Nadere beleidsregels Minicampings SteenwijkerlandJanuari 2017, Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling/Inwoners en Ondernemers
(750)voor de hele gemeente. Verklaring van geen bedenkingenOok het nemen van een projectbesluit is in principe een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders, maar er is wel een ‘verklaring van geen bedenkingen’ van de gemeenteraad nodig voordat het college deze bevoegdheid mag toepassen. Een verklaring van geen bedenkingen kan per individueel initiatief gevraagd worden aan de gemeenteraad, maar de raad kan er ook voor kiezen een categorie gevallen aan te wijzen waarvoor hij een algemene verklaring van geen bedenkingen afgeeft. Dit laatste ligt voor de hand als het gaat om de minicampings. Het Wabo-projectbesluit is (totdat het nieuwe omgevingsplan in werking is getreden) van toepassing op de hierboven genoemde situaties, ongeacht het bestemmingsplan of de beheersverordening dat/die op die locatie van toepassing is. Reguliere procedureVoor een binnenplanse afwijking moet de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd worden. Dit betekent dat de gemeente in beginsel binnen 8 weken een beslissing neemt op een aanvraag. Tegen die beslissing staat vervolgens bezwaar open en tegen de beslissing op dat bezwaar staat dan weer beroep en hoger beroep open bij de bestuursrechter. Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (UOV)Bij een buitenplanse afwijking (projectbesluit) moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd worden. Dit betekent dat er eerst een ontwerp-besluit ter inzage moet worden gelegd voor een periode van 6 weken. Een ieder kan een zienswijzen indienen op dat ontwerp. Vervolgens wordt er een besluit genomen waartegen dan weer bezwaar, beroep en hoger beroep open staat. De doorlooptijd van een UOV is maximaal 26 weken.
- Toepassing Nadere beleidsregels in de praktijkIntrekking omgevingsvergunning minicampingHet college van burgemeester en wethouders is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen op grond waarvan een minicamping is toegestaan. Het college is ook bevoegd deze omgevingsvergunning weer in te trekken. Dit laatste is aan de orde wanneer een ondernemer zelf aangeeft de minicamping te beëindigen of wanneer de gemeente geconstateerd heeft dat een minicamping drie opeenvolgende kampeerseizoenen niet in gebruik is geweest. Om te bepalen of een minicamping nog in gebruik is, wordt gekeken naar de aangifte van de toeristenbelasting die de ondernemers moeten indienen bij de gemeente en worden ter plaatse controles uitgevoerd om te bepalen wat de feitelijke situatie is. Geen specifiek toewijzingssysteemOp dit moment is er geen sprake van een specifiek toewijzingssysteem voor de minicampings. Een ieder die een aanvraag voor een minicamping indient en voldoet aan de gestelde voorwaarden, krijgt de benodigde omgevingsvergunning. Dit zolang (op basis van de regelgeving in de ruimtelijke plannen) het totaal aantal van 50 minicampings nog niet is bereikt. Het verlenen van de omgevingsvergunning is dus gebaseerd op ruimtelijk relevante criteria en een beleidsuitgangspunt als het gaat om het maximum aantal minicampings. Daarbij is er sprake van een zekere zonering omdat nieuwe minicampings in Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. Deze systematiek wordt overgenomen in deze Nadere regels. Dit betekent dat er geen specifiek toewijzingssysteem wordt gehanteerd. