Verordening hondenbelasting 2010Nr 09RV
- De raad der gemeente Baarn; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november 2009; gehoord de commissie voor Samenleving, Bestuur en Financiën d.d. 1 december 2009; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2010 Artikel1 Belastbaar feit Onder de naam “hondenbelasting” wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2 Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van een hond. Als houder wordt aangemerkt degenen die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; die door de "Stichting Hulphond Nederland" als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; die jonger zijn dan vier maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond gehouden worden; die gehouden worden op vaartuigen door schippers, die niet woonachtig zijn in de gemeente, mits de honden de vaartuigen niet verlaten; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en Kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; door ambtenaren van politie of bijzondere opsporingsambtenaren van de gemeente dan wel van de provinciale of rijksoverheid die worden gehouden ter verrichting van opsporingsdiensten. Artikel4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Artikel5 Belastingtarief De belasting bedraagt per belastingjaar: voor een eerste hond € 48,60 voor iedere hond boven het aantal van één € 97,20 In afwijking inzoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 234,-- per kennel. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het jaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9 Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van hondenbelasting. Artikel11 Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening hondenbelasting 2009” vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening hondenbelasting 2010”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Baarn, gehouden op 16 december 2009 de griffier, de voorzitter,
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.