VERORDENING REKENKAMERCOMMISSIE GEMEENTE KERKRADE 2006Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. commissie: rekenkamercommissie belast met de uitoefening van de lokale rekenkamerfunctie. b. onderzoek: - het onderzoek naar doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur zoals o.m. voortvloeiende uit art.182 Gemeentewet; of - het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarstukken. DE COMMISSIE EN HAAR TAKEN Artikel2Rekenkamercommissie 1.Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid als de rekenkamercommissie. 2.De rekenkamercommissie bestaat uit 3 raadsleden en 3 externe leden. Van de 3 raadsleden behoren er 2 tot de coalitie en 1, welke tevens voorzitter is, behoort tot de oppositie. Artikel3Taak 1.De commissie heeft als taak het uitoefenen van de rekenkamerfunctie als bedoeld in art. 81o Gemeentewet. 2.De commissie met uitzondering van de externe leden heeft voorts als taak het onderzoek naar de deugdelijkheid, in de zin van comptabele juistheid en rechtmatigheid van de verantwoorde beleids- en beheershandelingen van de jaarstukken en het uitbrengen van een advies aan de raad ten aanzien van het vaststellen van de gemeenterekening. 3.De griffier staat de commissie bij de uitvoering van haar taken terzijde. Artikel4Onderwerpselectie en opdrachtverlening 1.De commissie bepaalt zelfstandig de onderwerpen die zij op grond van artikel 3 lid 1 onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. Dit wordt jaarlijks vastgelegd in een (geactualiseerd) onderzoeksplan met daarin een tijdsplanning. 2.De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. 3.De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. 4.Het in lid 1 genoemde onderzoeksplan kan ook in samenspraak met het college worden opgesteld. BENOEMING EN ONTSLAG Artikel5Benoeming leden 1.De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden en uit externen. 2.De leden van de commissie die tevens raadsleden zijn, worden voor een periode gelijk aan de (resterende) zittingsduur van de raad benoemd. De eerste keer nu, vervolgens bij elke nieuwe raadsperiode. 3.De externe leden van de commissie worden voor een periode van zes jaar benoemd. De eerste keer nu, vervolgens elke zes jaar. 4.Het raadslid van de oppositie is voorzitter van de commissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende raadslid op als voorzitter dan wel, als de overige raadsleden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste raadslid in jaren. 5.In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 6.De raad kan een lid herbenoemen na overleg met de commissie. Artikel6Eed Bij benoeming is ten aanzien van de externe leden artikel 81g Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel7Ontslag en non-activiteit 1.De raad ontslaat de leden of stelt hen op nonactiviteit. 2.Het lidmaatschap van een raadslid eindigt: a. op eigen verzoek; b. indien het lid aftreedt als lid van de raad; c. indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de commissie te vervullen. 3.Voor het ontslag van een extern lid van de commissie gelden de bepalingen en omstandigheden zoals opgenomen in artikel 81c lid 6 en lid 7 Gemeentewet. 4.Voor het op non-actief stellen van een extern lid of het beëindigen daarvan gelden de bepalingen en omstandigheden zoals opgenomen in artikel 81d Gemeentewet. Artikel8Vergoeding voor werkzaamheden van de externe leden van de commissie De externe leden ontvangen een door de raad vast te stellen vergoeding. WERKWIJZE Artikel9Vergaderingen 1.De commissie vergadert zo dikwijls als het door de voorzitter of twee leden nodig wordt geoordeeld. De oproeping ter vergadering geschiedt door of namens de voorzitter. 2.De commissie mag - met uitzondering van het gestelde in lid 3 van dit artikel - niet beraadslagen of besluiten, indien niet minimaal drie leden ter vergadering aanwezig zijn. 3.Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, kan de voorzitter met een tussentijd van tenminste 7 dagen een nieuwe vergadering beleggen, waarin de aanwezige leden beraadslagen en besluiten over de aanhangige onderwerpen, tenzij hiertegen door de meerderheid van het aantal commissieleden schriftelijk bezwaar is gemaakt. 4.De commissie vergadert in beslotenheid. 5.De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen voorzover deze betrekking hebben op haar taak zoals genoemd in artikel 3 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.