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij geldt dat de kampeerplaatsen waarvoor op dat moment al aanvragen om een omgevingsvergunning in behandeling zijn, meetellen voor de vraag of aan het maximum van 750 kampeerplaatsen op minicampings is voldaan. Beschikbare ruimte voor (uitbreiding van) minicampingsOp dit moment is er een onderbenutting van de maximale ruimte die het ruimtelijke beleid biedt. Er zijn op dit moment 41 minicampings, terwijl er op grond van de beheersverordeningen/bestemmingsplannen in het totaal 50 mogen zijn. Deze situatie kan uiteraard wijzigen, omdat er nieuwe aanvragen ingediend kunnen worden. In het nieuwe beleid voor minicampings heeft de gemeenteraad ook weer een maximum gesteld voor de gemeente als geheel, namelijk 750 kampeerplaatsen. Er kan dan een situatie ontstaan dat dit maximale aantal volledig benut is. Nieuwe aanvragen voor het starten van een nieuwe minicamping dan wel het uitbreiden van een bestaande minicamping zullen op dat moment dan ook worden afgewezen. Er ontstaat dan pas weer ruimte zodra een van de op dat moment bestaande minicampings stopt. Samengevat is de werking van de nieuwe regeling dus als volgt. Diegene die een aanvraag doet voor het starten of uitbreiden van een minicamping krijgt de daarvoor benodigde omgevingsvergunning, mits: hij of zij voldoet aan de gestelde voorwaarden; het totale aantal van 750 kampeerplekken nog niet volledig is benut. Beëindigen minicamping/beschikbaar komen plaatsenDe gemeente zien er op toe dat de verleende omgevingsvergunningen ook daadwerkelijk worden benut. Dit zodat er geen kampeerplekken ongewenst onbenut blijven omdat de vergunninghouder ze niet daadwerkelijk gebruikt. Zoals hiervoor genoemd wordt daarbij een minicamping als beëindigd beschouwd wanneer een ondernemer dit zelf aangeeft of wanneer hij of zij drie aansluitende seizoenen geen gebruik heeft gemaakt van de verleende omgevingsvergunning. Bij dit laatste wordt altijd uitgegaan van het gebruik van de minicamping als geheel en dus het totale aantal kampeerplekken dat op die minicamping is toegestaan. Er wordt dus niet per seizoen gekeken of ook daadwerkelijk op ieder moment het maximale aantal vergunde kampeerplaatsen in gebruik is geweest. Alleen bij een volledige beëindiging van een minicamping komen er dus weer kampeerplaatsen beschikbaar voor andere ondernemers.
- StappenplanDe volgende stappen zullen gezet moeten worden ten behoeve van de uitvoering van deze Nadere regels: Het opzetten van een administratie waarin alle bestaande minicampings zijn opgenomen en waarin alle mutaties worden verwerkt. Het daar waar nodig intrekken van de vergunningen van minicampings die reeds beëindigd zijn. Het verlenen van omgevingsvergunningen aan de minicampings die op dit moment niet beschikken over de juiste planologische basis. Het verlenen van omgevingsvergunningen aan de minicampings die op dit moment in het geheel geen planologische basis hebben. Het verlenen van omgevingsvergunningen aan ondernemers die hun minicamping willen laten groeien van 15 naar 20 kampeerplaatsen. Het verlenen van omgevingsvergunningen voor nieuwe minicampings. I. Adequate administratieHet uitgangspunt dat er maximaal 750 kampeerplaatsen mogen zijn op minicampings binnen de gemeente/ maximaal 50 minicampings moeten zijn, vraagt om een goede administratie van het actuele aantal standplaatsen. Wanneer immers niet bekend is wat het actuele aantal kampeerplaatsen/minicampings is, is ook niet bekend of er nog groeiruimte geboden kan worden voor nieuwe minicampings of de uitbreiding van een bestaande minicamping. II. Intrekken vergunningen beëindigde minicampingsDe gemeente ziet er op toe dat de verleende omgevingsvergunningen ook daadwerkelijk worden benut. Dit zodat er geen kampeerplaatsen ongewenst onbenut blijven omdat de vergunninghouder ze niet daadwerkelijk gebruikt. Zoals hiervoor genoemd, wordt een minicamping als beëindigd beschouwd wanneer een ondernemer dit zelf aangeeft of wanneer hij of zij drie aansluitende seizoenen geen gebruik heeft gemaakt van de verleende omgevingsvergunning. Bij dit laatste wordt uitgegaan van het gebruik van de minicamping als geheel, van belang is dat er in een seizoen helemaal geen gebruik wordt gemaakt van de aanwezige kampeerplaatsen. Er wordt dus niet per seizoen gekeken of ook daadwerkelijk op ieder moment het maximale aantal vergunde kampeerplekken in gebruik is geweest. Bij beëindiging van de minicamping wordt de vergunning ingetrokken door het college. III. Verlenen omgevingsvergunningen aan minicampings