Subsidieregeling Amsterdam aardgasloosInhoud Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: 1. Aardgasloze woning: een bestaande woning waar de aardgasaansluiting verwijderd is en waarin op elektra gekookt wordt; 2. Aardgasverwarming: aardgas gestookte installatie bedoeld voor in ieder geval ruimteverwarming en verwarming van douche‐ en tapwater; 3. Afsluiting: het door de netbeheerder (laten) verwijderen of afsluiten van de aardgasaansluiting waardoor de woning geen gebruik meer kan maken van aardgas; 4. ASA: Algemene subsidieverordening van de gemeente Amsterdam van 2013; 5. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; 6. Complex: meerdere woningen in hetzelfde gebouw, die aangesloten zijn op een gezamenlijk netwerk waarmee de woningen worden voorzien van aardgas; 7. DAEB ‐ vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380)), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; 8. De ‐ minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de‐minimissteun (PB EU L 352 van 24.12. 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; 9. Gebouwgebonden maatregelen: maatregelen die in het kader van deze subsidieregeling op, in of aan de woning en/of complex worden uitgevoerd; 10. Meerkosten: extra kosten die gemaakt worden om een aardgasloze situatie te creëren, met als referentie doorexploiteren of opnieuw investeren in een situatie mét aardgas. Uitgangspunt zijn wettelijke kwaliteitseisen of het gangbare minimum. Meerkosten zijn de kosten daar bovenop; 11. NOM(woning): een nul‐op‐de‐meter (NOM) woning is een woning waarin minimaal net zoveel energie wordt opgewekt (door zon, wind of warmtepompen) als verbruikt, gemiddeld genomen over een jaar tijd; 12. Onderneming: Onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de de‐minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties 13. Starten: aanvang maken met het treffen van de fysieke maatregelen; 14. Woning: een zelfstandige woning als bedoeld in artikel 7:234 BW; 15. Woningcorporaties: Toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 Artikel 2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 De Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze regeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 2a Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties In zover woningcorporaties activiteiten uitvoeren die op grond van deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemeen Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. Artikel 3 Doel subsidieregeling Het doel van de subsidie is het stimuleren van woningeigenaren van bestaande woningen tot het treffen van maatregelen die ertoe leiden dat de woning, al dan niet gefaseerd, van het aardgasnet afgekoppeld wordt. Door in plaats van aardgas te verwarmen met en te koken op een duurzaam alternatief wordt de CO2‐uitstoot in de gemeente Amsterdam teruggedrongen. Artikel 4 Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van fysieke gebouwgebonden maatregelen: 1. Voor de verbouw van een woning of een complex naar NOM, of 2. Voor de verbouw van een woning of een complex naar aardgasloos. Het gaat daarbij om een alternatief voor de aardgasgestookte verwarmingsketel. Dit kan een individuele of een collectieve ketel zijn. Hierbij horen ook de maatregelen om te kunnen overgaan op koken zonder aardgas. 3. Voor het (laten) afsluiten van de woning en/of het complex van het aardgasnet door de netbeheerder. Dit kan in aanvulling op de activiteiten onder artikel 4, eerste en tweede lid. Artikel 5 Subsidiabele kosten 1. Subsidiabele kosten zijn meerkosten die door de aanvrager worden gemaakt voor de uitvoering van de te treffen fysieke gebouwgebonden maatregelen aan een bestaande woning of complex; 2. Subsidiabele kosten zijn de kosten die door de aanvrager gemaakt worden voor het afsluiten van het aardgasnet. 3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: Indien de maatregelen door de woningeigenaar zelf worden uitgevoerd, de kosten voor de zelf verrichte arbeid; De installatie van biomassaketels, hout‐ of pelletkachels, en installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie of butaangas. Artikel 6 Hoogte van de subsidie 1. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 eerste lid bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van € 8.000.‐ per woning; 2. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 tweede lid bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van € 5.000.‐ per woning; 3. Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4 derde lid bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke kosten, tot een maximum van € 605.‐ per woning; 4. Indien de aanvrager voor dezelfde activiteit ook andere subsidies ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke meerkosten. 5. Voor ondernemingen, niet zijnde woningcorporaties, kan de totale hoogte per subsidieaanvrager de in de de‐minimisverordening genoemde grens van € 200.000 per drie belastingjaren niet overstijgen. Artikel 7 Subsidieplafond Het subsidieplafond bedraagt € 5.000.000.‐ voor de looptijd van deze subsidieregeling. Artikel 8 De aanvrager Subsidie voor de activiteiten als genoemd in artikel 4 kan uitsluitend worden aangevraagd door eigenaren van één of meerdere bestaande woningen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Amsterdam, danwel een Vereniging van Eigenaren (VvE). Hieronder vallen eveneens eigenaren van bestaande woningen in de gemeente Amsterdam die deze woningen bedrijfsmatig exploiteren. Artikel 9 Start aanvraagperiode Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 1 september 2017 Artikel 10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: 1. Bewijs van eigendom van de woning waar de subsidiabele activiteit plaatsvindt; 2. Overzicht van de te nemen maatregelen; 3. Kostenraming en financieringsplan (business case). Bij de aanvraag voor een NOM‐subsidie bevat die raming in ieder geval de vermeden toekomstige energiekosten; 4. Voor de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, een