dan wel een voorziening kunnen ontvangen in de verborgen kosten die verband houden met de chronische ziekte of handicap. Voor kinderen wordt verder het toegankelijk houden van het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs beoogd. 2.Tot de doelgroep behoren: de alleenstaande met een inkomen dat in de peilmaand gelijk is aan of minder dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; de alleenstaande ouder met een inkomen dat in de peilmaand gelijk is aan of minder dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; het gezin met een inkomen dat in de peilmaand gelijk is aan of minder dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm; het ten laste komend kind of kinderen deel uitmakend van het gezin of alleenstaande ouder. 3.De voorziening is als volgt: sociaal culturele bijdrage voor ten laste komende kinderen; sociaal culturele bijdrage voor personen van 18 tot 65 jaar; sociaal culturele bijdrage voor personen van 65 jaar en ouder; voorziening voor chronisch zieke. Hoofdstuk3Voorwaarden voor het recht op een voorziening Artikel3.Voorwaarden 1.Om voor een voorziening in aanmerking te komen di ent de belanghebbende en partner op de peildatum in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Vlissingen ingeschreven te staan, met uitzondering van de kinderen die uit huis zijn geplaatst als bedoeld in artikel 1 onder j. 2.In het kalenderjaar waarop de voorziening betrekking heeft mag niet eerder eenzelfde voorziening verstrekt zijn volgens deze verordening. 3.Indien er sprake is van een situatie waarbij slechts één van de partners voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, wordt bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op een voorziening en bij de vaststelling van de omvang van de voorziening de partner die niet aan de voorwaarden voldoet buiten beschouwing gelaten. Artikel4.Inkomen en vermogen 1.Bij het vaststellen van het inkomen wordt in aanmerking genomen het inkomen zoals vermeld in artikel 31, 32 en 33 van de WWB. 2.Voor het vaststellen van het vermogen zijn de bepalingen als genoemd in artikel 34 van de WWB van toepassing. 3.Indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het inkomen in de peilmaand hoger is dan de norm wordt uitgegaan van een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door de som van het inkomen dat maximaal 12 maanden voorafgaand aan de peilmaand is ontvangen te delen door het aantal maanden waarover het inkomen is ontvangen. 4.Voor het niet in aanmerking nemen van middelen en inkomen wordt aangesloten bij de bepalingen van artikel 31, 32 en 33 WWB. Artikel5.Aanvraag 1.De voorziening wordt voor de belanghebbende van wie de inkomensgegevens over de peilmaand bekend zijn bij de SDW ambtshalve verstrekt. Ambtshalve verstrekking vindt plaats in het jaar waarop de voorziening betrekking heeft. Voor de voorziening sociale culturele bijdrage ten behoeve van doelgroep 18 tot 65 jaar geldt dat zij een afzonderlijke aanvraag moeten indienen en kan niet worden volstaan met een ambtshalve verstrekking. 2.In alle overige gevallen wordt de voorziening op aanvraag verstrekt. 3.De aanvraag voor de voorziening moet bij de SDW worden ingediend binnen het kalenderjaar waarop de voorziening betrekking heeft. 4.Een aanvraag wordt gedaan op een daartoe door de SDW vastgesteld formulier, onder overlegging van de op dat formulier vermelde bescheiden. Hoofdstuk4Voorziening Artikel6.Sociaal culturele bijdrage Een voorziening kan worden verleend aan een belanghebbende die naar het oordeel van het college ten behoeve van sociaal-culturele en sportieve activiteiten kosten maakt, daaronder ook begrepen schoolkosten voor het voortgezet en middelbaar onderwijs. Artikel7.Verborgen kosten chronisch zieke Een voorziening kan worden verleend aan een belanghebbende, die naar het oordeel van het college van het lopende kalenderjaar voor zichzelf dan wel ten behoeve van zijn/haar ten laste komend kind kosten maakt in verband met een chronische ziekte. Artikel8.Hoogte van de voorziening 1.De voorziening voor de sociaal-culturele en sportieve activiteiten bedraagt voor: een ten laste komend kind tot het voortgezet onderwijs € 140 per kalenderjaar; een ten laste komend kind vanaf het voortgezet onderwijs tot 18 jaar € 200 per kalenderjaar; een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 115 per kalenderjaar; een gezin zonder kinderen € 115 per kalenderjaar voor de belanghebbende en diens partner ieder afzonderlijk. 2.De voorziening voor de chronisch zieke bedraagt € 250 per kalenderjaar. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel9.Aanpassing bedragen Het college kan de hoogte van de voorziening per doelgroep wijzigen. Artikel10.Hardheidsclausule De SDW kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze regeling indien zij van mening is dat de belanghebbende in bijzondere omstandigheden verkeert waardoor toepassing van deze verordening niet tot het beoogde of gewenste doel leidt. Artikel11.Nadere voorschriften De SDW kan nadere voorschriften vaststellen voor de uitvoering van de bepalingen van deze regeling. Artikel12.Citeerartikel Deze regeling wordt aangehaald als “Minimaregeling Walcheren 2010”. Artikel13.Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na de datum van publicatie en werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.