← Nederland

Bijstandsverordening Wet werk en bijstand (Zuidhorn)

Bijstandsverordening Wet werk en bijstandDe raad van de gemeente Zuidhorn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidhorn d.d. 15 november 2011; gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 8, van de Wet werk en bijstand; BESLUIT: vast te stellen de Wijzigingsverordening Bijstandsverordening Wet werk en bijstand 2004 HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze wet wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21 sub c van de wet; verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming opname in een verpleeg-of verzorgingstehuis. Artikel2 1.De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. 2.De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 laten de toepassing van artikel 18, eerste lid, van de wet onverlet. HOOFDSTUK2Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm Artikel3 1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande en alleenstaande ouder die de kosten niet kan delen met een ander. 2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die de kosten kan delen met een ander. 3.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander met wie de kosten gedeeld kunnen worden: kinderen van 18 jaar en ouder met een inkomen lager dan 50 procent van het minimumloon. verzorgingsbehoevenden in de tweede graad die door de belanghebbende worden verzorgd. HOOFDSTUK3Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of toeslag Artikel4 1.De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die de kosten kunnen delen met één of meer anderen. 2.Het derde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel5 De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor de belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten verbonden zijn of indien geen woning bewoond wordt. Artikel6 De verlaging als bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm. Artikel7 1.De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 jaar betreft; 2.De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 22 jaar betreft; 3.In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe van het eerste lid zou leiden. 4.De vorige leden zijn niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende op wie artikel 6 van toepassing is. Artikel8 De toepassing van de artikelen 3 tot en met 7 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke bijstandsnorm voor de belanghebbende tenminste bedraagt 35 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande; 65 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder; 75 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden. HOOFDSTUK4Budgetbeheer en bijstand in natura Artikel9 Gevallen waarin tot budgetbeheer en de verlening van bijstand in natura wordt overgegaan, worden door het college van burgemeester en wethouders bepaald. HoofdstukRegelingen in verband met de wijziging en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012 Artikel9aWijziging betekenis begrippen 1.Waar in deze verordening de begrippen 'alleenstaande', 'alleenstaande ouder' en 'gezin' worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als 'alleenstaande', 'alleenstaande ouder' en 'gezin' in artikel 4 van de wet. 2.Waar in deze verordening wordt gesproken over 'gehuwde(n)' of 'gehuwdennorm' hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als 'gezin', bedoeld in artikel 4, respectievelijk 'gezinsnorm', bedoeld in artikel 21, van de wet. Artikel9bWijziging verwijzingen Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel c, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 21 van de wet. HOOFDSTUK5Slotbepalingen Artikel10 De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel11 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders. Artikel12 Ter uitvoering van deze verordening kan het college van burgemeester en wethouders nadere regels stellen. Artikel13 Deze verordening kan worden aangehaald als “Bijstandsverordening Wet werk en bijstand”. Artikel14 1.Deze verordening treedt in werking op 1 janauri 2012 met uitzondering van de verplichting voor de jongere onder de 27 jaar om in de 4 weken wachttijd op zoek te gaan naar scholing. Deze verplichting treedt in werking op 1 juli 2012. 2.De Bijstandsverordening vastgesteld op 20 maart 2000 wordt ingetrokken per 1 januari 2005. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidhorn in de openbare raadsvergadering van 12 december 2011, de voorzitter, de griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.