volledig ingevulde verklaring Deminimissteun,waaruit volgt dat het drempelbedrag van de‐minimissteun van € 200.000 niet wordt overschreven; 5. Objectief bewijs dat er voldaan is aan geldende goedkeuringsverplichtingen (bijvoorbeeld akkoord huurders wanneer aanvrager een woningcorporatie is); 6. Een overzicht van eventuele andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten; 7. Bij NOM‐renovatie door woningcorporatie: kopie van getekend energieprestatiecontract; 8. Een ondertekende offerte voor de uitvoering van (een deel van) de subsidiabele activiteiten; 9. Een betaalwijs van de rekening van de aanvrager/eigenaar. Artikel 11 Weigeringsgronden 1. In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen als: reeds begonnen is met het treffen van maatregelen voordat een aanvraag voor subsidieverlening is ingediend; de maatregelen gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimum kwaliteitseisen; de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de deminimisverordening voldoet; de ondernemer in financiële moeilijkheden verkeert. 2. In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college weigeren een subsidie te verlenen als de kosten voor de uitvoering van de maatregelen waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan naar het oordeel van de gemeente niet in redelijke verhouding staan tot het verkregen resultaat. Artikel 12 Aanvullende verplichtingen Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden: 1. De subsidieontvanger zal binnen 2 maanden na beschikkingsdatum starten met het treffen van de maatregelen; 2. De maatregelen dienen binnen 1 jaar na beschikkingsdatum volledig zijn uitgevoerd. Deze termijn kan worden verlengd indien het college binnen dit jaar is geïnformeerd dat deze termijn niet haalbaar is en hiermee heeft ingestemd; 3. De woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEBvrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten bedoeld in artikel 4, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie. 4. De subsidieontvanger zal de verwijdering van de gasaansluiting niet ongedaan maken; 5. Indien subsidie is verleend voor gebouwgebonden maatregelen aan een huurwoning, wordt in het huurcontract opgenomen dat het niet mogelijk is om de woning in de toekomst van aardgas te voorzien; 6. Een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op zijn verzoek in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren 7. Op verzoek van de gemeente Amsterdam wordt medewerking verleend aan publicitaire acties. 8. In communicatie‐uitingen wordt expliciet duidelijk gemaakt dat het project (mede) tot stand gekomen is door ondersteuning van de gemeente Amsterdam. Artikel 13 Verantwoording en vaststelling van de subsidie In aanvulling op de ASA bevat de aanvraag tot subsidievaststelling: 1. een overzicht van de getroffen maatregelen; 2. de betaalde facturen inclusief betaalbewijzen; 3. schriftelijk bewijs van de netbeheerder dat de woning van aardgas is afgesloten; 4. Indien de woning verhuurd wordt, de gewijzigde huurovereenkomst. Artikel 14 Bevoorschotting Het college verleent op schriftelijk verzoek van de subsidieontvanger een voorschot van 100% van de toegekende subsidie. Artikel 15 Inwerkingtreding en looptijd Deze subsidieregeling treedt werking op 1 september 2017 en vervalt van rechtswege op 31 december 2020. Artikel 16 Voor aanvragen ingediend vóór 31 december 2016 op grond van de subsidieregeling Nul op de meter geldt dat deze worden afgedaan op grond van die subsidieregeling. Artikel 16 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Amsterdam aardgasloos. Toelichting Inleiding De gemeente Amsterdam wil de verduurzaming van de stad versnellen. Hiervoor is de Agenda Duurzaamheid opgesteld. Het doel is onder andere dat in 2020 per inwoner 20% meer duurzame energie wordt opgewekt en 20% minder energie verbruikt wordt ten opzichte van 2013. Om dit doel te behalen zijn in de Agenda Duurzaamheid verschillende acties opgenomen. In de uitvoering van plannen wil de gemeente zich vooral richten op initiatieven en projecten die snel kunnen worden opgeschaald. Met de strategie ‘Naar een stad zonder aardgas' wordt hieraan invulling gegeven. Insteek: met het terugdringen van het aardgasverbruik neemt de CO2‐uitstoot in de stad flink af. Samen met partners in de stad en samen met bewoners is de gemeente op zoek naar duurzame alternatieven. Stip op de horizon is een stad zonder aardgas in 2050. Met deze subsidieregeling wordt het voor veel woningbezitters mogelijk een belangrijke bijdrage te leveren aan die nieuwe, toekomstbestendige schone stad. Uitdaging is daarnaast om de benodigde elektriciteit duurzaam op te wekken. Er zijn twee varianten van ingrepen die subsidiabel zijn, die moeten leiden tot een woning zonder aardgas. De aanvrager dient één van beide categorieën te kiezen. Het gaat om de Nul op de meterrenovatie en om de aardgasloze of all electric‐oplossing. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit artikel zijn definities opgenomen van begrippen die in de regeling gebruikt worden. Een aantal begrippen dient nader te worden toegelicht. Afsluiting: het verwijderen van de aardgasaansluiting doet de netbeheerder. De kosten hiervoor vallen onder de subsidiabele maatregelen. De netbeheerder overlegt een schriftelijk bewijs van afsluiting. NOM: opwek en gebruik van energie worden bepaald onder standaard condities en rekenmethode, zoals vastgelegd in de Nederlandse norm: NEN 7120. In het kader van deze subsidieregeling beschikt de NOMwoning niet over een gasaansluiting en is niet aangesloten op een warmtenet. Artikel 2. Algemene subsidieverordening De Algemene subsidieverordening Amsterdam 2013 (ASA) is te vinden op: http://www.regelgeving.amsterdam.nl/algemene_subsidieverordening_amsterdam_2013 Artikel 2a Europees kader De Subsidieregeling Amsterdam aardgasloos is getoetst aan de staatssteunregels. Onderscheid kan worden gemaakt tussen subsidie die wordt verstrekt aan
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.