die op dit moment niet beschikken over een de juiste planologische basis.De gemeente zal deze eigenaren/ondernemers benaderen en hen begeleiden bij het aanvragen van de benodigde vergunning. In deze gevallen zal geen leges in rekening worden gebracht. Het gaat daarbij om een omgevingsvergunning voor maximaal 15 kampeerplaatsen. Deze stap ziet op de minicampings waarvoor in het verleden uitdrukkelijk toestemming is verleend door de gemeente, maar die (mede door het vervallen van de Wor) niet meer beschikken over de juiste planologische basis. Alle campings die dit betreft vallen onder de werking van de beheersverordening voor het buitengebied. Het college is op grond van die beheersverordening bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen. Wil een ondernemer groeien naar 20 kampeerplaatsen, dan zal hij daar zelf een separaat verzoek toe moeten indienen en zal een buitenplanse afwijkingsprocedure gevolgd moeten worden IV. Informeren van ondernemers/het verlenen van omgevingsvergunningen aan de minicampings die op dit moment in het geheel geen planologische basis hebben.De gemeente zal deze eigenaren/ondernemers benaderen en informeren over de mogelijkheden voor legalisatie. Deze ondernemers zijn er vervolgens zelf verantwoordelijk voor om tijdig een omgevingsvergunning aan te vragen. Ook hiervoor geldt dat dit ofwel met een binnenplanse afwijking ofwel met een Wabo-projectbesluit moet plaatsvinden. De kampeerplaatsen op deze minicampings worden op dit moment (peildatum 1 januari 2016) meegeteld bij het totale aantal reeds vergeven standplaatsen. Wanneer er binnen een gegeven termijn geen omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal handhavend worden opgetreden. Wanneer er geen legalisatie mogelijk is (bijvoorbeeld bij ligging in de Natura 2000-gebied) zal de gemeente ook handhavend op moeten treden. Omdat het startpunt van het gesprek met deze eigenaren is dat er nu geen planologische basis bestaat voor de minicamping, zal dit gesprek in eerste instantie worden opgestart door het team Handhaving van de afdeling I&O. Om dit op een goede manier te kunnen doen zal dit vraagstuk worden verwerkt in een handhavingsplan. In dat handhavingsplan zal worden bepaald hoe de communicatie met de eigenaren zal verlopen en welke termijnen gehanteerd worden bij de stappen die gezet moeten worden om tot legalisatie te komen. Het doel hierbij is om vóór het kampeerseizoen van 2018 voor al deze minicampings de benodigde omgevingsvergunning te hebben verleend dan wel (bij een eventueel gebrek aan medewerking door de eigenaar) het handhavingstraject te hebben gestart. Wanneer het handhavingsbesluit onherroepelijk is, vervallen de kampeerplaatsen en komen deze binnen de minicamping-administratie weer beschikbaar als groeiruimte voor andere ondernemers. V. Het verlenen van omgevingsvergunningen aan ondernemers die hun minicamping willen laten groeien van 15 naar 20 standplaatsen.Tot slot zijn er ondernemers die hebben aangegeven dat zij hun minicamping willen laten groeien van 15 naar 20 standplaatsen. Zij kunnen een omgevingsvergunning aanvragen op basis van deze beleidsnota. Omdat de huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen maximaal 15 standplaatsen toestaan, zal hiervoor altijd gebruik gemaakt moeten worden van een Wabo-projectbesluit. Samenloop stappen III, IV en VStap V kan in de praktijk zijn vervlochten met stap III of IV. Aanvragen voor uitbreidingen van minicampings tot maximaal 20 kampeermiddelen kunnen immers ook betrekking hebben op minicampings die nog niet beschikken over de juiste planologische basis (III) of nog helemaal geen vergunning/toestemming hebben (IV). In die situaties zal als volgt worden gehandeld: de ondernemer kan in één keer een vergunning voor 20 kampeerplaatsen worden aangevraagd. Er hoeft dan dus maar één procedure te worden gevolgd. Als aanvullende voorwaarde voor het toestaan van een uitbreiding naar 20 kampeerplaatsen zal voor een bestaande minicamping gelden dat in