apswet; Het Reglement van Bestuur: het Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland ex artikel 2 van de Wet; Delfland: het Hoogheemraadschap van Delfland; Verenigde vergadering: het algemeen bestuur van Delfland ex artikel 10 van de Wet; Lid/leden: het lid of de leden van de verenigde vergadering; Voorzitter: de dijkgraaf, zijnde de voorzitter ex artikel 10 van de Wet; Secretaris: de secretaris ex artikel 53 van de Wet; College: het college van dijkgraaf en hoogheemraden, zijnde het dagelijks bestuur ex artikel 10 van de Wet; Griffier: de vaste plaatsvervanger van de secretaris ex artikel 55 van de Wet die de secretaris tijdens vergaderingen van de verenigde vergadering vervangt; Hoogheemraad: lid van het college van dijkgraaf en hoogheemraden; Amendement: een voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of -beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; Subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; Motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; Interpellatie: vraag door een lid gericht aan het college of een van zijn leden over enig onderwerp van belang dat niet is geagendeerd, te behandelen tijdens een vergadering; Initiatiefvoorstel: voorstel van een lid of leden, gericht aan de verenigde vergadering; Schriftelijke vraag: een op schrift gestelde vraag van een lid gericht aan het college over enig onderwerp waarop schriftelijk antwoord wordt gegeven door het college; Voorstel van orde: een voorstel tot het nemen van een besluit betreffende de wijze, het tijdstip of de duur van de behandeling van een onderwerp dat is geagendeerd, dan wel tot wijzigen van de volgorde van de agenda; Fractie: groepering van vertegenwoordigers van de categorie belanghebbenden ex artikel 12, tweede lid onder a van de Wet; Fractievoorzitter: voorzitter van een fractie en de daar aan gelijkgestelde vertegenwoordigers van de categorieën bedrijfsgebouwd, natuurterreinen en ongebouwd; Paragraaf2.Inrichting Artikel2.De Voorzitter De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; hetgeen in de wet, het reglement van bestuur of dit reglement hem opdraagt; het doen naleven van het reglement van orde en de overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving; het handhaven van de orde in de vergadering. De voorzitter heeft in de vergadering een raadgevende stem. Artikel3.De secretaris - de griffier Vaste plaatsvervanger van de secretaris in de vergadering van de verenigde vergadering is de daartoe door college aangewezen ambtenaar, de griffier. De griffier is in elke vergadering van de verenigde vergadering aanwezig. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door een door het college daartoe aangewezen ambtenaar. De griffier draagt zorg voor de verslaglegging van het verhandelde ter vergadering. De secretaris of griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4.Het Voorzittersconvent De verenigde vergadering heeft een voorzittersconvent. Het voorzittersconvent bestaat uit de voorzitter, de door de categorie b, c en d aangewezen vertegenwoordigers, en de fractievoorzitters uit de categorie a genoemd in het eerste lid van artikel 9 het Reglement van Bestuur. De secretaris en de griffier zijn in elke vergadering van het voorzittersconvent aanwezig. Bij afwezigheid wordt hij vervangen door een door het college daartoe aangewezen ambtenaar. De voorzitter kan voorstellen derden uit te nodigen voor het voorzittersconvent. Ieder lid van het voorzittersconvent wijst uit zijn of haar fractie of categorie een vaste plaatsvervanger aan om hem - haar te vervangen bij zijn afwezigheid in het voorzittersconvent. De voorzitter roept het voorzittersconvent bijeen indien hem dit wenselijk voorkomt of indien een lid van het voorzittersconvent of de secretaris hem daarom verzoekt. De vergaderingen van het voorzittersconvent zijn niet openbaar. Artikel5.Organisatieverordening De verenigde vergadering stelt een verordening vast omtrent de ambtelijke organisatie van het hoogheemraadschap van Delfland. Paragraaf3.Commissies Artikel6.De Agendacommissie De verenigde vergadering besluit tot de instelling van een agendacommissie die tot taak heeft de voorzitter te adviseren over de procedurele voorbereiding van de bijeenkomsten van de verenigde vergadering. de benoeming, zittingsduur, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de agenda-commissie zijn geregeld bij afzonderlijke verordening van de verenigde vergadering en het college van dijkgraaf en hoogheemraden, ieder voorzover het hun bevoegdheid betreft (Regeling Agendacommissie Verenigde Vergadering Delfland). Artikel7.Commissies; vaste adviescommissies, bijzondere en tijdelijke commissies De verenigde vergadering besluit tot de instelling van een of meer vaste commissies voor advies. De verenigde vergadering kan bijzondere of tijdelijke commissies instellen. De instelling, samenstelling, taak én werkwijze van deze commissies, ex eerste lid artikel 16 van het Reglement van Bestuur, worden bij afzonderlijk besluit geregeld. Voor de vaste commissies voor advies stelt de verenigde vergadering een verordening met een reglement van orde vast. Bij de samenstelling van een commissie zorgt de verenigde vergadering, voor zover het de benoeming betreft van leden van de verenigde vergadering, voor een Op een commissie als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde van § 5 (inrichting) Hoofdstuk IV (algemeen bestuur) van de Wet van toepassing. Hoofdstuk2.Toelating nieuwe leden; fracties; benoeming en ontslag hoogheemraden Artikel8.Onderzoek