het jaar voorafgaande aan de aanvraag de betreffende minicamping feitelijk ook is geëxploiteerd. Met deze voorwaarde wordt zeker gesteld dat de uitbreiding van de minicamping, waarvoor beleidsmatig maar een beperkte ruimte is vanwege het gestelde maximum van 750 kampeermiddelen, ook daadwerkelijk terecht komt bij actieve minicampings en niet bij minicamping die weliswaar zijn vergund maar feitelijk niet in gebruik zijn genomen. VI. Het verlenen van omgevingsvergunningen voor nieuwe minicampings.Starten van een nieuwe minicamping met maximaal 15 kampeerplaatsen in het buitengebied.Het starten van een nieuwe minicamping bij een woning die, of een agrarisch bedrijf dat valt onder de werking van de beheersverordening buitengebied. De ondernemers zullen tijdig een omgevingsvergunning ‘voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ aan moeten vragen. Wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, wordt de binnenplanse afwijking op grond van de beheersverordening buitengebied toegepast. Het realiseren van een nieuwe minicamping buiten de kaders van de beheersverordening buitengebied.Dit kan dan gaan om een nieuwe minicamping: met minimaal 16 en maximaal 20 kampeerplaatsen, of; waarbij het totale aantal minicampings toeneemt tot 51 of meer. Ook hiervoor zal door de ondernemer een omgevingsvergunning ‘voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ aan moeten vragen en zal een projectbesluit noodzakelijk zijn. Het toestaan van een nieuwe minicamping met maximaal 15 kampeerplaatsen op een locatie die valt onder de werking van een bestemmingsplan of beheersverordening waarin geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is opgenomen.Ook hiervoor zal door de ondernemer een omgevingsvergunning ‘voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ aan moeten vragen en zal een projectbesluit noodzakelijk zijn.
- Samenvatting, beleid in hoofdlijnenSamenvattend bestaat het beleid voor minicampings uit de volgende regels: minicampings kunnen worden geëxploiteerd bij agrarische bedrijven of woningen waarbij op een minicamping maximaal 20 kampeerplaatsen aanwezig mogen zijn met dien verstande dat het aantal kampeerplaatsen op alle minicampings in de gemeente Steenwijkerland niet meer bedraagt dan 750; voor de exploitatie van een minicamping is een omgevingsvergunning vereist voor afwijkend gebruik van het bestemmingsplan. Verder moet een minicamping voldoen aan alle overige voorwaarden zoals vastgelegd in Hoofdstuk
- Voor een uitbreiding van 15 tot maximaal 20 kampeerplaatsen van een bestaande minicamping (een minicamping die op de peildatum 1 januari 2016 al was toegestaan of feitelijk aanwezig was) geldt als aanvullende voorwaarde dat in het jaar voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om uitbreiding de minicamping feitelijk moet zijn geëxploiteerd; tot het kampeerseizoen 2018 worden alle feitelijk aanwezige minicampings (peildatum 1 januari 2016) dus ook de minicampings zonder (volledige) toestemming meegeteld voor wat betreft het maximum van 750 kampeerplaatsen uitgaande van 15 kampeerplaatsen per minicamping; voor minicampings die niet beschikken over de juiste planologische basis zal in de loop van 2017 een omgevingsvergunning worden verleend (zie stap III, Hoofdstuk 6 ). Voor minicampings die nog helemaal geen vergunning of planologische basis hebben (zie stap IV, Hoofdstuk 6) geldt dat de betreffende campinghouders tot uiterlijk voor het begin van het kampeerseizoen 2018 de tijd hebben om alsnog een omgevingsvergunning te krijgen voor hun minicamping. Indien voor deze minicampings dan nog geen omgevingsvergunning is verleend, geldt dat de op deze minicampings aanwezige kampeerplaatsen na vrijwillige beëindiging of na afronding van het handhavingstraject niet meer worden meegeteld voor wat betreft het maximum toegestane aantal van 750 kampeerplaatsen op minicampings in de gemeente. Op deze manier tellen alleen de (kampeerplaatsen op ) vergunde minicampings mee voor de bepaling van dit maximum; aanvragen voor uitbreiding van minicampings tot maximaal 20 kampeerplaatsen worden met betrekking de toetsing aan het maximum van 750 kampeerplaatsen op alle minicampings in de gemeente afgehandeld op volgorde van binnenkomst. Indien er op hetzelfde moment meerdere aanvragen binnenkomen en er gelet op het maximum van 750 kampeerplaatsen niet meer voldoende ruimte is om alle aanvragen te honoreren maar deze verder wel allen voldoen aan de overige voorwaarden van dit beleid, vindt er een loting plaats; indien een aanvraag voor uitbreiding van een minicamping tot 20 kampeerplaatsen betrekking heeft op een minicamping als bedoeld in onderdeel 4 (een nog niet (volledig) vergunde minicamping) zal deze aanvraag worden gecombineerd met de procedure die noodzakelijk is voor het vergunnen van de aanwezigheid van de minicamping als zodanig (met maximaal 15 kampeerplaatsen) op de wijze zoals beschreven in Hoofdstuk 6 bij stap V; ter nadere uitwerking van dit beleid en de uitvoering daarvan wordt een handhavingsplan opgesteld. In Bijlage 2 is één en ander verder uitgewerkt. Bijlage1Binnenplanse afwijkingsmogelijkheid minicamping Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt; nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone natura 2000') en EHS gebieden niet mogelijk zijn; minicampings uitsluitend mogelijk zijn bij een woning, die is gerealiseerd in een voormalig agrarisch bedrijf; het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt; uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: het straat- en bebouwingsbeeld; het woon- en leefklimaat; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; indien een of meer van de activiteiten worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. Bijlage2Toelichting handhaving minicampingbeleid Het niet toegestaan om zonder een omgevingsvergunning een minicamping te exploiteren. Indien er een omgevingsvergunning is verleend voor de minicamping mogen er niet meer standplaatsen zijn dan het aantal dat is opgenomen in de verleende omgevingsvergunning. Hierbij is rekening gehouden dat er als geheel maximaal 750 kampeerplaatsen mogen zijn op minicampings in de gemeente Steenwijkerland. De overige voorwaarden zijn: de omgevingsvergunning wordt verleend voor maximaal 20 kampeerplaatsen per minicamping; op de kampeerplaatsen zijn alleen kampeermiddelen toegestaan; per kampeerplaats is er maximaal 1 kampeermiddel toegestaan. Uitzondering hierop zijn bijzettentjes, waarbij er maximaal 2 bijzettentjes naast het hoofdkampeermiddel mogen worden geplaatst op 1 kampeerplaats; de kampeerplaats is minimaal 80m². Buiten het seizoen van 1 november tot 15 maart mogen er geen kampeermiddelen ten behoeve van de minicamping aanwezig zijn op het perceel. Leidraad handhaving en begunstigingstermijnenBovenstaande is opgenomen de Nadere beleidsregels minicampings Steenwijkerland. Om hier qua handhaving uitvoering aan te geven, zal er aangesloten worden op het huidige VTH beleid. In dit VTH beleid is een leidraad handhaving en zijn begunstigingstermijnen opgenomen. Ter uitvoering van de handhaving op het minicampingbeleid zal zoveel mogelijk aangesloten worden bij deze leidraad. Wel zal er per specifieke situatie conform de jurisprudentie van de Raad van State gekeken worden welke begunstigingstermijn passend is. De Raad van State heeft bepaald dat deze termijn niet langer mag zijn dan noodzakelijk is om de overtreding te doen beëindigen. Daarnaast mag hij niet zo lang zijn dat er een gedoogsituatie zou kunnen ontstaan. Dit toepassende op de situatie van de minicampings maakt dat de reguliere begunstigingstermijnen van zes weken niet evenredig zijn. Het handhavingsbeleid kent immers een drie stappenplan: de ambtelijke waarschuwing; de vooraankondiging en; de last onder dwangsom. Voor iedere stap zou in een reguliere situatie van overig illegaal gebruik een begunstigingstermijn gelden van zes weken. Indien dit toegepast zal worden op de minicampings betekent dit impliciet gedogen van een illegale situatie, omdat het seizoen slechts 34 weken beslaat. Er is daarom voor gekozen om op dit vlak af te wijken van de leidraad. Toezicht en handhaving binnen het seizoenHet totaal aantal kampeerplaatsen binnen de gemeente Steenwijkerland mag niet meer bedragen dan