geloofsbrieven, beëdiging De voorzitter benoemt een commissie ad hoc bestaande uit drie vertegenwoordigers uit de verenigde vergadering. Deze commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarbij horende stukken van nieuw te benoemen leden. De commissie wordt bijgestaan door de secretaris, de griffier of een andere door de secretaris aan te wijzen ambtenaar. De commissie brengt na het onderzoek schriftelijk verslag uit aan de vergadering en doet daarbij een voorstel tot het nemen van een besluit. Ook van een minderheidsstandpunt wordt verslag gedaan. De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij zijn betrekking volgens de Wet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen. Artikel9.Fracties De leden van de verenigde vergadering die door het stembureau op dezelfde kandidaten¬lijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de verenigde vergadering deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de verenigde vergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de verenigde vergadering wil voeren. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Indien: 1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; 2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; 3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met in-gang van de eerstvolgende vergadering van de verenigde vergadering na de mede-deling daarvan. Artikel10.Kandidaatstelling hoogheemraad Voorafgaande aan de benoeming van een hoogheemraad door de verenigde vergadering: presenteert de kandidaat-hoogheemraad zich aan de verenigde vergadering; krijgt de verenigde vergadering de gelegenheid de kandidaat te horen. Artikel11.Tussentijds ontslag hoogheemraad Op diens schriftelijke mededeling verleent de verenigde vergadering de hoogheemraad ontslag. Het ontslag gaat in met ingang van de dag, gelegen een maand na de dag waarop hij zijn ontslag heeft genomen of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aangenomen. Het ontslagbesluit op grond van vijfde lid artikel 41 van de Wet treedt direct inwerking tenzij bij dit besluit anders is bepaald. Hoofdstuk3.De vergaderingen Paragraaf1.Houden van vergaderingen Artikel12.Vergaderfrequentie De verenigde vergadering vergadert minimaal vier keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of de agendacommissie het nodig acht, dan wel ten minste een vijfde van het aantal zittinghebbende leden het schriftelijk met opgave van redenen verzoekt. Indien een vijfde van het aantal zitting hebbende leden om een vergadering verzoekt, wordt deze gehouden binnen drie weken nadat dit verzoek is ontvangen. De voorzitter is bevoegd in bijzondere gevallen met opgave van redenen van deze termijn van drie weken af te wijken. Vergaderdata worden jaarlijks vastgelegd in een schema dat uiterlijk in november van het jaar daarvoor door het college aan de verenigde vergadering wordt aangeboden. De vergaderingen worden in de regel gehouden in het Gemeenlandshuis te Delft. De voorzitter bepaalt datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in de agendacommissie. Artikel13.Agenda en oproep De griffier zorgt, namens de voorzitter, dat de leden ten minste vier weken vóór een vergadering –spoedeisende vergaderingen uitgezonderd– een schriftelijke oproep onder vermelding van de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering ontvangen. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de concept¬agenda van de vergadering vast. Bij de uitnodiging wordt de agenda gevoegd met bijbehorende stukken. De agenda vermeldt, in de voorgestelde behandelvolgorde, de onderwerpen die in de vergadering behandeld zullen worden. In de agenda wordt tevens vermeld welke stukken voor de leden ter inzage worden gelegd. De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde stukken worden zo spoedig mogelijk aan de leden gezonden of voor hen ter inzage gelegd. Bij aanvang van de vergadering stelt de verenigde vergadering de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de verenigde vergadering bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Wanneer de verenigde vergadering een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan zij besluiten tot verwijzing naar een commissie of tot terugzending naar het college om nadere inlichtingen of advies. Artikel14.Openbare kennisgeving en ter inzage legging De vergadering wordt ter openbare kennis gebracht door plaatsing op de website van Delfland. De kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het inspreekrecht ex artikel 19 van dit reglement van orde. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid onder b, blijven stukken, omtrent de inhoud waarvan ingevolge artikel 37, eerste dan wel tweede lid, van de Wet geheimhouding is opgelegd, onder berusting van de griffier, die de leden inzage verleent. Paragraaf2.Orde der vergadering Artikel15.Zitplaatsen De voorzitter, de leden, de secretaris en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter bij iedere nieuwe zittingsperiode van de verenigde vergadering aangewezen. De indeling kan, indien daartoe aanleiding bestaat of op verzoek van één of meer leden, na overleg met het voorzittersconvent, worden herzien. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor overige personen die voor de vergadering uitgenodigd zijn. Artikel16.Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de verenigde vergadering onmiddellijk de presentielijst. De presentielijst blijft gedurende de vergadering bij de griffier beschikbaar ter tekening door tijdens de vergadering binnengekomen leden. Bij vertrek uit de vergadering wordt het tijdstip van vertrek opgenomen op de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt de presentielijst door de griffier en de voorzitter getekend. Zonder voorafgaande tekening van de presentielijst kan geen lid in de vergadering het woord voeren of aan een stemming deelnemen. Artikel17.Mededeling van verhindering Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen geeft hiervan voor aanvang van de vergadering, kennis aan de griffier. Artikel18Opening vergadering; Quorum De voorzitter opent de vergadering op de vastgestelde aanvangstijd, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig is. Wanneer een half uur na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de afwezige leden, datum, aanvangstijd en plaats van de volgende vergadering. Deze volgende vergadering vindt plaats ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproepingsbrief. Op de vergadering bedoeld in het derde lid, is het eerste lid van dit artikel niet van toepassing; in deze vergadering kunnen alleen onderwerpen worden behandeld die op de agenda stonden van de vergadering bedoeld in het eerste lid van dit artikel; de beperking genoemd onder het vierde lid sub b geldt echter niet indien op deze vergadering het vereiste aantal leden als bedoeld in het eerste van dit artikel aanwezig is. Artikel19.Inspreekrecht Onmiddellijk na de opening van de vergadering kunnen niet-leden het woord voeren over op de agenda vermelde onderwerpen of over een door henzelf aangekondigd onderwerp dat middels een orde voorstel bij de vaststelling van de agenda is geagendeerd voor deze vergadering. Het woord kan niet gevoerd worden: Over een besluit van het hoogheemraadschap waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Indien er een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste zestien uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt 30 minuten. Zij die zich als spreker hebben gemeld, krijgen van de voorzitter in volgorde van aanmelding gedurende maximaal 5 minuten het woord. Indien zich meer dan zes sprekers hebben gemeld, wordt de totaal beschikbare spreektijd evenredig over de sprekers verdeeld. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de verenigde vergadering toestaan aan de spreker verhelderende vragen te stellen. De voorzitter of een lid kan een voorstel doen voor behandeling van de inbreng van de spreker. Artikel20.Notulen De notulen vermelden: de namen van de voorzitter, de secretaris, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren, en de insprekers; de zaken die aan de orde zijn geweest; een zakelijke samenvatting van het gesprokene; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich met een genomen besluit niet hebben verenigd dan wel die zich overeenkomstig artikel 38a van de Wet van stemming hebben onthouden; de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, moties en (sub)amendementen. De voorzitter en de leden hebben het recht een voorstel tot verandering van de notulen aan de verenigde vergadering te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. De ontwerpnotulen van de openbare vergadering worden hiertoe binnen twee weken na de vergadering aan de leden toegezonden. De leden kunnen maximaal vier weken na hun vergadering, doch uiterlijk de dag voor verzending van de agenda en voorstellen voor hun volgende vergadering, voorstellen tot wijziging op de ontwerpnotulen insturen, die als ze van technische aard zijn door de voorzitter worden verwerkt; als ze van inhoudelijke aard zijn door de voorzitter aan de orde zullen worden gesteld bij de volgende vergadering. In de eerstvolgende openbare vergadering worden de notulen van de vorige openbare vergadering vastgesteld. De vastgestelde notulen worden door de griffier en de voorzitter ondertekend. Artikel21.Ingekomen stukken en mededelingen Bij de verenigde vergadering ingekomen stukken, waaronder de schriftelijke mededelingen van het college aan de verenigde vergadering, worden vergezeld van een voorstel tot afdoening, op een lijst geplaatst. Na vaststelling van de besluitenlijst stelt de verenigde vergadering op voorstel van het college of de agendacommissie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel22.Spreekregels, handhaven vergaderorde Geen lid voert het woord dan na het van de voorzitter te hebben verkregen. De voorzitter verleent het woord in het algemeen in de volgorde, waarin het is gevraagd. Van de in het voorgaande lid bedoelde volgorde wordt afgeweken, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit of om een voorstel van orde voor te stellen. Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. Interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter beslist, dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden. Indien een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het desbetreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dat plaatsvindt, over het onderwerp het woord ontzeggen. Onder "beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen" worden in ieder geval begrepen het doen van uitlatingen of uitingen, in welke vorm dan ook, met racistisch, seksistisch of anderszins discriminatoir karakter. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten. De voorzitter kan voorstellen om een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergaderingen te ontzeggen. Voor de eerste maal voor de vergadering waarin het besluit wordt genomen en bij herhaling voor een bepaalde tijd, doch niet langer dan voor drie achtereenvolgende vergaderingen. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd. Bij aanvaarding van het voorstel moet het lid de vergadering onmiddellijk verlaten. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. De voorzitter kan het woord verlenen aan de secretaris, de griffier of aan andere ambtenaren. De leden richten zich tot de voorzitter. Indien een spreker bij de behandeling van een voorstel ter verduidelijking van zijn woorden van hulpmiddelen gebruik wenst te maken, behoeft hij daartoe toestemming van de voorzitter. De agendacommissie kan spreektijd voorstellen. Bij aanvang van de beraadslaging over het betreffende agendapunt, kan een lid of de voorzitter een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Indien de verenigde vergadering een spreektijd instelt, verdeelt de voorzitter de tijd naar billijkheid. Nadat de gestelde tijd is verstreken, beëindigt de spreker zijn rede, zodra de voorzitter hem daartoe uitnodigt. Artikel23.Spreektermijnen De beraadslaging geschiedt als regel in twee, echter indien de verenigde vergadering dit wenst, in drie termijnen. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op: de hoogheemraad die in het bijzonder is belast met het betreffende onderwerp; de rapporteur van een commissie; het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. Elke termijn is afgesloten nadat het college, of het lid, geen deel uitmakende van het college dat zijn voorstel verdedigt, de sprekers heeft beantwoord. Na sluiting van de beraadslaging wordt zo nodig over het aan de orde gestelde onderwerp gestemd. Artikel24.Beraadslaging; schorsing De verenigde vergadering kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over een of meer onderdelen van een ontwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de verenigde vergadering besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Wanneer de voorzitter van oordeel is, dat een voorstel voldoende is besproken, sluit hij de beraadslaging, tenzij de verenigde vergadering voortzetting wenst. De voorzitter vat de door de vergadering te nemen beslissing samen aan het eind van de beraadslaging. Artikel25.Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat tot stemming wordt overgegaan, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel26.Beslissing Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Paragraaf3.Procedures bij stemmingen Artikel27.Stemmen algemeen De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich ex artikel 38a van de Wet stemming dienen onthouden. Geen van de leden onthoudt zich van stemming, anders dan in de gevallen van artikel 38a van de Wet. De reden van onthouding wordt in het verslag aangetekend. Indien door een of meerdere leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling; de stemming geschiedt bij handopsteken. In afwijking van het derde lid, vindt er hoofdelijke stemming plaats indien een lid daarom vraagt. Bij hoofdelijke stemming worden de volgende regels in acht genomen: De voorzitter of de griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid met het volgnummer van de presentielijst dat daartoe bij loting is aangewezen. Indien het getrokken nummer een lid betreft, dat of niet aanwezig is, of niet bevoegd is om aan de stemming deel te nemen, vangt de stemming aan bij het stembevoegde lid dat op de presentielijst volgt op het eerst bedoelde lid. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, is verplicht zijn stem uit te brengen. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming direct mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen over zaken het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of voor de tweede maal over hetzelfde voorstel, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. Onder een voltallige vergadering wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan een vergadering, waarin alle zitting hebbende leden aanwezig zijn. Artikel28.Stemmen over amendementen en moties Indien een amendement op een voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over dat subamendement gestemd en vervolgens over het amendement zoals dat na die stemming luidt. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerste in stemming wordt gebracht. Indien aangaande een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel. Artikel29.Stemmen over personen Voor stemmingen over benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De verenigde vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op een briefje. Het stembriefje vermeldt de naam van de persoon die de voorkeur van het lid heeft en dient gesloten en niet ondertekend te zijn. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in 38c van de Wet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. De inhoud van elk stembriefje wordt door een van de leden van het stembureau duidelijk verstaanbaar voorgelezen, door een ander nagezien en door de derde opgetekend. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de verenigde vergadering, op voorstel van de voorzitter. Een van de leden van het stembureau meldt de uitslag van de stemming aan de voorzitter. De voorzitter maakt de uitslag van de stemming bekend. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel30.Herstemming over personen Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatsvinden. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist direct het lot. Artikel31.Beslissing door het lot Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk4.Rechten van leden Artikel32.Amendementen Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd – tot het sluiten van de beraadslagingen - amendementen in te dienen op voorgestelde besluiten en op een amendement dat door een lid is ingediend (subamendement). Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijk besluitvorming plaats zal vinden. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet, om in behandeling te worden genomen, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde – oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Elk amendement moet, om in behandeling te worden genomen, door ten minste twee andere leden worden ondersteund. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. De behandeling van een amendement op een voorgesteld besluit vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats. Een amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst ervan direct geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden opgenomen. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de vergadering heeft plaatsgevonden. Artikel33.Moties Ieder lid dat ter vergadering aanwezig is, kan een motie indienen. Een motie moet, om in behandeling te worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. Zij moet, om in behandeling te worden genomen, door ten minste twee andere leden worden ondersteund, blijkend uit de handtekening van de andere leden onder de motie. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging daarover plaats. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de verenigde vergadering op voorstel van de voorzitter of een lid anders besluit. Intrekking, door de indiener(s) van de motie, is mogelijk, totdat de besluitvorming door de vergadering heeft plaatsgevonden. Artikel34.Voorstellen van orde De voorzitter of ieder lid kan tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitende de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de verenigde vergadering onmiddellijk. Artikel35.Initiatiefvoorstellen Ieder lid heeft het recht voorstellen aan de verenigde vergadering te doen. Om in behandeling te worden genomen moet een initiatiefvoorstel schriftelijk bij het college zijn ingediend en door ten minste twee andere leden worden ondersteund, blijkend uit hun handtekening onder het voorstel. De voorzitter plaats met inachtneming van dit reglement het voorstel op de agenda indien het ten minste acht weken voorafgaande aan die vergadering is ingediend. Het college voorziet het voorstel van advies. In spoedeisende gevallen kan het voorstel ook worden ingediend bij de voorzitter en de secretaris of griffier. Het voorstel moet dan, om in behandeling genomen te kunnen worden, ten minste achtenveertig uur voor aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter en de secretaris zijn ingediend. Ingevolge artikel 13, vierde lid, plaats de voorzitter het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering. De behandeling van een voorstel als bedoeld in het vierde lid vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de verenigde vergadering oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden behandeld in een commissie of voor advies naar het college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de verenigde vergadering in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. De verenigde vergadering of het college kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Artikel36.Interpellaties (informatieplicht) Indien een lid van oordeel is dat het college, een collegelid of de voorzitter over een onderwerp, dat niet op de agenda voorkomt, aan de verenigde vergadering inlichtingen dient te verstrekken omtrent het gevoerde bestuur, vraagt deze bij de voorzitter een interpellatie aan. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste vierentwintig uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek omvat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek dient om in behandeling te worden genomen door ten minste twee andere leden te worden ondersteund. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en stelt het aan de orde bij de aanvang van de eerstvolgende vergadering. De verenigde vergadering bepaalt op voorstel van de voorzitter wanneer tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. In eerste spreektermijn voert uitsluitend de interpellant het woord. Na de beantwoording van de gestelde vragen kunnen ook andere leden aanvullende opmerkingen maken over het aanhangige onderwerp of daaromtrent vragen stellen. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden niet meer dan eenmaal, tenzij de verenigde vergadering of de voorzitter hiertoe verlof geeft. Artikel37.Schriftelijke vragen (schriftelijke beantwoording vragen) Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden op een daartoe bestemd formulier bij de voorzitter ingediend met een afschrift aan de griffier. Deze brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de verenigde vergadering. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnenkomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, wordt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht waarbij wordt aangegeven de termijn waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de ingekomen stukken aan de leden ter beschikking gesteld. De vragensteller kan in de eerstvolgende vergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen, nadere inlichtingen vragen over de beantwoording van de vragen, tenzij de verenigde vergadering anders beslist. Artikel38.Vragenrondje (mondelinge beantwoording actuele/urgente vragen) Aan het begin van elke vergadering is er een vragenrondje, tenzij er geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie voorstellen dat het vragenrondje op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenrondje eindigt. Het lid dat tijdens het vragenrondje vragen wil stellen, meldt dit met gebruikmaking van een door het college vastgestelde formulier ten minste zestien uur voor aanvang van het vragenrondje bij de griffier. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenrondje aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht te zijn aangegeven of indien het onderwerp in de vergadering op diezelfde dag aan de orde komt. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenrondje aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de collegeleden en voor de overige leden van de verenigde vergadering. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de voorzitter te stellen en een toelichting daarop te geven. Indien een vraag niet terstond kan worden beantwoord, zal dat schriftelijk gebeuren voor de eerstvolgende vergadering. Na de beantwoording door het college of de voorzitter krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vraagsteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenrondje kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Hoofdstuk5.Procedure begroting & jaarrekening Artikel39.Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Wet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de verenigde vergadering, de agendacommissie gehoord, vaststelt. Artikel40.Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Wet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de verenigde vergadering, de agendacommissie gehoord, vaststelt. Hoofdstuk6.Horen van derden Artikel41.Hoorzitting De verenigde vergadering of een door haar uit haar midden aangewezen deputatie kan een openbare hoorzitting houden ten behoeve van het horen van belanghebbenden. Artikel42.Horen van deskundigen De verenigde vergadering kan - al dan niet op voorstel van het college - deskundigen, niet-leden in zijn vergadering horen. Hoofdstuk7.Lidmaatschap andere organisaties Artikel43.Verslag; verantwoording Een lid van de verenigde vergadering, een collegelid, of de secretaris, die door de verenigde vergadering is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Een door de verenigde vergadering gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Ieder lid van der verenigde vergadering kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 37 (schriftelijke vragen), zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de verenigde vergadering een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de verenigde vergadering over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 36 (interpellatie) zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de verenigde vergadering één van haar leden heeft benoemd. Hoofdstuk8.Besloten Vergadering Artikel44.Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Door de verenigde vergadering benoemde commissieleden, niet-zijnde lid van de verenigde vergadering, en bestuursassistenten van het college mogen tijdens besloten vergaderingen als toehoorder aanwezig zijn. De verenigde vergadering kan toestaan dat anderen een besloten vergadering bijwonen. Zij zijn verplicht geheimhouding te bewaren over hetgeen tijdens de vergadering aan de orde komt. Artikel45.Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de verenigde vergadering of overeenkomstig de Wet omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De verenigde vergadering kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Indien de verenigde vergadering op grond van het gestelde in artikel 37, vierde lid van de Wet, voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel46.Notulen besloten vergadering De notulen van een besloten vergadering worden afzonderlijk van die van de openbare vergadering gemaakt onder verantwoordelijkheid van de griffier. De notulen van een besloten vergadering waarin omtrent het behandelde geheimhouding is opgelegd, worden voorafgaande aan de eerstvolgende openbare vergadering op een te onderscheiden wijze aan de leden kenbaar gemaakt. Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een openbare vergadering vastgesteld als na raadpleging van de vergadering blijkt, dat geen van de leden opmerkingen heeft. Wanneer de voorzitter blijkt, dat er wel opmerkingen worden gemaakt, dan worden de notulen na de openbare vergadering onverwijld in een besloten vergadering vastgesteld. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en griffier ondertekend. Hoofdstuk9.Toehoorders en pers Artikel47.Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Wanneer overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Wet de deuren worden gesloten, dienen andere aanwezigen dan personen die vallen onder artikel 44 van dit reglement van orde de vergadering te verlaten. Artikel48.Geluid- en beeldregistratie Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel49.Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan. Artikel50.Handhaven orde publieke tribune Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op de publieke tribune. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel51.Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van dit reglement, beslist de verenigde vergadering op voorstel van de voorzitter. Waar in dit reglement staat vermeld ‘hij’, kan ook worden gelezen ‘zij’. Artikel52.Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2011, onder gelijktijdige intrekking van het Reglement van Orde voor de verenigde vergadering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.