- Dit is te controleren door het aantal verleende omgevingsvergunningen waarin het maximum aantal kampeerplaatsen per minicamping zijn opgenomen. Meer kampeerplaatsen dan het toegestane aantal volgens de verleende omgevingsvergunningHet hebben van meer kampeerplaatsen dan het aantal toegestane kampeerplaatsen volgens de omgevingsvergunning kan in de leidraad handhaving worden geschaard onder ‘illegale standplaats’. De toezichthouder constateert het aantal kampeerplaatsen. Aan de hand van paaltjes, steentjes, beplanting etc. zal het duidelijk zijn wat één kampeerplaats is. Het opheffen van een kampeerplaats kan door de paaltjes, steentjes en/of beplanting te verwijderen. Het moet hierdoor duidelijk zijn dat het geen kampeerplaats meer betreft. Het is niet toegestaan dat een stuk grasveld zonder aanduiding van een kampeerplaats als zodanig wordt gebruikt. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €50,- per dag per overtreding, max. 10x 1 week Meer kampeermiddelen dan het toegestane aantal per standplaatsHet hebben van meer dan het totaal aantal toegestane kampeermiddelen per kampeerplaats kan tevens geschaald worden onder ‘illegale standplaats’. De toezichthouder constateert het aantal kampeermiddelen per kampeerplaats. Per kampeerplaats is er maximaal 1 kampeermiddel toegestaan. Uitzondering hierop zijn bijzettentjes, waarbij er maximaal 2 bijzettentjes naast het kampeermiddel mogen worden geplaatst op 1 kampeerplaats. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €50,- per dag per overtreding, max. 10x 1 week Kampeerplaatsen kleiner dan 80 m²Kampeerplaatsen kleiner dan 80 m² voldoen niet aan de eisen van de verleende omgevingsvergunning. Er is hierdoor sprake van ‘overig illegaal gebruik’ volgens de leidraad. De toezichthouder meet de oppervlakte van de kampeerplaatsen. Aan de hand van paaltjes, steentjes, beplanting etc. zal het duidelijk zijn wat één kampeerplaats is. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €1.500,- per week, max. 10x Minimaal 6 weken Iets anders dan een kampeermiddel op een kampeerplaatsOp kampeerplaatsen mogen alleen kampeermiddelen worden geplaatst. Als er iets anders dan een kampeermiddel op een kampeerplaats is geplaatst, is er sprake van ‘overig illegaal gebruik’ volgens de leidraad. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €1.500,- per week, max. 10x Minimaal 6 weken Minicamping zonder omgevingsvergunningAls er een minicamping in gebruik is zonder dat er hier een omgevingsvergunning voor verleend is, is sprake van ‘overig illegaal gebruik’ volgens de leidraad. Minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding ‘Wro-zone Natura 2000) en in de EHS-gebieden zijn niet mogelijk. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €1.500,- per week, max. 10x Minimaal 6 weken Aanvullende faciliteiten en combinaties van functiesAls een minicamping faciliteiten aanbiedt in strijd met het beleid, is sprake van ‘overig illegaal gebruik’ volgens de leidraad. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €1.500,- per week, max. 10x Minimaal 6 weken Buiten het seizoen:Van 1 november tot 15 maart dient er gecontroleerd te worden of er kampeermiddelen ten behoeve van de minicamping aanwezig zijn. Indien er een kampeermiddel ten behoeve van de minicamping buiten het kampeerseizoen aanwezig is, wordt er gehandeld in strijd met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan biedt alleen de mogelijkheid om een omgevingsvergunning voor een minicamping te verlenen voor de periode van 15 maart tot 1 november. Ook hier is er sprake van ‘overig illegaal gebruik’ volgens de leidraad. Sanctie Hoogte dwangsom Begunstigingstermijn Dwangsom €1.500,- per week, max. 10x Minimaal 6 weken